3-139

3-139

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 DECEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Luc Paque aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over «de bouw van woningen waarmee de energiekosten worden beheerst en die kaderen in het concept van de duurzame ontwikkeling» (nr. 3-892)

Mondelinge vraag van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over «de BTW-verlaging voor arbeidsintensieve diensten» (nr. 3-905)

De voorzitter. - Ik stel voor deze mondelinge vragen samen te voegen. (Instemming)

M. Luc Paque (Indépendant). - La presse d'hier annonce que les ministres européens des Finances ont décidé de transférer le dossier de la prolongation de l'expérience des taux de TVA réduits aux chefs d'État et de gouvernement qui se retrouveront prochainement, à Bruxelles, au sommet européen des 15 et 16 décembre.

Dans notre pays, où les problèmes de consommation d'énergie revêtent une brûlante actualité, quelques promoteurs audacieux tentent d'apporter des solutions en proposant la construction d'habitations faisant appel aux principes de la bioclimatique et aux technologies récentes de régulation électronique, l'objectif étant d'atteindre une parfaite harmonie entre le bâtiment et l'environnement.

Ces constructions s'inscrivent dans le concept de développement durable visant à concilier de manière idéale la nécessité du développement économique avec l'exigence de préserver la nature, la vie et les sociétés humaines.

La construction de maisons maîtrisant l'énergie s'intègre également aux objectifs fixés par le protocole de Kyoto ainsi qu'aux exigences de la directive européenne sur la performance énergétique des bâtiments.

Début septembre, le gouvernement a pris certaines mesures dans le cadre de la problématique « mazout », notamment en octroyant une déduction fiscale des travaux permettant de réaliser des économies d'énergie dans les habitations.

Toutefois, la construction de nouvelles maisons est soumise à une TVA de 21%, ce qui place la Belgique au début du peloton européen en matière de TVA.

Or, le secteur de la construction revêt une grande importance pour l'économie de notre pays. Une diminution de la TVA permettrait de relancer une conjoncture économique défaillante et d'améliorer l'emploi dans ce secteur à forte intensité de main-d'oeuvre. Il pourrait donc y avoir des retombées positives considérables du point de vue tant environnemental qu'économique.

En préconisant la construction de ce type d'habitation garantissant, à long terme, des économies substantielles, les ménages pourraient réduire considérablement - jusqu'à quatre fois - leur consommation d'énergie, notamment pour le chauffage, ce qui constitue un bénéfice indéniable.

Ne serait-il pas possible de définir certains critères bien précis pour caractériser ces habitations maîtrisant l'énergie et s'inscrivant dans le concept de développement durable et dès lors, d'appliquer à ce type de construction un tarif TVA réduit, comme c'est le cas pour l'exécution de travaux de rénovation ? Sur le plan de la maîtrise d'énergie, ces rénovations ne garantissent pas nécessairement et automatiquement la même efficacité qu'une construction neuve.

Ce secteur bien délimité de la construction pourrait-il, selon le ministre, être inclus dans les exceptions en matière de taux de TVA et faire l'objet d'une décision lors du sommet de Bruxelles ?

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - De minister kondigde aan dat hij op de ministerraad zal voorstellen de verlaagde BTW van 6% voor renovatiewerken ook na 1 januari te behouden, nadat bleek dat de Europese ministers het niet eens geraakten over een voortzetting van het experiment met verlaagde BTW voor een aantal arbeidsintensieve diensten (bijlage K bij de Zesde Richtlijn). Het dossier zou volgende week op de agenda komen van de Europese regeringsleiders.

Indien er geen akkoord wordt bereikt op Europees niveau zou er een gedoogbeleid worden gevoerd waardoor de in elke lidstaat bestaande lagere tarieven in de toekomst van kracht kunnen blijven.

