3-2100/1

3-2100/1

Belgische Senaat

ZITTING 2006-2007

1 MAART 2007


Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 373 van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen en tot terugvordering van de steun aan bedrijven die overgaan tot collectief ontslag om hun winst te maximaliseren

(Ingediend door de heren Jean Cornil en Pierre Galand)


TOELICHTING


In april 2001 en in december 2006 heb ik een wetsvoorstel ingediend waarbij bedrijven verboden wordt tot collectief ontslag over te gaan om hun winst te maximaliseren (Doc. 3-1983/1). De toelichting bij dit initiatief bracht feiten in herinnering die toen tekenend waren voor de arbeidsmarkt in ons land.

Deze feiten zijn op dit moment nog steeds schrijnend actueel door de gebeurtenissen die het leven van de werknemers van Volkswagen de afgelopen weken door elkaar hebben geschud en hen in een onaanvaardbare situatie hebben doen belanden.

Dit voorstel vervolledigt de tekst die ik oorspronkelijk had ingediend en waarvan ik de toelichting hier in herinnering breng :

« De jongste jaren zijn we getuigen van een even opmerkelijk als verwerpelijk fenomeen. Economisch gezonde bedrijven ontslaan hun werknemers om hun winsten te maximaliseren en aan hun aandeelhouders hogere dividenden uit te keren.

Het is op zich al uiterst zorgwekkend dat de eerste herstructureringsmaatregel die de meeste bedrijven in moeilijkheden nemen, hun werknemers treft, terwijl de problemen vaak zijn ontstaan door slecht management veeleer dan door een overschot aan werknemers of een onvoldoende productiviteit.

Maar wat als het gaat om bedrijven die niet de minste problemen hebben ? Hoe kan men dan van het personeel, waarvan het bedrijf toch leeft, opofferingen zonder tegenprestatie vragen alleen om de winst te doen groeien ? Dat is ethisch onaanvaardbaar en economisch betwistbaar.

Momenteel overheerst het streven naar een zo groot mogelijke winst op zeer korte termijn. Sinds bepaalde grote bedrijven gecontroleerd worden door pensioenfondsen en andere investeringsfondsen, wordt van hen een maximale en onmiddellijke return van de investering geëist, zonder enige aandacht voor een langetermijnstrategie, en zonder consideratie voor de omgeving van de onderneming : de sociale regio of omgeving in de ruime zin van het woord, de klanten, de leveranciers en vooral de werknemers.

De huidige bedrijfsleiders voelen sterk de druk van de markt (steeds meer bedrijven gaan naar de beurs en de economische informatie circuleert steeds sneller). Het probleem is vooral dat de leiders van grote ondernemingen hun functie niet meer gedurende langere tijd uitoefenen, maar in het bedrijf worden gehaald om op korte termijn de efficiëntie ervan te verzekeren. De functie wordt uitgehold en daardoor verdwijnt de verantwoordelijkheidzin, terwijl de duurzaamheid van de resultaten juist afhangt van de bekwaamheid om personen te leiden en dus van een persoonlijk engagement.

Het bedrijf maakt immers volwaardig deel uit van het sociaal weefsel waarbinnen het zich ontwikkelt in interactie met wat men in moderne managementtermen de « stakeholders » noemt (met verwijzing naar de aandeelhouders, de « shareholders »). De verschillende actoren van dat sociaal weefsel brengen allen een meerwaarde op voor het bedrijf, dat hen in ruil daarvoor niet mag negeren.

Die ruime en humanistische opvatting, het « Rijn »-model, staat tegenover het « Angelsaksische » model, dat louter oog heeft voor de aandeelhouders en hun kapitaal.

In die laatste opvatting, die vooral overheerst in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië, is de onderneming niet meer dan een geldmachine. Zij draait alleen maar voor de aandeelhouders, die het hele spel beheersen.

In dit model dragen de andere actoren de last van de economische recessie of andere moeilijkheden, en voortaan dus ook van een gewone verlaging van de uitgekeerde dividenden.

De klanten hebben niet veel last van deze herstructureringen, maar de andere actoren des te meer. Leveranciers die afzetmogelijkheden verliezen, steden of regio's die plots een kern van economische activiteit kwijtspelen met alle gevolgen van dien (handel, aantrekkelijkheid, ...) en vooral de werknemers van het bedrijf, die van de ene dag op de andere hun werk verliezen.

