3-123

3-123

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 JULI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde promotie van het aandeel goedkope voorschriften bij huisartsenĽ (nr. 3-936)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het geneesmiddelenbudget blijft zorgen baren en het voorschrijfgedrag van de huisartsen blijft daar een cruciale rol in spelen. De wet van 27 april 2005 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid vult artikel 36bis, ß1, van de wet die de accrediteringsvoorwaarden vastlegt, aan door het criterium van het rationeel voorschrijven van geneesmiddelen in te voegen in de lijst van de te vervullen kwaliteitsdoelstellingen voor accrediteringen. Het was de bedoeling de minister van Volksgezondheid de mogelijkheid te geven de accreditering terug te schroeven van artsen die onvoldoende generische of andere goedkope geneesmiddelen voorschrijven.

Op vroegere vragen antwoordde de minister dat de artsen de gelegenheid hadden om vůůr 30 juni alternatieven voor te stellen in de Medicomut. Nadien zou de minister onder druk van de artsen afgestapt zijn van het idee om via accreditering te werken. Hij zou nu een beroep doen op de responsabiliseringswet voor de artsen en de dienst Evaluatie en Controle van het RIZIV zou moeten toezien op het rationeel voorschrijven van de artsen en zou eventuele sancties moeten vastleggen.

Er heerst nog heel wat onduidelijkheid over de manier waarop we de artsen moeten aansporen om goedkope geneesmiddelen voor te schrijven. Ik blijf bij het standpunt van onze fractie dat het in sommige gevallen noodzakelijk kan zijn bestraffend op te treden, maar ik deel wel de opvatting die de heer Germeaux hier vorige week verkondigde, namelijk dat het soms efficiŽnter kan zijn te belonen dan te bestraffen. We hebben tijdens onze studiereis in Nieuw-Zeeland ingezien dat een collectieve beloning van de artsenorganisaties soms een efficiŽnt middel kan zijn om het voorschrijfgedrag bij te sturen.

We moeten alleszins weten welke de uitgangspunten zijn en welke doelstellingen we willen bereiken.

Wat is het huidige voorschrijfprofiel van de gemiddelde arts, zowel van de huisartsen als van de verschillende specialisten? Sommige specialisten, zoals gynaecologen, beschikken over minder mogelijkheden om een generiek geneesmiddel voor te schrijven dan andere specialisten.

Welk aandeel wil de minister opleggen in het kader van de accreditering of de responsabilisering?

Wat zal onder de noemer `goedkoop voorschrift' vallen? Op welke cijfers zal de minister zich baseren? Welke controle zal er worden uitgeoefend?

Welke sanctie zal worden opgelegd als de doelstelling niet wordt gehaald en hoelang zal die gelden?

In het verleden werd vaak getornd aan de reglementering inzake magistrale bereidingen. Magistrale voorschriften zijn echter soms goedkope alternatieven. Kunnen ze niet worden opgenomen bij het definiŽren van rationeel voorschrijfgedrag?

Moeten we er in de eerste plaats niet op aandringen minder geneesmiddelen voor te schrijven. BelgiŽ behoort nog steeds tot de koplopers van het geneesmiddelenverbruik. Zou het daarom niet wenselijk zijn in de doelstelling ook het aantal patiŽntencontacten dat niet tot een terugbetaald voorschrift leidt, als parameter op te nemen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik heb het Intermutualistisch Agentschap gevraagd het gemiddelde voorschrijfprofiel van de artsen inzake goedkope geneesmiddelen te beschrijven. De precieze gegevens voor het tweede semester van 2004 zullen begin volgende week worden overgezonden. Ik kan vandaag dus nog geen cijfers meedelen.

Het principe is dat elke arts het gemiddelde aantal in zijn specialiteit voorgeschreven goedkope geneesmiddelen, verhoogd met 33%, moet voorschrijven. De artsen die het vastgestelde aantal al bereiken, moeten er alleen naar streven dat aantal te behouden. De artsen die het gemiddelde niet bereiken, moeten een extra inspanning leveren.

Door voor elke specialiteit het gemiddelde in beschouwing te nemen, wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van de goedkopere producten voor die specialiteit en met het huidige voorschrijfgedrag van de artsen in elke specialiteit.

Onder het voorschrijven van goedkope geneesmiddelen moet worden begrepen: de originele geneesmiddelen in de referentieterugbetaling waarvan de prijs tot de terugbetalingsbasis werd verminderd, de generische geneesmiddelen en de kopieŽn en elk voorschrift op stofnaam, al dan niet een voorschrift van een molecule onder of buiten octrooi. Als originele geneesmiddelen zullen we elk origineel nemen waarvan de prijs vůůr het einde van de geanalyseerde periode tot de terugbetalingsbasis werd verminderd.

Wat de sancties betreft, zal de procedure van artikel 141, ß2, van de wet op het RIZIV worden gebruikt. Het betreft een procedure die werd ingevoerd in het kader van de responsabiliseringswet. Ze legt voor elke sanctie een monitoringprocedure vast voor de zorgverstrekkers van wie het voorschrijfgedrag negatief geŽvolueerd is. Deze procedure werkt op tegenspraak. De zorgverstrekker kan in elk stadium van de procedure zijn argumenten doen gelden.

De magistrale bereidingen kunnen niet als goedkope geneesmiddelen in rekening worden gebracht en dit om verschillende redenen. Er bestaat geen systematische vergelijking van de prijzen van magistrale bereidingen met andere specialiteiten. We kunnen dus niet met zekerheid zeggen dat ze goedkoper zijn. In Farmanet is er geen enkele aanduiding van grootte en verpakkingen. De defined daily dose, DDD, kan niet worden berekend en dus ook het volume niet. Het is juist de bedoeling het volume van goedkopere geneesmiddelen in DDD te kunnen evalueren.

Het probleem van het beheersen van het volume van voorgeschreven geneesmiddelen is inderdaad even belangrijk als dat van de prijs van de geneesmiddelen. Niettemin lijkt het mij geen goed idee om de twee doelstellingen te verwarren. Er wordt wel nagedacht over andere maatregelen om het volume voorgeschreven geneesmiddelen te beperken, meer bepaald via hoofdstuk II.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het antwoord van de minister bracht op enkele punten verduidelijking. We weten nu hoe het rationeel voorschrijven zal worden gecontroleerd en hoe er eventueel zal worden bestraft. Het zal een tegensprekelijke procedure worden. Voor de cijfers moeten we wachten. Ik zal daarover eventueel een schriftelijke vraag stellen.

Ik betreur dat de minister zegt dat hij bij het definiŽren van goedkope geneesmiddelen geen rekening kan houden met magistrale bereidingen. Ik begrijp dat er momenteel moeilijk vergelijkingen kunnen worden gemaakt omdat er voor magistrale bereidingen geen DDD's kunnen worden berekend. Volgens mij is dat toch niet zo moeilijk. Voor antibiotica kan men bijvoorbeeld precies de nodige capsules voorschrijven. De vergelijking tussen de kostprijs van zo'n behandeling met die van een generisch middel is gemakkelijk te maken.

Wat de volumebeheersing betreft, lijkt hoofdstuk II mij niet de meest aangewezen weg. Wellicht moeten we mechanismen vinden die artsen aansporen eerst na te gaan of het echt nodig is om een geneesmiddel voor te schrijven en daarna, wanneer voorschrijven wenselijk blijkt, na te denken over de keuze voor een goedkoper geneesmiddel, uiteraard met respect voor de therapeutische vrijheid.