3-1218/2

3-1218/2

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

28 JUNI 2005


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tussen de regering van Canada, de regeringen van de lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, de regering van Japan, de regering van de Russische Federatie en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake de samenwerking op het gebied van het Civiele Internationale Ruimtestation, gedaan te Washington D.C. op 29 januari 1998


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR

DE HEER GALAND


I. INLEIDING

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 28 juni 2005.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Het gaat om een Verdrag tussen de lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap (ESA), Canada, Japan, de Russische Federatie en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking inzake het Civiele Internationale Ruimtestation.

Het betreft een intergouvernementele overeenkomst uit 1998. BelgiŽ zal kunnen meewerken aan de institutionele relaties tussen de samenwerkende Staten en zal een beroep kunnen doen op het juridisch kader dat de regels vastlegt voor de uitwisseling van technologische knowhow en technische samenwerking.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Roelants du Vivier wijst erop dat de discussie over de exploitatieperiode van het Civiel Ruimtestation nog niet voorbij is. Er wordt als datum 2012 naar voren geschoven, maar de nieuwe bestuurder van de NASA zou de periode willen inkorten tot 2010. Spreker wenst te vernemen hoever het staat met dit dossier.

De vertegenwoordiger van de minister van Wetenschapsbeleid antwoordt dat de nieuwe bestuurder van de NASA inderdaad cijfers heeft genoemd voor het aantal exploitatiejaren, die erg beperkt zijn in vergelijking met de voorstelling die de Europeanen hadden van het aantal vluchten van het Station. Er zijn twee scenario's : of gebruikt men de shuttlevluchten om het station af te werken, of men gebruikt de shuttlevluchten om een station dat niet af is, te exploiteren.

Het verdrag draagt bij tot de versterking van het multilateralisme, wat voorkomt dat de grote partners in dit dossier als enigen kunnen beslissen.

De heer Roelants du Vivier vraagt of de financiŽle verplichtingen die uit dit project voortvloeien ten laste komen van het Europees Agentschap, in plaats van rechtstreeks ten laste van ons land.

De vertegenwoordiger van de minister van Wetenschapsbeleid deelt mee dat er in het kader van dit project geen fondsen worden uitgewisseld, maar dat er werk in natura ten laste van de verschillende partners komt. De verplichtingen van de partijen staan in verhouding tot de budgettaire haalbaarheid. Dat betekent dat de parlementen aan elke partner de budgettaire middelen toekennen om zijn verplichtingen na te komen. Ons land neemt deel aan het ontwikkelingsprogramma van het station binnen het juridisch kader van het Agentschap. De bijdragen zijn onderworpen aan de regels van het Agentschap. Als de Europese partner zijn verplichtingen ten opzichte van de andere partners niet nakomt, zal het probleem doorverwezen worden naar de ESA-raad.

IV. STEMMINGEN

De artikelen 1 en 2 en het wetsontwerp 3-1218/1 in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Pierre GALAND. FranÁois ROELANTS du VIVIER.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp (zie stuk Senaat, nr. 3-1218/1 - 2004/2005)