3-152

3-152

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 23 FÉVRIER 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur «le classement sans suite rapide de l'enquête relative à la société de reconversion limbourgeoise (LRM)» (nº 3-1023)

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Begin december 2005 bracht De Tijd een uitgebreide artikelenreeks over wantoestanden en misdrijven binnen de Limburgse Reconversiemaatschappij, de LRM. De klokkenluiders die de wantoestanden aan het licht brachten waren een ex-boekhoudster en een ex-secretaris. Na die berichten heeft het parket te Hasselt naar verluidt ambtshalve een onderzoek gestart, en ook de Vlaamse minister van Financiën heeft een klacht naar het betrokken parket opgestuurd.

De aantijgingen in De Tijd en de klacht van de minister hadden betrekking op ingewikkelde en technisch-financiële misdrijven, die te complex zijn om in een mondelinge vraag te behandelen.

Velen hadden een uitgebreid en langdurig onderzoek verwacht, maar het parket te Hasselt maakte al op 30 december 2005, dus minder dan één maand na de ontvangst van de klacht, bekend dat het `geen misdrijven had vastgesteld'. De betrokken klokkenluiders werden zelfs niet verhoord.

Het is mij een raadsel hoe het parket te Hasselt tot een dergelijk besluit kan komen, zonder zelfs maar de klokkenluiders te hebben verhoord en dus zonder hun bewijsmateriaal te hebben bekeken.

Op welke datum opende het parket te Hasselt een onderzoek naar de aantijgingen inzake de LRM van de twee klokkenluiders? Op welke datum opende het parket te Hasselt een onderzoek naar de inhoud van de klacht van de Vlaamse minister van Financiën?

Is het geen standaardprocedure om personen die via de media misdrijven aan het licht brengen of wantoestanden aanklagen, te verhoren? Meent de minister dat het parket te Hasselt voldoende onderzoeksdaden heeft gesteld om tot seponering te besluiten? Is het ernstig dat de twee klokkenluiders niet werden verhoord?

Moet geen onderzoeksrechter worden aangesteld als personen via de media misdrijven aan het licht brengen of wantoestanden aanklagen die op het eerste zicht technisch en financieel ingewikkeld zijn en onder andere een nazicht van persoonlijke rekeningen noodzakelijk maken? Waarom gebeurde dat in dit dossier niet?

Werd voor de beoordeling van de klacht door het parket te Hasselt contact opgenomen met diensten van de federale politie gespecialiseerd in financiële fraude of met de dienst voor corruptiebestrijding? Zo neen, waarom niet? Hebben de speurders te Hasselt die het onderzoek hebben uitgevoerd een bijzondere competentie inzake de opsporing van fraude, corruptie en financiële misdrijven?

Intussen werd een onderzoeksrapport gemaakt door Ernst & Young dat tal van aantijgingen bevestigt. Daarin vermelden de onderzoekers herhaaldelijk dat ze verder geen uitspraken kunnen doen `omdat een gerechtelijk onderzoek loopt'. Heeft dat rapport een rol gespeeld in de beslissing tot seponeren? Zo neen, is de minister van oordeel dat het rapport een nieuw feit is dat een heropening van het gerechtelijk onderzoek rechtvaardigt?

Vermoedt de minister niet dat door de ultrasnelle seponering door het parket te Hasselt, zonder verhoor van de klokkenluiders, minstens de indruk is gewekt dat een gerechtelijk onderzoek naar ernstige feiten om politieke redenen in de doofpot werd gestopt?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Het parket van Hasselt heeft op 7 december 2005 ambtshalve een opsporingsonderzoek geopend naar aanleiding van berichten in de media over mogelijke onregelmatigheden. Het onderzoek werd de dag nadien aangevuld met de klacht van de Vlaamse regering.

De grieven van de ambtenaren waarnaar de spreker verwijst, maakten integraal deel uit van het dossier van de Vlaamse regering.

Het onderzoek werd gevoerd door de gerechtelijke diensten van de federale politie van het arrondissement Hasselt. Die dienst beschikt over voldoende competenties om een financieel onderzoek correct te kunnen voeren.

De aanstelling van een onderzoeksrechter is in deze zaken niet noodzakelijk, aangezien desbetreffend geen dwangmaatregelen vereist zijn.

De beslissing van het Hasseltse parket om het dossier te seponeren stoelt op meerdere onderzoeksrapporten. Het rapport waarnaar spreker verwijst, is het parket van Hasselt onbekend en er is geen rekening mee gehouden. Daar ik evenmin op de hoogte ben van de inhoud van dat rapport, kan ik geen oordeel vellen over de mogelijke invloed ervan op de houding van het parket van Hasselt.

Het parket van Hasselt heeft voorrang gegeven aan dit onderzoeksdossier en op basis van de voorhanden zijnde gegevens geen misdrijven vastgesteld noch aanwijzingen gevonden die het noodzakelijk maakten een grootschalig onderzoek op te starten. Ik begrijp dan ook dat het openbaar ministerie het opportuun geoordeeld heeft om zo snel mogelijk een einde te maken aan de verdachtmakingen.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Uit het antwoord van de minister besluit ik dat de klokkenluiders niet werden gehoord, het technisch onderzoek naar een groot financieel dossier in minder dan een maand gesloten werd en het rapport van Ernst & Young haar niet bekend is. Ik zal de minister een exemplaar van dat rapport bezorgen, met de schriftelijke vraag of dat geen nieuw feit is dat geen politiek maar wel een ernstig onderzoek rechtvaardigt.