De gevolgen van de sluiting van een belangrijke site voor de onmiddellijke omgeving en de plaatselijke toeleveranciers kunnen de hele dynamiek van de betrokken regio ontwrichten.

Doch, dergelijke praktijken hebben natuurlijk vooral dramatische gevolgen voor het ontslagen personeel. Ontslag is een zware beproeving, vooral wanneer werknemers enkel en alleen worden afgedankt om de winst te verhogen.

Maar ook het personeel dat in dienst wordt gehouden, heeft het niet makkelijk. Deze mensen weten voortaan dat ze « quantité négligeable » zijn en zelfs bij een gunstige conjunctuur hun baan kunnen verliezen alleen omdat men de dividenden ondermaats acht. Een dergelijk beleid kan het personeel alleen demotiveren en op middellange termijn leiden tot een daling veeleer dan een toename van de productiviteit.

Maar deze overwegingen lijken bepaalde werkgevers koud te laten. Zij willen alleen een maximumwinst voorleggen aan hun aandeelhouders en beschouwen de sociale gevolgen als van secundair belang.

De overheid mag niet lijdzaam toezien bij deze ontwikkelingen. In een democratie moet de economie geleid worden volgens ethische principes. In de eerste plaats moet werk worden gemaakt van de bescherming van de eerste slachtoffers van deze economische opvattingen : het personeel van het bedrijf.

Met dit wetsvoorstel willen we zorgen voor meer gerechtigheid, billijkheid en vooral meer ethiek in de economische praktijken van de concerns door herstructurering op basis van collectief ontslag te verbieden wanneer dit uitsluitend wordt ingegeven door het streven naar zo groot mogelijk dividenden voor de aandeelhouders. De loutere maximalisatie van de winst en van de kapitaalopbrengsten mag in geen geval leiden tot massale ontslagen waarvan de sociale gevolgen vooral ten laste komen van de overheid.

Er kan geen exhaustieve opsomming worden gegeven van alle elementen waarmee rekening moet worden gehouden om uit te maken of een collectief ontslag uitsluitend is ingegeven door het streven naar hogere dividenden voor de aandeelhouders. Soms is de situatie uiterst complex. Daarom kan men de beoordeling beter overlaten aan de magistraten van de arbeidsrechtbank. De analyse van de balans van de onderneming, van de algemene economische conjunctuur of van het orderboek behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de arbeidsrechtbanken en -hoven. »

Het wetsvoorstel waarvan ik de toelichting zonet heb herhaald, is nog steeds hangende in de senaatscommissie en het dispositief dient te worden aangevuld met de maatregelen die in deze tekst worden voorgesteld, namelijk de terugvordering van de overheidssteun toegekend in de vorm van verminderde socialezekerheidsbijdragen.

Alle werkgevers kunnen immers in principe onder bepaalde voorwaarden deze vorm van steun genieten, met name om de economische activiteit van hun bedrijf te bevorderen.

De programmawet van 24 december 2002 (Belgisch Staatsblad van 31 december 2002) schrijft trouwens in hoofdstuk VII voor de regelingen inzake verminderingen van de socialezekerheidsbijdragen te harmoniseren en te vereenvoudigen.

Het gaat om structurele of gerichte bijdrageverminderingen (langdurig werklozen, jonge werknemers, eerste aanwervingen, collectieve arbeidsduurvermindering en vierdagenweek, oudere werknemers, werknemers die bij een herstructurering werden ontslagen, aanwerving van kansarme jongeren, ...).

Dit wetsvoorstel bepaalt dat de steun integraal moet worden teruggevorderd zonder beperking in de tijd indien een bedrijf overgaat tot collectief ontslag om zijn winst te maximaliseren.

Jean CORNIL.
Pierre GALAND.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In hoofdstuk VII, afdeling 6, van de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt artikel 373 aangevuld met een derde lid, luidende :

« Ingeval een bedrijf overgaat tot collectief ontslag enkel en alleen om zijn winst te maximaliseren kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de regels bepalen volgens welke de korting op de socialezekerheidsbijdragen die krachtens deze wet eerder is toegekend, kan worden teruggevorderd. ».

Art. 3

Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

25 januari 2007.

Jean CORNIL.
Pierre GALAND.