3-150

3-150

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 9 FÉVRIER 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Wim Verreycken à la vice-première ministre et ministre de la Justice sur «le plan "Perspective 2012" de réorganisation de la Sûreté de l'État» (nº 3-1340)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - In 1939 was een zekere heer de Foy hoofd van de Belgische Staatsveiligheid. Hij werkte toen samen met zijn Duitse evenknie, een zekere heer Heydrich. Door die samenwerking kon de heer de Foy tijdens de bezettingsperiode ongestoord verder werken. Na mei 1940 werd de heer de Foy probleemloos opnieuw hoofd van de Staatsveiligheid.

Ondertussen is er een en ander veranderd want we hebben nu het Comité I, het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waar het Vlaams Belang via een creatieve reglementswijziging uit geweerd wordt. Het Comité I doet steevast aanbevelingen die veelal uitmonden in wetgevende initiatieven. In het activiteitenverslag 2004 van het Comité I wordt gewezen op interne disfuncties binnen de veiligheidsdiensten. Deze disfuncties zijn volgens het rapport het gevolg van `het feit dat sommige leden van deze diensten een achterhaalde en ongepaste cultuur van het geheim trouw blijven die erin bestaat in een gesloten systeem te leven en deze verzuiling met alle mogelijke middelen in stand te houden, soms ten nadele van de dienst zelf en van zijn efficiënte werking'. Daarom is het Comité I de mening toegedaan dat er aan een deontologische en ethische vorming van de agenten van de inlichtingendiensten moet worden gewerkt.

Hierover werd geen officiële persmededeling gedaan, maar in De Tijd van 19 oktober vorig jaar verscheen een artikel waarin wordt verwezen naar een masterplan met strategische doelstellingen voor de Staatsveiligheid, dat onder de naam `perspectief 2012' reeds in het bezit van de regering zou zijn. Het plan zou onder meer voorzien in een deontologisch charter voor de agenten van de inlichtingendiensten. Daarenboven zouden de agenten meer verantwoordelijkheid krijgen, onder toezicht van een kwaliteitsbureau. Volgens ditzelfde artikel zou tegen eind 2005 een opleidingsinstituut voor de Staatsveiligheid moeten zijn opgericht.

Werd het plan `perspectief 2012' al besproken op de ministerraad en is dit plan momenteel al in werking getreden? Zo neen, wanneer dan wel?

Wat is de exacte inhoud van dit masterplan? Wat houden de strategische doelen concreet in? Wat is de stand van zaken? Heeft de ontslagname van Koen Dassen als administrateur-generaal van de Veiligheid van de Staat gevolgen voor de uitvoering van het plan?

In hoeverre is reeds sprake van het deontologisch charter voor de agenten van de inlichtingendiensten? Is het opleidingsinstituut voor de Veiligheid van de Staat reeds operationeel?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Gezien de evolutie van de opdrachten van de Veiligheid van de Staat, is het normaal dat ze over een strategisch plan beschikt dat de prioritaire lijnen van haar opdracht bevat, evenals de impulsen om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken.

Dit plan moet echter strikt passen binnen het juridische kader dat aan de Veiligheid van de Staat wordt toegewezen evenals binnen het kader van de richtlijnen van de Ministerieel Comité Inlichting en Veiligheid. Dit plan moet geregeld worden herzien om het aan te passen aan de maatschappelijke evoluties en aan de dreigingen die de kop opsteken. Deze evaluatie gebeurt via jaarlijkse activiteitsrapporten.

Dit strategische plan houdt ook een voortdurende evaluatie in van de menselijke en materiële middelen die nodig zijn voor het uitvoeren van alle opdrachten.

Sedert ik in functie ben getreden, werden er meer dan 100 ambtenaren in dienst genomen en is het budget van de Veiligheid van de staat met 33 procent verhoogd.

We werken momenteel aan een hervormingsproject van het statuut van de ambtenaren van de Veiligheid van de Staat dat als doel heeft hun loopbaan te hervaloriseren, door hen meer aantrekkelijke salarisschalen te garanderen en vooral door te voorzien in een permanente vorming waardoor ze aan de nieuwe uitdagingen het hoofd kunnen bieden.

Over het ontslag van de heer Dassen heb ik reeds uitgebreid gesproken in een vorige plenaire vergadering.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Het is uiteraard onmogelijk om nog een bijkomende vraag over dit onderwerp te stellen of een discussie te openen met een staatssecretaris die het antwoord alleen maar komt voorlezen.

Ik laat de staatssecretaris dus terug aan zijn GSM en hoop hierover later de minister van Justitie zelf te kunnen ondervragen.

Mme la présidente. - La semaine prochaine.