3-199

3-199

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 18 JANUARI 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęhet voorkomen van MRSA-infecties bij varkensĽ (nr. 3-2041)

De voorzitter. - De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Uit Nederlands onderzoek is gebleken dat varkens in Nederland massaal besmet zijn met de ziekenhuisbacterie, MRSA (Meticilline-resistente Staphylococcus aureus). Wellicht heeft dat iets te maken met het gebruik van antibiotica in veevoeders. Ik heb de voorgangers van minister daarover vaak geÔnterpelleerd.

Ook in ons land zou de besmetting voorkomen.

Er zijn heel wat vragen over de gevolgen voor de mensen. Volgens het FAVV zou het eten van vlees van besmette varkens geen problemen opleveren voor de gezondheid van de consument. Mensen die intensief met besmette varkens in contact komen kunnen wel besmet raken. In West-Vlaanderen zou een slachter besmet zijn.

1. Is er al onderzoek gebeurd naar de besmetting van onze varkensveestapel?

2. Welke zijn de mogelijke oorzaken van die besmetting?

3. Zullen er maatregelen genomen worden ten aanzien van de varkensboeren en de slachters?

4. Welke garanties zijn er dat de bacterie niet wordt doorgegeven door consumptie van varkensvlees?

5. Moet de aanpak van MRSA in ziekenhuizen worden aangepast?

6. Bij vroegere vragen en interpellaties, ook aan de voorgangers van de minister, hebben we steeds gewezen op de gevaren van het gebruik van antibiotica in veevoeder als groeibevorderaar. Dat kan tot resistentie leiden, niet alleen tegen antibiotica voor dierenziekten, maar kan ook kruisresistentie veroorzaken bij de mens. Een verbod op het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar werd in het verleden om economische en ecologische redenen - het remt de mestproductie af - niet opportuun geacht. Dergelijke beslissing kan alleen op Europees vlak worden genomen.

Wat is de houding van BelgiŽ?

Hoe evolueert het standpunt van Europa?

Moet het feit dat MRSA-besmetting is vastgesteld niet worden aangegrepen om de gezondheid van mens en dier voorrang te geven op kortetermijnbelangen op economisch vlak?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

Ik ben op de hoogte van deze problematiek en mij ten zeerste bewust van de mogelijke implicaties voor de volksgezondheid en de veterinaire sector. Daarom heb ik op 10 januari een vergadering belegd met vertegenwoordigers van het Belgian Antibiotic Policy Coordination Committee, (BAPCOC), het Federaal Platform voor ziekenhuishygiŽne, het Wetenschappelijk Instituut volksgezondheid, het Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie (CODA), het referentielaboratorium voor MRSA, het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leef milieu. Tijdens deze vergadering werden concrete afspraken gemaakt.

Ten eerste zal de Hoge Gezondheidsraad gevraagd worden aanbevelingen te doen ten behoeve van ziekenhuizen en huisartsen omtrent de aanpak van patiŽnten uit deze risicogroep - varkenshouders, slachters, slagers, dierenartsen en hun directe omgeving - bij wie infecties vastgesteld worden die te wijten kunnen zijn aan Staphylococcus aureus.

Ten tweede zal op korte termijn een studie worden opgezet om de prevalentie van MRSA-dragerschap na te gaan bij bovenvermelde risicogroep, maar ook bij de varkens zelf. Op basis van de bevindingen van deze studie zal de verdere aanpak van het probleem bepaald worden. Een belangrijke kwestie hierbij is inderdaad de vraag of de ziekenhuizen moeten worden aangemoedigd om bij opname van een risicopatiŽnt systematisch te screenen naar MRSA-dragerschap. Zoals reeds aangegeven wil ik snel werk maken van aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad ten behoeve van ziekenhuizen en huisartsen omtrent de aanpak van patiŽnten uit deze risicogroep. Op basis van een verdere analyse van de omvang van het probleem, zowel bij mens als dier, zullen dan de nodige bijkomende maatregelen genomen worden, zoals het verstrengen van de systematische MRSA-screening bij opname in het ziekenhuis.

Ik wijs erop dat deze bijkomende maatregelen geŽnt worden op de reeds bestaande initiatieven. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de geplande versterking van de ziekenhuishygiŽneteams, de campagnes rond handhygiŽne en de werking van de antibiotherapiebeleidsgroepen in onze ziekenhuizen. Zoals reeds vermeld, wil ik werk maken van een studie om de prevalentie van MRSA-dragerschap na te gaan en dit zowel bij de varkens als bij de mensen die beroepshalve in contact komen met deze dieren. Er wordt momenteel reeds gewerkt aan het protocol voor deze studie.

In 2003 werd door Europa verordening 1831/2003 uitgevaardigd die van 1 januari 2006 af het gebruik van groeibevorderende antimicrobiŽle middelen in de veevoeding verbiedt. Om tot een volledig beeld van de antibioticaresistentie in BelgiŽ te komen, is het onontbeerlijk de resistentie zowel bij dieren als bij mensen te bekijken. Beide biotopen zijn immers sterk met elkaar verbonden, met als sterkste link het door de mens geconsumeerde voedsel van dierlijke oorsprong.

Het was dus belangrijk een structuur te creŽren om een beter zicht op de antibioticatherapie te krijgen. De bedoeling is dus de dierengezondheid te optimaliseren met een gericht gebruik van antibiotica.

De voornaamste doelstellingen van de BAPCOC-werkgroep Diergeneeskunde zijn het in kaart brengen van de antibioticaresistentie bij kiemen van dierlijke oorsprong. Meer informatie hierover is te vinden op de website van BAPCOC.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het ontgoochelt me dat we zo weinig zicht krijgen op de situatie van onze varkensveestapel. Komt antibioticaresistentie bij ons voor? Nederland geeft wel cijfers over de besmetting. In BelgiŽ is alleen bij toeval een besmette slager ontdekt. En dus weten we totaal niet in hoeverre onze veestapel is aangetast. Dat is nochtans de eerste vraag die we moeten stellen. Alle andere volgen hieruit, ook al heeft de minister uit voorzorg terecht alle betrokkenen rond de tafel bijeengebracht.

Het gaat natuurlijk wel heel ver als we alle mensen die beroepshalve met varkens in aanraking komen, zoals slachters en kwekers, per definitie als risicopatiŽnten gaan behandelen als ze in een ziekenhuis worden opgenomen. Men kan dat doen, als cijfermatig is bewezen dat ze een risico vormen. Wat dat betreft is het echter nog wachten op cijfers over de besmetting van onze varkensveestapel.

Het is goed dat de minister initiatieven aankondigt om de zaak op de voet te volgen. Minister Demotte is enkele jaren geleden naar Canada geweest om er te gaan kijken hoe die ziekenhuisbacterie er wordt bestreden. Het probleem doet zich in ziekenhuizen overal ter wereld voor. Door de resistentie dreigt het gevaar dat kwetsbare patiŽnten niet meer kunnen worden geholpen. Dat probleem zal in slechte zin evolueren als we niet veel doelmatiger met antibiotica omgaan. Ik ondersteun de acties van de minister die gericht zijn naar alle groepen die antibiotica voorschrijven en toedienen. Helaas bestaan er nog altijd circuits die al die goede raad proberen te omzeilen.