Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-66

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-1001 van de heer Mahoux d.d. 28 juni 2004 (Fr.) :
NMBS. — Veiligheidsplan. — Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten. — Naleving.

Toen de gedelegeerd bestuurder van de NMBS op 5 mei 2004 het plan voorstelde om de veiligheid op het net van de NMBS te verhogen, werd uitdrukkelijk aangekondigd dat de bewakingsdienst van de NMBS (B-Security) vanaf 1 juli 2004 meer middelen en bevoegdheden zou krijgen.

Dat actieplan bepaalt onder meer dat de veiligheidsagenten processen-verbaal kunnen opmaken voor iedere overtreding van het NMBS-reglement, identiteitscontroles uitvoeren, beschikken over handboeien en traangassprays, gewelddadige personen opsluiten in een lokaal, enz.

Hoewel het doel volstrekt verdedigbaar is, aangezien het past in het raam van een verhoogde veiligheid van de reizigers en het begeleidingspersoneel, is het toch zeer de vraag of een dergelijke overdracht van bevoegdheden, waarvan de meeste totnogtoe tot de politiediensten behoren, niet kan leiden tot ontsporingen en een aantasting van de fundamentele democratische rechten van de burgers. Te vrezen valt immers dat die maatregelen de gewelddaden tegen bewakingsagenten alleen maar zullen aanwakkeren en leiden tot pijnlijke incidenten waar ook reizigers bij betrokken zijn.

Onlangs heeft het Parlement trouwens een wijziging goedgekeurd van de wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, die het toepassingsgebied ervan verruimt (wet van 7 mei 2004). De memorie van toelichting (stuk Kamer nr. 50-2328/1, blz. 5) vermeldt het volgende : « Het is geenszins de bedoeling om de private bewakingssector enig overheidsgezag of politionele bevoegdheden toe te kennen of taken toe te vertrouwen waarvan geoordeeld wordt dat zij essentieel politioneel dienen te blijven, zoals : (...) taken die de uitoefening van dwang met zich meebrengen, taken die de uitoefening van geweld (met uitzondering van de wettige verdediging) inhouden, taken die vrijheidsbeperkende maatregelen inhouden, (...) taken die door hun symboolwaarde de indruk wekken dat de beoefenaars ervan met enig overheidsgezag zijn bekleed. »

Zijn de opsluiting, het dragen van handboeien en van traangasspray, het vaststellen van overtredingen bij proces-verbaal geen maatregelen die indruisen tegen de geest van de wet van 10 april 1990, die de bewaking als een preventief en niet-repressief instrument beschouwt ?

Om erop toe te zien dat de ruime definitie van bewaking niet tot ondoordachte toepassingen leidt, heeft de wetgever een grendel ingebouwd om te bevestigen dat de exclusieve bevoegdheden van de vertegenwoordigers van het openbaar gezag steeds voorgaan. Daarom moet in voorkomend geval een wetsbepaling die exclusiviteit telkens opnieuw opheffen om de bewakingssector bevoegd te maken.

Is het overigens niet heel voorbarig om een dergelijk veiligheidsplan te willen toepassen op de veiligheidsagenten van de MIVB, de TEC en De Lijn, terwijl het ontwerp voor de NMBS nog niet van toepassing is en de gevolgen dus nog niet geëvalueerd kunnen worden ?

Ik zou dan ook graag uw mening hierover kennen en in het bijzonder vernemen welke maatregelen genomen zullen worden om erop toe te zien dat een zo groot mogelijke veiligheid in het openbaar vervoer niet ten koste gaat van het naleven van de wettelijke bepalingen en de democratische beginselen.

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

Via de programmawet van 27 december 2004 werd een bijzondere wettelijke regeling voor de veiligheidsdiensten van de openbare vervoersmaatschappijen opgenomen in de wet private veiligheid.

Deze regeling kent de leden van deze veiligheidsdiensten bijzondere bevoegdheden toe : zij kunnen onder welbepaalde voorwaarden identiteitscontroles uitvoeren, personen staande houden, veiligheidsfouilles uitvoeren en een neutraliserende spray en handboeien gebruiken.

De wetgever heeft een strikt onderscheid gemaakt tussen de private bewakingsondernemingen en -diensten en de veiligheidsdiensten van openbare vervoersmaatschappijen. Bewakingsagenten hebben, in tegenstelling tot veiligheidsagenten, geen bijzondere bevoegdheden.

Daarom werd ook de naam van de wet gewijzigd in de wet tot regeling van de private « en bijzondere » veiligheid. Met deze laatste categorie worden de veiligheidsdiensten van de openbare vervoersmaatschappijen geviseerd.

Hoewel veiligheidsagenten tevens de bevoegdheid hebben van bewakingsagent, is wettelijk voorzien dat het omgekeerde niet het geval kan zijn.

Een veiligheidsdienst kan ook enkel in de schoot van de openbare vervoersmaatschappij en met eigen personeel georganiseerd worden.

Deze veiligheidsdiensten kunnen slechts opgericht worden op initiatief van de voogdijminister van de betrokken maatschappij. Zij moeten tevens een vergunning bekomen van de minister van Binnenlandse Zaken. Deze vergunning wordt slechts afgegeven nadat gebleken is dat de veiligheidsdienst aan alle wettelijke voorwaarden voldoet.

In tegenstelling met wat het geachte lid vreest, gaat het hier niet om ruime of wazig geformuleerde bevoegdheden. De bevoegdheden zijn zeer gedetailleerd omschreven, duidelijk afgebakend en onderworpen aan een aantal strikte uitvoeringsvoorwaarden.

Om de controle op de toepassing van deze bevoegdheden doeltreffend te laten verlopen werd voorzien in diverse maatregelen.

De belangrijkste is een dubbel controledispositief : zowel de inspectie van Binnenlandse Zaken als het Comité P zijn in deze bevoegd.

Daarnaast moeten de veiligheidsagenten, telkens wanneer ze van een van deze mogelijkheden gebruik maken, aan de betrokkene een formulier overhandigen waarbij hij in kennis gesteld wordt van zijn rechten en de instanties waar hij desgevallend klacht kan neerleggen.