3-190

3-190

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 NOVEMBER 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de vice-eersteminister en minister van Begroting en Consumentenzaken over «de wetgeving inzake de zwarte lijsten van wanbetalers» (nr. 3-1923)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - In de algemene beleidsnota van de minister werd een wetsontwerp aangekondigd betreffende de zwarte lijsten. Dit zijn databanken waarin gegevens worden bijgehouden over wanbetalers. Dit regelgevend kader is vereist om een einde te maken aan privé-initiatieven die niets steeds rekening houden met het delicate evenwicht tussen de belangen van de consument en de belangen van de ondernemingen.

Eind juni werd door de minister verklaard dat ze enkel nog wachtte op de formele adviezen van de Raad voor het Verbruik en de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer. Nadat ze die adviezen zou ontvangen hebben, zou het voorontwerp van wet aan de regering worden voorgelegd om het nadien in te dienen in het parlement.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot dit wetsontwerp? Wanneer kan het besproken worden in het parlement? Wat is de inhoud van de adviezen van de Raad voor het Verbruik en de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer? Wordt aan hun verzuchtingen tegemoet gekomen?

In het voorontwerp van wet krijgt de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer een spilfunctie, met heel wat nieuwe taken, zoals het beoordelen van de toelaatbaarheid van negatieve bestanden. De commissie moet kijken of er een redelijke verhouding bestaat tussen de doelstelling van de lijst en de gevolgen van de registratie voor de consument. De commissie zal hierbij ook de criteria voor registratie op een zwarte lijst a priori beoordelen. Zal de commissie hiertoe extra middelen krijgen?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van minister Van den Bossche.

Met betrekking tot het door mij opgestelde voorontwerp van wet betreffende de omkadering van de negatieve lijsten werd een advies verleend door de Commissie voor de bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer op 12 juli 2006. De Raad voor het Verbruik bracht een advies uit op 7 september 2006.

De Commissie voor de bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer stelt in haar advies dat het ontwerp de noodzaak en de legitimiteit erkent om de negatieve of `zwarte' lijsten te regelen via wettelijke bepalingen, zoals trouwens door de Commissie reeds in eerdere van haar adviezen noodzakelijk werd geacht. De aanbevelingen die de Commissie in haar advies opneemt, hebben algemeen genomen tot doel de tekst van het voorontwerp te verduidelijken of aan te vullen. Dat is de reden waarom er in grote mate rekening zal worden gehouden met de opmerkingen van de Commissie en de ontwerptekst daaraan zal worden aangepast.

Momenteel leggen mijn diensten de laatste hand aan het voorontwerp van wet, onder meer aan de hand van de adviezen die werden verleend door de Commissie voor de bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer en de Raad voor het Verbruik. Het ontwerp zal de komende weken binnen de schoot van de regering worden besproken, zodat het na goedkeuring door de Ministerraad vrij spoedig kan worden ingediend bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.

In het voorontwerp wordt aan de Commissie voor de bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, omwille van haar deskundigheid, inderdaad een fundamentele rol toegekend. Met name wordt de concrete beoordeling van de toelaatbaarheid van bepaalde negatieve lijsten aan de Commissie opgedragen. Nochtans kadert deze door het voorstel uitgewerkte opdracht volledig in de bestaande algemene taken van de Commissie, en zal de bevoegdheid inzake negatieve lijsten een eerder beperkte invloed hebben op de bestaande menselijke en materiële middelen.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Het probleem van de zwarte lijsten is belangrijk voor de bescherming van de consumenten, producenten en toeleveranciers. Ik geef een concreet voorbeeld. Bij het begin van de winter circuleren zwarte lijsten bij de stookolieleveranciers. De consumenten weten niet dat zij op deze lijsten staan. Stookolieleveranciers weigeren soms stookolie te leveren aan consumenten omdat zij op een bepaald ogenblik als slechte betaler op de lijst zijn terechtgekomen. De consumenten hebben daartegen geen verweer. Een dergelijke toestand is ontoelaatbaar. Ik vind dan ook dat een degelijke regeling wat lang op zich laat wachten.