Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-74

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Vraag nr. 3-5405 van mevrouw Hermans d.d. 9 juni 2006 (N.) :
Oost-Congo. — Pestepidemie. — Belgische bijstand.

In het Congolese Buba (Ituri-district) zijn gevallen van menselijke pest vastgesteld, aldus de VN-radio Okapi. Volgens medische bronnen ter plaatse zijn op 44 ziektegevallen intussen 14 doden geteld.

De Wereldgezondheidsorganisatie maakt melding van een tiental doden en minstens vijf nieuwe ziektegevallen per dag. De administratieve autoriteiten van Ituri spreken van een epidemie.

Het eerste geval van pest werd opgetekend op 13 mei in het dorp Zali. Het slachtoffer overleed enkele dagen na de infectie. De mensen die contact hadden met de betrokkene, zijn allen ziek geworden en ontwikkelden dezelfde symptomen. De situatie is zorgwekkend maar onder controle, zegt een plaatselijke arts.

Er is reeds enige tijd sprake van ernstige incidenten met rebellen in Oost-Congo, waardoor ik vrees dat de pestepidemie geenszins onder controle is. Ik twijfel er niet aan dat de geachte minister mijn bezorgdheid deelt.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Kan de geachte minister een stand van zaken geven van de voortgang van de pestepidemie in Oost-Congo ? Hoeveel slachtoffers zijn er reeds gevallen ?

2. Hoe beoordeelt hij de verdere ontwikkeling van deze epidemie ? Is de situatie daadwerkelijk onder controle ?

3. Heeft hij reeds een vraag om bijstand ontvangen vanwege de autoriteiten van de Democratische Republiek ? Zo ja, kan hij dit toelichten ?

4. Welke steun is BelgiŽ bereid te geven om deze epidemie in te dijken en welke concrete bijstand wordt vanuit BelgiŽ geleverd ?

Antwoord : 1. Stand van zaken inzake de uitbraak van pest in Ituri :

a) Longpest

WeekNieuwe gevallenOverlijdensGezondheidszones in Ituri
Week 20 (15-21 mei 2006)166Linga en Rethy
Week 21 (22-28 mei)145Linga en Rethy
Week 22 (29 mei-4 juni)231Linga en Rethy
Week 23 (5-11 juni)406Linga en Rethy
Week 24 (12-18 juni)6020Linga en Rethy
Totaal15338Linga en Rethy

NB : De gegevens voor week 24 zijn partieel, de laatste informatie dateert van 15 juni 2006.

b) Builenpest

Er zouden 17 gevallen van builenpest gemeld zijn in Sombuso, in de gezondheidszone Fataki (deze gevallen zouden nog niet zijn bevestigd).

c) Conclusie

De Wereldgezondheidsorganisatie spreekt van 100 dodelijke slachtoffers, maar deze schatting kan nog niet worden bevestigd. Op basis van de bovenstaande cijfers, afkomstig van onder andere de betrokken gezondheidszones in Ituri, kan men vaststellen dat er sprake is van een uitbreiding van het aantal gevallen van pest. De gevallen blijken geografisch beperkt tot de gezondheidszones Linga, Rethy en Fataki in Ituri.

2. Gezien de cijfers, heeft de epidemie haar hoogtepunt wellicht nog niet bereikt. Rekening houdend met vorige epidemieŽn, kunnen 200 tot 300 gevallen verwacht worden, met als gevolg tussen 1 000 en 2 000 contacten (circa 5 tot 7 contacten per patiŽnt). Pest is endemisch in Ituri en een terugkerend fenomeen, maar meestal geografisch beperkt.

De coŲrdinatie van de nationale respons is opgezet door het Congolese ministerie van Volksgezondheid en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO); regionaal door de actoren ter plaatse zoals de lokale Medische Inspectie, WHO, MSF-Zwitserland en UNICEF. BelgiŽ zal bijstand verlenen middels het project ę Strategische stock Ľ (zie hieronder).

