3-1067/3

3-1067/3

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

1 APRIL 2005


Wetsvoorstel over de medisch begeleide voortplanting


AMENDEMENTEN


Nr. 20 VAN MEVROUW DE SCHAMPHELAERE EN DE HEER BEKE

Art. 3

Het tweede lid van dit artikel vervangen als volgt :

« De medisch begeleide voortplanting is enkel toegankelijk nadat de oorzaken van steriliteit, onvruchtbaarheid of verminderde onvruchtbaarheid zijn vastgesteld en zo nodig behandeld zijn door specialisten op het gebied van de vrouwelijke en de mannelijke fertiliteit. ».

Verantwoording

Conform de intemationaal geldende richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie, zoals ook professor Comhaire in de hoorzitting van 16 maart heeft weergegeven.

Vaak grijpt men direct naar IVF en ICSI als oplossing van een vruchtbaarheidsprobleem. Dit zijn echter dure en belastende methoden, die vaak niet eens nodig zijn. Meestal kan het vruchtbaarheidsprobleem op een andere, minder dure en minder belastende manier worden opgelost.

De Wereldgezondheidsorganisatie is van oordeel dat in de eerste plaats moet worden gezocht naar de oorzakelijke factoren voor het feit dat een man een gestoorde spermakwaliteit heeft.

Eventuele infecties moeten worden behandeld, ongezonde levenswijzen moeten worden gecorrigeerd, er moet psychologische begeleiding worden verstrekt. Als het paar dan nog infertiel blijft, heeft men te maken met onverklaarde infertiliteit. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan, kan de arts een medische behandeling toepassen. Daarna kan inseminatie worden overwogen, een weinig invasieve methode zonder risico. Als die methode nog geen resultaat oplevert, kan worden overgegaan tot IVF en ICSI. Deze twee methoden zijn de ultieme mogelijkheden.

De vergelijking van de kostprijs van een IVF-kind met de kostprijs voor het bekomen van een kind via een andere methode (zoals bijvoorbeeld varicocele behandeling of een behandeling met anti-oestrogeen Tamoxifen of zelfs IUI) brengt een groot verschil aan het licht en dat verschil is ethisch-deontologisch van het grootste belang.

Indien immers de gemeenschap 1 miljoen euro ter beschikking zou stellen voor de behandeling van infertiele paren als gevolg van de mannelijke factor en men past de richtlijnen toe van de WHO, dan kan men — rekening houdend met de verdeling van de verschillende aandoeningen binnen de bevolking, het succespercentage en de kostprijs van de behandeling — ongeveer 320 spontane zwangerschappen bekomen binnen de 12 maanden. Als men ervan uitgaat dat het niet de moeite loont een man met slechte spermakwaliteit te behandelen en onmiddellijk op IVF overstapt, kan men, rekening houdend met de kostprijs per kind, met 1 miljoen euro 80 kinderen laten ontstaan. Dat is een groot ethisch en deontologisch probleem.

Het niet toepassen van de richtlijnen van de WHO is een medische en deontologische fout.

Nr. 21 VAN MEVROUW DE SCHAMPHELAERE EN DE HEER BEKE

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« Wanneer een centrum waar een zorgprogramma reproductieve geneeskunde loopt, specifieke beleidsopties uitwerkt in verband met de toegankelijkheid van de behandeling, moeten die meegedeeld worden op eenvoudige aanvraag van elke belanghebbende.

Geen enkel centrum en geen enkele arts is verplicht om op een verzoek om medisch begeleide voortplanting in te gaan.

Wanneer een verzoek geweigerd wordt, moeten de redenen meegedeeld worden aan de betrokken personen en moet naar een ander centrum doorverwezen worden. ».

Verantwoording

Bepaalde centra gaan enkel uit van medische indicaties (onvruchtbaarheid of een ernstige genetische indicatie in een man/vrouw relatie) voor de toepassing van de technieken van medisch begeleide bevruchting.

In andere centra worden de technieken ook aangewend als een alternatief voor een kinderwens in een lesbische relatie of bij alleenstaande vrouwen.

Dit meningsverschil leeft ook in de samenleving. Een echt pluralistische samenleving neemt het vrij initiatief van organisaties en personen ernstig.

Daarom komt het aan elk centrum apart toe om beleidsopties in verband met de toegankelijkheid van de behandeling uit te werken.

Bovendien kan geen enkele arts en geen enkele zorgverstrekker gedwongen worden tot handelingen en behandelingen die niet overeenstemmen met hun wetenschappelijke en ethische inzichten.

Nr. 22 VAN MEVROUW DE SCHAMPHELAERE EN DE HEER BEKE

Art. 11

Paragraaf 4 van dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

De embryowet van 11 mei 2003 bepaalt uitdrukkelijk dat de betrokken personen (de intentionele ouders) schriftelijk toestemming moeten geven voor het gebruik van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek na meer informatie gekregen te hebben over « het doel, de methodologie en de duur van het onderzoek of de behandeling ».

Een embryo is geen zaak, maar menselijk leven.

Weliswaar is een embryo nog geen menselijke persoon, maar wel omvat het de potentie om uit te groeien tot een menselijke persoon en verdient daarom respect en bescherming. Voor ons kan een embryo dus nooit zomaar een instrument voor de wetenschap zijn of automatisch eigendom worden van de gemeenschap. Hiervoor is de uitdrukkelijke toestemming nodig van de meest betrokkenen, de potentiėle ouders dus.

We kunnen de vergelijking maken met de lichamen van afgestorven mensen. Die zijn ook niet automatisch voorbestemd voor het wetenschappelijk onderzoek; hiervoor is een uitdrukkelijke toestemming nodig. Ook als iemand helemaal alleen sterft en niemand nog bekommerd is, wordt het lichaam niet automatisch afgestaan aan de wetenschap.

Art. 12

Artikel 12 doen vervallen.

Verantwoording

Zelfde verantwoording als voor het amendement nr. 21.

Mia DE SCHAMPHELAERE
Wouter BEKE.