3-188

3-188

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 16 NOVEMBER 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Wouter Beke aan de minister van Middenstand en Landbouw over «de koopjesreglementering» (nr. 3-1282)

De heer Wouter Beke (CD&V). - Er zijn nog zekerheden in het leven. Zo wordt de koopjesperiode geregeld ter discussie gesteld. Een even grote zekerheid is dat die discussie meestal eindigt met de conclusie dat de bestaande regeling redelijk is en het best behouden kan blijven.

Tegenover die zekerheden staan echter ook onzekerheden, bijvoorbeeld de temperatuur. Zo is het vandaag 16 november buiten 17 graden. Voor staatssecretaris Van Quickenborne is dat een argument om de koopjesperiode af te afschaffen. Zijn argument is dat als het vandaag te warm is om winteraankopen te doen het geen zin heeft over twee maanden winteruitverkoop te houden.

De temperatuur stijgt blijkbaar ook staatssecretaris Van Quickenborne naar het hoofd. Waarom legt hij die verklaring af terwijl de minister van Middenstand en Landbouw bevoegd is voor deze materie?

Ik zei het al, geregeld worden over het onderwerp vragen gesteld. Ook de heer Steverlynck stelde hierover al een vraag in januari 2005. De minister blijft steeds bij haar standpunt dat de bestaande regeling voor de koopjesperiode behouden moet blijven en zegt dat ze overleg pleegt met de beroepsfederaties die, naar ik vandaag verneem, liever vasthouden aan de bestaande regeling. De minister beloofde eveneens een enquête te zullen organiseren om te zien of een wijziging nuttig is.

Wat is de stand van zaken? Blijft de minister bij haar vroegere standpunt? Is er overleg geweest?

Is de aangekondigde enquête georganiseerd? Ligt die aan de basis van de verklaring van de staatssecretaris?

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Voor temperatuurschommelingen ben ik niet bevoegd! Ik kan wel zeggen dat geen sprake is van een herziening van de wetgeving op de koopjesperiode.

In 2005 heb ik overleg gepleegd met de handelaarsfederaties en de interprofessionele en middenstandsorganisaties om de datum van het begin van de koopjesperiode te wijzigen, niet om ze af te schaffen.

Er werd een consensus bereikt over het behoud van de bestaande regeling. Zowel de middenstandsorganisaties als ikzelf zijn gekant tegen een afschaffing van de bestaande wetgeving.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik dank de minister voor haar duidelijke standpunt, waarmee wij het volkomen eens kunnen zijn.

Misschien komt het door de verkiezingen die in aantocht zijn, dat sommigen de aandrang voelen zich op bepaalde thema's te profileren. Dat is jammer. Wat heeft het voor zin veranderingen te lanceren, als men weet dat de minister helemaal niet van plan is haar standpunt te veranderen? Dat zorgt alleen maar voor nutteloze commotie. Overigens hoeft die verandering voor ons niet. Verandering heeft alleen maar zin als ze een vooruitgang betekent.