3-46

3-46

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 11 MAART 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Annemie Van de Casteele aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde nevenwerkingen van de maximumfactuurĽ (nr. 3-158)

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik heb de minister over dit onderwerp reeds een mondelinge vraag gesteld, die door mevrouw Simonis werd beantwoord. Inmiddels beschikt hij wellicht over meer informatie.

De Maximumfactuur - MAF - beoogt de toegankelijkheid van de gezondheidszorg te garanderen door een maximumbedrag te bepalen voor het persoonlijke aandeel dat een patiŽnt moet betalen, afhankelijk van zijn of haar inkomen.

Het systeem heeft evenwel een aantal neveneffecten omdat het niet uitgesloten is of kan worden dat mensen twee keer langs de kassa passeren.

Op mijn mondelinge vraag van 29 januari 2004 antwoordde de minister dat hij nog niet beschikte over de gegevens waarop de christelijke mutualiteit haar raming van 12,5 miljoen euro aan dubbele betalingen baseert. Heeft hij die gegevens al ontvangen?

Zijn er al conclusies van de werkgroep van het RIZIV die de diverse aspecten van dit probleem zou onderzoeken?

In zijn antwoord verklaarde de minister dat het probleem van dubbele betalingen via openbare instanties binnen een redelijke termijn zou kunnen worden opgelost. Zo overweegt de werkgroep om ziekenfondsen de opdracht te geven de nodige informatie te verstrekken aan de OCMW's. Klopt dit? Op welke manier kan dat gebeuren? Overweegt hij dezelfde maatregel in te voeren voor de politie en het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers?

Wat met de aanvullende verzekeringen? De beroepsvereniging van de verzekeringsmaatschappijen kaartte dit probleem reeds aan vůůr de bespreking van het wetsontwerp in het parlement. Ze hebben geen informatie betreffende de uitvoering van de maximumfactuur en betalen zo vergoedingen voor prestaties die eventueel reeds door de MAF werden vergoed.

De toenmalige minister Vandenbroucke heeft op onze vragen daaromtrent toen geantwoord dat artikel 3 van de wet bepaalt dat er een koninklijk besluit moet komen om die gegevensoverdracht naar privť-instellingen mogelijk te maken. Werd dat koninklijk besluit al uitgevaardigd? Zo neen, wat is de reden daarvoor?

Anderzijds zien we dat de mutualiteiten, die zelf aanvullende verzekeringen aanbieden, een hybride situatie kennen. Zij beschikken wel over de noodzakelijke informatie. Is dit geen oneerlijke concurrentie?

We moeten nadenken over de manier waarop dit kan worden opgelost. Misschien heeft de werkgroep al een oplossing. Volgens mij zijn er maar enkele mogelijkheden. Men zou ervoor kunnen opteren dat het RIZIV slechts overgaat tot de toepassing van de MAF voor zover de remgelden niet door een aanvullende verzekering worden gedekt. Een andere weg zou erin kunnen bestaan dat het RIZIV de MAF toepast en de verzekeringsmaatschappijen informeert of en wanneer dit gebeurt. De besparing wordt dan uiteraard gerealiseerd door de verzekeringsmaatschappijen.

Een derde mogelijkheid zou erin kunnen bestaan dat voor de sociale MAF, wanneer de drempel bereikt is, dit op de SIS-kaart wordt vermeld en de zorgverlener voor die patiŽnt ook het remgeld int via het systeem van de derde betaler. Voor de fiscale MAF zou een oplossing erin kunnen bestaan de uitbetalingen in het raam van aanvullende verzekeringen door verzekeringsmaatschappijen in de belastingaangifte te vermelden, zoals dat voor bepaalde andere verzekeringen geldt. Heeft de minister hierover al overlegd met de verzekeringssector? Heeft hij een idee welke weg kan worden gevolgd?

