3-1031/5

3-1031/5

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

25 OKTOBER 2005


Voorstel van resolutie betreffende tien jaar Euromediterraan partnerschap : balans en vooruitzichten


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING


DE SENAAT,

A. Gelet op de problemen veroorzaakt door de zeer grote economische en commerciŽle verscheidenheid van de mediterrane partners, de uiteenlopende relaties die zij onderhouden met de lidstaten van de Unie en de historische banden die zij hebben met sommige van deze landen; overwegende dat niet alleen de part-nerlanden een grote verscheidenheid vertonen, maar ook de 25, zodat hun politieke en economische belangen in het proces van Barcelona moeilijk op elkaar kunnen worden afgestemd;

B. Gelet op de talrijke uitdagingen waaraan de 37 landen die deelnemen aan het proces van Barcelona het hoofd moeten bieden wat betreft de migratiedruk, de bestrijding van internationale criminele netwerken, economische en sociale ontwikkeling en bescherming van hun natuurlijk milieu;

C. Overwegende dat de multidimensionele rol die de Europese Unie in het Middellandse Zeegebied speelt, de Unie dwingt zich politiek te profileren op internationaal vlak;

D. Overwegende dat de onderhandelingen rond de samenwerkingsakkoorden met de partnerlanden afgerond zijn, nadat eind oktober 2004 een overeenkomst is gesloten met SyriŽ; de lange ratificatietermijnen vůůr de echte inwerkingtreding van de akkoorden betreurend;

E. Gelet op de voorwaarden waaronder de MEDA-hulp kan worden opgeschort ingeval van schending van de democratische beginselen, de mensenrechten of de fundamentele vrijheden;

F. Overwegende dat het budget dat aan de Mediterrane landen is toegekend niet volstaat om de voorliggende taken te voltooien; overwegende dat steeds rekening moet worden gehouden met de opnamecapaciteit van de landen die de hulp krijgen;

G. Overwegende dat sedert 1 januari 2001 het directoraat-generaal ę Dienst voor samenwerking — Europe Aid Ľ belast is met het voorbereiden en beheren van alle EU-programma's voor externe hulp, met inbegrip van MEDA, maar met uitzondering van de pretoetredingsprogramma's;

H. Overwegende dat is vastgesteld dat de werking van MEDA zwakke punten vertoonde en dat de werkwijze voor de tweede periode, MEDA II (2000-2006), gewijzigd is; zijn tevredenheid uitend over de opmerkelijke resultaten die de hervorming van de financiering van het MEDA-programma nu al heeft opgeleverd (de uitbetalingen zijn in 2001 met 38 % toegenomen, de besteding van de kredieten bedroeg in 2001 meer dan 40 %, en de uitbetaling bedroeg in 2003 82,9 %);

I. Overwegende dat de financiŽle hulp van de EU niets voorstelt zonder de steun van privť-kapitaal; dat het aantrekken van plaatselijke en buitenlandse investeringen ten dele kan zorgen voor het openen van de mediterrane markt waardoor nieuwe specialisaties kunnen worden gecreŽerd, technologieŽn kunnen worden overgedragen en banen worden gecreŽerd; dat hiervoor inspanningen nodig zijn inzake transportinfrastructuur en distributienetwerken, alsook de uitbreiding van de private financiering voor de kleine en middelgrote ondernemingen, dat het creŽren van een interessant investeringsklimaat bovendien niet los kan gezien worden van de algemene inspanningen ter bevordering van de rechtszekerheid, de transparantie van de fiscaliteit en de strijd tegen de corruptie;

J. Gelet op de doelstellingen van het economische en financiŽle gedeelte : de oprichting van een euromediterrane vrijhandelszone vanaf 2010; benadrukkend dat het hier geen complete vrijhandel betreft, aangezien de volgende beperkingen gelden : de handel in diensten en landbouwproducten zal pas op een latere, nog niet vastgestelde datum worden geliberaliseerd, vier partners hebben al een douaneunie opgericht (Turkije, Cyprus en Malta) alsook een industriŽle vrijhandelszone (IsraŽl sinds 1988) en de inwerkingtreding van het vrijhandelssysteem wordt gespreid over 12 jaar (de maximumtermijn die de WHO toestaat voor regionale overeenkomsten) vanaf de datum van ondertekening van de associatieovereenkomst;

