2-287

2-287

Sénat de Belgique

Annales

VENDREDI 4 AVRIL 2003 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Projet de loi fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes (Doc. 2-1551)

Discussion générale

M. le président. - M. Ramoudt se réfère à son rapport écrit.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Met het goedvinden van de voorzitter zal ik nu een toespraak houden over het voorliggende en het volgende wetsontwerp. Beide ontwerpen hebben immers betrekking op de controle door het Rekenhof.

Het eerste wetsontwerp heeft onder meer betrekking op de organisatie van de controle door het Rekenhof. Ik bewonder de inspanningen van het Rekenhof, een instelling van het Parlement, om alle uitgaven van de overheden en van de vele parastatale instellingen te bewaken. Ik heb echter de indruk dat het ontwerp dat de controle uitbreidt tot gemeenschappen en gewesten, nooit effectief kan zijn, zolang de oorspronkelijke opdracht, met name het bewaken van de regeringsuitgaven, niet kan worden uitgevoerd. Dat blijkt uit het tweede wetsontwerp waarbij de voorafgaande visumplicht wordt afgeschaft. Ik denk dat het Parlement hiermee zijn eigen controleorgaan zal kortwieken. Daarmee heb ik uiteraard een probleem.

Het Rekenhof heeft sinds 1999 geen cyclische controle meer uitgevoerd op regeringsuitgaven of kabinetsbestedingen. De huidige regering werd dus nog nooit doorgelicht. Alleen de boekhoudkundige juistheid van de overtuigingsstukken werd nagekeken. Dat wil zeggen dat een uitgave in de kolom uitgaven moet worden ingeschreven. Maar dat kan de goedkoopste boekhouder. Een inhoudelijk nazicht conform de opdracht van het Rekenhof gebeurde niet. Ik citeer uit de wet: "Het Rekenhof controleert de goede besteding van de overheidsgelden; het vergewist zich ervan dat de beginselen van zuinigheid, doeltreffendheid en doelmatigheid in acht worden genomen".

Ik zal nu enkele voorbeelden geven om aan te tonen dat het inhoudelijk nazicht door het Rekenhof noodzakelijk is, ook al zullen sommigen die voorbeelden muggenzifterij vinden.

Wat moet ik denken van een kabinet waar de boodschappenlijstjes van de kabinetsleden worden verzameld om aankopen te doen in de supermarkt in de buurt van het kabinet of in Geldenaken, maar op kosten van de belastingbetaler? Is dat afwending van overheidsgeld of niet? Het gaat over gemiddeld 1000 euro per maand per lijst.

Uiteraard zou het Rekenhof ook vragen kunnen stellen bij de factuur voor het kostuum van de chauffeur van de minister uit Geldenaken, ten bedrage van meer dan 25.000 frank. Toegegeven, de factuur vermeldt dat het pochetje gratis is! Is dat voorbeeld muggenzifterij? Mocht die praktijk in alle kabinetten bestaan - en de twee kabinetsrekeningen die ik onderzocht heb, laten zulks vermoeden - dan spreken we over 1000 euro maal twaalf, maal zeventien kabinetten, of over 204.000 euro of meer dan 8 miljoen frank. Uit de tweede rekening die ik nakeek, blijkt zelfs dat wij een groene Imelda Marcos in onze regering hebben, want door haar kabinet werden op kosten van de belastingbetaler tientallen paren schoenen per jaar aangekocht. Geen sprake van dat het Rekenhof dat onderzoekt.

In vergelijking met de hele staatshuishouding zijn dat peanuts maar toch meen ik dat de overheid een andere verhouding moet hebben tot de middelen waarover ze beschikt dan een ondernemer of een werknemer. De overheid werkt immers met de middelen van de belastingbetaler. Die middelen mogen nooit worden aangewend voor eigen belang.

De overheid mag de belastinggelden wel aanwenden voor veiligheid, goede wegen, openbaar vervoer enzovoort. Gebruikt ze die gelden voor persoonlijke uitgaven dan spreken we van een onterechte afwending van belastinggelden.

