3-20

3-20

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 13 NOVEMBRE 2003 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Projet de loi portant assentiment à l'Arrangement de Locarno instituant une classification internationale pour les dessins et modèles industriels, et à l'Annexe, signés à Locarno le 8 octobre 1968 et modifié le 28 septembre 1979 (Doc. 3-194)

Discussion générale

M. Luc Paque (CDH), rapporteur. - Je me réfère à mon rapport écrit.

De heer Luc Willems (VLD). - Ik was er mij in 1968 als vierjarige jongen niet van bewust dat dit belangrijke verdrag werd gesloten. De regering heeft met de ratificering gewacht omdat men wist dat er nog een bijlage bij het verdrag zou komen. Die kwam er in 1979. Ik had er als vijftienjarige helemaal niet aan gedacht dat ik ooit nog eens de kans zou hebben om dat verdrag en de bijlage in de Senaat te bespreken.

Voorliggend wetsontwerp met de Overeenkomst van Locarno tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid, met bijlage, op 8 oktober 1968 in Locarno ondertekend en gewijzigd op 28 september 1979, heeft er dus meer dan 24 jaar over gedaan om dit halfrond te bereiken. In juridische termen is dat een absolute overschrijding van de redelijke termijn.

De bescherming van de intellectuele eigendom is belangrijk om creativiteit en innovatie te stimuleren en te ondersteunen want in een land als België is dat de belangrijkste grondstof. Het komt erop aan het juiste evenwicht te vinden tussen creativiteit en investering aan de ene kant en de vrije toegang tot de innovaties voor het grote publiek aan de andere kant.

De Overeenkomst van Locarno van 8 oktober 1968, gesloten in het kader van de World Intellectual Property Organization, de WIPO, die op haar beurt ontstaan is uit het verdrag van 1883 van Parijs, voorziet in de instelling van een internationale classificatie voor de producten waarop een industrieel eigendomsrecht kan ontstaan. Het beoogde industriële eigendomsrecht betreft hier de materie van tekeningen en modellen van nijverheid.

Het is wellicht interessant om even te herinneren aan het onderscheid tussen tekeningen en modellen. Het nieuwe uiterlijk van een voortbrengsel dat een gebruiksfunctie heeft, kan als tekening - tweedimensionaal - of als model - driedimensionaal - worden beschermd. De bescherming gaat van motieven op behangpapier tot actuele designvoorwerpen en is dus wel degelijk van belang voor de creativiteit, de ondernemers, de KMO's en grote bedrijven.

De internationale classificatie die voorligt, heeft in beginsel een administratieve betekenis. Het doel is de uniformering van de bestaande classificatiesystemen voor tekeningen en modellen in de verschillende lidstaten die partij zijn bij de Overeenkomst van Locarno. De classificatie dateert evenwel van het jaar 1979 en is inmiddels ongetwijfeld volledig achterhaald.

Daarnaast bestaat er op het niveau van de Europese Unie de zogenaamde Eurolocarnoclassificatie, een gedetailleerde versie van de Locarno Internationale Classificatie, die tot doel heeft de producten beter te omschrijven en in te delen. Ze werd uitgewerkt door het Bureau voor Harmonisatie binnen de Interne Markt (BHIM) dat eveneens het gebruik van de terminologie aanbeveelt.

Ook op het vlak van de Benelux bestaat er een bescherming van tekeningen en modellen. De Benelux heeft niet gewacht op onze goedkeuring, bijna 25 jaar na datum, om zelf ook gebruik te maken van de Locarnoclassificatie op administratief vlak zonder er echter juridische gevolgen aan te verbinden. Voor creatieve burgers en bedrijven in ons land is de bescherming van de intellectuele eigendom een onoverzichtelijk kluwen.

In de Beneluxlanden kan men op vier manieren tekening- en modelrechtelijke bescherming verkrijgen voor het gehele grondgebied. Ten eerste, het Beneluxdepot. Een depot beperkt tot België is niet meer mogelijk. Ten tweede, een internationaal depot, de Schikking van 's -Gravenhage. Ten derde, een gemeenschapsdepot dat bescherming biedt in de Europese Unie. Ten vierde, een eerste openbaarmaking in de Europese Unie die een korte en beperkte bescherming biedt in de Europese Unie.