K. Overwegende dat de cumulatie van de oor- sprongsregels het ontsluiten en op elkaar afstemmen van de economieŽn van de partnerlanden bevordert, alsook de ontwikkeling van de handel binnen de mediterrane zone, zich verheugend over de beslissing van de Ministerraad van 11 oktober 2005 om een pan-euromediterrane zone voor de cumulatie van de oorsprongregels in te stellen die het de producten en de handelaars mogelijk zal maken om preferentiŽle douanetarieven te genieten;

L. Overwegende dat de privťsector. bij de mediterrane partners meer moet worden ontwikkeld met gebruik van de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP) van de Europese Investeringsbank waarvan in december 2006 zal worden bekeken of ze tot een onderafdeling van de EIB kan worden omgevormd;

M. Overwegende dat het noodzakelijk is in 2006 een euromediterrane bank op te starten;

N. Overwegende dat het sociale, culturele en menselijk aspect, dat wil zeggen, de bevordering van het wederzijds begrip tussen de volkeren van de regio, stiefmoederlijk wordt behandeld in de Euromediterrane dialoog;

O. Overwegende dat elke associatie-overeen- komst tussen de Unie en de verschillende betrokken landen een opschortend beding bevat met betrekking tot de eerbieding van de mensenrechten; het belang benadrukkend van de communicatie over de middelen om de mensenrechten in het Middellandse Zeegebied te bevorderen (doc. COM(2003) 294 van 21 mei 2003) en van een concrete implementatie van de aanbevelingen;

P. Overwegende dat de plaats die aan het middenveld in de mediterrane landen wordt toegekend onvoldoende is en de vrijheid van meningsuiting er dikwijls wordt onderdrukt;

Q. Overwegende dat het noodzakelijk is dat het middenveld kan worden gemobiliseerd rond grote doelstellingen, zoals goed bestuur, de eerbied voor de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten, de milieubescherming, de ontwikkeling van de informatiemaatschappij, het waterbeheer en zoveel andere;

R. Overwegende nochtans de bemoedigende resultaten van het MEDA-programma voor democratie, van het uitwisselingsprogramma Euro-Med Jeugd, dat tot doel heeft de integratie van jongeren in het sociale en het beroepsleven te vergemakkelijken en van Euro-Med Audiovisueel, dat bestemd is om een samenwerking te organiseren inzake radio, televisie en cinema, en van de actie ten voordele van het cultureel erfgoed Euro-Med Erfgoed;

S. Gelet op de oprichting van een Euromediterrane parlementaire assemblee op 22 en 23 maart 2004, voorgezeten door de voorzitter van het Europees parlement Josep Borrell Fontelles, een beslissende stap naar de institutionalisering en de versterking van de parlementaire dimensie van het Euromediterraan partnerschap; eraan herinnerend dat deze Assemblee geen juridisch bindende normatieve bevoegdheid heeft;

T. Overwegend dat een versnelde ontwikkeling van de sub-regionale betrekkingen in de Maghreb-landen en in de Mashraq-landen van prioritair belang is;

U. Overwegende dat sinds de conferentie van Barcelona de verslechtering van de situatie in het IsraŽlisch-Palestijns conflict, de oorlog in Irak en een aantal maatregelen die werden genomen na de gebeurtenissen van 11 september 2001, de dialoog minder vlot heeft gemaakt en de economische ontwikkeling van de regio heeft verlamd, en dat de politieke stabiliteit een conditio sine qua non is voor het welslagen van het hele project;

V. Overwegende dat het project van de Verenigde Staten ę Great Middle East Ľ niet in de lijn ligt van het proces van Barcelona;

W. Overwegende dat de omvang van de nog te voltooien taak de toch niet te verwaarlozen behaalde resultaten uit het oog doet verliezen; dat het hier gaat om een beleid op lange termijn en dat het onrechtvaardig zou zijn om het in dit stadium al te beoordelen, dat het partnerschap de enige mogelijke aanpak is; dat het om menselijke, historische, culturele, economische en geostrategische redenen ondenkbaar is dat Europa zijn steun aan het Middellandse Zeegebied opzegt;

X. Overwegende dat het welslagen van het proces van Barcelona in de eerste plaats afhangt van de Mediterrane partners zelf, zowel wat het politieke als wat het economische gedeelte betreft; dat het vrijhan-delsproject niet kan slagen noch resultaten kan opleveren zonder dat de zuidelijke landen zelf constructieve initiatieven nemen om een zone van regionale integratie te creŽren die te vergelijken valt met die van de Unie; dat er dan pas sprake kan zijn van een echt partnerschap veeleer dan van een opeenstapeling van preferentiŽle bilaterale betrekkingen tussen Europa en elk van de partnerlanden afzonderlijk;

