Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-72

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-5545 van de heer Mahoux d.d. 27 juni 2006 (Fr.) :
Europese Unie. — Opnamecapaciteit.

Op 16 maart 2006 heeft het Europees Parlement een resolutie goedgekeurd, met 397 stemmen voor, 95 tegen en 37 onthoudingen, waarin eraan wordt herinnerd dat de opnamecapaciteit van de Europese Unie, zoals gedefinieerd op de Europese Raad van Kopenhagen in 1993, n van de voorwaarden tot toetreding van nieuwe landen blijft. Verder wordt gesteld dat, om de notie opnamecapaciteit te vatten, het onontbeerlijk is de aard van de Europese Unie te definiren, met inbegrip van haar geografische grenzen.

Bijgevolg wordt in de resolutie van het Europees Parlement aan de Commissie gevraagd om vr eind 2006 een verslag voor te leggen waarin de principes waarop die definitie is gebaseerd, worden uiteengezet.

Sommigen stellen dat de toestand van de Europese publieke opinie een factor moet zijn waarmee formeel rekening moet worden gehouden bij de evaluatie van die opnamecapaciteit. Deelt de Belgische regering dat standpunt ?

Ik heb overigens via de pers vernomen dat de Beneluxlanden aan een definitie van het begrip  opnamecapaciteit  van de Europese Unie werken. Kunt u ons nadere gegevens verschaffen over dat initiatief, de stand van zaken en de doelstelling ? Waartoe zal die definitie van de Benelux dienen ? Tot slot, wat is de zin van een dergelijk initiatief aangezien aan de Europese Commissie werd gevraagd vr het einde van het jaar een uitspraak te doen over dat begrip.

Antwoord : Op 14 juni 2006 hebben de Beneluxlanden een non-paper over de uitbreiding neergelegd in het licht van de debatten op de Europese Raad van 15 en 16 juni 2006.

In dit document onderlijnden de Beneluxlanden dat de absorptiecapaciteit van de EU in de komende jaren een essentieel element vormt van het uitbreidingsproces, teneinde zowel het momentum te bewaren om te komen tot een versterkte europese integratie en zich te verzekeren van de steun van de Europese burgers. Deze absorptiecapaciteit is evenwel geen bijkomend toetredingscriterium.

De Beneluxlanden vragen bovendien aan de Commissie om in een speciaal rapport een algemene analyse te maken van de impact van toekomstige uitbreidingen op de capaciteit van de EU om het momentum van europese integratie te behouden. Dienaangaande vragen zij aan de Commissie meer specifiek de impact te analyseren van toekomstige uitbreidingen op het beleid van de EU, op de besluitvormingscapaciteit van de EU en op de begroting van de EU, teneinde de gedachtewisseling onder Fins voorzitterschap over de uitbreiding van de EU voor te bereiden.

Deze verwachtingen werden in de conclusies van de Europese Raad van 15 en 16 juni 2006 opgenomen waarbij de Commissie uitgenodigd wordt  een speciaal rapport voor te leggen over alle aspecten die verband hebben met de absorptiecapaciteit van de Unie . Dit rapport zal bijdragen tot het debat over alle toekomstige uitbreidingen dat in december 2006 zal plaatsvinden.

De stand van de publieke opinie vormt geen factor die formeel in rekening dient te worden gebracht voor de evaluatie van de absorptiecapaciteit. Niettemin zullen elementen die uit het debat naar voren komen toestaan bij te dragen tot een beter begrip van het uitbreidingsproces, wat een prealabele voorwaarde is voor elke steun van de europese burgers voor toekomstige uitbreidingen.