3-1050/1

3-1050/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

18 FEBRUARI 2005


HERZIENING VAN DE GRONDWET


Herziening van titel IX van de Grondwet, om bepaling V op te heffen

(Verklaring van de wetgevende macht,
zie Belgisch Staatsblad nr. 128,
tweede uitgave, van 10 april 2003)


VOORSTEL VAN MEVROUW LIZIN


TOELICHTING


De verklaring tot herziening van de Grondwet van 10 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 10 april 2003) stelt een aantal overgangsbepalingen van de Grondwet voor herziening vatbaar. De bedoeling is dat deze bepalingen zouden worden opgeheven, aangezien zij niet langer dienstig zijn. Het gaat bijgevolg louter om een legistieke zuivering van de tekst.

Met dat doel stelt de verklaring onder meer titel IX van de Grondwet, bepaling V, voor herziening vatbaar. Bepaling V luidt als volgt :

V. — 1. Tot de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers blijven, in afwijking van de artikelen 43, 2, 46, 63, 67, 68, 69, 3, 70, 74, 100, 101, 111, 151, derde lid, 174, eerste lid, en 180, tweede lid, laatste zin, de hiernavolgende bepalingen van toepassing.

a) De federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Koning, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

b) De Koning heeft het recht de Kamers tegelijk te ontbinden en het ontbindingsbesluit bevat oproeping van de kiezers binnen veertig dagen en bijeenroeping van de Kamers binnen twee maanden.

c) De Kamer van volksvertegenwoordigers telt 212 leden en de federale deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk te delen door 212.

d) De Senaat is samengesteld :

1 uit 106 leden, overeenkomstig artikel 61 gekozen naar de bevolking van elke provincie. De bepalingen van artikel 62 zijn van toepassing op de verkiezing van deze senatoren;

2 uit leden, door de provincieraden gekozen naar verhouding van een senator voor 200 000 inwoners. Elk overschot van ten minste 125 000 inwoners geeft recht op een senator meer. Evenwel benoemt elke provincieraad ten minste drie senatoren.

Deze leden mogen niet behoren tot de vergadering die hen kiest, noch daarvan deel hebben uitgemaakt gedurende de twee jaren die voorafgaan aan de dag van hun verkiezing;

3 uit leden, door de Senaat gekozen, in aantal gelijk aan de helft van het getal der senatoren die door de provincieraden zijn gekozen. Is dit een oneven aantal, dan wordt het met een eenheid vermeerderd.

Deze leden worden benoemd door de senatoren die met toepassing van 1 en 2 zijn gekozen.

De verkiezing van de senatoren te kiezen met toepassing van 2 en 3 geschiedt volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging dat door de wet wordt vastgesteld.

Wanneer een senator die door de provincieraad van Brabant werd gekozen, na 31 december 1994 moet worden vervangen, kiest de Senaat een lid met inachtneming van de voorwaarden die in de wet worden vastgelegd. Voor deze wet zijn de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gelijkelijk bevoegd.

e) Om tot senator gekozen te kunnen worden moet men, onverminderd artikel 69, 1, 2 en 4, de volle leeftijd van veertig jaar hebben bereikt.

f) De senatoren worden gekozen voor vier jaar.

g) De ministers zijn in de ene of de andere Kamer alleen stemgerechtigd indien zij er lid van zijn.

Zij hebben zitting in elke Kamer en het woord moet hun worden verleend wanneer zij het vragen.

De Kamers kunnen de aanwezigheid van de ministers vorderen.

h) De Koning kan aan een door het Hof van Cassatie veroordeeld minister of lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering geen genade verlenen dan op verzoek van een van beide Kamers of de betrokken Raad.

i) De raadsheren in het Hof van Cassatie worden door de Koning benoemd uit twee lijsten van twee kandidaten, de ene door de Senaat, de andere door het Hof van Cassatie voorgelegd.

j) Elk jaar wordt door de Kamers de eindrekening vastgesteld en de begroting goedgekeurd.

k) Het Rekenhof legt de algemene staatsrekening, met zijn opmerkingen, voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat.

2. De artikelen 50, 75, tweede en derde lid, 77 tot 83, 96, tweede lid, en 99, eerste lid, treden in werking vanaf de eerstkomende algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Anne-Marie LIZIN.


VOORSTEL


Enig artikel

In titel IX van de Grondwet wordt bepaling V opgeheven.

1 februari 2005.

Anne-Marie LIZIN.