Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-69

ZITTING 2005-2006

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-5090 van de heer Beke d.d. 12 mei 2006 (N.) :
Geneeskundige verstrekkingen. — Uitgaven. — Aanbevelingen van het Rekenhof. — Inhaalbedragen.

De laatste jaren ging veel aandacht uit naar de toename van de uitgaven voor geneeskundige verstrekkingen onder druk van de vergrijzing en de stijgende kostprijs van nieuwe behandelingswijzen. Beslissend is het uitgavenpeil dat jaarlijks wordt toegestaan in de begroting. De wetgever legde daarvoor vanaf 1994 een groeimarge op. Sinds 1999 is deze groeimarge meermaals verruimd, zowel door de groeinorm te verhogen als door grote bedragen aan  uitzonderlijke  uitgaven boven de groeinorm te aanvaarden. Zonder die ingrepen hadden de jaarlijkse uitgaven nu ongeveer 3 miljard euro lager moeten liggen. Bovendien volstonden de ingrepen niet om te beletten dat de verschillende sectoren de hen toegewezen begroting substantieel overschreden.

Het Rekenhof besloot daarom te onderzoeken in welke mate tijdens de periode 1999-2004 de voorwaarden waren vervuld om de uitgaven via de begroting doelmatig te kunnen beheersen. Het onderzoek gebeurde op drie niveaus : de instrumenten voor de uitgavenbeheersing, de rol van de actoren en de gebruikte gegevens om de uitgaven te ramen en op te volgen. De bevindingen werden daarna getoetst aan de wijzigingen die gelden vanaf de opmaak en opvolging van de begroting 2006 en die op 17 september 2005 zijn doorgevoerd krachtens een machtiging aan de regering om in plaats van de wetgever maatregelen te nemen om de uitgaven onder controle te krijgen.

Het Rekenhof koppelt aan zijn verslag een aantal globale vaststellingen en formuleert ook een aantal aanbevelingen.

Zo wordt aanbevolen de inhaalbedragen van de ziekenhuizen voor de begrotingsjaren 1999-2001 zo vlug mogelijk vast te stellen. Bovendien wordt aanbevolen alle inhaalbedragen op te nemen in de jaarlijkse globale begrotingsdoelstellingen. Indien die inhaalbedragen geen deel uitmaken van de begrotingsdoelstelling wordt het beeld over de evolutie van de verzekeringsuitgaven vertekend.

Zal de geachte minister de inhaalbedragen laten vaststellen en laten opnemen in de jaarlijkse globale begrotingsdoelstellingen ?