3-100

3-100

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 10 MARS 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Questions orales

Question orale de M. Wim Verreycken au ministre des Affaires étrangères sur «les ventes d'armes wallonnes» (nº 3-616)

Question orale de Mme Sabine de Bethune au ministre des Affaires étrangères sur «la licence d'exportation délivrée par la Région wallonne en vue de la modernisation d'une fabrique d'armes en Tanzanie» (nº 3-619)

Mme la présidente. - Je vous propose de joindre ces questions orales. (Assentiment)

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ten tijde van de Agusta-affaire donderde Patrick Dewael honend naar de PS als "de partij van het gebroken geweer die geld aanvaardde van de wapenhandelaars". Enkele jaren later stemde de VLD, onder het voorzitterschap van minister De Gucht, in met de `wallonisering' van dezelfde wapenhandel. We kunnen dat geen regionalisering noemen, omdat de vraag niet kwam van Vlaamse bedrijven, maar van de FGTB, zeg maar de PS-vakbond. Vandaag plaatst de minister kanttekeningen bij wat Wallonië terzake doet, maar hij zou beter eerst op eigen borst slaan en erkennen dat hij met die regionalisering nooit had mogen instemmen en dat hij zwaar bedrogen is.

Hij zou best ook eens uitzoeken wie hem zo bedrogen heeft. In een persmededeling van vanochtend antwoordt minister-president Van Cauwenberghe op de opmerkingen van de minister dat zij vandaag van Buitenlandse Zaken alleen een rapport krijgen met banaliteiten en geen enkel document dat hen zou doen denken dat er een specifiek probleem is. Ik stel dus vast dat de Waalse beleidsverantwoordelijken menen dat de minister alleen banaliteiten vertelt en geen specifiek probleem aankaart.

De minister weet dat ikzelf en mijn partij geen enkel probleem hebben met een complete regionalisering van België. Daarom lijkt het mij dan ook het beste om de Waalse wapenhandelaars te verbieden nog langer het woord Belgisch te gebruiken in eender welk document, eender welke brief, eender welk contract. Het woord Belgisch wijst, zeker in dit dossier immers op de Belgische herkomst van de goederen en zo worden Vlamingen en Duitstaligen in hetzelfde bad getrokken. Dat kunnen we niet aanvaarden, aangezien het gaat om de levering van een zuiver Waalse munitiefabriek.

Daarom kreeg ik van de minister graag een antwoord op volgende twee vragen.

Zal de minister de clausule in de wapenwet inroepen, die stelt dat wapenhandel niet strijdig mag zijn met de federale belangen. Is hij met andere woorden van plan een belangenconflict in te roepen?

Zal de minister de Waalse wapenhandelaars verbieden nog langer te verwijzen naar België als herkomstland, en hen opdragen alleen nog Wallonië te gebruiken als betiteling van de herkomstregio?

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - In de eerste plaats wil ik de minister op het hart drukken dat de CD&V-fractie het in deze kwestie volledig met hem eens is. Wij vinden het inderdaad een slecht idee om een munitiefabriek in Tanzania te bouwen. We willen zeker niet dat de Delcredere-dienst zich daarvoor garant stelt. Nu de minister daartegen correct optreedt zal de CD&V-fractie hem vanuit de oppositie haar volle steun geven.

Het verhaal van de exportlicentie voor deze munitiefabriek in Tanzania wordt echter ook een triestig feuilleton. De eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken hebben terecht kritiek op de licentie die het Waalse Gewest heeft toegestaan aan het bedrijf New Lachaussée voor de uitvoer van machines voor een munitiefabriek in Tanzania. Een element in de discussie is waar de fabriek precies ligt. Als het inderdaad in Mwanza is, dan ligt ze op ongeveer 250 km. van het gebied van de Grote Meren. Als de fabriek in Morogoro ligt, dan bedraagt die afstand ruim duizend kilometer, maar ligt ze langs een grote verkeersader.

Het is een gebied dat door oorlogsgeweld wordt geteisterd. Het ligt voor de hand dat deze munitiefabriek met een jaarlijkse productie van ongeveer tien miljoen kogels wellicht massaal zal exporteren naar het gebied van de Grote Meren. Tanzania speelt een dubieuze rol als transitland van lichte wapens naar die regio, meer in het bijzonder naar Oost-Congo, dat onder een wapenembargo valt.