De opvang ter plaatse is als volgt georganiseerd :

— 2 isolatiecentra zijn operationeel in de getroffen streek;

— voor elk bevestigd geval van pest wordt er preventieve behandeling voorzien voor 5 tot 7 contacten (dit zijn de personen die in contact waren met de zieke en dus mogelijk besmet werden);

— 1 geneesheer-specialist van de universitaire klinieken, Universitť de Kinshasa, is ter plaatse voor klinische begeleiding;

— de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Ituri, MSF-Zwitserland, die ook een geneesheer ter plaatse heeft, en UNICEF hebben tot nu toe benodigde geneesmiddelen en materiaal gestuurd en organiseren samen de respons onder coŲrdinatie van de artsen van de lokale gezondheidsautoriteiten in Ituri (ministerie van Volksgezondheid);

— met behulp van het noodhulpproject ę Strategische stock DRCongo Ľ, gefinancierd door de Belgische CoŲperatie en uitgevoerd door de NGO Memisa, worden eerstdaags bijkomende medicamenten, medisch materiaal en beschermingsmateriaal overgemaakt, voor het verzorgen/behandelen van de patiŽnten, voor de preventieve behandeling van contacten en voor het begraven van gestorven patiŽnten.

Gezien de aanwezigheid van intern verplaatste personen (IDP's of ontheemden) in Ituri en het verhoogde risico op epidemieŽn bij deze kwetsbare groepen, ligt momenteel een dossier ter beoordeling bij de attachť te Kinshasa en bij de dienst Noodhulp en rehabilitatie, dat in Ituri ondersteuning moet bieden aan de lokale gezondheidsstructuren, zodat een betere epidemiologische preventie en opvolging kan worden voorzien.

Besluit : De epidemie heeft haar hoogtepunt wellicht nog niet bereikt. Echter, met inzet van de bovenvermelde middelen kan worden verwacht dat de epidemie onder controle komt. Het projectvoorstel dat momenteel in de beoordelingsfase is, zou hierbij een goede aanvulling kunnen zijn. Maar er moet rekening worden gehouden met gewapend geweld in Ituri, dat de goede uitvoering van de projecten kan verstoren.

3. Er werd geen vraag om bijstand vanwege de Congolese autoriteiten ontvangen.

4. BelgiŽ levert reeds steun via het bovenvermelde noodhulpproject ę Strategische stock DRCongo Ľ uitgevoerd door de NGO Memisa. Tevens is er een projectvoorstel in de beoordelingsfase, voor steun aan de lokale gezondheidsstructuren op het vlak van epidemiologische preventie en opvolging in Ituri.

Verdere achtergrondinformatie :

In het noordoosten van Congo werd in 1928 de pest voor de eerste maal vastgesteld. Pest is endemisch in Ituri en een terugkerend fenomeen, maar meestal geografisch beperkt. Ze komt ook sporadisch voor in naburige regio's zoals het noorden van Noord-Kivu en in Uele. Het is een erg besmettelijke bacteriŽle ziekte die op de mens wordt overgedragen door de vlooien van knaagdieren, zoals ratten. De overdracht op de mens is veelal een gevolg van een slechte hygiŽnische toestand of houdt verband met bepaalde omstandigheden zoals mijnarbeid. De ziekte kan worden genezen door toediening van antibiotica aan de patiŽnt en bij wijze van preventie ook aan de personen waarmee de patiŽnt in contact staat.

Dankzij het Nationaal Instituut tegen de Pest kwam deze besmettingsziekte al vroeg onder controle. Later werd in Bunia (Ituri) het ę Centre de surveillance et de lutte contre la peste (CSLP) Ľ opgericht, dat echter in 1993 volledig werd geplunderd. In datzelfde jaar brak een pestepidemie uit in Bunia en Isiro, als gevolg van het ongecontroleerde transport van voedingsmiddelen. Dankzij een interventie van onder andere de NGO AZG Nederland werd deze epidemie bedwongen.

Als gevolg van het jarenlange gewapende geweld in deze regio — dat nog tot op heden voortduurt —, gepaard gaande met bevolkingsverplaatsingen (vluchtelingen en IDP's of ontheemden) en met schade aan het gezondheidssysteem, is de bevolking van Noordoost-Congo erg kwetsbaar voor besmettelijke ziekten.

De pest is echter slechts ťťn van de vele besmettelijke ziekten die in Ituri voorkomen, maar omdat ze zeer besmettelijk is, blijkt ze vooral gevaarlijk omwille van de potentiŽle dreiging : groepen verplaatste personen (IDP's) die zich in tijdelijke kampen bevinden, vormen een mogelijk risico voor de pest. Gelukkig is er tot op heden nog geen dergelijke epidemie bij IDP's uitgebroken. Andere ziekten zoals malaria (sterfteoorzaak nr. 1), besmettelijke diarree en cholera eisen in feite een veel hogere tol dan de pest. Daarnaast zijn er ook nog meningitis, schistosomiase, VIH/Aids en SOA (seksueel overdraagbare aandoeningen).