De minister zou onze verlaagde tarieven dus zonder tijdslimiet verlengen. Vooral de bouwsector reageert tevreden omdat er nu geen verhoging van het tarief voor renovatie tot 21% wordt opgelegd, wat volgens hun berekeningen heel wat jobs zou kosten. Toch blijft er een juridisch vacuüm bestaan.

Hoe groot is het risico dat de EU alsnog beslist de verlaagde tarieven op te heffen?

Welke modaliteiten zullen er worden opgenomen in de verlenging die aan de ministerraad wordt voorgelegd?

Wat betekent in dit geval `zonder tijdslimiet'?

Zal ons land het globale pakketje dat ressorteert onder de arbeidsintensieve diensten verlengen?

Wat is het gevolg van de regeringsbeslissing voor een eventuele verlaging van het BTW-tarief voor institutionele en private sociale woningbouw in het kader van de bijlage H bij de Zesde Richtlijn en mogen we ervan uitgaan dat deze bijlage H in haar huidige vorm onverkort van kracht blijft?

Is er nog hoop dat mijn voorstel, dat u bekend is, en dat erin bestaat Bijlage H uit te breiden op basis van een verlaging van de BTW die vroeger al heeft bestaan, namelijk voor sociale woningen in de privé-sector, nog kan doorgevoerd worden in ons land?

De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën. - De verlaagde BTW-tarieven zijn een lang verhaal. Sinds het jaar 2000 was een aantal arbeidsintensieve diensten, waaronder fietsherstelling en renovatie van woningen van meer dan vijf jaar oud, onderworpen aan een lagere BTW-heffing. Deze regeling werd met Europese instemming verlengd tot eind 2005.

Op dit ogenblik ligt een voorstel van het Britse voorzitterschap ter tafel dat gesteund wordt door de Europese Commissie en door 24 lidstaten. Alleen Duitsland gaat niet akkoord. Op de jongste Ecofin-Raad hebben we getracht een overeenkomst te bereiken over de huidige diensten - fietsen, kappers, woningrenovatie - en enkele nieuwe sectoren waaronder de horecasector. België heeft nog twee bijkomende vragen, namelijk openbare gebouwen en vooral schoolgebouwen en tuinaanleg. Duitsland heeft reeds bij het begin van de vergadering zijn veto gesteld. Bijgevolg moet de Europese Raad een beslissing nemen zowel voor wat de huidige diensten als voor wat de nieuwe vragen betreft.

Mijn Franse, Nederlandse en Luxemburgse collega's en ikzelf hebben een beslissing gevraagd voor de huidige sectoren. Iedereen - ook Duitsland - was het ermee eens dat in afwachting van een definitieve overeenkomst, een status-quo moest worden gehandhaafd. De Europese Commissie stemde gisteren daarmee in.

Vrijdag zal ik aan de Ministerraad bijgevolg een nieuwe verlenging van de huidige regeling voorstellen in afwachting van een algemene overeenkomst. De BTW-verlaging is definitief verworven voor de nu onderworpen sectoren.

Op de agenda van de Europese Raad van volgende week staan de begroting en het verlaagde BTW-tarief. We hopen dat vanaf 2006 een nieuwe regeling in voege kan treden met eventueel een uitbreiding tot de horecasector zoals het Britse voorzitterschap voorstelde. Er moeten echter nog besprekingen worden gevoerd.

Als een overeenkomst mogelijk blijkt vóór eind december, zullen de nodige juridische stappen op Europees vlak moeten worden gezet. Daarna zal België voor de keuze staan of de BTW-verlaging al dan niet tot andere sectoren moet worden uitgebreid.

Als er geen overeenkomst tot stand komt, dan moeten binnen de Ecofin in januari 2006 onderhandelingen worden gestart onder het Oostenrijkse voorzitterschap.

M. Paque m'interroge sur le sort de certaines demandes spécifiques, dans un tel contexte.

Pour la construction d'immeubles, le texte ne prévoit rien de nouveau, sauf peut-être pour des bâtiments publics et des bâtiments scolaires, demande importante en Belgique.