De twee wetsontwerpen creëren een probleem voor het parlement. Als het Rekenhof onvoldoende mensen en middelen heeft om de federale kabinetten in het oog te houden, zijn er afwendingen mogelijk. De afschaffing van het voorafgaand visum maakt dat de controle nooit meer a priori, maar steeds a posteriori zal gebeuren. Dat zet de deur nog verder open voor misbruiken, want welk achtbaar lid van het Rekenhof zal er zich toe lenen om a posteriori opmerkingen te maken over supermarktrekeningen, kostuums of schoenen? Mijn opmerking lijkt misschien belachelijk, maar dat is ze niet want het gaat hier om afwending van belastinggeld.

Ik denk dus dat het parlement het Rekenhof moet opdragen een cyclische controle uit te voeren op de rekeningen van de federale kabinetten, alvorens het te belasten met nieuwe opdrachten wat betreft de gemeenschappen en gewesten. En ik herhaal dat ik ook de afschaffing van het voorafgaande visum fout vind.

De belastingbetaler die moet leven van een pensioentje van 300 euro, zal ons dankbaar zijn dat we ook die kleine zaken controleren zodat het belastinggeld niet verspild wordt.

Misschien moeten ook de onaantastbaren eens gecontroleerd worden. Ik zie dat er een quaestor aanwezig is. Het zou de Senaat sieren als hij de eigen uitgaven vrijwillig aan een controle door het Rekenhof zou onderwerpen. Ik zeg dat omdat ik vaststel dat er miljoenen aan Belgische franken werden uitgegeven voor een persoonlijk pamflet van de voorzitter, ingekleed als senaatsbrochure. Het Rekenhof zou die uitgave moeten kunnen afwijzen en aftrekken van de persoonlijke dotatie van de voorzitter. En dan ga ik nog voorbij aan de laag-bij-de-grondse wijze waarop op bevel van de voorzitter één partij wordt doodgezwegen in een uitgave die over de hele Senaat moet gaan. Zoals Père Ubu zegt, is die brochure nog beter dan Neues Deutschland, het voormalige propagandablad van de DDR. Twintig foto's van de voorzitter en vijf vraaggesprekken met hem in één enkel tijdschrift! Het kan toch niet dat de belastingbetaler opdraait voor zo een visuele indigestie.

Ik ben er me van bewust dat de Senaat nooit het lef zal hebben om vrijwillig aan het Rekenhof te vragen de senaatsuitgaven door te lichten, maar ik meende die specifieke en groteske uiting van narcisme te moeten aanklagen.

De heer Guy Moens (SP.A). - Ik voel mij genoodzaakt te reageren op de beweringen van de heer Verreycken aangezien hij zich tot de quaestuur richt.

Voor de betrokken brochure heeft de voorzitter van de Senaat, die aan dezelfde regels is onderworpen als een regeringslid, vooraf de toelating gevraagd ze te mogen publiceren onder de vorm zoals dat is gebeurd. De bevoegde commissie heeft haar toestemming verleend, waarna tot de realisatie van het project is overgegaan. Daarbij was bepaald wat de kostprijs zou zijn, en op welke manier en door wie het zou worden gerealiseerd. De commissie had geen enkele reden om haar toestemming te weigeren.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Mijnheer de quaestor, ik raad u aan in de bewuste brochure het vraaggesprek te lezen waarin de voorzitter verklaart dat de controlecommissie van het parlement de voorzitters van Kamer en Senaat gelijkstelt met een minister. Als er een brochure wordt uitgegeven, aldus de heer De Decker, hoort daar hooguit één discrete foto bij. Dat verklaart hij in het blad waarin twintig foto's en vijf vraaggesprekken met hem staan. De brochure is niets meer dan een verkiezingspamflet. Het Rekenhof zou een dergelijke publicatie nooit goedkeuren, maar uiteraard zal geen enkel lid van de Senaat ooit het lef hebben met het tijdschrift van zijn eigen instelling naar het Rekenhof te stappen.

Het Vlaams Blok zal de beide wetsontwerpen verwerpen omdat wij van oordeel zijn dat eerst de bestaande regels moeten worden toegepast - en zeker nooit mogen worden uitgehold - alvorens nieuwe opdrachten aan het Rekenhof toe te vertrouwen.

Eerst moet er een cyclische doorlichting komen van alle overheidsuitgaven, dan moet het parlement de besluiten evalueren en pas daarna kunnen er mogelijke wijzigingen worden aangebracht. De wijzigingen mogen nooit in het voordeel zijn van degenen die overheidsgelden afwenden van hun doel, maar moeten in het voordeel zijn van de plichtophoester, namelijk de belastingbetaler.

-La discussion générale est close.