Klopt het dat het minimum zes maanden duurt vooraleer men terugbetaling krijgt in het raam van de sociale MAF? Is dat de bedoeling? Kan die termijn niet worden verkort? Als dat juist is, werkt het systeem voor de zwaksten immers niet.

Tijdens een stage die ik deed bij een aantal instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, heb ik geleerd dat psychiatrische patiŽnten wel hun factuur krijgen en zij hun factuur terugbetaald krijgen via het MAF, maar dat sommigen zelf hun factuur niet betalen. Dat is in het nadeel van de instellingen. Men signaleert mij dat sommigen zeer snel dat soort achterpoortjes hebben gevonden en dat men daar machteloos tegenover staat. Kent de minister die misbruiken en wat kunnen we daartegen doen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De gestelde vragen betreffen zeer concrete persoonlijke omstandigheden die een grote sociale invloed hebben op de mensen. Ik denk dus dat de zichtbaarheid van de maatregel moet worden verbeterd omdat de mensen nog niet weten wanneer ze over welke bedragen kunnen beschikken.

Wat uw eerste vraag betreft, werden de gegevens op 2 februari 2004 door de Christelijke Mutualiteiten aan mijn medewerkers verstrekt. Het betreft ramingen op basis van verschillende hypotheses, ten eerste over het aandeel van het remgeld voor de ziekenhuisopname in de terugbetalingen van de maximumfactuur en ten tweede over het aantal verzekerden die ingeval van terugbetaling door de maximumfactuur ook van een terugbetaling van een aanvullende verzekering zouden genieten. Het bedrag van 12,8 miljoen euro is dus maar een zeer ruwe schatting op basis van verschillende hypotheses. We beschikken niet over gegevens die ons in staat stellen de juistheid van deze hypotheses na te gaan.

Dan kom ik tot uw tweede vraag. Het RIZIV signaleert mij dat men de eerste conclusies van de werkgroep tegen 15 maart 2004 verwacht.

Derde vraag. Om de dubbele uitbetaling van de maximumfactuur en van het algemeen of openbaar stelsel te vermijden, kunnen we het volgende doen. Voor de OCMW's wil ik effectief in de mogelijkheid voorzien dat het ziekenfonds op vraag van het OCMW mag meedelen of er een terugbetaling is op grond van de maximumfactuur. Daartoe kan men zich steunen op artikel 3 van de wet op de maximumfactuur. Voor het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers, de politie en andere openbare instellingen, wil ik het principe van artikel 136, ß2, toepassen. Dit artikel bepaalt dat de ziekteverzekering niet bijdraagt indien reeds een vergoeding wordt uitbetaald krachtens een andere wet of krachtens het gemeenrecht. Voor elke bestaande wetgeving of reglementering zullen we vervolgens onderzoeken op welke manier men de informatie aan het ziekenfonds kan doorgeven. Geval per geval moet dit inderdaad zeer zorgvuldig worden nagegaan. Ik geef u een concreet voorbeeld. Politieagenten en hun familieleden kunnen naar een erkende huisarts gaan. Dit zijn artsen met een gewone praktijk die door de politie erkend worden om voor de agenten en hun familie raadplegingen te verrichten. Die raadplegingen worden rechtstreeks en voor 100% met de politie geregeld. In dit geval betalen de politieagenten niets zelf en er is geen terugbetaling via het ziekenfonds. In dit specifieke geval is een dubbele betaling bijgevolg niet mogelijk. Maar als een politieagent een specialist moet raadplegen, wordt dat wel via het ziekenfonds geregeld en de agent kan dan het remgeld opvragen bij de politie.

(Voorzitter: de heer Armand De Decker.)

Hier bestaat wel een risico op dubbele betaling. Dit voorbeeld bewijst dat we elke situatie afzonderlijk uiterst nauwgezet moeten onderzoeken en met de betrokken instanties goede akkoorden moeten afsluiten.