In België kunnen tekeningen en modellen onder bepaalde voorwaarden ook bescherming genieten op basis van de Belgische auteurswet en van de Benelux-Merkenwet. Ten slotte kan de Belgische wetgeving inzake oneerlijke handelspraktijken worden ingeroepen om via een vordering tot staking op korte termijn het gebruik van een tekening of model te laten verbieden door de voorzitter van de rechtbank van koophandel.

Een rechtzoekende beschikt in ons land over een groot aantal mogelijkheden om de bescherming van zijn intellectuele rechten af te dwingen, maar de bestaande maatregelen zijn niet coherent en logisch georganiseerd. We kunnen enkel vaststellen dat de doolhof van verdragen, wetten en reglementen de rechtszekerheid niet bevordert.

Op het niveau van de Benelux is er een belangrijke stap gezet, die op 1 januari 2004 werkelijkheid zal worden. Het Benelux-Merkenbureau en het Benelux-Bureau voor Tekeningen en Modellen worden één instelling. Vorige vrijdag hebben we deze problematiek besproken in de Commissie Economie van het Beneluxparlement, waarbij we ons afvroegen of er een reden is om een aparte regeling te behouden naast de Europese en de andere internationale regelingen voor de bescherming van de intellectuele eigendom.

In de Benelux valt het merkenrecht onder de regeling van de eenvormige Beneluxwet op de merken en wordt het tekeningen- en modellenrecht geregeld in de eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen. De Benelux-Werkgroep `Intellectuele en Commerciële Eigendom' heeft de voorbije jaren intensief gewerkt aan de opstelling van een nieuw Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom. De uitvoering van de eenvormige Beneluxwet op de merken wordt geregeld bij een door de verdragspartijen in onderlinge overeenstemming vastgesteld uitvoeringsreglement. Er werd een nieuwe oppositieprocedure uitgewerkt om zich te verzetten tegen de inschrijving van een bepaald merk.

Dat is door het nieuwe protocol, dat binnen Benelux in 2001 werd goedgekeurd, gebeurd om een eenvoudige en snelle administratieve procedure te hebben waarbij de houder van een eerder merk zich kan verzetten tegen de inschrijving van een later met zijn eigen merk conflicterend merk.

Opdat die nieuwe procedure zou tegemoetkomen aan de wensen van de belanghebbenden worden door het secretariaat van de Benelux bijeenkomsten georganiseerd tussen het Merkenbureau en de vereniging voor het Merken- en Modellenrecht van de Benelux. Het resultaat daarvan is de oppositieprocedure die ik zopas uitlegde. Zij treedt op 1 januari 2004 in werking.

Sedert 1 juli 2002 worden de inschrijvingen door het Benelux-Bureau voor Tekeningen en Modellen op cd-rom gepubliceerd. Alle afbeeldingen worden in hetzelfde formaat en meestal in kleur gepubliceerd. Gevolg daarvan is dat de afmeting van de afbeeldingen niet meer als basis kan dienen om rechten te innen. Men is nog bezig met het uitvoeringsreglement om te kunnen bepalen op welke grond die inning kan gebeuren en welk bedrag moet worden gegeven door degene die zijn eigendom wil beschermen.

De beide eenvormige Beneluxwetten worden dus samengevoegd. Er komt dan ook één Benelux-Organisatie die in de plaats treedt van de bestaande bureaus. Die Organisatie zal bestaan uit drie besluitvormingsorganen: het Benelux Comité van Ministers, de Raad van Bestuur en het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Het Comité van Ministers krijgt meer bevoegdheden. Zo mag het wijzigingen aanbrengen om het verdrag te laten sporen met een internationaal verdrag of de communautaire regelgeving.

De sterke kanten van het nieuwe verdrag op het niveau van Benelux - we zullen dat hierna vergelijken met Locarno waarvan de bepalingen jarenlang lagen te vergelen - zijn de modernisering van de institutionele structuren en de wetgeving, de toekenning van de internationale rechtspersoonlijkheid aan de nieuwe organisatie, een grotere flexibiliteit in de wijzigingsprocedures van de regelgeving en een stroomlijning van de instrumenten doordat het verdrag zowel het Benelux-merkenrecht als het Benelux-tekeningen- en modellenrecht regelt. Dat staat in schril contrast met wat we vandaag moeten beslissen.

