3-44

3-44

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 FEBRUARI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over «de huwelijksaangiften» (nr. 3-145)

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Sommige allochtone en genaturaliseerde jongeren in België gaan nog steeds in hun land van herkomst huwen. Ik wil me hierover niet in positieve of negatieve zin uitspreken, maar de administratieve afhandeling van dergelijke huwelijken veroorzaakt nog vaak problemen. In sommige gemeenten, bijvoorbeeld in Anderlecht, wordt het dossier bij de aangifte van het huwelijk bijna automatisch naar het parket gestuurd voor onderzoek.

Hoe kan het parket, als de partner nog in het buitenland is, op basis van een inschrijving van een huwelijk nagaan of het om een schijnhuwelijk gaat? Bovendien wordt het parket hierdoor extra belast. Of gaat het eerder om een ontmoedigingspolitiek van sommige gemeenten ten aanzien van huwelijken tussen mensen van een andere origine?

Is de minister op de hoogte van deze administratieve problemen? Is de systematische verwijzing van dossiers naar het parket nog vóór de officiële registratie een normale procedure? Bestaat ter zake een te volgen procedure? Zo niet, welke stappen zal de minister doen om mogelijke willekeur tegen te gaan?

Mme Sfia Bouarfa (PS). - Je voudrais me joindre à la demande d'explications de Mme Pehlivan. Je connais en effet un peu la situation à Bruxelles. Dans chacune de nos assemblées législatives - j'ai l'honneur de représenter mon parti dans trois parlements -, nous nous efforçons d'améliorer la vie quotidienne de nos concitoyens en luttant contre la pauvreté, en garantissant l'accès aux services publics, en veillant à l'égalité des chances, en supprimant les discriminations ou encore en créant un fonds pour l'intégration et la cohabitation. Je m'étonne et m'indigne qu'un tel acharnement s'exerce sur des personnes même belges lorsqu'elles portent un nom d'origine étrangère. Je ne peux que confirmer ce qui a été dit par Mme Pehlivan. À plusieurs reprises, j'ai été contactée par des concitoyens qui étaient confrontés à des difficultés pour obtenir, auprès de l'échevinat de l'état civil et de la population d'Anderlecht, un simple acte administratif : inscription dans le registre de population, naturalisation, transcription d'un mariage, etc. Le bourgmestre faisant fonction m'a confirmé cet acharnement et cet excès de zèle à l'égard de ces personnes. Il a pris la situation en mains pour apporter une solution à certains cas. Les personnes concernées ont parfois recours aux services d'un avocat pour de simples formalités administratives. Cela leur coûte cher. Cet argent est inutilement gaspillé et pourrait être consacré à leur logement ou à leurs enfants. De telles situations sont inacceptables.

En outre, il a été demandé au parquet de Bruxelles, déjà surchargé, une enquête pour la transcription d'un mariage. Trois ou quatre cas concernent des jeunes Belges nés en Belgique mais d'origine étrangère. Il s'agit par exemple de personnes d'origine turque qui souhaitent un mariage laïc, devant l'officier de l'état civil. Dans ce cas, il n'y a rien à dire, surtout lorsqu'il s'agit d'une jeune fille née en 1983 qui se marie avec un garçon né en 1980. Je ne vois pas de quoi ils pourraient être suspectés. Ceci me paraît relever de l'arbitraire et d'un harcèlement administratif important alors que nous venons d'adopter une loi portant des simplifications administratives. Le gouvernement actuel et le précédent ont toujours voulu introduire de telles simplifications. Je peux comprendre qu'une enquête de cohabitation soit menée par un agent de quartier afin de vérifier si les intéressés cohabitent et si le mariage est réel. Pourtant, deux Belges ne sont pas soumis à la même enquête alors qu'il pourrait s'agir d'un mariage de raison entre un riche et une pauvre ou entre un vieux et une jeune.

Il s'agit donc d'une discrimination qui ne réglera pas le problème des mariages blancs. Ceux-ci sont craints par certains échevins libéraux paranos. J'en connais quelques-uns à Schaerbeek. Le MR a dû neutraliser l'un d'entre eux qui avait établi son fonds de commerce sur de telles situations, durant les années 1980 et 1990. J'ajouterai que les vrais mariages peuvent s'effriter au terme de quelques mois alors qu'un mariage blanc bien organisé passera inaperçu aux yeux de tous les agents de quartier. Ces enquêtes ne régleront pas le problème.

Je voudrais donc vous demander, madame la ministre, ce que vous comptez faire pour éviter que l'on surcharge le parquet par de telles affaires. Je ne comprends pas pourquoi il faut enquêter sur la transcription d'un mariage alors que le mari ne se trouve même pas en Belgique. En outre, on manie d'une certaine façon le mensonge car le parquet m'a indiqué de pas avoir été saisi dans les trois ou quatre cas qui m'ont été signalés. L'administration communale entend donc tout simplement décourager les gens. Par ailleurs, je demanderai au ministre de l'Intérieur comment il compte réorganiser ou humaniser l'Office des Étrangers afin que les citoyens retrouvent la confiance dans nos administrations.

