Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-70

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4912 van mevrouw Van de Casteele d.d. 11 april 2006 (N.) :
Diabetes. — Studie van het Intermutualistisch Agentschap (IMA).

In juli 2005 publiceerde het IMA de resultaten van de studie in opdracht van het RIZIV naar de impact van de diabetesconventie op het consumptiepatroon van de diabetespatiŽnt.

In BelgiŽ zijn naar schatting een half miljoen personen getroffen door diabetes, waarvan slechts de helft gediagnosticeerd is. In 2002 genoten 66 200 patiŽnten van de overeenkomst ę zelfregulatie van de diabetes mellitus patiŽnt Ľ.

De studie leidde tot een aantal opmerkelijke vaststellingen in verband met de toetreding tot de conventie en hospitalisatie en het verband tussen de conventie en het consumptiepatroon van geneesmiddelen en medische zorgen. Zo evolueert het consumptiepatroon van recent toegetreden diabetici in de richting van dat van langdurig geconventioneerden. Een niet geconventioneerde patiŽnt kost minder aan de ziekteverzekering dan een geconventioneerde.

Hierover wil ik de volgende vragen stellen :

1. Welke conclusies heeft de geachte minister uit deze studie getrokken ?

2. Zal hij de complementariteit tussen huisartsen en centra verbeteren ?

3. Moet de diabetesconventie worden aangepast ?

4. Horen diabetici die dagelijks verzorgd worden door thuisverpleegkundigen, in de conventie thuis ?

5. Is het verantwoord dat een geconventioneerde patiŽnt meer kost ?

6. Is er door de conventie minder comorbiditeit en/of een betere levenskwaliteit/levensverwachting ?

7. Welke maatregelen zal hij nemen om de opvolging van niet-geconventioneerde patiŽnten te verbeteren ?

8. Welke criteria zal de geachte minister hanteren om ook een optimale behandeling te verzekeren voor type 2 diabetici ?

Antwoord : 1. Uit de studie van het Intermutualistisch Agentschap heb ik in ieder geval onthouden dat diabetespatiŽnten die niet geconventioneerd zijn, dringend nood hebben aan betere zorgen.

Een goede samenwerking tussen alle betrokkenen in de eerste en tweede lijn is hiervoor een eerste voorwaarde. In die zin verwacht ik dan ook veel van de nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen met betrekking tot de in het akkoord 2006-2007 ingeschreven zorgtrajecten.

Ik verwacht bovendien dat ook de andere eerstelijnszorgverleners, in het bijzonder de thuisverpleegkundigen, de diŽtisten en de podologen bij deze trajecten zullen betrokken worden.

2. Zoals hierboven al reeds vermeld, werden in het akkoord 2006-2007 belangrijke financiŽle middelen (voor dit jaar nog 7 miljoen euro, oplopend tot 25 miljoen euro in 2008) vrijgemaakt om via zorgtrajecten de samenwerking tussen huisartsen en specialisten te verbeteren.

Per 1 januari 2006 is deze samenwerking overigens reeds de conditio sine qua non om type 2 diabetici die twee insuline-injecties per dag krijgen nog in de diabeteszelfregulatieovereenkomst te houden.

3. Het betreft hier een zeer recente aanpassing van deze overeenkomst.

4. Mijn inziens zijn de enige diabetespatiŽnten, die dagelijks door thuisverpleegkundigen worden verzorgd, die onder de conventie kunnen vallen deze waarbij de insulinedosis wordt aangepast in functie van de voorgeschreven glycemiezelfcontroles.

Het is bovendien vanzelfsprekend dat als die aanpassing door de thuisverpleegkundige die de insuline toedient, gebeurt, deze thuisverpleegkundige hierin dient te worden betrokken door het multidisciplinaire team van de conventie.

5. Uit de IMA-studie leid ik nu precies af dat de niet-geconventioneerde patiŽnt meer zal kosten als hij lege artis wordt verzorgd.

6. Bij mijn weten vindt men in de IMA-studie geen antwoord op die vraag.

In de door het Wetenschappelijk Instituut volksgezondheid gepubliceerde resultaten van het Initiatief voor kwaliteitsbevordering en epidemiologie bij diabetes (IKED) vindt men een hoge comorbiditeit bij de conventiepatiŽnten (het IKED heeft alleen betrekking op deze populatie).

Verder leest men er dat een belangrijk deel van die patiŽnten in primaire en vooral in secundaire preventie een adequate behandeling krijgen.

Hoewel de IKED-studie hiervoor geen harde gegevens aanbrengt, moet zulks noodzakelijkerwijze een impact hebben op de levenskwaliteit en levensverwachting.

7. Mijn grote prioriteit is de zorgtrajecten voor diabetici nog in 2006 geÔmplementeerd te zien.

8. De criteria voor optimaliseren van de behandeling van type 2 diabetici zijn mijns inziens procesmatig : het in praktijk brengen via zorgtrajecten/shared care van de evidence based richtlijnen van verzorging van type 2 diabetici.