3-86

3-86

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 2 DÉCEMBRE 2004 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au ministre de l'Économie, de l'Énergie, du Commerce extérieur et de la Politique Scientifique sur «la mission commerciale en Chine» (nº 3-481)

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik betreur het dat een staatsecretaris hier moet antwoorden namens de eerste minister, de minister van Binnenlandse Zaken en die van Buitenlandse Zaken. Die ministers geven manifest blijk van hun minachting voor deze instelling. In de Kamer zou een dergelijke houding aanleiding geven tot een groot schandaal.

Mme la présidente. - Je déplore cette situation autant que vous, monsieur Verreycken.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik stel de aanwezigheid van de ministers die de moed opbrengen op vragen die aan hen zijn gericht, ten zeerste op prijs. De manier waarop de heer Schouppe bijna werd afgeblaft door een minister die hem zelf niet onder ogen durft te komen, maar een antwoord liet voorlezen, tart alle verbeelding en is deze instelling onwaardig.

Het Federaal Agentschap voor Buitenlandse Handel organiseerde samen met Export Vlaanderen, Brussels Export en AWEX, een massa-uitstap naar China voor maar liefst 500 deelnemers. Prins Filip leidde de excursies en prinses Mathilde mocht weeskindjes bezoeken.

Er waren wel vrouwen in de delegatie met economisch haar op de tanden, maar alvast een van hen moest als een lepralijder een ratel gebruiken wanneer zij op minder dan 50 meter in de buurt van het prinsenpaar kwam. Waarschijnlijk mocht de prins niet met rolstoelpatiënten worden geconfronteerd.

Volgens verschillende persberichten waren de resultaten van de missie uiterst bescheiden en kwamen de meeste deelnemers zelfs met lege handen of althans ontgoocheld terug uit China.

De Tijd heeft hierover in twee artikelen uitvoerig bericht en schrijft dat prins Filip er, ondanks de grootspraak, niet in geslaagd is `de hoogste deuren in China te openen', terwijl de Luxemburgse premier Juncker daar kort voordien wel in was geslaagd.

Hoe efficiënt kan een missie van 500 personen zijn? Ik verwijs hierbij naar een richtlijn die enkele jaren geleden op het ministerie van Economie circuleerde en die ik van een medewerker kreeg. Volgens die richtlijn mogen aan een missie maximaal 30 personen deelnemen; meer is inefficiënt.

Meent de minister ook niet dat een kleinere delegatie die één regio vertegenwoordigt en niet wordt voorafgegaan door een uithangbord van constitutionele archeologie, heel wat efficiëntere zakenvergaderingen kan beleggen?

Aangezien promotie voor het Hof manifest ook één van de doelstellingen was van deze missie - de krantenartikelen waren daar duidelijk over - kreeg ik graag de verdeling van de missiekosten. Hoeveel procent wordt gedragen door het Federaal Agentschap, Export Vlaanderen, Brussels Export, AWEX en het Hof?

Zal de splitsing van het Federaal Agentschap het onderwerp uitmaken van een bespreking in het samen te roepen `Communautaire Forum', aansluitend bij de resoluties van het Vlaams Parlement uit 1999?

De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De economische missie van 20 tot 28 november in China moet op vele vlakken als een succes worden bestempeld. Dat blijkt alleen al uit het feit dat er 500 deelnemers waren. Sommigen wilden er absoluut bij zijn, bepaalde mensen hoorden er dan weer niet bij en maakten officieel ook geen deel uit van de delegatie. De opmerking dat er vrouwen bij waren met economisch haar op hun tanden, kan ik alleen maar beamen, maar dan wel in verband met de vrouwen die deel uitmaakten van de delegatie. Ik heb de indruk dat er over deze reis twee verhalen de ronde doen. Volgens sommigen is ze absoluut niet geslaagd, anderen zeggen het tegendeel. Ik heb natuurlijk mijn eigen ervaring, maar die kan subjectief zijn, gekleurd door het feit dat ik deel uitmaakte van de missie. Voor mijn beoordeling baseer me dan ook op de gewestattachés, die tegenover mij geen enkele verantwoording moeten afleggen, en vooral op alle bedrijven die aan de missie hebben deelgenomen. Van hen heb ik niets anders dan positieve signalen opgevangen. Meer zelfs, de laatste dag van de missie was er in Guanzhou (Kanton), een ontmoeting met de kleine en middelgrote ondernemingen - vooral voor hen was de reis bedoeld - georganiseerd door het VBO, UNIZO, VOKA, UWE en de Brusselse VOB/UEB. Die ontmoeting toonde duidelijk aan dat de deelnemende bedrijven niet alleen een groot belang hechtten aan de missie, maar dat ze ook vol lof waren over de resultaten ervan. Uiteindelijk kunnen zij goed inschatten of ze enige vooruitgang hebben geboekt.