Y. Overwegende dat er correlaties zijn tussen het partnerschap en het nabuurschapsbeleid en dat er vragen rijzen over de toekomst van die twee vormen van samenwerking, rekening houdend met het feit dat de eerste het multilaterale begunstigt en het tweede het bilaterale;

Z. Overwegende dat eind september 2004 het wereldwijd satelliet-navigatiesysteem (GNSS) wordt gelanceerd waarbij gedurende drie jaar de deelname van de partnerlanden aan het Galileo-programma wordt voorbereid;

AA. Gelet op de conclusies van Barcelona VII, gehouden op 30 november 2004, te weten : dat 2005 is uitgeroepen tot het jaar van het Middellandse Zeegebied en dat de tiende verjaardag van de verklaring van Barcelona wordt aangegrepen om het Euromediterrane proces te versterken en nieuw leven in te blazen;

BB. Overwegende de conclusies van de VIIe Euromediterrane conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken (30-31 mei 2005) en de voorstellen van de Europese Commissie van 12 april 2005 (COM(2005)0139) waarin een werkprogramma wordt opgesteld voor de uitdagingen van de vijf komende jaren Ľ.

VRAAGT DE REGERING :

1. eraan te herinneren dat veel belang gehecht wordt aan een ambitieus proces van Barcelona, voor de oprichting van een zone van gedeelde welvaart, samenwerking op een paritaire basis tussen de Europese Unie en de partnerlanden en een intensere dialoog tussen de culturen, de beschavingen en de godsdiensten, en aan te dringen op het belang van het ownership van het proces door de partnerlanden;

2. aan de top van Barcelona van 27 en 28 november 2005 concrete acties voor te stellen om het proces van Barcelona volledig uit te voeren en dat om de doelstellingen voor 2010 te bereiken;

3. te herinneren aan het belang van een snelle uitvoering van de samenwerkingsakkoorden, wat een versnelling van de nationale ratificatieprocedures veronderstelt; werk te maken van de onderhandelingen rond en de toepassing van de nationale plannen inzake het nabuurschapsbeleid en daarbij met de partnerlanden duidelijk de eigenheid onderstrepen van het proces van Barcelona als van het nabuurschapsbeleid;

4. de bestrijding van het terrorisme aanpakken met eerbied voor de rechtsstaat ter bevordering van de mensenrechten en de democratie;

5. toe te zien op de uitvoering van de verklaring inzake de bestrijding van het terrorisme van de Europese Raad van 25 en 26 maart 2004, de samenwerking ter zake te verbeteren, een langetermijnstrategie uit te werken om de oorzaken van het terrorisme efficiŽnt te bestrijden, te pleiten voor de ratificatie en de toepassing van alle internationale verdragen die maatregelen ter bestrijding van het terrorisme bevatten;

6. de samenwerkingsprojecten op het vlak van justitie en binnenlandse zaken resoluut voort te zetten, en daarbij de nadruk te leggen op de politiŽle en gerechtelijke vorming, een gestructureerde uitwisseling van informatie, versterking van de netwerken en een betere samenwerking van de parketten; werk te maken van een betere samenwerking met betrekking tot het burgerlijk en het familierecht (oplossing voor internationale conflicten met betrekking tot het ouderlijk gezag en de rechten van het kind);

7. zich in te spannen om in de partnerlanden een onafhankelijke justitie in te voeren, alsook een betere toegang daartoe;

8. actief deel te nemen aan het uitstippelen en toepassen van een beleid met betrekking tot de migratiestromen in het Middellandse Zeegebied;

9. te pleiten voor de oprichting van de vrijhandelszone gepaard met concrete vooruitgang op sociaal vlak en inzake bescherming van de mensenrechten en ervoor te pleiten dat de vrijmaking van de landbouwuitwisseling aangevuld wordt met acties op het vlak van de plattelandsontwikkeling en dat de vrijmaking op het gebied van de diensten evenwichtig is;

10. er bij de commissie voor te pleiten dat zij de mediterrane landen programma's zou voorstellen voor regionale samenwerking tussen de zuidelijke mediterrane partners alsook een aantal stimuli daartoe; vastbesloten steun te bieden aan de economische integratie van Marokko, TunesiŽ, Egypte en JordaniŽ (proces van Agadir), waarvan de basistekst is ondertekend op 24 februari 2004 en die moet uitmonden in de oprichting van een vrijhandelzone op 1 januari 2006;

11. concrete initiatieven voor te stellen om in 2006 de Euromediterrane Ontwikkelingsbank op te richten, waarvan het principe is bekrachtigd in de conclusies van de top van Laken van december 2001;