Si l'on considère l'économie d'énergie ou la construction de maisons à consommation énergétique plus faible, il n'existe pas de mesures particulières. Cela dit, vous avez souligné, à raison, que notre parc immobilier est assez mal équipé en matière d'économie d'énergie. Bien évidemment, on pourra continuer à réaliser des travaux de rénovation en matière d'économie d'énergie à 6% de TVA au lieu de 21%. Je vous rappelle que nous venons de décider de pratiquement doubler la réduction d'impôts pour les investissements économiseurs d'énergie. Si un particulier se lance aujourd'hui dans des travaux de rénovation qui intègrent l'économie d'énergie - y compris la simple réparation de chaudière, son remplacement ou l'achat d'une nouvelle citerne -, il bénéficie d'un taux de TVA réduit pour la rénovation de l'immeuble mais également d'une déduction d'impôts doublée - plus de mille euros, 40% de l'investissement.

De plus, nous sommes en train de débattre à la Chambre - et donc plus tard au Sénat - de la mise en place d'un fonds « énergie » qui permettra de préfinancer, de faire du tiers investisseur, pour celles et ceux qui ne peuvent pas financer eux-mêmes ce type de travaux. Je pense que nous sommes allés au maximum des possibilités.

Pour être tout à fait complet, je dois ajouter que, ayant entendu la position de mon collègue allemand, je n'ai pas le sentiment que l'on pourra faire davantage. Si la situation devait évoluer, dans les prochaines semaines, ce serait avant tout dans le secteur Horeca, en raison d'une pression très forte de la France mais aussi d'autres pays dont la Belgique. Aller complètement dans le sens de la position britannique me paraît difficile. Ajouter de nouvelles demandes - l'aménagement de jardin, les bâtiments scolaires, etc. - me semble improbable.

Nous continuerons sur les bases existantes. Le premier ministre participera au sommet pour tenter d'aller plus loin. Si ce n'est pas le cas, nous reprendrons dès janvier.

Voor de sectoren die nu reeds van een verlaagd tarief genieten is er geen enkel probleem. Wat de andere sectoren betreft zal de regering proberen om op Europees vlak een akkoord te bereiken. Alleen voor de horecasector lijkt er een akkoord mogelijk te zijn aangezien Frankrijk vragende partij is. Voor de andere sectoren wordt het moeilijker.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Uit het antwoord van minister Reynders blijkt nog maar eens hoe moeilijk de besluitvorming binnen Europa is. Zodra één land zijn veto stelt, worden de verzuchtingen van de andere lidstaten afgeblokt. Hopelijk wordt er op Europees vlak alsnog een oplossing gevonden die met de Belgische prioriteiten overeenstemt. Een verlaging voor de horecasector zou al een stap in de goede richting zijn.

De vraag blijft of bijlage H van de zesde richtlijn, die niet door de beslissingen op Europees niveau wordt geviseerd, toelaat de BTW-verlaging voor de publieke en de private sociale woningbouw uit te breiden. In de Senaat is deze week eens te meer gebleken dat huisvesting een groot probleem blijft. Een groter aanbod kan de druk verlichten en kan ervoor zorgen dat minder mensen dakloos worden. Het aanbod van betaalbare woningen blijft immers te klein. Hierover zal in België sowieso moeten worden gedebatteerd, los van de Europese beslissing over de BTW-verlaging. In zijn antwoord op de heer Paque verwees de minister terecht naar andere fiscale maatregelen, zoals inzake energiebesparing. Ook daarmee moet in het debat rekening worden gehouden.

De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën. - Een BTW-verlaging voor de sociale woningbouw behoort zeker tot de mogelijkheden. Duitsland is terzake niet erg flexibel zodat elke regeling die verder gaat dan de renovatie van woningen moeilijk wordt.