3-167

3-167

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 1er JUIN 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Lionel Vandenberghe à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur «la reconnaissance du bouddhisme en tant que religion non confessionnelle» (nº 3-1154)

Question orale de Mme Mia De Schamphelaere à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur «la reconnaissance officielle du bouddhisme» (nº 3-1159)

Mme la présidente. - M. Christian Dupont, ministre de la Fonction publique, de l'Intégration sociale, de la Politique des grandes villes et de l'Égalité des chances, répondra.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - De Belgische boeddhisten hebben een aanvraag gedaan om officieel te worden erkend als `niet-confessionele religie'. Ze baseren zich hiervoor op de argumentatie die de vrijzinnigheid heeft gebruikt om als levensbeschouwing wettelijk erkend te worden.

Het bezoek van de dalai lama aan ons land zal zeker het boeddhisme in de belangstelling brengen. De geestelijke leider werd vanochtend in de Senaat ontvangen en ik dank de voorzitter voor dat initiatief. Het verheugt me ook dat zoveel parlementsleden de ontmoeting hebben bijgewoond. Na zijn bezoek aan Hoei wordt de dalai lama eerstdaags verwacht in het Sportpaleis in Antwerpen, dat helemaal is uitverkocht.

De voorbije maanden is gebleken dat onze bevolking nood heeft aan diepgang, bezinning en spiritualiteit. Dat zijn waarden die bijdragen tot de geestelijke gezondheid van een gemeenschap.

Weliswaar is dat een materie waarvoor de federale en gemeenschapsministers van Volksgezondheid bevoegd zijn, maar ook de minister van Justitie kan een steentje bijdragen.

Welke procedure volgt de minister van Justitie voor de erkenning van het boeddhisme en wanneer zal ze een antwoord geven op de aanvraag tot erkenning?

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Voor ik mijn mondelinge vraag stel, zou ik graag vernemen hoeveel ministers ons vandaag werkelijk te woord zullen staan voor de twaalf vragen die hier gesteld worden.

Als de mondelinge vragen zoals de vragen om uitleg door één minister of staatssecretaris worden beantwoord, dan hoeft het voor mij niet meer. Dan stel ik me tevreden met een antwoord per e-mail.

De voorzitter. - Heel wat ministers zijn op de Europese top in Luxemburg en kunnen dus niet aanwezig zijn in de Senaat, noch in de Kamer.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Dan hoop ik tenminste een degelijk voorbereid antwoord te krijgen.

Onlangs heeft de Boeddhistische Unie van België volgens ons volkomen terecht bij de regering een aanvraag ingediend om het boeddhisme officieel te erkennen en te subsidiëren wegens de talrijke sociale taken die haar vertegenwoordigers op zich nemen, zoals informatie en begeleiding in scholen, verenigingen, ziekenhuizen en zelfs gevangenissen.

Volgens de Unie kan het boeddhisme op zo'n 80.000 aanhangers in België rekenen.

Alle activiteiten van de Unie worden uitgevoerd door vrijwilligers, wat op termijn evenwel onhoudbaar is.

Daarom had ik graag vernomen of de minister de vraag van de Boeddhistische Unie steunt en of ze in deze al een beslissing heeft genomen. In ontkennend geval, zou ik graag weten wanneer die beslissing mag worden verwacht.

Welke criteria gebruikt de regering voor de beoordeling van een vraag van erkenning tot officiële godsdienst?

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

De gesprekken die mijn administratie en ik reeds met de Belgische Boeddhistische Unie hebben gevoerd, hebben tot doel een maximum aan informatie uit te wisselen over de gevolgen van een officiële erkenning van het boeddhisme in België.

Op 20 maart jongstleden heeft de Boeddhistische Unie ons een dossier bezorgd dat ertoe strekt het boeddhisme in België officieel te laten erkennen op basis van artikel 181, tweede lid, van de Grondwet, waardoor het boeddhisme zou kunnen worden beschouwd als een niet-confessionele levensbeschouwing.

Het dossier wordt momenteel door mijn administratie onderzocht. Daarbij moet rekening worden gehouden met diverse criteria. Niet alleen moet het boeddhisme voldoende aanhangers tellen. Bovendien moet het gestructureerd zijn. Dat betekent dat een representatief orgaan moet worden aangewezen dat als gesprekspartner van de overheid kan optreden. Daarenboven moet het als levensbeschouwelijke organisatie sedert een bepaald aantal jaren op het Belgisch grondgebied gevestigd zijn en een maatschappelijk belang betekenen voor de bevolking. Tot slot mogen geen activiteiten worden ontwikkeld die in strijd zijn met de maatschappelijke orde.

Zodra mijn administratie het onderzoek zal hebben uitgevoerd, kunnen de onderhandelingen van start gaan met de vertegenwoordigers van de Belgische Boeddhistische Unie.

Daarbij zal worden bepaald welke structuren de Unie zal opzetten en op welke manier de overheid de vertegenwoordigers van de niet-confessionele gemeenschap ten laste moeten nemen.

Al die discussies verplichten de vertegenwoordigers van de Boeddhistische Unie uitgebreid na te denken over de manier waarop ze het boeddhisme op ons grondgebied ingang wensen te doen vinden.

Het is duidelijk dat we in geval van erkenning, de nodige budgettaire middelen zullen moeten vrijmaken om de erkenning effectief te maken.

Al die vragen vormen momenteel het voorwerp van onderzoek en overleg met de Belgische Boeddhistische Unie.

De erkenning is op de goede weg.

De heer Lionel Vandenberghe (SP.A-SPIRIT). - Ik ben inderdaad op de hoogte van de criteria waaraan de boeddhistische gemeenschap moet voldoen om erkend te worden. Ik ben geen boeddhist, maar ik heb veel sympathie voor het boeddhisme. Een van de criteria voor erkenning is de maatschappelijke impact. Ik denk daarbij meteen aan de manier waarop de dalai lama hier vanmorgen duidelijk uitlegde hoe het boeddhisme streeft naar een filosofisch en psychologisch evenwicht van de menselijke persoonlijkheid. Maar dit terzijde.

Volgens mij voldoet de boeddhistische gemeenschap in België aan de criteria en ik hoop dat de administratie haar onderzoek zo snel mogelijk afrondt. Dat de boeddhistische gemeenschap nadenkt over de acties die ze rond het boeddhisme in Vlaanderen zal ondernemen, heeft men in Hoei en Schoten al zeer goed gemerkt.

Deze pacifistische beweging moet mijns inziens in België erkend worden.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik dank de minister voor het antwoord en vooral voor de laatste opmerking dat de erkenning op de goede weg is. Volgens mij zou de erkenning van het boeddhisme inderdaad een verrijking voor onze samenleving betekenen. Vanmorgen hebben we kunnen horen dat voor de dalai lama godsdiensten of filosofieën geen conflicten tussen mensen veroorzaken, maar veeleer de weg tonen naar conflictbeheersing, openheid en tolerantie. Zo een visie is een verrijking voor onze samenleving en daarom verdient het boeddhisme een grondwettelijke erkenning.