Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-39

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Vraag nr. 3-2266 van mevrouw de Bethune d.d. 25 februari 2005 (N.) :
Ontwikkelingssamenwerking. — Microfinanciering. — Begrotingsjaar 2005. — Projecten.

De Verenigde Naties hebben 2005 uitgeroepen tot het jaar van de microkredieten.

Ook Belgische ontwikkelingssamenwerking hanteert het instrument microfinanciering via vier kanalen :

— indirecte hulp, de NGO's;

— directe hulp, onder andere via de Belgische Technische Coöperatie (BTC);

— financiering van multilaterale instellingen;

— Belgische Investeringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (BIO NV).

Daarom had ik graag volgende vragen gesteld aan de geachte minister voor het begrotingsjaar 2005 :

1. Wat zijn de prioriteiten inzake microfinanciering ?

2. Welke projecten inzake microfinanciering financiert de Belgische overheid via de indirecte samenwerking ? Wat zijn de overeenkomstige budgetten ?

3. Welke projecten inzake microfinanciering ondersteunt de Belgische overheid via directe bilaterale samenwerking ? Wat zijn de overeenkomstige budgetten ?

4. Welke projecten inzake microfinanciering financiert de Belgische overheid multilateraal ? Wat zijn de overeenkomstige budgetten ?

5. Welke projecten inzake microfinanciering financiert de Belgische overheid via de Belgische Investeringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (BIO NV) ? Wat zijn de overeenkomstige budgetten ?

6. Zijn er nog andere kanalen waarbij België microfinanciering ondersteunt (bijvoorbeeld via de Nationale Bank) ? Zo ja, welke zijn deze ? Over welke projecten gaat het ? Wat zijn de overeenkomstige budgetten ?

Antwoord : 1. In uw vraag met betrekking tot microkredieten, vraagt het geachte lid me wat de prioriteiten zijn van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Microfïnanciering is door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking erkend als een instrument om de armoede te bestrijden en maakt als dusdanig deel uit van de transversale prioritaire thema's van onze samenwerking. Ik nodig u uit de Beleidsnota Sociale Economie te raadplegen die mijn administratie publiceerde in november 2002. Voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking is microfinanciering inderdaad een van de elementen van de sociale economie die verder gesteund en versterkt zullen worden. De andere zijn microgezondheidsverzekering en fair trade.

De interventies van de Belgische samenwerking om initiatieven rond microfinanciering te ondersteunen kunnen de volgende vormen aannemen :

1. Ondersteuning (al dan niet financieel) van bestaande MFI's :

— Kapitaalinbreng;

— Degressieve functioneringssubsidies;

— Participatie door BIO;

— Vorming en omkadering;

— Opstarten van en/of deelname in programma's om de prestaties en de « rating » van de instellingen te evalueren;

— ...

2. Ondersteuning voor de oprichting van nieuwe MFI's (lang proces onderworpen aan vastgelegde procedures, interventie van minimum 5 jaar).

In lijn met de principes inzake duurzaamheid en participatie, zal de Belgische ontwikkelingssamenwerking er tijdens deze interventies over waken dat rekening wordt gehouden met de financiële, institutionele en sociale leefbaarheid van de microfinancieringsinstellingen (MFI's).

Meer specifieke accenten zijn natuurlijk bepaald voor deze interventies van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Ten eerste zal er op het niveau van de « lener » met name over gewaakt worden dat die deel uitmaakt van de arme of erg arme bevolkingsgroep, en zal ook gelet worden op de rol van vrouwen (bijzondere en geprivilegieerde doelgroep), en op een reële, democratische betrokkenheid van de begunstigde bevolkingsgroepen.

Wat de « middelen » betreft, zal het accent gelegd worden op zowel de mobilisering van spaargeld als op de modaliteiten en de aanwending van de toegekende kredieten. De financiële krediet- en spaardiensten stimuleren elkaar onderling en op die manier kan de leefbaarheid van de instelling verbeterd worden. De toegekende kredieten zullen kleine bedragen zijn die voornamelijk gericht zullen zijn op winstgevende economische activiteiten, de afbetalingstermijnen zijn meestal kort zijn, en ook de procedures om een krediet toegekend te krijgen zullen snel verlopen.

Ten derde zullen we erop letten dat de MFI's een aanpak van nabijheid bij het cliënteel ontwikkelen en dat het bestuur van de instellingen geoptimaliseerd wordt onder andere door informatica- en managementtoepassingen.

Dit zijn dus, in het kort, de prioriteiten, accenten en richtlijnen van de interventies van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in de microfinancieringssector.