Mme Laurette Onkelinx, vice-première ministre et ministre de la Justice. - D'un point de vue théorique, après le retour du jeune allochtone naturalisé dans le Royaume, l'acte de célébration de son mariage contracté en pays étranger est transcrit comme il le serait pour tout autre citoyen belge en vertu de l'article 171 du Code civil.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

Indien beide partners vreemdelingen zijn die niet de Belgische nationaliteit hebben, wordt het huwelijk alleen vermeld in het vreemdelingen- of wachtregister.

De overschrijving is een ordemaatregel die geen invloed heeft op de geldigheid van het huwelijk. Dit belet niet dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de overschrijving ondergeschikt kan maken aan een onderzoek naar de geldigheid van het huwelijk.

Elke autoriteit bij wie de geldigheid van een akte van de burgerlijke stand wordt ingeroepen, beoordeelt deze geldigheid soeverein. De autoriteit aan wie de overschrijving van de huwelijksakte en de eventuele inschrijving in het bevolkingsregister worden gevraagd, is de ambtenaar van de burgerlijke stand. Deze geniet op het grondgebied van zijn gemeente een absolute onafhankelijkheid bij het uitoefenen van zijn functies. Hij handelt in alle vrijheid, op eigen verantwoordelijkheid en hij moet alleen de wet naleven of, in geval van conflict, verantwoording afleggen voor de rechtbank. Bij twijfelachtige of moeilijke gevallen mag hij de procureur des Konings om advies vragen, maar hij heeft geen bevelen te ontvangen van de regering of de procureur des Konings, ook al hangt hij van deze autoriteiten af voor het bijhouden en bewaren van de registers van de burgerlijke stand. Bij betwisting kan men beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.

Voilà la situation théorique.

Je ne connais pas la situation particulière à laquelle vous vous êtes référée et il n'est pas question pour moi de discuter d'un cas qui n'a pas été porté spécialement à ma connaissance mais je puis vous dire que, si par hasard, un officier de l'état civil posait systématiquement un problème quand à la reconnaissance de mariages contractés à l'étranger, il existe diverses lois qui permettent aux conjoints de réagir ou même à des associations de défense de le faire. Je me permets de rappeler entre autres l'existence de la loi contre les discriminations que nous avons votée naguère. Les outils de défense sont disponibles. Pour le reste je me demande si je ne devrais pas revoir avec M. Dewael les circulaires qui organisent cette matière.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor haar antwoord. Ik ben van Gent en daar doen deze problemen zich niet voor. Ik denk dus dat het gaat om bepaalde ambtenaren in bepaalde gemeenten en dat we bijna van opzet kunnen spreken. Ikzelf werd met dit probleem geconfronteerd door een jonge Turkse vrouw van 22, in België geboren en met de Belgische nationaliteit, die in Istanbul een volkomen wettig huwelijk aanging, maar wier dossier bij aangifte van het huwelijk in Anderlecht onmiddellijk naar het parket werd doorgestuurd.

De minister heeft verwezen naar de mogelijkheden om hiertegen beroep aan te tekenen. Ik vrees echter dat jonge mensen daarvan niet allemaal op de hoogte zijn. Theoretisch hebben ze natuurlijk de mogelijkheid, maar in de praktijk wachten ze maar af tot ze uiteindelijk een politicus aanspreken om het dossier te bekijken. In het dossier waarover ik werd gecontacteerd, viel pas na zes of zeven maanden een beslissing: met het huwelijk bleek niets mis te zijn.

Ik vind het gerechtvaardigd dat aan het parket gevraagd wordt na te gaan of het om een schijnhuwelijk gaat wanneer er aanwijzingen zijn, bijvoorbeeld wanneer er een groot leeftijdsverschil is of wanneer een van de partners illegaal in het land verblijft. Maar hier ging het om een huwelijk dat officieel werd gesloten tussen twee jonge mensen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dat maakt op deze mensen een heel negatieve indruk. De partner, die nog in het land van herkomst verblijft, begrijpt ook niet waarom het zo lang duurt. Dat is geen goed begin voor een huwelijk. Dat is niet menselijk.

Mme Laurette Onkelinx, vice-première ministre et ministre de la Justice. - Ce n'est pas moi qu'il faut convaincre. Je suis convaincue. Je n'ai aucun problème avec ce que vous dites.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Mag ik dan toch vragen om deze dossiers, vooral die van Anderlecht, met uw collega van Binnenlandse Zaken te bekijken? Als politicus wil ik niet begrijpen en aanvaarden dat een ambtenaar zomaar dossiers naar het parket kan sturen, zonder dat er aanwijzingen voor een schijnhuwelijk zijn. We weten allemaal dat schijnhuwelijken bestaan, maar dan zijn er ook altijd aanwijzingen. Dat ze dan het dossier naar het parket sturen op het ogenblik dat de partner in het land is. Nu is de partner er zelfs niet en kan het huwelijk niet eens worden gecontroleerd.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - Het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding kan bijvoorbeeld ook ingrijpen.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A-SPIRIT). - Maar dan verloopt er wel bijna een jaar vóór de partner naar België kan komen en dat is toch wel een heel moeilijke start voor een huwelijk. Ik vraag me af hoe lang zo'n huwelijk dan kan standhouden. Ik hoop dat u over dit probleem met uw collega zult overleggen.