3-155

3-155

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęhet sociaal statuut van de zorgverstrekkersĽ (nr. 3-1494)

De voorzitter. - Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - In eerdere vragen heb ik minister Demotte al gewezen op de verschillende behandeling van artsen, apothekers, tandartsen en kinesitherapeuten wat hun sociaal statuut betreft, dat gekoppeld is aan de overeenkomst die zij met het RIZIV kunnen sluiten. Zo moeten kinesitherapeuten een minimum aantal prestaties in de nomenclatuur hebben en moeten apothekers die geen titularis zijn, een minimum activiteitsdrempel halen.

Voor artsen en tandartsen geldt die minimumactiviteit niet. Dat betekent dat een arts die zijn activiteiten vermindert, bijvoorbeeld omdat hij op een kabinet of in een ziekenfonds werkt, of stopzet en jaarlijks nog maar enkele patiŽntencontacten heeft - bijvoorbeeld alleen in zijn familie - toch een sociaal statuut kan aanvragen en jaarlijks een financiŽle bijdrage van het RIZIV kan krijgen, die in 2006 3.163,96 euro bedraagt.

Daarom heb ik de volgende vragen. Klopt dit?

Is het niet aan te bevelen dat ook artsen een minimumactiviteit kunnen bewijzen? Is het bijvoorbeeld niet mogelijk de minimumactiviteit van 500 patiŽntencontacten, die de minister onlangs naar voren heeft geschoven, als norm voor het behouden van een erkenning door het RIZIV hier ook op te leggen? Is dat volgens de minister voldoende om een volledige bijdrage te krijgen in het kader van het sociaal statuut? Wat zijn met andere woorden correcte drempels?

De discussie wordt op het ogenblik ook in verschillende artsenorganisaties gevoerd, omdat de artsen die wel actief zijn en wel veel patiŽnten zien, eigenlijk mee betalen, omdat van het totale RIZIV-budget van ongeveer 67 miljoen euro ook middelen gaan naar mensen die er geen of minder recht op hebben.

Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De vragen en problematiek zijn mijn collega Demotte welbekend. Het lijkt logisch een minimale activiteit te eisen om het sociaal statuut te kunnen genieten. Het onderwerp werd in het RIZIV al behandeld door de bevoegde instanties, in de eerste plaats de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen.

In het nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen werd uitdrukkelijk overeengekomen dat de Commissie voor 2006 de opdracht heeft de mogelijkheid te onderzoeken `van een statuut dat evolueert in functie van akkoordtrouw en dat rekening houdt met een drempelactiviteit'. Het lijkt mijn collega dus raadzaam het initiatief aan deze instantie over te laten.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Dat was natuurlijk een heel kort antwoord waarmee de minister de bal doorspeelt naar een instelling waarvoor hij wel bevoegd is. Ik had echter graag zijn persoonlijk standpunt over deze problematiek gehoord, omdat er nogal wat pro's en contra's zijn. Ik heb ook in het verleden al vaker aangedrongen op meer harmonisering, zodat alle beroepsgroepen in de gezondheidszorg een gelijkwaardige behandeling krijgen en alle misbruiken of mogelijke misbruiken kunnen worden bestreden. Ik zal er zeker op terugkomen.