In het kader van het internationaal jaar van het microkrediet (2005), worden specifieke punctuele activiteiten georganiseerd. Zo heeft DGOS in samenwerking met het Belgisch Platform voor mïcrofinanciering op 3 en 4 maart 2005 in het Egmontpaleis een seminarie georganiseerd over het thema : « Microfinanciering : factor van sociale integratie ? »

Het verslag van dit seminarie wordt momenteel opgesteld en zal u bezorgd worden zodra het beschikbaar is.

Opmerking voorafgaand aan het antwoord op de vragen 2 tot 5.

Over het algemeen worden de interventies in de sector van de microfinanciering gerealiseerd op een meerjarenbasis, met name via vijfjarenprogramma's — actieplannen en specifieke overeenkomsten. Het is daarom moeilijk om ex ante een complete en precieze lijst op te maken van alle interventies in deze sector uitsluitend voor het begrotingsjaar 2005, het lopende jaar dus.

Het bedrag van de interventies en investeringen in de sector van de microfinanciering is in de periode 1999-2003 ononderbroken gestegen en is van 6 miljoen in 2003 gegaan naar 33 miljoen in 2004. De investeringen van BIO vertegenwoordigen meer dan de helft van de interventies in deze sector in 2003.

2. Het is nuttig een onderscheid te maken tussen de financiering via NGO's (dat wil zeggen de indirecte samenwerking in de strikte betekenis) en de financier via het Belgisch Overlevingsfonds.

De NGO's die gespecialiseerd zijn in microfinanciering zijn SOS Faim, AQUADEV, TRIAS en Louvain Développement.

De interventies van de indirecte samenwerking in de sector van de microfinanciering bedragen in 2005 :

— 471 500 euro voor Aquadev;

— 833 000 euro voor SOS Faim;

— 890 600 euro voor Trias;

— 562 000 euro voor de NGO Louvain Développement.

Wat het Overlevingsfonds betreft, bedragen de interventies rond microfinanciering ongeveer 5 miljoen euro, op een portefeuille voor het lopende jaar die geschat wordt op 28 miljoen euro.

3. De lopende interventies van de directe bilaterale samenwerking worden geëvalueerd op ongeveer 11,5 miljoen euro.

4. A. Bijdrage aan de CGAP van de Wereldbank (Consultative Group To Assist the Poor)

De jaarlijkse bijdrage van de Belgische samenwerking aan de CGAP, die sinds 1995 300 000 euro bedraagt, zal niet verlengd worden na de begroting van 2004 (laatste storting in 2005).

De redenen van deze beslissing zijn de wil om te komen tot een concentratie van de Belgische samenwerking in multilaterale instellingen, naast het feit dat de startdoelstellingen van de CGAP bereikt zijn (verspreiding van kennis en « good practices » op het vlak van microfinanciering bij de stichtende agentschappen door de CGAP), en de wens van de CGAP om zich meer te concentreren op de grote Micro-financieringsinstellingen, terwijl de Belgische ontwikkelingssamenwerking zich concentreert op kleinere en met name op landelijke instellingen.

B. Multilaterale bijdrage via het Belgisch Overlevingsfonds

Het Belgisch Overlevingsfonds leidt enkele interventies op het vlak van microfinanciering met multilaterale partners :

— Met IFAD in Kenya ten bate van de KWFT — Kenyan Women Finance Trust. Derde fase van de interventie met als doel de KWFT autonomer te maken. Totaal bedrag van de derde fase : 1 200 000 euro.

— Met FIDA in Uganda ten bate van de UWESO — Uganda Women Effort toSaye Orphans. De tweede fase loopt ten einde in maart 2005 (totaal bedrag 3 000 000 euro waarvan ongeveer 50 % micro financiering) (Een derde fase is voorzien.)

— Met UNICEF in West-Afrika (Senegal, Niger) zijn er enkele kleine onderdelen op het vlak van microfinanciering om activiteiten te steunen waardoor vrouwen inkomen verwerven (10 miljoen CFA frank).

5. Op 31 december 2004 bereikten de investeringen van BIO in de sector van de microfinanciering het totaal bedrag van 21 812 000 euro.

15 % van deze investeringen zijn gerealiseerd in Afrika, 40 % in Latijns Amerika, 3 % in Azië en 429 % in meerdere regio's.

In 2005 zal BIO zijn investeringen in de microfinancieringssector verderzetten.

6. Ja, er bestaan andere kanalen via welke België activiteiten financiert in de sector van microfinanciering.

Andere regionale en federale entiteiten organiseren enkele interventies op het vlak van microfinanciering zonder dat de DGD daar systematisch over wordt ingelicht.

De privé-sector ten slotte — het gaat hier voornamelijk om wat we de « Sociale Investeerders » noemen. Ook deze sector organiseert interventies in het domein van microfinanciering. Bij wijze van voorbeeld noem ik BRS (Belgische Raiffeisenstichting), ALTERFIN, INCOFIN, ...