Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-25

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-901 van de heer Galand d.d. 7 april 2004 (Fr.) :
Terrorisme. ­ Inlichtingendiensten. ­ Interventie- en infiltratienetwerken. ­ Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Sinds de tragische gebeurtenissen van 11 september 2001 is in de Verenigde Staten en in pro-Atlantische kringen een algemene anti-terrorisme-ideologie ontwikkeld. Die ideologie is geļnspireerd op de ideologie die tijdens de koude oorlog de boventoon voerde. De strijd tegen het communisme werd vervangen door de strijd tegen het terrorisme en de USSR werd vervangen door het islamfundamentalisme.

Kan de geachte minister mij meedelen of deze nieuwe « algemene oorlog » ertoe heeft geleid dat aan het Amerikaanse FBI nieuwe bewakingsopdrachten, inlichtingenopdrachten, infiltraties op Belgisch en Europees grondgebied werden overgedragen of toegestaan ? Bestaan er speciale eenheden, zoals die welke tijdens de koude oorlog werden opgericht ? Ik refereer aan bekende netwerken als « Gladio », « Arc-en-Ciel », « Rose des Vents », die destijds aan de kaak werden gesteld. Het gaat telkens om interventie- en infiltratienetwerken van de VS die in politieke-, vakbonds- en pacifistische kringen opereerden, waaraan nu nog de kringen van de andersglobalisten kunnen worden toegevoegd.

Werden die netwerken, die het uitgebreide netwerk « Stay-behind » vormden, dat in 1948 werd opgericht en in 1990 officieel werd ontbonden, op een of andere manier door de nationale veiligheidsdienst van de Verenigde Staten gerehabiliteerd ? De geheime afspraken tussen de Verenigde Staten en de NAVO-leden inzake informatie-uitwisseling, die zogenaamd nodig is in de strijd tegen het communisme, gelden namelijk sinds 1949.

Nu is men beducht voor het terrorisme, zowel vanuit militair als vanuit burgerlijk en crimineel oogpunt. Het betreft dus zowel justitie, defensie, binnenlandse zaken als buitenlandse betrekkingen. Die departementen plegen overleg en sluiten overeenkomsten in het kader van de Europese Unie, die op haar beurt akkoorden sluit met de overeenkomstige departementen in de VS.

De Europese Staten sluiten bilateraal, of gezamenlijk als lid van de Europese Unie, akkoorden met de Verenigde Staten, bijvoorbeeld het akkoord inzake rechtshulp van 25 juni 2003.

De inhoud van dergelijke akkoorden is geheim en hun wettelijkheid kan in twijfel worden getrokken, omdat de Unie geen rechtspersoonlijkheid bezit en geen rechtsbevoegdheid heeft om uit naam van de lidstaten zulke internationale overeenkomsten te sluiten. Die akkoorden werden niet geratificeerd door de nationale parlementen en zijn dus onwettig.

Door die akkoorden kunnen het FBI en andere geheime VS-diensten nu al op Europees grondgebied infiltreren en opereren. Zo voeren de inlichtingendiensten van de VS, en het FBI in het bijzonder, in Europa infiltratie- en informatieopdrachten uit, waarbij ze naamlijsten opstellen in moskeeėn, in verenigingen van andersglobalisten en anti-oorlogsorganisaties, zoals « Not in my name ».

Welke wettelijke bepalingen maken dergelijke activiteiten mogelijk ?

Welke garanties hebben de Belgische en Europese burgers nog inzake de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en hun democratische rechten ?

Welke juridische verweermiddelen hebben burgers die het slachtoffer zijn van handelingen die de geheime diensten van de VS ongestraft op Belgisch grondgebied of in de Europese ruimte kunnen verrichten ?

Antwoord : 1. In het kader van haar wettelijke bevoegdheden kan de Veiligheid van de Staat (SV) samenwerken met buitenlandse inlichtingendiensten. Deze samenwerking moet strikt gebeuren binnen het wettelijk kader dat op haar van toepasing is. De SV kan dus geen deel van haar opdrachten overdragen aan een buitenlandse dienst op ons grondgebied.

2. De Belgische wetgeving de Belgische burgers beschermt tegen de onrechtmatige verzameling en aanwending van persoonsgegevens door inlichtingendiensten en netwerken opgericht met het oog op inmenging en infiltratie, en dit zelfs indien zij buiten het Belgische grondgebied zijn ingesteld.

Artikel 3bis, 2ŗ, van de wet van 8 december 1992 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door een verantwoordelijke die geen vaste vestiging op het grondgebied van de Europese Gemeenschap heeft, indien voor de verwerking van persoonsgegevens gebruik gemaakt wordt van al dan niet geautomatiseerde middelen die zich op het Belgisch grondgebied bevinden, andere dan degene die uitsluitend aangewend worden voor de doorvoer van de persoonsgegevens over het Belgisch grondgebied. Bijgevolg onderstelt enige verzameling van persoonsgegevens op het Belgische grondgebied de inachtneming van deze wet.

De persoonsgegevens dienen inzonderheid eerlijk een rechtmatig te worden verwerkt, wat transparantie ten aanzien van de betrokken persoon ondrstelt : hij moet worden geļnformeerd met betrekking tot de doeleinde van de verzameling en tot de aanwending van zijn gegevens. De gegevens mogen enkel voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld. Deze bepaling biedt bescherming tegen enige verdoken verzameling en aanwending van de gegevens en bepleit overigens een weging van de daarbij betrokken rechten.

3. De wet voorziet in strafrechtelijke sancties ingeval de wet niet wordt nageleefd. Elke persoon kan klacht indienen hetzij bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, hetzij bij het strafgerecht, het zij bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die zitting houdt in kortgeding.