3-73

3-73

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 JULI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Werk en Pensioenen over «het tewerkstellingsbeleid en de maatregelen om de ouderen aan het werk te houden» (nr. 3-404)

De voorzitter. - Mevrouw Kathleen Van Brempt, staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen, antwoordt namens de heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Sta me toe vooraf mijn verontwaardiging te uiten omdat minister Vandenbroucke niet aanwezig is, terwijl hij daarnet in de Kamer wel vragen beantwoord heeft. Hij woont de onderhandelingen voor de Vlaamse regering bij en bovendien is hem als federale minister, samen met enkele andere ministers, ontslag aangezegd. Dat doet ons in een vacuüm belanden. Mocht de staatssecretaris minister Vandenbroucke over enkele dagen opvolgen, dan heb ik vandaag wel het antwoord van de juiste vrouw gekregen!

Ik heb gemengde gevoelens over de geplande overstap van minister Vandenbroucke naar het Vlaamse niveau. Als overtuigd federalist verheugt het mij, vooral nu hij heeft aangekondigd voor de gewesten bijkomende hefbomen te willen afdwingen om een coherent werkgelegenheidsbeleid te voeren.

Hij verlaat echter een belangrijk, volgens mij een van de belangrijkste departementen. Werk was immers dé grote ambitie van de regering en moet dat ook blijven.

Boze tongen beweren dat de minister ons verlaat omdat hij in zijn beleid gedwarsboomd wordt. Ik had hem graag willen vragen of dat juist is.

Zal de regering het beleid inzake de dienstencheques en de begeleiding van werkzoekenden, dat in de commissie niet door iedereen op gejuich werd onthaald, voortzetten? Het rapport dat de RVA vanochtend voorstelde, noodzaakt ons er allicht toe het systeem te evalueren, maar desondanks heeft de minister op dat vlak belangrijke stappen voorwaarts gedaan.

Het regeerakkoord beloofde naast een hogere lastenverlaging voor 55- en 58-plussers ook nieuwe ingrepen om de vervroegde uittreding van oudere werknemers af te remmen. De zogeheten Canada Dry's en vervroegde pensionering zouden ontmoedigd worden, de toegestane arbeid na vervroegde pensionering zou beperkt worden. De plafonds voor toegestane arbeid door mensen die de wettelijke pensioenleeftijd wel bereikt hebben, zou daarentegen versoepeld of afgeschaft worden.

De minister heeft zelf in een opmerkelijke analyse gesteld dat we via de bekende paden de toekomst van onze pensioenen en van de gezondheidszorg niet kunnen verzekeren. In een essay, getekend door Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte, lees ik: `Wordt 2004 een verloren jaar?' Ik vrees dat 2004 voor de eindeloopbaanproblematiek inderdaad een verloren jaar zal worden. Allerlei signalen wijzen daarop, onder meer de vaststelling dat de minister hier niet komt antwoorden.

De Kamercommissie zegt in haar conclusie over de vergrijzing dat "het aanbeveling verdient om de nodige maatregelen te nemen teneinde de werkzaamheidsgraad in oudere leeftijdsgroepen drastisch te verhogen". Hiermee kan niet worden gewacht tot op het ogenblik dat de tekorten op de arbeidsmarkt zich aandienen, want zelfs indien we er op korte termijn in slagen om de tendens te keren, duurt het nog vijftien jaar om de resultaten ervan te bereiken.

Ondanks het regeerakkoord werd het debat over de eindeloopbaanproblematiek uitgesteld omwille van de verkiezingen, zowel de politieke als de syndicale. Dat kan ik begrijpen, maar nu die voorbij zijn, wordt er uitgekeken naar het debat dat in de regering en met de sociale partners in het vooruitzicht werd gesteld.

Er werden al voorstellen gelanceerd. Zo stelde het VBO deze week dat onder andere de brugpensioenen moeten worden afgebouwd. De vakbonden reageerden onmiddellijk - zoals te verwachten - dat aan die verworven rechten niet mag worden geraakt.

Graag vernam ik van de minister welke maatregelen de regering al heeft genomen om ouderen aan het werk te houden.

Ik neem ook aan dat minister Vandenbroucke het debat dat in het verschiet ligt, al voor een stuk heeft voorbereid. Graag vernam ik dus welke krijtlijnen hij had willen trekken, welk standpunt hij inneemt tegenover de afschaffing of de afbouw van het brugpensioen, welk kader de regering plant voor de eindeloopbaanproblematiek en welke timing ze daarbij vooropstelt.

Tot slot wil ik ook graag weten of het aangekondigde debat beperkt zal blijven tot de werkgelegenheid in de privé-sector dan wel of ook de pensionering van zelfstandigen en ambtenaren erbij betrokken wordt, een probleem waarvoor tot nog toe eigenlijk al te weinig aandacht was.