Vorige week stelde ik nog een vraag over mogelijke Belgische initiatieven om het wapenembargo te doen nageleven. Dergelijke initiatieven worden alleen niet genomen, bovendien zorgt België voor een bevoorrading met wapens.

De CD&V-fractie heeft reeds op het huidige probleem gewezen bij de regionalisering van de wapenwet bij het begin van de regeerperiode. Wij hebben er toen op gewezen dat het gevaar bestaat dat een gewest wapenlicenties verleent in strijd met het federale beleid inzake vredesopbouw en conflictpreventie. We hebben toen opgeroepen de regionalisering niet door te voeren, en indien ze toch zou worden gerealiseerd, een overlegprocedure in te voeren. Onze amendementen in dat verband werden niet goedgekeurd en er werd niet in een overlegprocedure voorzien.

Hoe zal de minister de zaak oplossen?

Werd er voor deze nieuwe exportlicentie, die een eerste maal werd geweigerd in het voorjaar van 2004, een kredietgarantie aan de Delcrederedienst gevraagd? Zo ja, welke houding heeft de vertegenwoordiger van de minister in de raad van bestuur ingenomen? De minister maakt immers deel uit van de raad van bestuur van de Delcrederedienst. Zijn vertegenwoordiger kan een exportlicentie opschorten. Of werd er geen aanvraag tot kredietgarantie ingediend en wordt het krediet privé verzekerd?

Artikel 4 van de wapenwet van 1991 stelt duidelijk dat er geen wapenvergunningen kunnen worden toegestaan als "blijkt dat de uitvoer of de doorvoer in ernstige mate strijdig zou zijn met de externe belangen van België of met de internationale doelstellingen die België nastreeft". De minister verklaart in de pers dat er een grote tegenstrijdigheid is tussen de inspanningen van België om Congo te stabiliseren en de medewerking aan de wapenfabriek in een buurland. Impliciet verwijst hij hiermee naar voornoemd artikel 4. Is de minister dan ook bereid expliciet artikel 4 in te roepen voor dit dossier en het in de Ministerraad te brengen of zich tot de Arbitragehof te wenden?

De minister verklaart dat hij de toekenning van deze licentie enkel via de pers heeft vernomen. Is er dan geen voorafgaand overleg geweest tussen het Waals Gewest en de federale overheid? De Waalse minister heeft via een persmededeling laten weten dat zij geen antwoord op haar vraag om advies heeft gekregen. Ze zou dus wel bereid geweest zijn overleg te plegen.

Kan de heer Forrest, eigenaar van New Lachaussée gehandhaafd blijven als adviseur voor Buitenlandse Handel, gezien de verklaringen van de minister in de pers over de rol van dit bedrijf bij het mogelijk in gevaar brengen van het federaal Belgisch conflictpreventiebeleid in de regio van de Grote Meren? Vorig jaar werd de exportlicentie door minister-president Van Cauwenberghe geweigerd op grond van argumenten van vredesopbouw en conflictpreventie. Het bedrijf vraagt toch opnieuw dat een exportlicentie wordt verleend. De heer Forrest werd enkele weken geleden bevestigd in zijn functie als adviseur voor Buitenlandse Handel. Dat is tegenstrijdig: hij moet de Belgische staat adviseren, maar tegelijkertijd stelt zijn bedrijf daden die het federale beleid doorkruisen.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Zowel de heer Verreycken als mevrouw de Bethune vragen meer duidelijkheid over de wapenwet van 1991. Artikel 4 van die wet bepaalt dat een wapenuitvoervergunning niet mag ingaan tegen de externe belangen van België en niet strijdig mag zijn met het buitenlandse beleid. De bevoegdheid voor het afleveren van de wapenuitvoervergunningen is inmiddels overgedragen aan de Gewesten. Artikel 4 van de federale wapenwet blijft naar mijn bescheiden mening echter onverminderd van kracht, omdat de Gewesten nog geen decreten terzake hebben uitgevaardigd. Zij zouden bij decreet andere voorwaarden voor het verlenen van exportvergunningen kunnen uitvaardigen, maar ze hebben dat tot op dit ogenblik nog niet gedaan. De federale sanctie bestaat sinds de bevoegdheidsoverdracht niet meer.

