3-153

3-153

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 9 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de vice-eerste minister en minister van Financiėn en aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de omzetheffingen inzake vergoedbare farmaceutische specialiteiten» (nr. 3-1436)

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Het voorontwerp van wet houdende wijziging van de heffingen op de omzet van vergoedbare farmaceutische specialiteiten werd goedgekeurd door de Ministerraad. De omzetheffing is een solidaire bijdrage die de farmaceutische industrie aan de sociale zekerheid betaalt onder de vorm van een heffing op het omzetcijfer dat ze op de Belgische markt realiseert voor terugbetaalbare farmaceutische specialiteiten.

Het voorontwerp dat door de Ministerraad werd goedgekeurd, wil het systeem van deze omzetbelasting verfijnen en de inspanning van de solidariteit beter verdelen. Het voorontwerp voert vier maatregelen in: afschaffing van de heffing voor bepaalde groepen van farmaceutische specialiteiten, zoals de weesgeneesmiddelen, de beperkt terugbetaalbare Cx-categorie en de bereidingen op basis van bloedderivaten, de vermindering van lasten op ondernemingen die belangrijke investeringen doen in wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, een aangepast regime voor kleine ondernemingen en de vermindering voor ondernemingen die hun uitgaven voor informatie, promotie, publiciteit en marketing beperken. Bovendien zal het bedrag van de belasting de komende jaren dalen wegens de prijsdalingen van de geneesmiddelen.

De Europese Commissie heeft, naar aanleiding van een persbericht van pharma.be, geoordeeld dat de voorgestelde maatregelen kunnen vallen onder het toepassingsgebied van art.87, §1 EG-verdrag, namelijk de steunmaatregelen van de Staten. Daardoor geldt de verplichting opgenomen in art. 88, §3, die luidt als volgt:

`De Commissie wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen tijdig op de hoogte gebracht, om haar opmerkingen te kunnen maken. Indien zij meent dat zulk een voornemen volgens artikel 87 onverenigbaar is met de gemeenschappelijke markt, vangt zij onverwijld de in het vorige lid bedoelde procedure aan. De betrokken lidstaat kan de voorgenomen maatregelen niet tot uitvoering brengen voordat die procedure tot een eindbeslissing heeft geleid.'

De Europese Commissie heeft de autoriteiten dan ook verzocht contact op te nemen met de diensten voor de mededinging om de voorbereiding van eventuele opmerkingen te vergemakkelijken.

Heeft de minister de diensten voor de mededinging reeds gecontacteerd? Wat is hiervan het resultaat? Welk antwoord heeft de minister gegeven? Moet het voorontwerp van wet worden aangepast? Indien ja, welke aanpassingen zullen dan worden doorgevoerd?

De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

Mijn medewerkers hebben de Permanente Vertegenwoordiging verzocht contact op te nemen met het Directoraat-generaal Mededinging van de Commissie. Tijdens het eerste contact werden de grote principes inzake communicatie en kennisgeving overlopen. Op een volgende vergadering zullen de technische aspecten worden behandeld. Momenteel is het niet nodig om de tekst aan te passen.