3-187

3-187

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 9 NOVEMBRE 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Karim Van Overmeire au ministre des Affaires étrangères sur «les négociations d'adhésion avec la Turquie et le rapport d'évaluation 2006 de l'Union européenne» (nº 3-1266)

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Gisteren verscheen het EU-voortgangsrapport `Turkije 2006' omtrent de inspanningen die door Turkije werden geleverd - of beter gezegd vooral niet werden geleverd - in het kader van de toetredingsonderhandelingen tot de EU die met dat land worden gevoerd. Dat rapport is, zoals verwacht, erg negatief voor Turkije. De lijst van grieven die in de weg staan van het Turkse lidmaatschap is erg lang en bevat bovendien fundamentele aspecten zoals mensenrechten, persvrijheid, folterpraktijken, bescherming van minderheden, vrije meningsuiting, vrouwen- en vakbondsrechten, corruptie, de positie van het leger en niet te vergeten de kwestie-Cyprus. In het rapport wordt gemeld dat er in dit laatste dossier geen enkele vooruitgang is geboekt, hoewel er in 2005 was gesteld dat zeker op dit vlak vooruitgang moest worden gemaakt om de onderhandelingen te kunnen voortzetten, onder meer door Cypriotische schepen en vliegtuigen toe te laten tot het Turkse territorium.

De Europese Commissie, gisteren in vergadering bijeen, heeft beslist zich niet uit te spreken over dit dossier en de zaak door te schuiven naar de Europese Top van staats- en regeringsleiders van 14 december 2006.

Intussen liet de Turkse premier als reactie hierop weten dat de onderhandelingen gewoon moeten voortgaan en doet hij alsof er niets aan de hand is. Hij blijft in het vage wat artikel 301 betreft, maar inzake de kwestie Cyprus is hij bijzonder duidelijk en stelt hij dat Turkije absoluut niet van plan is om in te gaan op de voorwaarden die de Europese Unie stelt.

Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om de toetredingsonderhandelingen op te schorten of zelfs stop te zetten. Ook de Duitse bondskanselier Merkel is die mening toegedaan.

Europees commissaris Louis Michel daarentegen laat weten dat niet Turkije, maar wel de Europese Unie een inspanning moet doen opdat dat land lid zou kunnen worden van de EU.

Er is hier een probleem van geloofwaardigheid en ik ben niet de eerste die dat zegt. De Europese Unie heeft zich destijds bereid verklaard te onderhandelen om Turkije als Europese lidstaat op te nemen op voorwaarde dat Turkije aan een aantal concrete voorwaarden voldoet. We stellen nu vast dat Turkije de vooropgestelde deadline voor de vervulling van de vereiste voorwaarden niet haalt en dat de onderhandelingen toch gewoon worden voortgezet. De Europese Unie mag haar geloofwaardigheid niet in het gedrang brengen.

Welke voorwaarden moet Turkije tegen 14 december vervuld hebben voor de Belgische regering, zowel in het algemeen als heel specifiek in de kwestie-Cyprus, opdat de toetredingsonderhandelingen kunnen worden voortgezet?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. -

Het is duidelijk dat wij hierover van mening verschillen en - net als u wellicht - blijf ook ik bij mijn standpunt.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Het zou wel eens kunnen dat we in de toekomst in een situatie komen waarbij hetzij mijn mening, hetzij uw mening, niet meer relevant is.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Het zou zelfs kunnen dat geen van ons beider meningen relevant is, maar als één van beide meningen het van de andere moet halen, zal ik er toch voor ijveren dat het de mijne is en niet de uwe. Aangezien we in hetzelfde kiesgebied wonen, zullen we elkaar in de aanloop naar de verkiezingen in dat verband nog ontmoeten.

De Commissie stelt vast dat Turkije in 2006 zijn hervormingsprocessen heeft voortgezet, maar dat het tempo vertraagd is. Ik betreur deze vertraging, maar we mogen de gigantische stappen die Turkije in de afgelopen vijf jaar heeft gedaan, zowel op politiek als op economisch vlak niet uit het oog verliezen. Turkije is in de voorbije vijf jaar meer veranderd dan in de zeventig jaar die daaraan voorafgingen.

We moeten ons ook voor de geest houden dat het toetredingsproces een dynamisch proces is dat moet geëvalueerd worden over een relatief lange termijn. Turkije zal moeten voldoen aan alle Kopenhagencriteria op de dag van de eventuele toetreding. Men verwacht dat die onderhandelingen nog minstens tien jaar zullen duren.

De Commissie zal relevante aanbevelingen formuleren in de aanloop van de Europese Raad van 14 en 15 december 2006 indien Turkije zijn verplichtingen, met name in verband met het Ankaraprotocol, niet is nagekomen. De Commissie voegt daaraan toe dat dit gevolgen zal hebben voor het toetredingsproces zonder te preciseren welke.

