Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-48

ZITTING 2004-2005

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid

Vraag nr. 3-3073 van mevrouw Van de Casteele d.d. 20 juli 2005 (N.) :
Apotheken. — Openings- en sluitingsuren. — Mogelijke inbreuk op de vrije concurrentieregels. — Positie van de Raad voor mededinging.

De Raad voor mededinging zou recentelijk een aantal klachten hebben ontvangen over het feit dat de openings- en sluitingsuren van apotheken een inbreuk zouden betekenen op de vrije concurrentieregels.

Nochtans is een apotheek geen gewone handelszaak en zijn geneesmiddelen geen gewone koopwaar, zeker niet als het voorschriftplichtige geneesmiddelen betreft. De wetgever heeft immers in het belang van de volksgezondheid, onder meer door de wet op de spreiding van officina's, geopteerd voor de verdeling van geneesmiddelen door een evenwichtig uitgebouwd net van deskundige en hooggeschoolde apothekers. De regering heeft vorig jaar trouwens ook beslist dat apothekers eerder moeten vergoed worden in de vorm van een farmaceutisch honorarium, dan via een winstmarge op de geneesmiddelen.

In tegenstelling tot andere handelszaken moeten apothekers samenwerken om de wachtdienst te verzekeren, om op die manier de dienstverlening aan de patiŽnt te verzekeren. Vrije openings- en sluitingsuren zouden bijvoorbeeld kunnen betekenen dat in een bepaalde regio alle apotheken tezelfdertijd zouden gesloten zijn. Anderzijds is het moeilijk een wachtdienst te organiseren en met name apothekers op te leggen een hele week permanent aanwezig te zijn als andere apothekers in de buurt zich niet aan de sluitingsuren houden.

1. Wat is het standpunt van de geachte minister ter zake ?

2. Houdt de Raad voor mededinging voldoende rekening met het specifieke karakter van een apotheek ?

3. Hoe moeten een aantal regels specifiek voor deze beroepsgroep worden afgewogen tegen de vrije concurrentieregels en het feit dat apothekers volgens de rechtspraak ondernemers zijn in de zin van de wet van 1 juli 1999 op de bescherming van de economische mededinging ?