Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-67

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-5130 van mevrouw Van de Casteele d.d. 19 mei 2006 (N.) :
Fertiliteitsbehandelingen. — Terugbetaling van gonadotrofines. — Voorstel van de Commissie terugbetaling geneesmiddelen.

In zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 3-4289 (Vragen en Antwoorden, Senaat, 2005-2006, nr. 3-60 en nr. 3-66) stelde de geachte minister dat hij zich akkoord verklaard had met een voorstel van de Commissie terugbetaling geneesmiddelen (CTG), dat geen twee derde meerderheid had behaald, omtrent een groepsgewijze herziening van de gonadotrofines. Elke maand uitstel zou, volgens een werkgroep van de CTG, met een verlies van 500 000 euro per maand gepaard gaan.

Tezelfdertijd stelde hij verder te willen gaan door het gemiddeld gebruik van gonadotrofines per IVF cyclus te contingenteren en onder voorbehoud van een daling met 12 % van recombinant gonadotrofines, de terugbetaling toe te laten van alle soorten gonadotrofines, voorgeschreven door gynecologen die een overeenkomst hebben afgesloten met een fertiliteitscentrum.

Gonadotrofines zullen alleen nog door ziekenhuisapotheken kunnen verdeeld worden en het voorschrijfgedrag zou geregistreerd worden door het college van geneesheren.

De besparing die dit zou opleveren, werd door de gachte minister op 6 miljoen euro geraamd.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Op welke cijfers heeft de CTG werkgroep zich gebaseerd om de besparing te berekenen van een groepsgewijze herziening en de besparing van het nieuwe voorstel dat vanaf 1 juli 2006 zou ingaan ?

2. Met welke verschuiving van urinaire naar recombinant gonadotrofines werd rekening gehouden ?

3. Welk is het standpunt van de CTG betreffende de voor- en nadelen van beide producten (efficaciteit — veiligheid) en de verantwoording van het prijsverschil ?

4. Een daling van de prijs met 12 % van recombinant gonadotrofines, die nu ongeveer de helft duurder zijn dan de urinaire, kan slechts een besparing betekenen als ook de volumes sterk worden verminderd. Zullen de patiŽntes daarvan niet de dupe zijn ?

5. Welk is het gemiddeld aantal eenheden gonadotrofines per IVF-cyclus op basis van de meest recente gegevens ?

6. Welk is het contingent dat zal gefinancierd worden per cyclus ?

7. Van hoeveel cycli per jaar gaan de ramingen uit ?

8. Vanaf 1 juli 2006 zullen geneesmiddelen in ziekenhuizen grotendeels forfaitair gefinancierd worden. Zou voor IVF een forfait per cyclus daarom niet logischer zijn ?

9. Kunnen ziekenhuizen zelf onderhandelen met producenten van deze produkten om bijkomende kortingen te krijgen ? Zal de druk om exclusieve testcontracten af te sluiten niet groot zijn ?

10. Hoe zullen non-IVF behandelingen vanaf 1 juli 2006 worden terugbetaald ?

11. Op welke manier werd in de cijfers rekening gehouden met de buitenlandse patiŽnten waarvoor geen terugbetaling bestaat ?

Antwoord : De antwoorden op de vragen zijn terug te vinden in de notificatie van de beslissing van de minister, onder de rubriek motivering.

1. Het is een tamelijk technische materie, maar de cijfers zijn beschikbaar in de officiŽle notificatie die ik u als bijlage geef. Ik verwijs meer bepaald naar punt IV.4 van dit document. Samengevat heeft de CTG rekening gehouden met het aantal cycli, met de gemiddelde beperking tot 2500 IU per cyclus, met daling van de prijs met 12 % van de recombinanten en met verschillende hypothesen omtrent de verhoudingen tussen voorschriften voor urinaire en voorschriften voor recombinante gonadotrofines, die variŽren tussen 60 % recombinanten en 95 % recombinanten. Aldus komen ze tot een marge die inderdaad aansluit bij 6 miljoen euro besparingen per jaar.

2. Zie RIZIV budget scenario 1 en 2. Zoals ik daarnet zei : tussen 60 % en 90 % recombinanten.

3. Zie punt IV.5 in de notificatie in bijlage. De recombinante gonadotrofines kosten mťťr aan de ziekteverzekering dan de urinaire gonadotrofines. Een groep van geraadpleegde Belgische professoren in fertiliteit formuleerde voor het RIZIV de volgende therapeutische meerwaarde van recombinante gonadotrofines in vergelijking met de urinaire gonadotrofines :

i) mťťr toedieningscomfort mogelijk door het pen-systeem;

ii) betere dosistitrage mogelijk;

iii) ę batch-to-batch consistency Ľ.

4. Zie punt IV.3. De besparing is eerst en vooral verbonden aan de beperking van het aantal cycli. Ik herinner u eraan dat de laboratoriumkosten voor IVF terugbetaald werden en de toegankelijkheid dus verbeterd is. Het is niet onzinnig om de terugbetaling tot 6 cycli te beperken, daar de slaagkansen boven dit aantal sterk afnemen. In het nieuwe systeem zullen er ook minder verspillingen zijn. Tot slot oordelen de deskundigen dat er minder hard gestimuleerd moet worden. Omwille van al deze redenen, zijn we niet van mening dat de patiŽnten hier de dupe van zullen zijn, eens te meer daar er tussen de patiŽnten een solidariteitssysteem zal spelen (het is de gemiddelde consumptie die 2500 IU moet bedragen).

5. Voor IVF 2700 IE in 2004 (informatie afkomstig van Prof. Dr. Luc DELBEKE — UZ Antwerpen).

6. IVF : gemiddeld 2500 IE per cyclus, berekend per centrum, per 12 maanden.

7. IVF 15 500; niet IVF zie punt IV.4.

8. We bestuderen deze hypothese. Nochtans is ze complexer dan ze lijkt. Er dient opgemerkt te worden dat het systeem dat voor de gonadotrofines werd ingevoerd, reeds een enorme innovatie is, en dat de gevolgen hiervan voldoende geŽvalueerd moeten worden. Niettemin overweeg ik ernstig om tenminste voor de geneesmiddelen een globale forfaitarisering in te voeren. De maatregel wordt bestudeerd. De wettelijke basis voor het forfaitariseren van IVF behandelingen bestaat sinds eind 2005.

9. De mogelijkheden die er vandaag reeds zijn tot onderhandeling over de prijs, blijven in de toekomst bestaan.

10. In uitvoering van de groepsgewijze herziening zullen non-IVF behandelingen binnen een strikter kader vergoed worden. Gezien de noodzakelijke begeleidende maatregelen die moeten getroffen worden en gezien de wijziging die dit in dagdagelijkse praktijk met zich zal meebrengen, lijkt het opportuun om de inwerkingtreding niet in volle vakantieperiode te plannen.

11. Bij de berekening van de budgetimpact werd uitgegaan van vergoedbare IVF-cycli zie pt IV.4. PatiŽnten uit het buitenland vallen buiten het RIZIV budget en moesten dus niet in aanmerking genomen worden bij de berekening.