Wat wordt beschermd? Men beschermt de vormgeving van het voorwerp, ongeacht de afmetingen. Er moet door de constructie een technisch effect worden gecreëerd. Het model mag niet strijdig zijn met de goede zeden of de openbare orde. Waaraan moet dat worden getoetst? Moet dat worden getoetst aan onze grondwet en onze wetten, of moet er ook internationaal worden getoetst?

Voor de geldigheid van het depot is vereist dat het model of de tekening nieuw is op het ogenblik van het depot. Het mag dus nog niet eerder in de Benelux gedeponeerd zijn of er feitelijke bekendheid in de sector genieten. Openbaarmaking vóór het depot van het model door de deposant zelf tast de nieuwheid van het depot niet aan op voorwaarde dat hij binnen 12 maanden overgaat tot depot. Deze uitzonderingsmaatregel geldt voor de Benelux, maar niet voor andere landen. Voorafgaande onderzoeken naar de nieuwheid van het model zijn moeilijk en kunnen absoluut geen zekerheid bieden.

Het is van groot belang dat men op het ogenblik dat men deponeert, de kenmerkende eigenschappen van het depot zeer goed omschrijft. Wat men neerlegt is immers bepalend voor de beschermingsomvang van het depot. De eigenschappen moeten dus voldoende worden aangegeven in de afbeeldingen van het product.

Een geldig depot heeft als gevolg dat de deposant houder is van een exclusief recht op een model of een tekening, zodat hij zich kan verzetten tegen inbreuken bestaande uit de vervaardiging, invoer, uitvoer, verkoop, het te koop aanbieden, verhuren, te huur aanbieden, tentoonstellen, leveren, gebruiken of in voorraad hebben van een nagemaakt model of een nagemaakte tekening voor één van deze doeleinden, met industrieel of commercieel oogmerk.

Er is sprake van een inbreuk wanneer het model hetzelfde uiterlijk vertoont of ondergeschikte verschillen vertoont. De rechtspraak interpreteert dit zo dat de gelijkenis in de totaalindruk bij een vergelijking belangrijker is dan de verschilpunten indien deze essentiële kenmerken niet wijzigen. Een depot betekent uiteraard een beperking van de vrijheid van ondernemen van anderen. Daarom is het depot beperkt in de tijd. In de Benelux geldt een modelinschrijving vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van het depot, hernieuwbaar voor vier bijkomende perioden van vijf jaar, dus maximaal 25 jaar.

Daarnaast is er ook een regeling op het niveau van de Europese Unie. Dat is ook logisch omdat we een eengemaakte markt hebben, die volgend jaar trouwens nog aanzienlijk zal uitbreiden. Om die economische markt efficiënt te laten renderen, moet ook de intellectuele eigendom, de creativiteit worden beschermd. Bij verordening van 12 december 2001 van de Raad van de Europese Unie werd dus het gemeenschapsmodel in het leven geroepen. De verordening voorziet in een bescherming van modellen in de hele Unie voor zover voldaan wordt aan de in de verordening voorgeschreven wettelijke vereisten. Terwijl de Beneluxregeling als meerwaarde heeft dat de KMO's nog steeds toegang hebben tot een betaalbaar en toegankelijk depot voor de markt die bestaat tussen Nederland, Luxemburg en ons land, ligt de drempel voor het depot op Europees niveau een stuk hoger.

Men zit dan natuurlijk al op een hoger niveau. Voor die grote markt vraagt dat van degene die iets wil deponeren een grotere financiële inspanning. De doolhof voor de KMO's in ons land wordt nog ingewikkelder omdat iedereen een verschillende definitie gebruikt: de definitie in de Benelux is niet dezelfde als de definitie in de Europese Unie. Onder een model dient overeenkomstig de verordening te worden verstaan: "de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken van met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen van het voortbrengsel zelf en/of de versiering ervan".

Om bescherming te kunnen genieten dient het model nieuw te zijn: het moet een eigen model zijn of een identiek, door een derde ontworpen model dat nog nergens ter wereld is openbaar gemaakt. In de Benelux heeft men 12 maanden de tijd om het te deponeren, in de Europese Unie moet dat onmiddellijk gebeuren. Het model moet bovendien een eigen karakter bezitten: bij de geïnformeerde gebruiker moet de totaalindruk die het model wekt, verschillen van reeds openbaar gemaakte modellen. Tevens mag het uiterlijk niet uitsluitend bepaald zijn door de technische functie en niet strijdig zijn met de openbare orde en goede zeden. De vraag is of ook dit criterium op verschillende wijze wordt ingevuld in ons land, in de Benelux, in de Europese Unie en op wereldvlak.