Het is van belang dat de onderhandelingen tussen Turkije en het Finse voorzitterschap in dit dossier momenteel onverstoord kunnen worden voortgezet. Het is evident dat de beslissing die op 14 en 15 december moet worden genomen een politieke beslissing is.

Onze benadering is dubbel. We zullen erop aandringen dat beide partijen, zowel Cyprus als Turkije stappen doen om het aanhoudende meningsverschil rond Cyprus op te lossen. We willen er ook voor zorgen dat de onderhandelingen kunnen voortgaan, maar ondertussen moeten ook de hervormingen in Turkije verder worden doorgevoerd.

Ik heb mijn collega Gül vorige week in Turkije ontmoet. Ik heb hem aangespoord om werk te maken van een aantal hervormingen onder meer wat betreft artikel 301 van het Strafwetboek en het negende hervormingsprogramma dat onder andere slaat op het probleem van de stichtingen. Het gaat erom dat andere godsdiensten dan de islam op dit ogenblik geen eigendommen kunnen verwerven in Turkije. We willen dat die discriminatie wordt opgeheven.

We zullen het dossier aandachtig blijven volgen. Het standpunt van de regering zal niet zomaar wijzigen omdat het een bijzonder belangrijke geostrategische aangelegenheid betreft, waarvan het belang in het licht van de recente ontwikkelingen alleen nog kan toenemen.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. De kans is eerder klein dat we inzake het lidmaatschap van Turkije ooit hetzelfde standpunt zullen delen.

Het gaat hier evenwel niet over het lidmaatschap, maar wel over de attitude van een kandidaat-lidstaat. Er is een fundamenteel verschil met de manier waarop andere lidstaten zich hebben voorbereid op hun lidmaatschap van de EU. Polen heeft bijvoorbeeld hard onderhandeld over landbouw. Maar de attitude was in het algemeen: we willen lid worden, zeg ons wat de voorwaarden zijn zodat we daaraan kunnen voldoen, eventueel met de hulp van de EU. De houding van Turkije is helemaal anders. Turkije lijkt ervan uit te gaan dat het recht heeft om lid te worden, maar dan op hun voorwaarden en de kwestie Cyprus mag geen deel uitmaken van de toetredingsvoorwaarden.

Ik vind uw historische perspectief zeer interessant. In de laatste vijf jaar kan er inderdaad veel gebeurd zijn, maar na tachtig jaar oriëntatie op het westen zit de Kemalistische stroming volledig in het defensief.

Na tachtig jaar bijna geforceerde verwestersing, wordt dit proces op de helling geplaatst. Grote stromingen binnen de Turkse samenleving zijn hun oriëntatie op Europa aan het verliezen.

Hoe oprecht zijn de hervormingen die overigens vooral van Kemalistische zijde worden gevraagd? Artikel 301 en de kwestie-Cyprus zijn taboe voor de Kemalisten, die in feite onze bondgenoten zouden moeten zijn.

Siegfried Bracke vroeg gisteren aan de minister of dit geen avontuur is waaraan we nooit hadden moeten beginnen. Ik ben het daarmee eens. Ongeacht de strategische positie van Turkije, is de poging om van dat land een lidstaat van de Europese Unie te maken, een vergissing.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - De heer Van Overmeire weet dat de vragen die een journalist stelt niet altijd zijn mening weerspiegelen.

Toen Cyprus in 2004 toetrad tot de Europese Unie, heeft de EU een pakket maatregelen goedgekeurd voor Noord-Cyprus, het Turkse deel dus.

Ten eerste werd het vrije verkeer langs de groene lijn die het eiland sinds 1974 verdeelt grotendeels gerealiseerd.

Ten tweede heeft de EU financiële maatregelen goedgekeurd ten bedrage van 265 miljoen euro. Grieks-Cyprus heeft heel lang gedraald met de goedkeuring van de projecten waarvan er nu toch enkele kunnen worden uitgevoerd.

Ten derde heeft de EU maatregelen gevraagd waardoor Noord-Cyprus normale handelsbetrekkingen met de buitenwereld kan onderhouden. Daarvan komt niets terecht.

De binding met het Ankaraprotocol is duidelijk. Cyprus heeft het internationale recht aan zijn kant. De maatregelen van 2004 behoren tot het politieke acquis communautaire. De EU-lidstaat Cyprus weigert mee te werken aan de verwezenlijking ervan. In feite gaat het om heel eenvoudige maatregelen zoals de openstelling van de haven van Famagusta en van de luchthaven. Op het ogenblik kan niet rechtstreeks op Noord-Cyprus worden gevlogen.

Het gelijk komt niet van een kant. Beide partijen zouden stappen moeten zetten om het conflict op te lossen.