Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-66

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4602 van de heer Beke d.d. 3 maart 2006 (N.) :
Gezondheidsenquête. — Cannabis.

In de recente gezondheidsenquête lees ik dat 13 % van de bevolking tussen 15 en 64 jaar minstens éénmaal een afgeleid product van cannabis gebruikt, dat het gebruik zich vooral situeert bij jonge volwassenen en dat één op vier personen in de leeftijdsgroep van 25 tot 34 jaar beweert ooit cannabis gebruikt te hebben.

Graag ontving ik meer gedetailleerde cijfers, meer bepaald omtrent de volgende vragen :

1. Hoe sterk is het gebruik van cannabis over de verschillende leeftijdscategorieën ?

2. Is er een verschil tussen de geslachten en zo ja, welk ?

3. Is er een verschil tussen de provincies en zo ja, welk ?

4. Is er een verschil tussen gemeenten en steden, rurale versus urbane gebieden en zo ja, welk ?

5. Is er een verschil tussen de gewesten en zo ja, welk ?

6. Is er een verschil tussen het opleidingsniveau en zo ja, welk ?

7. Ik lees ook dat 30 % van de gebruikers cannabis op intensieve wijze gebruikt en dit gedurende minstens 20 van de laatste 30 dagen. Zijn er meer gedetailleerde cijfers beschikbaar over het verdere intensieve gebruik ?

Aanvullend antwoord : Ik heb de eer het geachte lid als volgt te antwoorden.

1. Volgens de gezondheidsenquête vermelden de jongste leeftijdsgroepen de hoogste frequenties van experimenteel cannabisgebruik : 22 % van de jongeren van 14 tot 24 jaar hebben ooit reeds cannabis gebruikt, alsook 25 % van de jongvolwassenen van 25 tot 34 jaar. Boven die leeftijd is er een sterke daling van het experimenteel cannabisgebruik : 11,6 % van de 35 tot 44-jarigen, 4,6 % van de 45 tot 54-jarigen en 2,4 % van de 55- tot 64-jarigen hebben reeds cannabis gebruikt. Deze verschillen tussen de jongste en oudste leeftijdsgroepen zijn significant na standaardisatie voor geslacht.

2. De prevalentie van het experimenteel cannabisgebruik ligt lager bij vrouwen (10 %) dan bij mannen (16 %). Dit verschil is significant na standaardisatie voor leeftijd.

3. We beschikken niet over cijfers met betrekking tot de verschillen tussen provincies.

4. Het aantal inwoners van stedelijke gemeenten dat met cannabis experimenteerde (17 %), ligt hoger dan in halfstedelijke (12 %) en landelijke gemeenten (10 %). Dit verschil is significant na standaardisatie voor leeftijd en geslacht.

5. Het percentage personen dat met cannabis heeft geëxperimenteerd, ligt hoger in het Brussels Gewest (22 %) dan in het Vlaams (12 %) en Waals (12 %) Gewest. Het verschil tussen Brussel enerzijds, en de twee andere gewesten anderzijds, is significant na standaardisatie voor leeftijd en geslacht. Bovendien zijn in Brussel de verschillen die op basis van het opleidingsniveau worden vastgesteld meer uitgesproken dan op nationaal niveau : 6 % van de personen met een diploma lager onderwijs verklaren reeds cannabis gebruikt te hebben tegenover 29 % van de personen met een diploma hoger onderwijs. Overigens wordt er in Wallonië geen verschil vastgesteld op basis van opleidings- en verstedelijkingsgraad tussen de prevalenties van het experimenteel cannabisgebruik. In het Vlaams Gewest zijn de trends die op basis van verschillende sociodemografische indicatoren worden vastgesteld daarentegen vergelijkbaar met deze op het nationale niveau.

6. Het percentage personen dat met cannabis geëxperimenteerd heeft, neemt toe met het opleidingsniveau : dit percentage bedraagt 7 % bij de personen zonder diploma of met een diploma lager onderwijs en stijgt tot 16 % bij de personen met een diploma hoger onderwijs. De verschillen tussen de opleidingsniveaus zijn significant na standaardisatie voor leeftijd en geslacht.

7. Mannen gebruiken vaker en intensiever cannabis dan vrouwen : 4,4 % van de mannen van 15 tot 64 jaar hebben de voorbije 30 dagen cannabis gebruikt, en 45 % van hen hebben in die 30 dagen gedurende 10 dagen of meer cannabis gebruikt. Deze percentages bedragen bij de vrouwen respectievelijk 1,7 % en 41 %. In het Brussels Gewest hebben 50 % van de huidige gebruikers in die 30 dagen gedurende 10 dagen of meer cannabis gebruikt. Dit percentage is vergelijkbaar met het in het Waals Gewest vastgestelde percentage (52 %), maar ligt hoger dan het percentage voor het Vlaams Gewest (38 %).