In de institutionele technologie van België kan ik weliswaar elementen vinden om mee uit te pakken, maar op dit ogenblik heb ik die bedoeling niet. Ik ben 25 jaar advocaat geweest en heb de ervaring dat men eerst zijn zaak moet pleiten, zeker als men over een vrij goed dossier beschikt, zoals ik in deze zaak.

De argumenten om die vergunning niet af te leveren zijn zo vanzelfsprekend, dat men ze maar moeilijk naast zich kan leggen. Men kan moeilijk staande houden dat alles moet worden gedaan om het conflict in Congo te bezweren, aandringen op bijkomende strijdkrachten voor de MONUC en op een uitbreiding van hun mandaat, zelf soldaten opleiden om de rust te herstellen, aansturen op een striktere naleving van het wapenembargo - daarover werd hier voor twee weken nog een vraag gesteld, en tegelijkertijd aan de overzijde van de Congolese grens een wapenfabriek neerpoten. Dat lijkt mij zo tegenstrijdig dat ik mij moeilijk kan inbeelden dat men dit argument naast zich neerlegt.

De reactie van de Waalse regering waarover de heer Verreycken zo geringschattend doet, zou ik graag even voorlezen:

« S'il condamne sur la forme les déclarations du ministre des Affaires étrangères, Karel De Gucht, qui a plaidé il y a quelques jours pour la suspension de la licence, tant elles sont tardives, le gouvernement ne les écarte pas pour autant sur le fond. »

Eigenlijk geeft de Waalse regering toe dat ik ten gronde wel eens gelijk zou kunnen hebben. Dat blijkt overigens ook uit de notificatie van het besluit van de Waalse regering:

« Il charge la ministre des Relations extérieures de rencontrer le gouvernement fédéral, accompagnée d'experts régionaux, afin d'obtenir des éléments d'information sur la situation politique dans la région qui fondent les inquiétudes du gouvernement fédéral. »

Ik heb de indruk dat er in het standpunt van de Waalse regering wel enige beweging zit, en zelfs een beweging die in de juiste richting gaat. Mevrouw Milquet heeft overigens verklaard dat dit maar een zeer voorlopige beslissing is. Wat dat ook moge betekenen, zij heeft dit in ieder geval verklaard. Ik denk dat ik een ernstige kans maak om de Waalse regering van mijn standpunt te overtuigen, en dat lijkt mij de beste benadering voor deze problematiek.

Op de technische vraag van mevrouw de Bethune of het hier al dan niet een nieuwe exportvergunning betreft, kan ik verwijzen naar de Nationale Delcrederedienst die het niet als een nieuwe vergunning beschouwt. Op 1 februari 2005 heeft de Delcrederedienst de polis afgegeven aan New Lachaussée, nadat op 6 januari 2005 de exportvergunning werd verleend.

De door de verzekerde ondertekende polis werd terug naar de Delcrederedienst gestuurd en op 2 maart 2005 werd de premie ontvangen. De Delcrederedienst heeft dus het dossier van 2003 opnieuw naar boven gehaald en op basis daarvan de dekking toegekend en het dossier verder afgehandeld. Het is zonder meer duidelijk dat er in de Delcrederedienst geen nieuwe bespreking is geweest.

Op de vraag over de interpretatie van de bijzondere wet van 1991 heb ik al geantwoord. Er is geen voorafgaand overleg geweest. Mevrouw Simonet heeft mij gisteren een brief geschreven, die trouwens in de pers is verschenen. Zij beweert daarin dat er wel degelijk overleg geweest is met de persoon die instaat voor de contacten tussen Buitenlandse Zaken en de regio's. Wij hebben die persoon daarover ondervraagd en hij ontkent dit met klem. We hebben ook geen schriftelijke vraag om informatie gekregen.

Er wordt verwezen naar onze ambassade in Tanzania. Daar is nooit meer gebeurd dan een certificatie van handtekeningen, maar dat gebeurde vóór de weigering van de exportlicentie en niet in de aanloop van deze besluitvorming.