Ook de Chinese overheden zagen de meerwaarde van de missie in. Het bewijs daarvoor vinden we niet alleen in de ontmoetingen in Beijing, Shanghai en Guanzhou, maar vooral ook in de follow-up.

De aanwezigheid van de kroonprins kende aan de economische missie het belang toe dat ze verdiende.

Noch het Chinese staatshoofd, noch de eerste minister waren op dit moment in China.

De substantiële dossiers die tijdens de officiële contacten ter sprake werden gebracht zijn: het investeringsakkoord tussen België en China; het lanceren van het Belgisch-Chinese investeringsfonds, het China-Belgium Direct Equity Investment Fund, met een bedrag van 100 miljoen euro voor het ondersteunen van KMO's die in China willen investeren; het verkrijgen van het statuut van een markteconomie; de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten, het engagement van de Chinese regering om alle klachten daarover rechtstreeks aan haar over te maken; de rechtstreekse luchtverbinding tussen België en China en het sluiten van sanitaire en fytosanitaire protocollen voor de toegang van Belgische landbouwproducten, meer bepaald de export van kippen- en varkensvlees naar China.

Ik verkies een gesprek met de vice-premier, mevrouw Wu Yi, die tegelijkertijd de enige verantwoordelijke is voor de Chinese autoriteiten om akkoorden te sluiten met de Wereldhandelsorganisatie en met de Europese Unie, boven een courtesy call met het staatshoofd of de premier.

De gewestelijke ministers hebben bepaalde individuele dossiers van bedrijven aangekaart. De dossiers Boortmalt en Ion Beam Applications, IBA, zijn voorbeelden van het succes dat een dergelijke economische zending kan teweegbrengen. De bijdragen van elke regio zijn op voorhand vastgelegd. U kunt nagaan wie wat heeft bijgedragen. Het is nog niet duidelijk of het forum van het Vlaams Parlement over de verdere verdeling van de bevoegdheden zich over deze zaak zal uitspreken.

Ik kan alleen herhalen dat deze missie een succes was. Successen hebben, op enkele chagrijnige schoonvaders na, vaak vele vaders.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - De minister verdedigt uiteraard zijn missie.

In mijn vorige leven deed ik nogal wat excursies met zakenmensen. We bezochten binnen Europa heel wat buitenlandse beurzen. Wanneer er meer dan twintig deelnemers waren, werd de groep opgesplitst. Met meer dan twintig deelnemers konden immers geen efficiënte gesprekken worden gevoerd.

Ik kan zijn opmerking begrijpen dat zakenmensen liever praten met de juiste zakenpartner dan met een protocollair staatshoofd. Maar misschien praten ook de Chinezen liever met een zakenpartner dan met een protocollaire prins. Die theorie zou wel eens in de twee richtingen kunnen gelden en dat is precies dat de reden waarom kranten als De Tijd het nut van dergelijke massamissies niet inzien. En als zij gelijk hebben, dan hebben wij een probleem, want wij hebben toch maar veel geld gegeven - een missie met meer dan 500 deelnemers moet wel heel veel geld kosten - aan een zinloos project.

Mijn vraag naar de verdeling van die kosten is daarom zeker terecht. Ik wil nog altijd weten hoeveel Vlaanderen, dat 80 procent van de Belgische export voor zijn rekening neemt, hiervoor heeft betaald.

Ik herhaal ten slotte dat ik het op prijs stel dat de minister zelf mijn vraag heeft willen beantwoorden.

De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De heer Verreycken heeft tijdens de missies die hij zegt meegemaakt te hebben, waarschijnlijk ook wel gezien dat die meestal op een bepaald ogenblik worden opgesplitst. Zo vonden er in China ook ontmoetingen plaats tussen de Belgische, Vlaamse, Waalse en Brusselse overheden aan de ene kant en de Chinese overheden aan de andere kant. Intussen waren er ook ontmoetingen tussen zakenmensen van bepaalde sectoren. Belgische bedrijfsleiders gaan heel gericht tewerk; ze weten perfect wie hun gesprekspartners in China zijn en hebben die ook gevonden. Onze handelsmissie bestond wel uit 350 mensen, maar die kwamen nooit samen bij onze Chinese tegenspelers aan. Deze opsplitsing verliep trouwens heel vlot, vooral dankzij het professionalisme en de discipline die onze bedrijfsleiders daar aan de dag hebben gelegd.

Mijn laatste opmerking betreft een artikel over de handelsmissie van een freelance-journalist van De Tijd. Wij hebben die journalist op geen enkel ogenblik ontmoet. Ik vermoed dat hij zich heeft gebaseerd op indrukken en meningen van derden, maar zeker niet van de bedrijfsleiders of van de officiële begeleiding. Ik twijfel dus zeer sterk aan de objectiviteit van die verslaggeving.