3-673/1

3-673/1

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

7 MEI 2004


Voorstel van resolutie betreffende de situatie in TunesiŽ

(Ingediend door mevrouw Christiane Vienne en de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Dit voorstel van resolutie handelt over een kwestie die steeds zorgwekkender wordt, namelijk de ontwikkelingen met betrekking tot de vrijwaring van de mensenrechten in TunesiŽ.

Christiane VIENNE.
Philippe MAHOUX.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. gezien de artikelen 19 en 20 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

B. gezien de verklaring van Barcelona goedgekeurd tijdens de Euro-mediterrane Conferentie van 27 en 28 november 1995, die de principes vaststelt waarop de gestructureerde dialoog tussen de Europese Unie en de mediterrane partnerlanden moet berusten;

C. gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek TunesiŽ, gebaseerd op de samenwerking en de politieke dialoog tussen de Europese Unie en TunesiŽ in een geest van partnerschap, en met name van artikel 2 betreffende de verplichting om de mensenrechten en de democratische principes te eerbiedigen;

D. zijn bezorgdheid uitsprekend over de situatie van de mensenrechten in TunesiŽ, met name wat betreft de vrijheid van meningsuiting, van mening en van vereniging met betrekking tot journalisten, advocaten, vakbondsmensen, leden van verenigingen die de mensenrechten verdedigen of leden van de democratische politieke oppositie;

E. overwegende dat een van de belangrijkste doelstellingen van de verklaring van Barcelona de versterking van de democratie is, alsook de eerbiediging van de mensenrechten en van de rechtsstaat en dat de Republiek TunesiŽ die verklaring heeft ondertekend;

F. overwegende dat de bevordering van de mensenrechten, de democratie, de openbare vrijheden, de rechtsstaat en good governance een essentieel aspect vormt van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek TunesiŽ, met als doel een geheel van gemeenschappelijke waarden te creŽren;

G. overwegende dat de Republiek TunesiŽ de Universele Verklaring van de rechten van de mens heeft ondertekend en rekening houdend met de verslagen van internationale organisaties inzake de verdediging van de mensenrechten;

H. overwegende dat artikel 8 van de Tunesische Grondwet bepaalt ę les libertťs d'opinion, d'expression, de presse, de publication, de rťunion et d'association sont garanties et exercťes dans les conditions dťfinies par la loi Ľ;

I. van mening dat de meest efficiŽnte manier voor de Tunesische overheden om te voorkomen dat het imago van TunesiŽ wordt beklad ≠ wat toch hun streefdoel is ≠ erin bestaat te zorgen voor een grotere politieke openheid en voor een concrete tenuitvoerlegging van de politieke verbintenissen op alle niveaus;

J. zich ervan bewust dat in TunesiŽ de laatste tijd steeds meer hervormingensmaatregelen worden doorgevoerd, met name wat betreft de liberalisering en privatisering van bepaalde economische sectoren, en dat die nu moeten worden gevolgd door een fundamentele politieke hervorming;

vraagt de regering :

1. de Tunesische regering en de president te vragen erop toe te zien dat de Tunesische Staat zijn verbintenissen nakomt, met name wat betreft de principes vastgesteld in de verklaring van Barcelona met betrekking tot de mensenrechten,

2. de Tunesische overheden te verzoeken om de economische hervormingen gepaard te laten gaan met steun aan de hervormingen die aan de gang zijn op sociaal en politiek vlak en er vooral op aan te dringen dat werk wordt gemaakt van de fundamentele vrijheden en de rechtsstaat,

3. de Tunesische regering aan te moedigen om de nodige maatregelen te nemen teneinde de burgermaatschappij in TunesiŽ te versterken,

4. de Tunesische regering te vragen om de uitoefening van de fundamentele rechten en vrijheden te waarborgen, met inbegrip van het vrije verkeer en de volledige eerbiediging van de verdragen inzake gevangenschap, onmenselijke behandeling en marteling,

5. op Europees niveau de Associatieraad te vragen om zo snel mogelijk een evaluatie te maken van de eerbiediging van de mensenrechten in TunesiŽ,

6. de Europese Commissie te vragen om het Europees Parlement een verslag voor te leggen over de situatie met betrekking tot de mensenrechten in TunesiŽ,

7. de Europese Commissie en de Europese Raad te vragen om zo snel mogelijk een gemeenschappelijke en samenhangende strategie voor te stellen en goed te keuren met betrekking tot de mensenrechten in het Middellandse-Zeegebied,

8. deze resolutie te bezorgen aan de Republiek TunesiŽ, de Europese Raad, de Europese Commissie en de mediterrane partners van de Europese Unie.

18 februari 2004.

Christiane VIENNE.
Philippe MAHOUX.