Mevrouw Kathleen Van Brempt, staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk, toegevoegd aan de minister van Werk en Pensioenen. - Ik kan u absoluut geruststellen: de minister was niet bang om te komen antwoorden. Het is een kwestie van werkverdeling in deze drukke tijden. Gisteren heeft de minister in de commissie trouwens geantwoord op een vraag die tot mij gericht was, waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben. Ik antwoord dus met plezier.

Het afgelopen jaar werd de wettelijke basis gelegd voor het beleid inzake dienstencheques en begeleiding van werkzoekenden en daarvoor werden ook de nodige uitvoeringsbesluiten genomen. Hierover bestaat in de regering een akkoord en ik zie niet in waarom de regering, zelfs na het eventuele vertrek van de minister, die wetgeving zou opheffen. Dat beleid wordt, met andere woorden, gewoon voortgezet. De wettelijke basis daarvoor is gelegd.

Zowel de vorige als de huidige regering heeft belangrijke maatregelen genomen die de tewerkstelling van ouderen moeten bevorderen. Tijdens de vorige regeerperiode werd onder andere voorzien in een bijkomende structurele lastenverlaging voor oudere werknemers vanaf 57 jaar, werd het tijdskrediet voor oudere werknemers aantrekkelijker gemaakt en werd ervoor gezorgd dat oudere werknemers die het werk hervatten, hun toeslag kunnen behouden. Recent heb ik samen met de minister het Ervaringsfonds opgericht, dat bedrijven moet aanzetten tot het creëren van jobs voor oudere werknemers.

In het belangrijke debat over de eindeloopbaan en het verhogen van de tewerkstellingsgraad zitten we nog steeds op het afgesproken schema. De afspraak was dat in de eerste jaarhelft de Belgische arbeidsmarkt vanuit die optiek zou worden onderzocht. Met het rapport van de Hoge Raad van financiën en de Studiecommissie voor de vergrijzing, en de recente publicatie van de Hoge Raad voor de werkgelegenheid werd deze fase zopas afgerond. Ongetwijfeld zullen de sociale partners in het kader van het interprofessionele overleg dit najaar op basis van deze onderzoeksgegevens voorstellen uitwerken.

De voorstellen die het VBO onlangs publiekelijk naar voren schoof, passen in het raam van dit overleg. Het lijkt me bijgevolg evident dat de vakbonden hierop reageren en het is eveneens evident dat ze zelf ook voorstellen ter tafel zullen brengen. De regering zal actief haar rol in het debat spelen en het lijkt me dan ook voorbarig vandaag al commentaar te geven, laat staan al voorstellen te formuleren.

Met andere woorden, het interprofessionele overleg wordt ook door de regering voorbereid, met alle nodige documenten en met de nodige kennis van zaken, en zal in het najaar van start gaan, met een actieve betrokkenheid van de regering.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik dank de staatssecretaris voor dit ontwijkende en nietszeggende antwoord van de minister. Het lijkt me nogal duidelijk dat hij eigenlijk helemaal geen zin had om te komen antwoorden en ik wil nogmaals aanklagen dat dit het resultaat is als men ministers ontslag aanzegt.

In zo'n belangrijke materie is het van belang actief te zijn en op het terrein de bakens uit te zetten. We hebben een jaar gewacht en ik had gehoopt dat de minister toch zelf nog een aantal krijtlijnen had durven te trekken voor hij hier definitief zou vertrekken.

Ik ben dus ontgoocheld over de houding van de minister, net zoals ik ook een beetje ontgoocheld was over de snelle reactie van de vakbonden op de voorstellen van het VBO. Ik weet wel dat dit het normale spel is, maar het is ook vrij duidelijk dat we naar de toekomst moeten durven te kijken als we onze sociale zekerheid overeind willen houden.

Overheid, vakbonden en werkgevers zullen samen hun verantwoordelijkheid op zich moeten nemen om de bakens te verzetten. Volgens mij moet eerst de regering een aantal stappen aankondigen en ik had gehoopt dat ze bijvoorbeeld over het brugpensioen een standpunt had durven in te nemen. Iedereen is het erover eens dat het systeem dertig jaar geleden werd ingevoerd op een moment dat de demografische en economische situatie helemaal anders was dan vandaag en dat we ons niet aan het verleden kunnen blijven vastklampen. Willen we de toekomst veilig stellen, dan moeten we de platgetreden paden durven te verlaten.

Ik had graag dat de staatssecretaris deze boodschap aan de minister overbrengt, in de hoop dat hij vanuit Vlaanderen met de verschillende partners deze kar zal trekken.