Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-74

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Vraag nr. 3-4958 van de heer Mahoux d.d. 25 april 2006 (Fr.) :
Belgische Investeringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (BIO). — Opdrachten. — Overname van filialen van Belgolaise.

De Belgische Investeringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (afgekort BIO) heeft als taak — zo staat het in haar statuten — de oprichting en ontwikkeling van het ondernemerschap in het Zuiden te steunen, en bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling en de armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden.

In een persartikel van 2 maart 2006 staat dat Fortis drie filialen van Belgolaise te koop zou aanbieden en dat u de regering zou hebben voorgesteld om via BIO een participatie van 10 % in die drie banken te nemen. In uw antwoord preciseert u dat het gaat om strategische banken, namelijk de Banque Commerciale du Congo, de Banque de Crťdit de Bujumbura en de Banque de Kigali.

Welke beslissing heeft het investeringscomitť van BIO in dat opzicht genomen ? Strookt de beslissing tot participatie in de banken met de opdracht van BIO ?

BIO heeft zich de jongste jaren op het terrein gemanifesteerd door de impact van het microkrediet te versterken. Past de overname van banken, die klassieke financieringsproducten aanbieden, in het kader van die demarche ? Staat die beslissing niet haaks op die demarche ?

Antwoord : De Raad van BIO heeft nog niet beslist over een deelname van BIO in de drie banken.

Gezien haar rol van complementariteit ten opzichte van de privť-sector, wenst BIO niet te rivaliseren met de groep die momenteel zijn interesse manifesteert voor de drie filialen van Belgolaise. Indien een aanvraag werd geformuleerd door de opkopende groep of door elke andere geÔnteresseerde partij, zou BIO deze onderzoeken volgens de gebruikelijke procedures, op basis van deze twee fundamentele criteria :

— de financiŽle levensvatbaarheid van de bedrijven (in dit huidige geval, van de drie banken);

— de impact van het project op de lokale ontwikkeling.

Een eventuele interventie van BIO zou uiteraard vooraf voor akkoord worden voorgelegd aan haar toezichthoudende minister, namelijk de minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Het investeringscharter ontworpen door haar aandeelhouders bepaalt dat BIO de KMO-sector en de sector van de microfinanciering moet steunen. BIO is bovendien verplicht om minimum 70 % van haar middelen te investeren in financiŽle structuren. De financiering van commerciŽle banken georiŽnteerd naar de KMO's plaatst zich in deze strategie.