12. de Europese Investeringsbank toe te staan om aandelen te verwerven in mediterrane privť ondernemingen;

13. bijzonder belang te hechten aan de Euromediterrane parlementaire assemblee; ervoor te ijveren dat er in die assemblee een gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen tot stand komt en dat hij een doelmatige taak krijgt pinnen het partnerschap;

14. bijzondere aandacht te besteden aan het bedrag dat zal worden uitgetrokken voor het proces van Barcelona en het nabuurschapsbeleid in het kader van het komende begrotingsdebat voor de jaren 2007-2013; erop toe te zien dat de partnerlanden over de nodige capaciteit beschikken om de Europese hulp op te nemen en die hulp zo goed mogelijk gebruiken en evaluatiemechanismen in te stellen voor de vooruitgang die door het partnerschap is gemaakt;

15. Binnen het partnerschap een secretariaat in te stellen dat hun een betere begeleiding van het partnerschap moet verzekeren alsook vormingscellen om de toegankelijkheid tot de Europese wetgeving te bevorderen;

16. de kandidaturen voor toetreding tot de WHO van partnerlanden die nog geen lid zijn te steunen; een constructieve dialoog aan te gaan met de partnerlanden teneinde de onderhandelingen van Doha eind 2005 te doen slagen;

17. een impactstudie op te starten over de oprichting van een gemeenschappelijke landbouwmarkt met de 37 partners, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van de rurale ontwikkeling;

18. de ontwikkeling van privť-ondernemingen in de partnerlanden te steunen overeenkomstig de principes van het Europees-Mediterraan Handvest voor het bedrijfsleven (Verklaring van Caserta) ondertekend op 7 oktober 2004; te benadrukken hoe belangrijk het is dat een performant onderwijssysteem, afgestemd op de noden van de arbeidsmarkt, zorgt voor de verspreiding van een ondernemingscultuur; er bovendien de nadruk op te leggen dat vooruitgang inzake het aantrekken van buitenlandse en inzonderheid Europese investeringen in grote mate afhangt van het garanderen van rechtszekerheid, de transparantie van de fiscale regelgeving en de strijd tegen de corrupte;

19. in het raam van het proces van Bologna en van de Milleniumdoelstellingen inzake onderwijs, te werken aan het uitwisselen van goede praktijken om de kwaliteit van het onderwijsnet en de scholingsgraad te verbeteren, de vorming van het onderwijzend personeel, de mobiliteit en de interuniversitaire contacten;

20. te werken aan het duurzaam waterbeheer in het Middellandse Zeegebied; een ambitieus Euromediterraan milieubeleid uit te werken; de ratificatie van milieuverdragen aan te moedigen, waaronder het protocol inzake de bescherming van de Middellandse Zee tegen verontreiniging; het initiatief steunen om de Middellandse Zee tegen 2020 van vervuiling vrij te maken;

21. de ontwikkeling van het Europees veiligheids- en defensiebeleid doorzichtig te maken en op dat vlak aan te sturen op Euromediterrane samenwerking, met name wat betreft de civiele aspecten van crisisbeheersing, de civiele bescherming en de opleiding van het personeel; voort te werken aan de onderhandelingen rond en het opstellen van het Euromediterraan Handvest voor vrede en stabiliteit;

22. voor het vervolg van de unilaterale terugtrekking van IsraŽl uit de Gazastrook van augustus 2005, de verdere uitwerking steunen van het stappenplan dat door het Kwartet van 6 december 2002 werd aangenomen, alsook de bilaterale onderhandelingen tussen IsraŽliŽrs en Palestijnen om zo vlug mogelijk die doelstelling te bereiken;

23. de partnerlanden eraan te herinneren hoe belangrijk het is dat de verbintenissen uit de Verklaring van Barcelona met betrekking tot ontwapening en wapenbeheersing worden nageleefd; de bepalingen uit de samenwerkingsakkoorden met betrekking tot het verbod op de productie of verspreiding van massavernietigingswapens zo goed mogelijk aan te wenden;

24. te ijveren voor meer eerbied voor de mensenrechten in het Middellandse Zeegebied, voor de op- richting in de betrokken landen van onafhankelijke instanties die borg kunnen staan voor de effectieve bescherming van de rechten die voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten; het Europees programma ę initiatief voor de democratie Ľ in dat verband handhaven en het werk van de subcomitťs voor de rechten van de mens steunen waarin de samenwerkingsakkoorden voorzien, ook voorzien in de multilaterale comitťs en herinneren aan het grote belang van de tien aanbevelingen van de commissie van mei 2003 om de mensenrechten te versterken in het raam van de betrekkingen met de Middellandse-Zeelanden;

