Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-62

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4034 van mevrouw Van de Casteele d.d. 5 januari 2006 (N.) :
Federale en programmatorische overheidsdiensten. — Onderhoud gebouwen. — Outsourcing.

Privé-bedrijven besteden steeds meer onderhoudstaken uit aan schoonmaakbedrijven, omdat het besef groeit dat onderhoud een vak apart is waarbij expertise een belangrijke rol speelt. Het voordeel is vaak dat de kwaliteit van de dienstverlening hoger is, meer flexibiliteit kan geboden worden en de kosten beter onder controle kunnen gehouden worden.

Bovendien gaat het over een heel specifiek arbeidssegment waar veel laaggeschoolden en allochtone werknemers aan het werk zijn en veel deeltijdse arbeid buiten de normale arbeidsuren gepresteerd wordt.

Bij de overheid worden die onderhoudstaken veelal in eigen beheer uitgevoerd.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoeveel onderhoudspersoneel staat in voor het onderhoud van de kantoor- en andere ruimtes van de diensten die onder de bevoegdheid vallen van de geachte minister. Volgens welke dienstregeling werken zij ?

2. Welk is het niveau, geslacht en leeftijd van dit personeel ?

3. Welk is het percentage ziekteverzuim onder hen ?

4. Volgens welke loonschalen worden deze mensen vergoed ?

5. Kan de geachte minister cijfers meedelen betreffende het personeelsverloop ?

6. Hoe ziet zij de personeelsevolutie over de periode 2010-2030 ?

7. Hoe staat zij tegenover de vraag naar outsourcing van deze dienst ? Zou dit geen kostenreductie meebrengen ?

Antwoord : In antwoord op haar vraag heb ik de eer het geachte lid volgende inlichtingen mee te delen, betreffende de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid.

De gebouwen die betrokken worden door de ambtenaren van de FOD Sociale Zekerheid worden schoongemaakt door zowel privé-bedrijven als door eigen werknemers. Begin juli 2005 waren er 34 personeelsleden in dienst die effectief instonden voor het onderhoud van de kantoren en andere ruimtes van de diensten van de FOD Sociale Zekerheid. Van deze 34 personeelsleden had slechts 1 persoon een contract van bepaalde duur, de overige personen hadden een contract van onbepaalde duur. Het aantal voltijds equivalent (FET) bedraagt 25,5. Daarnaast heeft de FOD Sociale Zekerheid verscheidende contracten afgesloten met private firma's voor de schoonmaak van de kantoren. Deze private firma's staan in voor de schoonmaak van 10 600 m2 van de totale oppervlakte van 50 300 m2.

De 34 personeelsleden die instaan voor de schoonmaak zijn in hoofdzaak vrouwelijk. Er zijn 33 vrouwelijke schoonmaaksters en 1 mannelijke. Sedert september is er een tweede mannelijke schoonmaker in dienst. De verdeling van de leeftijd onder het schoonmaakpersoneel wordt weergegeven in volgende tabel :

LeeftijdAantal personeelsleden
20-292
30-397
40-4910
50-5912
60+3

Een schatting van het percentage ziekteverzuim bij het intern schoonmaakpersoneel bedraagt 8 %. Deze cijfers zijn gebaseerd op de aanwezigheidscijfers van de maanden januari en maart 2005.

Het personeel dat instaat voor de schoonmaak van de gebouwen van de FOD Sociale Zekerheid wordt vergoed volgens weddenschaal niveau D.

Exacte cijfers inzake personeelsverloop kunnen we u op dit ogenblik niet geven. Sedert juli 2005 hebben een drietal mensen de dienst verlaten en is er één persoon extra aangeworven.

Inschattingen inzake de toekomstige personeelsevolutie over de periode 2010-2030 zijn gebaseerd op analyses uitgevoerd door de stafdienst B&B (juni 2005) en de daaropvolgende vergadering van het directiecomité, Om de continuïteit en de flexibiliteit van de schoonmaak van de diensten te verzekeren wenst het directiecomité van de FOD Sociale Zekerheid geleidelijk over te schakelen naar een schoonmaakbeleid waarbij de schoonmaak wordt uitbesteed aan een extern privébedrijf. Ziekte, verlof en andere afwezigheden van het schoonmaakpersoneel zorgen voor organisatorisch problemen en bemoeilijken de continuïteit van de schoonmaak, en dit in het bijzonder in de kleine buitendiensten van de FOD. De FOD Sociale Zekerheid zal dan ook geen bijkomende of vervangende aanwervingen van schoonmaakpersoneel doen waardoor op korte termijn de schoonmaak in de buitendiensten wordt uitbesteed en op langere termijn ook de schoonmaak bij de centrale diensten wordt uitbesteed.

Als gevolg van deze beleidswijziging en de leeftijdsstructuur van het schoonmaakpersoneel onder eigen beheer zal het aantal eigen personeel dat instaat voor de schoonmaak dalen. Verwacht wordt dat het aantal eigen schoonmaakpersoneel daalt tot een vijventwintigtal in 2010 en een tiental tegen 2020.

Het huidige schoonmaakbeleid steunt dus op een verdere afbouw van de schoonmaak onder eigen beheer en een verdere uitbesteding van de schoonmaak. Deze beleidsoptie is niet zozeer ingegeven omwille van de (beperkte) kostenbesparing maar wel omwille van de voordelen zoals continuïteit en flexibiliteit bij het uitbesteden van de schoonmaak.