Misschien nog een woord over de procedure zelf. Er bestaat tussen de regio's en de federale regering een protocol, dat echter niet gefinaliseerd is. Het voorstel van protocol is goedgekeurd door de Vlaamse regering. Het werd naar de Waalse regering gestuurd, maar we hebben het nog niet teruggekregen. Einde januari kregen we wel een e-mail met een reeks opmerkingen en de vraag om interkabinettenwerkgroepen bijeen te roepen om het protocol te finaliseren.

Ik heb er geen probleem mee om zoveel mogelijk informatie naar de regio's te sturen en hun eventuele specifieke vragen door te sturen naar onze ambassades in het buitenland. Ik verstrek hen ook altijd het antwoord op die vragen.

De heer Forrest is aangesteld als adviseur. Hij heeft volgens de wettelijke weg een aanvraag ingediend. Daarop werd een beslissing genomen. Mevrouw de Bethune zal moeten toegeven dat het feit dat de heer Forrest adviseur is mij niet belet heeft om hem klaar en duidelijk te zeggen wat ik van zijn aanvraag vond.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik apprecieer het antwoord van de minister en hoop dat we het over dezelfde nota hebben. Ik verwees naar een bericht van Belga van vanmiddag 15.59 uur en waarin staat dat de verklaringen van de minister niet opzij worden geschoven wat de grond van de zaak betreft, maar dat de Waalse regering de laattijdige verklaringen van minister De Gucht veroordeelt. Dat is vreemd want de minister heeft die informatie ook alleen maar via de pers gekregen.

Ik ben het ermee eens dat dit dossier niet moet worden behandeld in de media, maar wel in de interministeriële conferentie die volgende week zal plaats vinden. Ik zou graag de nota inkijken die in deze conferentie zal worden behandeld want de heer Van Cauwenberghe beweert dat het hier gaat om een opeenstapeling van `banaliteiten'. Ik vind dat een vreemde opmerking die zeker niet van collegialiteit getuigt.

Ik hoop trouwens dat dit het laatste incident is over wapenuitvoeringen en dat ooit bewaarheid wordt wat in mijn tendentieus voorstel staat, namelijk dat men in de toekomst zal spreken over Waalse wapenleveringen waarbij wij niet meer betrokken zijn.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De minister bevestigt zijn goede intenties. Ik hoef hem er hem wellicht niet op te wijzen dat goede intenties in de politiek niet volstaan, maar dat zijn beleid zal worden beoordeeld op basis van de resultaten.

Hij verklaart dat er voldoende argumenten zijn om artikel 4 en de institutionele mechanismen niet te moeten inroepen. Ik hoop dat hij gelijk heeft, maar als hij de geloofwaardigheid van zijn beleid niet op het spel wil zetten, valt er misschien niet aan te ontkomen. Hij moet verantwoording afleggen tegenover de Belgische bevolking, maar ook de Congolese bevolking hoopt dat hij de juiste beslissing neemt in dit dossier. Op de tribune zit overigens een Congolese delegatie, die in het raam van de campagne van Broederlijk Delen een rondreis maakt door België.

De minister bevestigt dat er in dit dossier wel degelijk een Delcrederewaarborg is, in tegenstelling tot wat er in de pers wordt beweerd. Hij heeft zelf verklaard dat een Waalse exportbeslissing het federale vredesbeleid niet mag doorkruisen. Als we die logica volgen, is het onaanvaardbaar dat een overheidsinstelling door het geven van een waarborg het federale beleid doorkruist. Aangezien de minister lid is van de raad van bestuur van de Delcrederedienst, moet hij in staat zijn de beslissing voor het verlenen van de waarborg ongedaan te maken. Als dat onmogelijk blijkt te zijn, dan moet het dossier aan de ministerraad worden voorgelegd.

Wat de adviesfunctie van de heer Forrest betreft, raad ik de minister aan adviseurs uit te kiezen die rekening houden met het vredesbeleid van ons land in Afrika.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Het is de bedoeling dat ik dit alles met minister Simonet uitpraat. We zien dan wel wat er verder moet gebeuren.