3-158

3-158

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 20 APRIL 2006 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de minister van Landsverdediging over ęde levering van 242 nieuwe pantserwagensĽ (nr. 3-1523)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Op 27 januari jongstleden heeft de ministerraad de aankoop goedgekeurd van 242 Armoured Infantry Vehicles (AIV's) van het type Piranha III van het Zwitserse bedrijf MOWAG, voor een waarde van 700 miljoen. Het betreft een vaste schijf van 138 pantservoertuigen en twee voorwaardelijke schijven van respectievelijk 81 en 23 voertuigen.

De keuze voor dit type pantserwagen en de bewapening was vanaf het begin omstreden. In 2005 stelde de Inspectie van FinanciŽn zijn veto voor het type kanon, omdat het exclusief op het lijf geschreven was van de Waalse bedrijven CMI en Mťcar. Eerstgenoemd bedrijf is de enige producent van dit type kanon, waar nog amper vraag naar is, terwijl het andere bedrijf de benodigde munitie produceert. Om de kritiek van de Inspectie van FinanciŽn te omzeilen, schreef de regering een nieuwe aanbesteding uit zonder het kaliber te preciseren.

Thans rijst niet zozeer meer een probleem over het type kaliber, maar veeleer over het gewicht van de Piranha III. Het departement besloot immers de nieuwe pantserwagens aan te kopen via een zogenaamde `off-the-shelf procedure'. Dat is geen klassieke aanbesteding waarbij men de markt onderzoekt en de verschillende types test, maar waarbij men bestaande types en al aan andere landen verkochte types aankoopt. Het resultaat is dan ook dat ons land opteert voor de Piranha III, een ouder type. Deze pantserwagen werd reeds in 2001 door de Nederlandse regering afgewezen op grond van het criterium laadgewicht in combinatie met de beschermingseis. De Stryker, een pantserwagen afgeleid van de Piranha III, valt volledig door de mand in de Irak-oorlog, waar hij door het Amerikaanse leger gebruikt wordt. Deze AIV's hebben een gewicht van 20 ton en zijn blijkbaar niet in staat extra beschermingspantsers te dragen. Er zijn ook problemen met de druk van de banden die constant moet worden bijgesteld. De Piranha III, die hetzelfde onderstel heeft als de Stryker, weegt zelfs 22 ton waardoor extra beschermingspantsers nagenoeg onmogelijk worden, zeker wanneer de bewapening met 90 mm kanon het gewicht nog opdrijft tot 23 ton.

Het resultaat van dit alles is dat het Finse bedrijf Patria via een gerechtelijke procedure inzage vraagt in het gunningsdossier. Voor het bedrijf is het onbegrijpelijk dat ons land voor een ouder en minder efficiŽnt type kiest via de `off-the-shelf procedure'. Het heeft daarvoor klacht ingediend tegen de Belgische Staat.

Waarom heeft de minister gebruik gemaakt van voornoemde procedure? Heeft het Finse bedrijf een voldoende rechtsgrond voor haar eis? Kan een gerechtelijke uitspraak nog gevolgen hebben vůůr de uiteindelijke aankoop van de Piranha III?

Het grootste probleem is het geringe laadvermogen van de Piranha III. Zelfs zonder gerechtelijk gevolg blijft het probleem bestaan van het laadvermogen waardoor de bepantsering moet inboeten en de veiligheid van de soldaten niet meer voldoende kan worden gegarandeerd. Waarom heeft de regering geopteerd voor dit oudere en minder geschikte type pantserwagen? Is de veiligheid van de soldaten geen belangrijk criterium bij de beslissing tot aankoop? Waarom was de Piranha IV geen optie?

De aankoop van deze pantserwagens uitgerust met een 90 mm kanon brengt met zich mee dat ons land niet meer kan deelnemen aan buitenlandse missies die zwaar geschut vereisen. Daarvoor is immers een uitrusting met een 105 mm kanon noodzakelijk. Is het een doelbewuste keuze om niet meer onze verantwoordelijkheid op te nemen in dergelijke buitenlandse missies? Waarom heeft de minister een voorkeur voor het 90 mm kanon, terwijl men elders opteert voor een zwaardere bewapening?

De eerste minister verklaarde dat de economische return voor het Belgische bedrijfsleven meer dan 100% bedraagt, met name maximaal 65% voor Vlaanderen en 40% voor WalloniŽ. Welke Vlaamse en Waalse bedrijven zullen van deze return profiteren?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord voor van minister Flahaut.

We willen bij aankopen van militair materieel geen gebruik meer maken van de methode van een `specifiek voor BelgiŽ uitgevoerde ontwikkeling', maar streven naar het aankopen van bestaande `off- the-shelf'-oplossingen. Het verleden heeft geleerd dat dit goedkoper is in aankoop en minder kost bij het gebruik nadien. Bovendien gebruiken meerdere van onze partners dit type materieel, wat uitwisseling en samenwerking mogelijk maakt. De oplossing Piranha III is als beste naar voren gekomen uit de technisch-logistieke evaluatie en uit de prijsevaluatie.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel heeft in kort geding de klacht van de Finse firma verworpen.

De oplossing Piranha III heeft de beste score gehaald in de evaluatie. Veiligheid was ťťn van de zwaarste uitsluitingscriteria. Gezien de Piranha III aan dit criterium voldoet, is er geen probleem en is de veiligheid van de bemanning gewaarborgd.

De Piranha III haalt hetzelfde veiligheidsniveau als het voorstel van de Finse firma, maar met een grotere vrije marge voor het nog beschikbare laadvermogen. De Piranha IV was a priori zeker niet uitgesloten, maar werd door de inschrijver niet aangeboden.

De aankoop van het voertuig uitgerust met het `Direct Fire Capability'-kanon past in het geheel van de operaties waarin we ons zullen engageren. Hierbij gaan we ervan uit dat we geen tankgevechten meer moeten leveren zoals in het koudeoorlogtijdperk. Het DFC-systeem biedt voldoende slagkracht voor de opdrachten waarvoor het is bedoeld: bunker buster, steun aan de uitgestegen infanterie, uitschakelen van de meeste gepantserde voertuigen die we verwachten in de types operaties waaraan we zouden deelnemen. We zullen dus nog steeds onze verantwoordelijkheid opnemen. Zwaardere kanonnen vergen bovendien veel zwaardere voertuigen met alle hieraan verbonden nadelen, zoals kleinere strategische mobiliteit en grotere kosten bij aankoop en bij gebruik.

De lijst van Belgische bedrijven die zullen genieten van compensaties kan enkel gegeven worden door de FOD Economie, die verantwoordelijk is voor het economische onderdeel van het contract.

(De vergadering wordt geschorst om 11.55 uur. Ze wordt hervat om 12.35 uur.)

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 15.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 12.40 uur.)