Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-67

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4267 van mevrouw Van de Casteele d.d. 2 februari 2006 (N.) :
Geneesmiddelen. — Referentieterugbetaling. — Toepassing inzake orale bisfosfonaten.

Het koninklijk besluit van 17 september 2005 voert het principe in van geplafonneerde remgelden binnen eenzelfde chemisch-therapeutische klasse geneesmiddelen wanneer er minstens één generisch geneesmiddel of kopie in die klasse is opgenomen.

De orale specialiteiten alendronaat en natrium risedronaat voor de behandeling van (postmenopauzale) osteoporose zijn in dit besluit opgenomen ondanks het feit dat de enige goedkopere kopie binnen dezelfde groep pamidronaat is, dat enkel intraveneus kan worden toegediend.

De patiėnten hebben hier dus geen mogelijkheid om te kiezen voor een goedkoper alternatief en moeten sinds 1 november een hoger remgeld betalen.

Het systeem van de referentieterugbetaling is een zachte dwang om goedkopere alternatieven voor te schrijven of te laten voorschrijven. In het geschetste geval kan dit evenwel niet.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Gaat het hier niet om een verkeerde toepassing van de referentieterugbetaling ?

2. Vreest de geachte minister niet dat voor een aantal mensen de toegang tot dit geneesmiddel zal worden afgeremd of de therapietrouw verminderd ?

Antwoord : Het referentieterugbetalingssysteem wordt toegepast als een generisch alternatief met hetzelfde werkzaam bestanddeel (of dezelfde werkzam bestanddelen) opgenomen wordt op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten. In tegenstelling tot vroeger wordt geen rekening meer gehouden met de dosering van het werkzaam bestanddeel of met de galenische vorm.

Dit principe geldt ook bij de besparingsmaatregel « verhoogd remgeld » (« ATC 4e niveau »), maar bovendien wordt hier geen rekening gehouden met het werkzaam bestanddeel op zich, maar met de therapeutische klasse. Voor farmaceutische specialiteiten die tot een therapeutische klasse van geneesmiddelen behoren waarbinnen minstens een generisch alternatief vergoedbaar is, gelden hogere remgeldplafonds voor de categorieėn B en C. Er wordt immers aangenomen dat de verschillende werkzame bestanddelen binnen een welbepaalde therapeutische klasse (het zogenaamde « ATC 4e niveau »), een vergelijkbaar effect hebben. Dit betekent dat een hoger remgeld toegepast kan worden als de originele specialiteit nog niet opgenomen is in het referentieterugbetalingssysteem.

Het referentieterugbetalingssysteem voorziet een aantal uitzonderingen binnen de groep van geneesmiddelen met een zelfde werkzaam bestanddeel, namelijk op grond van een verschil qua ATC code (5e niveau) tussen de originele specialiteit en het generische alternatief of een aangetoonde meerwaarde van de originele specialiteit ten opzichte van het generische alternatief en voor injecteerbare vormen (een injecteerbare originele specialiteit wordt slechts opgenomen in de referentieteragbetaling op voorwaarde dat er een injecteerbaar generisch alternatief bestaat).

De maatregel « verhoogd remgeld » (« ATC 4e niveau ») daarentegen voorziet momenteel geen uitzonderingen.

Ik ben mij ervan bewust dat door de toepassing van een dergelijke algemene maatregel, een aantal patiėnten verplicht wordt een hoger remgeld te betalen ondanks het feit dat er geen vergoedbaar generisch alternatief bestaat met hetzelfde werkzaam bestanddeel. Daarom heb ik opdracht gegeven om na te gaan hoe men eventuele uitzonderingen op een objectieve en transparante manier kan definiėren.

Wat de orale bisfosfonaten betreft zou ik willen melden dat de Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen momenteel een aanvraagdossier tot vergoedbaarheid behandelt voor een eerste generiek. Na ontvangst van het definitief gemotiveerd advies van deze Commissie zal ik binnen de wettelijk voorziene termijn een gemotiveerde beslissing nemen (in principe ten laatste op 5 augustus 2006).