Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 3-8

ZITTING 2003-2004

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven

Vraag nr. 3-554 van mevrouw Van de Casteele d.d. 5 december 2003 (N.) :
Politiediensten. ­ Medische dienst. ­ Geneesmiddelen. ­ Apothekers.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-555 aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 515).

Antwoord : Op basis van het ministerieel besluit van 10 oktober 2003 tot wijziging van het ministerieel besluit van 23 augustus 2002 tot bepaling van de omstandigheden bedoeld in de artikelen 22, tweede lid, 2º, en 44, tweede lid, 2º, van het koninklijk besluit van 6 juni 1960 betreffende de fabricage, de distributie in het groot en de terhandstelling van geneesmiddelen, wordt een voorraad van geneesmiddelen aangelegd door de medische dienst met het oog op het verstrekken van operationele steun en van kosteloze gezondheidszorgen aan de personeelsleden van het operationeel kader en de personeelsleden van het administratief en logistiek kader die een permanente functie van operationele ondersteuning van de politiediensten uitoefenen.

De aanleg van een voorraad van geneesmiddelen is noodzakelijk aangezien de medische dienst ondermeer negen ziekenwagens bezit die met het nodige materieel en bepaalde geneesmiddelen dienen te worden uitgerust. Bij grote operationele acties is ook steeds een afdeling van de medische dienst aanwezig om, indien nodig, onmiddellijke bijstand te verlenen. Door de aanleg van een voorraad van geneesmiddelen kan derhalve op een snelle en efficiënte wijze operationele steun worden verstrekt aan de operationele personeelsleden en aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader die een permanente functie van operationele ondersteuning uitoefenen.

Overeenkomstig artikel X.I.1 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, genieten voormelde personeelsleden de kosteloze gezondheidszorgen. Deze omvatten de medische zorgverstrekking, de verpleegzorgen, de kinesitherapie, de tandverzorging, de prothesen, de medicijnen, de gevallen van hospitalisatie, inclusief het ziekenvervoer.

Artikel X.4 van het koninklijk besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, stelt dat het recht op kosteloze medicijnen onder andere wordt gewaarborgd door de kosteloze leveringen van courant gebruikte verbanden en medicijnen in de verpleeginrichtingen van de medisch dienst, op voorwaarde dat ze werden voorgeschreven door een arts van de medische dienst of een externe erkende arts. Op basis van voormeld ministerieel besluit van 10 oktober 2003 gebeurt de bevoorrading van deze verpleeginrichtingen onder toezicht en verantwoordelijkheid van een personeelslid dat in het bezit is van het diploma van apotheker.

Momenteel is er één apotheker aangesteld bij de medische dienst en zijn er geen plannen om bijkomende apothekers aan te werven. De aanleg van een voorraad geneesmiddelen met het oog op het verstrekken van operationele steun en kosteloze gezondheidszorg verloopt vlot en derhalve worden de vooropgestelde doeleinden bereikt door één apotheker met deze opdracht te belasten.