Wat de aanvullende verzekering betreft, is er nog geen uitvoeringsbesluit voor artikel 3. Ik zal daarvoor zorgen voor de OCMW's, maar niet voor de hospitalisatieverzekering. De verzekeringsmaatschappijen vragen dat trouwens niet. Integendeel, ze stellen voor zelf de informatie over de terugbetaling aan het ziekenfonds te verstrekken opdat de ziekenfondsen het remgeld dat de verzekeringen al hebben terugbetaald, niet opnieuw in de teller van de maximumfactuur zouden steken.

Dit debat werd al een eerste keer gevoerd in 1994 toen de sociale en fiscale franchise werden ingevoerd. Destijds heeft men vastgesteld - wars van elke politieke overweging - dat het om praktische redenen niet mogelijk was zulk een systeem te organiseren. Ik haal twee redenen aan. Sommige verzekeringen keren een forfaitair bedrag uit voor het geheel van de persoonlijke kosten, zowel voor het remgeld, waarmee rekening wordt gehouden in de maximumfactuur, als voor de supplementen. Er is dus geen rechtstreeks verband tussen het bedrag van het remgeld en het bedrag dat de verzekering uitbetaalt.

In het raam van de fiscale maximumfactuur zouden de verzekeringsmaatschappijen eveneens informatie aan de fiscus moeten verschaffen. Dit werd toen overigens ook bepaald in artikel 23, 2ļ, van de wet van 21 december 1994 houdende sociale maatregelen en diversen. Men is dan tot het besluit gekomen dat dit onuitvoerbaar was.

Mevrouw Van de Casteele vroeg de informatie van de ziekenfondsen aan de verzekeringsmaatschappijen door te geven. Politiek is dat niet wenselijk. Als het ziekenfonds zou meedelen dat een gezin de maximumfactuur geniet, houdt dit ook een indicatie in over het gezinsinkomen en de gezondheidsuitgaven. Dit lijkt me onverenigbaar met de bescherming van de privacy.

De bescherming in het raam van de verplichte verzekering primeert boven de aanvullende bescherming die men op particuliere en niet officiŽle basis organiseert.

Het ziekenfonds mag de gegevens waarover het via de verplichte verzekering beschikt, niet gebruiken voor het afsluiten van zijn aanvullende verzekering.

Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD). - Ik heb enigszins begrip voor het standpunt van de minister, maar ik dring er toch op aan dat hij met de verzekeringsmaatschappijen zou overleggen hoe de zaken op mekaar kunnen worden afgestemd.

De privacy moet zeker worden beschermd. Ik stel echter vast dat de ziekenfondsen over heel veel gegevens beschikken over de gezondheidstoestand en het inkomensniveau van hun leden. Ook met die informatie moet zeer voorzichtig worden omgegaan. De minister zegt dat de ziekenfondsen die informatie niet mogen gebruiken voor hun aanvullende verzekeringen. Dit brengt met zich mee dat de fondsen dezelfde problemen hebben voor die aanvullende verzekeringen en dat ook daar een oplossing moet worden gevonden.

Voor de openbare diensten is het probleem niet zo accuut en kan makkelijker een oplossing worden gevonden.

Misschien is het nuttig de zaak nogmaals te bespreken eens het RIZIV zijn verslag heeft uitgebracht. Dan zullen we kunnen vaststellen waar het dubbel gebruik vooral te vinden is. Ik denk niet dat het in de sociale franchise te vinden is omdat volgens mij daar vooral mensen zitten die niet zo veel aanvullende en hospitalisatieverzekeringen hebben gesloten. Ik denk dat het probleem vooral in de fiscale franchise te vinden is; daar moeten we het probleem via de belastingen kunnen regelen.

De minister zegt dat het bijna onmogelijk is de verzekeringsmaatschappijen te verplichten de informatie door te geven. Hij kan echter wel de belastingplichtige verplichten om te goeder trouw zelf aan te geven hoeveel hij via zijn aanvullende verzekering heeft gekregen. Misschien kunnen dubbele betalingen zo al een beetje worden tegengegaan.