(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Het parket van Brugge en het departement van Economische Zaken zijn een onderzoek gestart naar het internationaal relatiebureau Europegirls. Dat bureau biedt in België driehonderd buitenlandse vrouwen aan als huwelijkspartner. Ze komen vooral uit het voormalige Oostblok, dat het Verre Oosten op de relatiemarkt heeft verdrongen.
Volgens de gerechtelijke diensten is de informatie op de website van Europegirls onjuist en misleidend. Zo zijn de foto's van de vrouwen op de site afkomstig van tijdschriften en valt te lezen dat de vrouwen in België verblijven, hoewel dat niet steeds het geval is. Het is ook erg onwaarschijnlijk dat alle vrouwen bij het bureau een aanvraag hebben ingediend en toestemming hebben gegeven om hun gegevens te verspreiden.
De politie vermoedt dat Europegirls een belangrijke spil is in de mensensmokkel en -handel.
Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :
1. Hoeveel internationale relatiebureaus zijn er in ons land gevestigd en door de Economische Inspectie in orde bevonden ?
2. Hoeveel klachten over relatiebemiddeling werden sinds 2000 jaarlijks door de Economische Inspectie opgetekend ?
3. Welke maatregelen wil de regering nemen om de handel in buitenlandse vrouwen terug te dringen ?
Antwoord : De eerste twee vragen behoren tot de bevoegdheid van de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. Het is dan ook aan hem op hierop te antwoorden.
Wat betreft het laatste deel van de vraag, kan ik u meedelen dat de strijd tegen de mensenhandel één van de prioriteiten blijft van de regering. Hiertoe behoort ook de handel in buitenlandse vrouwen.
De nieuwe wet van 10 augustus 2005 (Belgisch Staatsblad van 2 september 2005) tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de versterking van de strijd tegen mensenhandel en mensenmokkel en tegen praktijken van huisjesmelkers getuigt van de aandacht die door de Belgische regering aan deze problematiek, die voornamelijk in de grote steden blijft verontrusten, wordt geschonken.
De basisdoelstelling van deze wet is trouwens het Belgische recht ter zake aan te passen om het met de internationale en Europese rechtsinstrumenten in overeenstemming te brengen, met name met het aanvullende Protocol ter voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad, ondertekend te Palermo op 15 december 2000.
Ik wil er ook op wijzen dat, op het vlak van het strafrechtelijk beleid, de richtlijn houdende het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake mensenhandel (Col. 10/04) op 1 mei 2004 in werking is getreden.
Deze richtlijn, die bijzondere aandacht besteedt aan slachtoffers van mensenhandel, wil op dit vlak een gecoördineerd en coherent beleid uitwerken wat betreft opsporingen en vervolgingen.
Col. 10/04 streeft naar een uniform beleid op het terrein en voorziet daartoe in een kader en gemeenschappelijke criteria die de basis vormen van opsporingen en vervolgingen, zoals de jonge leeftijd van de slachtoffers, de mate waarin schade aan de menselijke waardigheid wordt berokkend, de ernst van geweld en dreigingen, de verdenking van criminele organisaties, de sociale impact of de mate waarin de criminele activiteit blijft aanhouden.
Bovendien beperkt deze richtlijn zich niet tot de « traditionele uitbuitingsvormen », zoals prostitutie en economische uitbuiting. Er wordt immers tevens rekening gehouden met recentere vormen, zoals illegale adoptie, orgaanhandel, schijnhuwelijken of gedwongen bedelarij.
De evaluatie van deze richtlijn is nu reeds gepland voor 2006.