25. een mechanisme in te stellen tot evaluatie van de samenwerkingsakkoorden in het licht van de naleving van de mensenrechten;

26. de culturele en religieuze verdraagzaamheid ten opzichte van seksuele keuzes te bevorderen;

27. steun te bieden aan programma's die ijveren voor de rechten van de vrouw in de partnerlanden en vooral dan op economisch vlak; te zorgen voor de bevordering van de universaliteit van de vrouwenrechten en de gendergelijkheid; steun te bieden aan het initiatief om in 2006 een Conferentie over de rechten van de vrouw in het Middellandse Zeegebied te organiseren;

28. de betrokken landen die dat nog niet gedaan hebben, op te roepen om het voorgestelde moratorium op de doodstraf en het Internationaal Strafhof te steunen;

29. de Stichting Anna Lindh te steunen in haar werkzaamheden en het belang beklemtonen van onderwijs, dialoogcultuur, de vermindering van ongelijkheden inzake kennis, pedagogie van de opvoeding ten aanzien van jongeren en vrouwen; het Euromed Heritage-programma integreren in de Stichting en het acquis ervan coŲrdineren in toeristische aangelegenheden om het cultureel erfgoed van het Zuiden van het Middellandse Zeegebied beter te doen kennen;

30. in de 37 lidstaten de samenwerking te bevorderen op het vlak van de informatie- en communicatietechnologieŽn en zo te zorgen voor een blijvende vooruitgang wat de onderwijsprogramma's en het e-government betreft; alle belang te hechten aan de volgende top van de UNO die in november 2005 in Tunis zal plaatsvinden;

31. de partnerlanden op te nemen in de Europese onderzoeksruimte teneinde de wetenschappelijke en technische samenwerking te ontwikkelen; de noodzakelijke uitwisseling bevorderen door de verplaatsing van vorsers gemakkelijker te maken;

32. te werken aan de afbakening en de ontwikkeling van Euromediterrane netwerken inzake energie, transport (op basis van het Blauwboek dat op het 7e Euro-Med Forum voor Vervoer van 11 oktober 2005 is aangenomen) en telecommunicatie;

33. bij te dragen tot de concrete en snelle uitvoering van de initiatieven waartoe is besloten tijdens de Top Barcelona VI van 29 en 30 november 2004, en met name :

— een complete balans op te maken die kan dienen als basis voor beslissingen aangaande de toekomst van het Proces van Barcelona,

— woorden om te zetten in daden en een echte politieke wil te tonen om de samen aangegane verbintenissen uit te voeren,

— de nodige financiŽle middelen vrij te maken,

— alle nodige inspanningen te doen om de vrede te bevorderen en het terrorisme te bestrijden,

— de ratificatie van het statuut van Rome en de toetreding tot het Internationaal Strafhof aan te moedigen,

— te ijveren voor politieke hervormingen en de uitbreiding van het democratisch proces en de rechtsstaat,

— de dialoog en de samenwerking uit te breiden op het vlak van de regionale veiligheid, van het bannen en de non-proliferatie van massavernietigingswapens en op het vlak van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid,

— nieuwe maatregelen te nemen met het oog op de oprichting van een Euromediterrane vrijhandelszone, het proces van Agadir uit te breiden tot andere Arabisch-Mediterrane partners, gebruik te maken van het nieuwe kaderprotocol inzake de liberalisering van diensten, een reeks maatregelen af te spreken voor de wederzijdse liberalisering van de handel in landbouwproducten, een beter zakenklimaat te scheppen en het concurrentievermogen te stimuleren, de infrastructuur (transport en energie) te ontwikkelen, de Mediterrane partners een betere toegang te bieden tot de kenniseconomie.

— een geÔntegreerde aanpak te hanteren waarbij de positieve aspecten van migratie worden erkend, alsook het belang van eenieder bij de bestrijding van clandestiene immigratie, terugnameovereenkomsten te sluiten, mensenhandel en de netwerken te bestrijden,

— het begrip tussen de volkeren van de EU en het Middellandse Zeegebied te bevorderen om alle vormen van extremisme en radicalisering te voorkomen en de culturele diversiteit te bevorderen,

— het onderwijsniveau en de alfabetiseringsgraad bij jongeren te verhogen.

34. op een volgende vergadering voor te stellen dat de bescherming van de mensenrechten op de agenda komt en dat in dat verband de samenwerkingsakkoorden en andere verdragen naar de letter en naar de geest worden nageleefd.