3-62

3-62

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 JUNI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het escalerende conflict tussen artsen en apothekers» (nr. 3-294)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ooit was the sky the limit, ook in de sector van de gezondheidszorg, maar sinds de middelen schaars zijn geworden, is de liefde tussen de verschillende sectoren in die gezondheidszorg sterk bekoeld.

Ik wens de minister vandaag te ondervragen over het tot mijn spijt escalerende conflict tussen artsen en apothekers.

De reactie van de artsen op een informatiecampagne van de apothekers rond generieke geneesmiddelen was een eerste signaal dat wees op een naderend conflict. Die campagne was er gekomen op vraag van de vorige minister van Sociale Zaken omdat iedereen besefte dat onze artsen in vergelijking met de ons omringende landen te weinig generieke geneesmiddelen voorschreven.

Eén en ander bekoelde nadien, maar het akkoord tussen de apothekers en de overheid dat de ministerraad in Oostende heeft goedgekeurd, leidde tot een nieuwe aanval van de artsen. Zij zijn namelijk de mening toegedaan dat de apothekers zich daardoor gedeeltelijk op hun terrein begeven. Het akkoord bevatte nochtans enkele belangrijke zaken, zoals de unieke streepjescode en de heffing in het kader van de begroting. Het akkoord bevatte ook perspectieven op langere termijn. Ik denk aan de aanpassing van het honoreringssysteem, waarvan de toepassingsbepalingen nog moeten worden goedgekeurd, en aan het farmacotherapeutisch overleg. Die maatregelen werden door de meeste apothekers positief onthaald en in de ministerraad goedgekeurd, maar ook hier botsen ze op het verzet van de artsen, die vinden dat de apothekers op hun terrein komen.

Eén van de afspraken die in de ministerraad van Oostende werden gemaakt, was dat het tegenvoorstel van de apothekers voor het voorstel van de minister inzake de distributie van geneesmiddelenmonsters zou worden voorgelegd aan de farmaceutische industrie en de artsen. Dat is blijkbaar gebeurd, wat bij de artsen nog meer kwaad bloed heeft gezet.

In een reactie na een vergadering op 26 mei jongstleden stelde de BVAS, bij monde van de heer Moens, dat het APB-voorstel omtrent de monsters beledigend is voor de artsen en dat het ontwerpakkoord tussen de apothekers en de overheid volstrekt onaanvaardbaar is.

De BVAS besliste om niet meer deel te nemen aan de vergaderingen met het APB over de toewijzing van de door regering uitgetrokken drie miljoen euro voor het farmacotherapeutisch overleg. Ze eist die drie miljoen euro op als eerste aanzet voor het extra budget nodig voor de financiering van dringende medische behoeften zoals de verloskunde en de pediatrie. Ze wil een campagne starten om de politici ervan te overtuigen de wetgeving aan te passen, zodat de artsen opnieuw een geneesmiddelendepot kunnen houden en ze heeft aangekondigd dat ze het iCuris-ontwerp 2001 opnieuw zullen lanceren. Dat ontwerp moest ertoe leiden geneesmiddelen op basis van elektronische artsenvoorschriften via de post en postorderbedrijven rechtstreeks door de groothandel te laten distribueren.

De zaken escaleren dus en na elke actie komt er een reactie, wat ik ten sterkste betreur. Artsen en apothekers hebben immers een eigen rol in de gezondheidszorg. Samenwerking, overleg en dialoog betekenen een toegevoegde waarde voor de patiënt, de ziekteverzekering en de begroting.

Graag zou ik van de minister vernemen of hij overleg heeft gepleegd met de artsensyndicaten over het akkoord tussen apothekers en overheid. Acht hij een dergelijk overleg noodzakelijk? Ik heb de indruk dat de ene beroepsgroep voogdij over de andere wil uitoefenen.

Welke fundamentele bezwaren hebben de artsen tegen dit akkoord? Hebben ze de minister daarvan al op de hoogte gebracht?

Welk standpunt zal de minister innemen met betrekking tot de monsters? Handhaaft hij zijn voorstel? Wat denkt hij van het tegenvoorstel van de apothekers? Zou het niet beter zijn gezamenlijk te overleggen over wat al dan niet geoorloofd is?

Op welke manier zal hij ertoe bijdragen dat de dialoog en het overleg tussen de artsen en de apothekers worden voortgezet?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Met de artsen is er geen formeel overleg gepleegd over het geheel van het akkoord dat ik met de apothekers heb gesloten. Vóór de ondertekening van het akkoord hebben er wel informele gedachtewisselingen plaatsgevonden tussen mijn kabinet en de artsen. Ook tussen artsen en apothekers is er van gedachten gewisseld.

In het akkoord staat uitdrukkelijk dat de artsen zullen worden geconsulteerd over het probleem van de monsters. De herziening van de regeling inzake de monsters is trouwens een initiatief dat dateert van vóór de discussie met de apothekers.

Wat de andere gevoelige punten betreft, zoals de rol van de apotheker, heb ik aan de artsen een overlegplatform met de ziekenfondsen en de apothekers voorgesteld. De eerste vergadering van dat platform heeft plaatsgehad. De houding van de artsen was positief en constructief. De pers bericht over de problemen die de artsensyndicaten met dit akkoord zouden hebben, maar ik heb geen enkele rechtstreekse klacht van hen ontvangen.

Als er over het voorstel van de APB geen consensus kon worden bereikt, zou volgens het akkoord het aanvankelijke ontwerp, dat de artsen recht geeft op acht monsters per geneesmiddel, met een maximum van 600 monsters per jaar, behouden blijven. Het voorstel van koninklijk besluit hieromtrent werd aan de Raad van State voor advies voorgelegd. Na de behandeling door de Raad zal het worden gepubliceerd.

Wat mij betreft, is de zaak dus gesloten. De intenties van beide partijen worden volgens mij soms verkeerd geïnterpreteerd. Daarom heb ik de artsen en de apothekers volgende week voor een gesprek uitgenodigd. Het is mijn bedoeling elk misverstand weg te werken om de goede samenwerking rond het lokaal farmacotherapeutisch overleg tussen artsen en apothekers te kunnen voortzetten.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Het verheugt me dat de minister een overleg heeft gepland. Hij kan op dat vlak een bemiddelende rol spelen om de misverstanden die langs beide kanten bestaan, weg te werken.

Ik heb genoteerd dat de minister geen rechtstreekse klachten van artsen over het akkoord tussen de apothekers en de overheid heeft ontvangen. Dat moet volgende week misschien eens worden geverifieerd.

Over de monsters koester ik mijn twijfels. De minister baseert zich op sociale noden voor het toekennen van monsters. Het huidige systeem van monsters heeft een aantal verschillende doelstellingen, onder meer het uittesten van allergische reacties van geneesmiddelen en het verlenen van hulp aan mensen in noodgevallen en wegens sociale redenen. We moeten echter andere middelen, zoals de maximumfactuur, benutten om te voorkomen dat mensen om sociale redenen gebruik moeten maken van geneesmiddelenmonsters.