3-162

3-162

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 4 MAI 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au ministre de la Défense sur «la présence de gens du voyage à Neder-over-Hembeek» (nº 3-1114)

Mme la présidente. - M. Rudy Demotte, ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, répondra.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Op 5 april streek een groep van zo'n honderd woonwagenbewoners, zigeuners, neer op een terrein naast het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek. In de Kamercommissie verklaarde minister Flahaut dat hij in een bui van solidariteit de toestemming gaf voor een tijdelijk verblijf, tot 30 april. Eigenaardig is wel dat hij dit deed in overleg met het Bemiddelingscentrum van woonwagenbewoners van het Waalse Gewest. Voor zover ik weet, ligt Neder-over-Heembeek echter volledig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Deze toelating heeft bij de omwonenden voor nogal wat beroering gezorgd. Ze herinneren zich maar al te goed dat ze vorig jaar met ongeveer dezelfde situatie werden geconfronteerd, dat er toen enorm veel overlast en criminaliteit was en dat de hygiënische omstandigheden te wensen overlieten. De minister heeft opnieuw beslist woonwagens toe te laten en opnieuw klagen omwonenden over overlast en criminaliteit en wordt een loopje genomen met de hygiënische voorschriften.

In de commissie verklaarde de minister dat de problemen zich pas voordoen, wanneer omwonenden klacht indienen. Het probleem van onze maatschappij zijn dus de buren! Ofwel veroorzaakt iemand overlast ofwel niet. Het probleem is niet de buurt, maar degene die overlast veroorzaakt.

De minister verklaarde uitdrukkelijk dat de toelating tot 30 april gold. Vandaag zijn we 4 mei en een uur geleden stonden dezelfde woonwagenbewoners nog altijd op het terrein. Bovendien liet de minister weten dat het verblijf voldoet aan `enkele' voorwaarden uit `een' conventie. Dergelijke vaagheid schreeuwt om verduidelijking.

Werd de minister al door het lokale bestuur op de hoogte gebracht van eventuele klachten van omwonenden? Zo ja, welke en werd hierover reeds overleg gepleegd met het lokale bestuur? Mag ik de resultaten van dat overleg kennen?

Aan welke voorwaarden is een dergelijk verblijf gekoppeld?

Waarom overlegde de minister met het bemiddelingscentrum voor woonwagenbewoners van het Waalse Gewest en welke concrete bevoegdheid heeft het centrum in dit dossier?

Hoe komt het dat de woonwagenbewoners nog steeds gebruik maken van het terrein, terwijl de minister zelf duidelijk zei dat 30 april de uiterlijke datum was?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Flahaut.

Defensie is door het lokale bestuur niet op de hoogte gebracht van eventuele klachten, maar is steeds bereid tot overleg.

De woonwagenbewoners moeten voldoen aan strikte voorwaarden inzake veiligheid en hygiëne. Overtredingen zullen tot onmiddellijke intrekking van de vergunning leiden.

Het toelaten van woonwagenbewoners op militair domein gebeurt in overleg het Bemiddelingscentrum van woonwagenbewoners. Dat centrum moet nagaan of de aanvrager wel wordt erkend als woonwagenbewoner.

Defensie werd gevraagd een verlenging twee weken toe te staan. De vergunning loopt nu tot midden mei 2006.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Er zijn blijkbaar communicatiestoornissen. Ik begrijp niet dat de minister zegt van geen enkele klacht op de hoogte te zijn. Een zekere Anciaux heeft zich immers aangesloten bij de protesten van de buurtbewoners. Wanneer een Vlaams regeringslid op de hoogte is, dan zou deze informatie toch tot de federale regering moeten doorstromen.

Verschillende buurtbewoners hebben me al gewezen op de ernstige bedreiging van de veiligheid, op de overlast en op het overtreden van hygiënische regels.

Ik meen dan ook dat de regering moet optreden of alvast moet wachten om de vergunning te verlengen.