3-153

3-153

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 9 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de minister van Landsverdediging over «de mogelijke verhuizing van de pantsercavalerieschool van Leopoldsburg» (nr. 3-1438)

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Op 27 oktober 2005 heb ik in de Senaat de minister van Landsverdediging reeds ondervraagd over de verhuis van de pantsercavalerieschool van Leopoldsburg naar Stockem.

De minister zei toen wat volgt: `Zoals vermeld in hoofdstuk 9 van het strategisch plan van Defensie van februari 2003, is de beslissing om Stockem te kiezen voor de installatie van de toekomstige infanterie- en pantsercavalerieschool het resultaat van een diepgaande studie van de defensiestaf waarbij rekening werd gehouden met alle beoordelingsfactoren. De overbrenging is gepland tegen einde 2007. Met de sociale partners werd, in een sectoraal akkoord, overeengekomen dat het interne mobiliteitsbeleid rekening dient te houden met de reële sociale en familiale situatie van het personeel. Aangezien de organieke tabel alsook de verdeling van de activiteiten van de toekomstige school momenteel wordt bestudeerd, en die studie pas in juni volgend jaar zal zijn afgerond, is het nu niet mogelijk te antwoorden op de vragen van de heer Beke met betrekking tot het toekomstige personeelsbestand en simulatietechniek die al dan niet met de school zullen verhuizen.'

`De beslissing om naar Stockem te verhuizen werd genomen in het kader van een algemeen evenwicht tussen de verschillende componenten van Defensie: zeemacht, luchtmacht en landmacht. De modaliteiten van de verhuizing worden momenteel besproken met het personeel.'

Kan de minister mij meedelen welke de precieze argumenten zijn die in de `diepgaande studie' worden aangehaald om de verhuizing te rechtvaardigen?

Wat zijn de concrete beoordelingsfactoren waarmee rekening werd gehouden?

De minister maakt ook melding van een studie die tegen juni zou worden afgerond met betrekking tot het toekomstige personeelsbestand. Intussen melden sommige media, die zich hebben geïnformeerd bij generaal Simon, dat het hooguit om een `tiental' instructeurs zou gaan, in de plaats van 600 zoals eerder gesuggereerd.

Is de studie al dan niet reeds afgerond? Wat is het resultaat van deze studie? Kan de minister uitsluitsel geven over het precies aantal personen dat moet verhuizen?

M. Didier Donfut, secrétaire d'État aux Affaires européennes, adjoint au ministre des Affaires étrangères. - Je vous donne lecture de la réponse du ministre Flahaut.

Quels sont les arguments qui, dans l'étude, ont conduit à justifier le déménagement ? L'étude actuellement en cours concerne l'optimalisation du fonctionnement de toutes les écoles d'armes de la Défense et pas seulement la fusion de l'école de cavalerie avec celle de l'infanterie.

Les facteurs pris en compte sont le fait que ces écoles n'auront pas de nouveau matériel exclusivement réservé à l'instruction et que celle-ci devra donc se donner en unité, la mise hors service déjà réalisée ou en cours des matériels de la cavalerie tels que les CVRT et les Léopards, et les économies possibles dans l'infrastructure.

Comme annoncé le 27 octobre 2005, l'étude sera terminée en juin 2006. C'est à cette date que ses résultats seront connus.

Pour ce qui est des mutations, il est prématuré de déterminer le nombre exact de membres du personnel concernés mais il ne s'agira majoritairement que d'officiers et il n'y aura pas de mutations forcées dans d'autres catégories de personnel.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik betreur het dat nog steeds geen uitsluitsel wordt gegeven over het precieze aantal personeelsleden dat moet verhuizen. Ooit werd het cijfer van 600 vermeld. Nadien sprak de minister dat cijfer tegen, maar zei dat hij het precieze aantal niet kende. Een drietal weken geleden werd gezegd dat het slechts om een tiental personen zou gaan. Dat cijfer zou afkomstig zijn van de FOD Defensie. Er is dus nog steeds geen uitsluitsel over het precieze aantal.

Ik zal de zaak verder opvolgen en de minister daarover in juni ondervragen. Ik hoop dat we dan uitsluitsel zullen krijgen over het precieze aantal personeelsleden dat moet verhuizen. Nu leven heel wat personeelsleden en hun gezinnen in volledige onzekerheid over de vraag of ze hun leven verder moeten uitbouwen in Leopoldsburg dan wel in de buurt van Stockem.