3-72

3-72

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 JULI 2004 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Middenstand en Landbouw over «het statuut van de meewerkende echtgenoten» (nr. 3-352)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik had de vraag al ingediend, toen ik zag dat een soortgelijke vraag in de Kamer is gesteld. Toch sta ik erop om ze persoonlijk aan de minister te stellen, vooral omdat hierover in de pers alarmerende berichten verschenen.

Sinds 1 januari 2003 is een meewerkende echtgenote of echtgenoot verplicht om zich voor de ziekteverzekering aan te sluiten bij een socialeverzekeringskas van zelfstandigen, het zogenaamde ministatuut. Het maxistatuut, dat ook een eigen bijdrage voor pensioenen en gezinsbijslagen omvat, is voorlopig nog vrij, maar zou vanaf 1 januari 2006 verplicht worden voor al wie na 1956 geboren is.

Zelf heb ik ook een schrijven ontvangen waarin mij werd gevraagd of ik meewerkende echtgenoot ben. Tot tweemaal toe heb ik het tegendeel moeten bewijzen. Dat betekent echter niet dat ik niet meewerk met mijn echtgenoot. Blijkbaar werden alle echtgenotes van zelfstandigen aangeschreven en is men tot de vaststelling gekomen dat heel wat van die vrouwen het statuut van meewerkende echtgenote terecht of soms ook onterecht hebben geweigerd.

Volgens UNIZO zouden veel minder meewerkende echtgenoten dan verwacht of dan er op het terrein effectief meewerken, zich hebben aangesloten bij een sociale kas. Uit het antwoord van de minister in de Kamer heb ik geleerd dat er heel weinig cijfers ter beschikking zijn en dat dus moeilijk kan worden achterhaald of er sprake is van ontwijking of ontduiking.

Wie echter de te betalen bijdragen vergelijkt met de te verwachten ontvangsten, komt tot het besluit dat het sop de kool niet waard is. Het huidige systeem zou uiteindelijk duurder uitvallen dan het systeem van afgeleide rechten.

Zelf ben ik een fervent voorstander van individuele rechten. We mogen niet alleen naar het kostenplaatje kijken, maar ook naar de risico's die het statuut tracht op te vangen. In de discussie werd immers opgeworpen dat te veel echtgenotes van zelfstandigen in geval van echtscheiding of overlijden alleen komen te staan en geen enkel recht hebben opgebouwd. Daarom wil ik de minister een aantal vragen stellen.

Hoeveel meewerkende echtgenoten zijn er vandaag aangesloten bij een socialeverzekeringskas? Is dat aantal gedaald sinds 1 januari 2003?

Kan daaruit worden afgeleid dat er minder aansluitingen zijn dan echt meewerkende echtgenoten?

Klopt het dat de bijdrage voor het maxistatuut hoger kan liggen dan het later kan opbrengen?

Acht de minister het nuttig een evaluatie te maken van de cijfers voordat het maxistatuut op 1 januari 2006 verplicht wordt?

Kunnen alternatieven, zoals een vrijwillig statuut met fiscale stimulans, overwogen worden? Het standpunt van de minister hierover heb ik eigenlijk al in het Kamerverslag gelezen.

Het statuut van de meewerkende echtgenote of echtgenoot moet vooral meer onafhankelijkheid en bescherming bieden. Welke bescherming biedt het maxistatuut bij een eventuele echtscheiding of bij het overlijden van de partner?

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Ik deel de mening van UNIZO niet, noch wat het aantal meewerkende echtgenoten betreft, noch met betrekking tot de rechten die het nieuwe statuut inhoudt.

Mogelijk beschouwt UNIZO de verklaringen inzake het weerleggen van het vermoeden, ingevoerd op 1 januari 2003, als een effectieve daling van het aantal meewerkende echtgenoten. Uit de gegevens van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen blijkt geen daling. Het aantal aansluitingen in het maxistatuut stijgt zelfs.

Ik volg de ontwikkelingen op de voet en evalueer regelmatig de cijfers. Ik heb het Rijksinstituut met een grondige analyse belast. Alle aspecten van het dossier moeten worden behandeld.

Tevens zal ik een informatiecampagne organiseren om de voordelen van het nieuwe statuut van meewerkende echtgenoot toe te lichten. De meewerkende echtgenoten krijgen voortaan immers de kans eigen pensioenrechten op te bouwen. Ze hebben recht op een uitkering in geval van arbeidsongeschiktheid, inclusief zwangerschap en invaliditeit. Het statuut van meewerkende echtgenoot opent alle rechten inzake gezondheidszorg. Daarenboven wordt het bedrag waarop de minimumbijdrage wordt berekend, voor de meewerkende echtgenoot tot de helft verminderd.

Ik ben dus momenteel niet van plan de inwerkingtreding van het verplichte maxistatuut voor de meewerkende echtgenoot uit te stellen.

Je vous rappelle que le « maxistatut » sera obligatoire dès le 1er janvier 2006. Les femmes qui déclareront ne pas être conjointes aidantes ne seront évidemment pas affiliées. Les conjointes aidantes pourront également bénéficier du crédit d'impôt, ce qui implique une analyse beaucoup plus fouillée réalisée sur la base de chiffres plus étayés que ceux dont nous disposons à l'heure actuelle.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het is inderdaad de juiste weg te benadrukken wat het voordeel is van individuele rechten voor meewerkende echtgenoten.

In een brochure van de Rijksdienst voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen heb ik gelezen wat er gebeurt in geval van echtscheiding. Dat baart me zorgen. Het statuut kan bij echtscheiding wel worden voortgezet, maar de inkomsten waarop moet worden betaald, vallen weg. Er kunnen dus heel wat precaire situaties ontstaan. Er werden wel pensioenrechten opgebouwd, maar men is nog niet pensioengerechtigd. Er is dan ook geen inkomen. Het recht op een werkloosheidsvergoeding is maar tijdelijk. We moeten dus nagaan hoe we de situatie van mensen die onverwacht in een zo precair statuut terechtkomen, kunnen verbeteren.

Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Een situatie is niet altijd duidelijk zwart of wit. Er moet een evenwicht komen tussen de voor- en nadelen van het maxistatuut. Ik beschik nu echter niet over de vereiste cijfers.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik zal daarop terugkomen.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 15.00 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 11.45 uur.)