De definitie en de beschermingsvoorwaarden verschillen dus inhoudelijk met die van de Benelux-Tekeningen- en Modellenwet. Het is daarom dat de Beneluxwetgeving zal moeten aangepast worden aan de Europese wetgeving. Dit zal waarschijnlijk gebeuren begin volgend jaar. Het gemeenschapsmodel wordt beschermd tegen elk ander (jonger) model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt, m.a.w. waarvan de totaalindruk gelijkend is. In tegenstelling tot geregistreerde modellen kan men op basis van een geldig niet-geregistreerd model slechts optreden tegen namaak en dus niet tegen identieke en sterk gelijkende modellen die op onafhankelijke wijze door een andere ontwerper gecreëerd zijn.

Het geregistreerd model zal beschermd worden gedurende vijf jaar vanaf de datum van het gemeenschapsdepot met de mogelijkheid tot verlenging voor vier bijkomende perioden van vijf jaar. Die termijn van vijf jaar is het enige dat echt gelijkloopt in de Benelux en in de Europese Unie.

We stemmen vandaag over een classificatie, maar het is belangrijk om te vermelden dat de Europese Unie intussen een eigen classificatie heeft uitgewerkt, namelijk een soort Eurolocarnoclassificatie. Het is zoals eerder gesteld een gedetailleerde versie van de Locarno Internationale Classificatie, ten einde de producten beter te omschrijven. Wat we vandaag goedkeuren is dus zowel in feite als in rechte totaal achterhaald, vermits de Eurolocarnoclassificatie al met de verordening van 2001 is ingevoerd. Men kan zich dus afvragen waarom men nu nog iets goedkeurt dat al helemaal gedateerd is.

Naast de Benelux en de Europese Unie zijn er ook nog andere landen waarvoor een depot noodzakelijk kan zijn. In de meeste landen gelden specifieke nationale reglementeringen inzake modellen. Meestal is het noodzakelijk om land per land een depot te verrichten. Zijn er meerdere landen waarin men bescherming wenst, al dan niet met inbegrip van de Benelux, dan is het mogelijk een internationale aanvraag in te dienen. Een groot aantal landen buiten de Europese Unie heeft zich bij de Schikking van 's-Gravenhage aangesloten. Een Belgisch ondernemer, bijvoorbeeld, kan op grond van de wederkerigheid in een Balkanland een internationaal beschermd depot indienen.

Wij dienen dus vast te stellen dat het voor het Belgische bedrijfsleven, zowel voor de kleine zelfstandige ondernemer, als voor de KMO's en de grote bedrijven een ware doolhof is om hun intellectuele eigendom afdoend en transparant te beschermen. De voorliggende Overeenkomst van Locarno met Bijlage geeft hierop geen antwoord. De classificatie die we vandaag goedkeuren, is reeds jarenlang in gebruik en binnen de Europese Unie zelfs al achterhaald.

De 40 lidstaten die toetreden tot de Overeenkomst, vormen op hun beurt gezamenlijk een bijzondere Unie waarin deze internationale classificatie gehanteerd zal worden. Door dit verdrag zullen de diensten voor de industriële eigendom van de Staten die partij zijn bij de Overeenkomst van Locarno gehouden zijn in hun officiële documenten voor het depot of de inschrijving van tekeningen en modellen van nijverheid, de classificatienummers van de klassen en de onderklassen van de internationale classificatie op te nemen. Voor ons land is dit louter theoretisch omdat we op dit vlak intensief samenwerken binnen de Benelux. We stemmen vandaag dus over een regeling die we niet meer nodig hebben.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - De heer Willems is bijzonder negatief over het ontwerp. Ik vermoed dan ook dat zijn fractie zal tegenstemmen.

De heer Luc Willems (VLD). - Het is niet omdat ik een juridische analyse maak, dat ik zal tegenstemmen.

Ik wens ten slotte de staatssecretaris een vraag te stellen. In artikel 2 van het wetsontwerp lees ik dat de overeenkomst van Locarno en de bijlage "volkomen gevolg" zullen hebben. Is dat geen vergissing? Moet het niet zijn "zullen geen gevolg hebben"?