Minister van Landsverdediging - Vraag 2072

Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-55

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 2072 van de heer Kelchtermans d.d. 25 april 2002 (N.) :
Pampa Range Helchteren. ­ Brand.

Enkele weken geleden brak ingevolge een projectiel dat door een Amerikaans vliegtuig werd afgevuurd een zoveelste brand uit op het militair domein in Helchteren. Hierbij gingen ca. 70 ha heide in de vlammen op.

Graag kreeg ik van de minister omstandig antwoord op volgende vragen :

1. Na de roemruchte grote brand veroorzaakt door het alomgekende « brandend konijn » een aantal jaren geleden waren er toch afspraken gemaakt onder meer met Waters en Bossen inzake het beheer van het terrein en de omstandigheden waarin al dan niet mocht geoefend worden. Volgens mijn informatie werden deze in het geheel niet nagekomen.

a) Welke waren de precieze afspraken die destijds werden gemaakt ?

b) Werden deze sindsdien perfect nagekomen en op welke wijze wordt hierop controle uitgeoefend ? Zo neen, welke maatregelen werden er dientengevolge genomen of overweegt hij ?

2. Aangezien geweten is wie de schade veroorzaakte, dringt zich de vraag op of betrokkene voor deze schade ook aansprakelijk wordt gesteld. Welke afspraken bestaan er terzake ? Betekent dit dat buitenlandse strijdkrachten hier kunnen komen oefenen zonder verantwoordelijk te worden gesteld voor de schade aangericht aan militaire domeinen ?

3. Het is alom geweten dat in de naburige gemeenten heel wat wrevel bestaat over de geluidsoverlast die dit oefenterrein veroorzaakt, vooral omwille van het feit dat een groot deel van de toestellen die ervan gebruik maken, van buitenlandse origine zijn.

a) Op welke wijze wordt er vanuit de militaire overheid opgetreden om deze geluidshinder tot het minimale te beperken ? Bestaan hierover bindende afspraken en op welke wijze zijn ze afdwingbaar ? In welke mate geldt deze afdwingbaarheid ook ten aanzien van vreemde strijdkrachten ?

b) Welke strijdkrachten maken in welke mate gebruik van dit schietveld en hoe staat dit in verhouding tot het gebruik door toestellen van de Belgisch Krijgsmacht ? Welke gebruiksvoorwaarden zijn hieraan gekoppeld (huur, vergoedingen, compensaties, ...) ?

c) Heeft hij bij zijn eigen departement en/of bij buitenlandse strijdkrachten reeds aangedrongen op de afbouw of de afschaffing van dit schietveld ? Zo ja, met welk resultaat ? Zo neen, om welke redenen ? In welke mate acht hij de aanwezigheid van een dergelijk schietterrein midden tussen meerdere dorpskernen nog verantwoord ?

Antwoord : 1. Naar aanleiding van de aangehaalde brand werd in samenwerking met de militaire autoriteiten, de omliggende gemeente, afgevaardigden van « Bos en Groep » en de omliggende brandweerkorpsen een Staand Order Basis (SOB) opgesteld dat aan alle betrokkenen werd overgemaakt. Dit SOB beschrijft de preventieve maatregelen ter voorkoming van brand op het schietveld, en in voorkomend geval ook de coördinatiemaatregeleen voor brandbestrijding. Dit SOB werd strikt toegepast en werd aangevuld door een dagelijkse prognose van de Meteo Wing betreffende de brandwaarschuwingsindex. Deze index geeft een beoordeling van het brandrisico op het schietveld, rekening houdend met de weersomstandigheden en de vegetatie. In functie van deze index kunnen bepaalde schietoefeningen beperkt of zelfs gestaakt worden.

2. Terzake gelden de regels van de overeenkomst tussen de bij het Noord-Atlantisch Verdrag aangesloten Staten, betreffende de rechtspositie van hun Krijgsmachten (SOFA), goedgekeurd bij wet van 9 januari 1953. Indien een piloot van een NAVO- of PFP-lidstaat toegelaten schietoefeningen uitvoert (met oefenmunitie) in strikte navolging van de van kracht zijnde richtlijnen van de Range Orders, dan kan hij niet verantwoordelijk worden gesteld voor de brandschade, veroorzaakt door de inslag van zijn munitie (SOFA, artikel VIII, 1). De afhandeling van eventuele schade aan derden gebeurt volgens de bepalingen van artikel VIII, 5, van de SOFA.

3. De wrevel in de omliggende gemeenten omtrent geluidsoverlast is gekend. Volgende acties werden ondernomen om de geluidsoverlast te verminderen :

Definiëren van verschillende aanvlieg- en aanvalsroutes om niet steeds over dezelfde gevoelige punten te vliegen.

Definiëren van verschillende circuits in functie van de gebruikte doelen.

Opleggen van een minimum vlieghoogte in downwind.

Opschorting van de schietoefeningen tussen 12.00 uur en 13.00 uur en geen oefeningen vóór 09.00 uur.

Opschorting van de schietoefeningen vóór 10.00 uur en tussen 12.00 uur en 13.00 uur gedurende de zomermaanden (juli en augustus).

Opschorting van de schietoefeningen en EOD-oefeningen (Explosive Ordonance Disposal) gedurende de maand juni (3 weken examenperiode).

Nachtoefeningen beperkt tot 2 dagen per week (volgens de richtlijn betreffende de slots) en opschorting gedurende juni, juli en augustus.

Deze voorschriften moeten door alle gebruikers (Belgische en buitenlandse) strikt nageleefd worden. Bij niet-naleving wordt de betrokken piloot aangemaand of zelfs weggestuurd van het schietveld en alle betrokken overheden worden hiervan op de hoogte gebracht. Naast de Belgische deelnemers wordt het schietveld ook gebruikt door Amerikaanse, Nederlandse, Duitse, Franse en Britse strijdkrachten. De verhouding tussen Belgisch en buitenlands gebruik wordt ruwweg geschat op 50 %-50 %.

­ februari 01-januari 02 : 438 slots gebruikt door de Luchtcomponent, 39 door de Landcompenent, 94 door burgerfirma's (NF, FZ, ...).

­ februari 02-januari 02 : 320 slots gebruikt door USAFE (United States Air Force Europe), 23 door GAF (German Air Force), 15 door RAF (Royal Air Force), 9 door FAF (Force aérienne française) en 6 door RNLAF (Royal Netherlands Air Force).

­ Opmerking : 1 slot is voorzien voor 30 minuten.

Als tegenprestatie mogen Belgische toestellen gebruik maken van volgende buitenlandse schietterreinen in Europa :

Vlieland (NL) : 210 slots in 2001;

Nordhorn (GE) : 43 slots in 2001;

Suippes (FR) : 17 slots in 2001.

Baumholder (GE) : hoofdzakelijk gebruikt voor oefeningen met echte munitie.

Grafenwhoer (GE) : hoofdzakelijk gebruikt voor oefeningen met echte munitie.

In het kader van de uitvoering van de opdrachten moet de Luchtcomponent kunnen oefenen en dus beschikken over een aagepast schietterrein. Teneinde over een grotere variëteit aan oefeningen te beschikken, bestaat dus deze ruil binnen NATO, namelijk het onderling gebruik van schietvelden die andere mogelijkheden bieden (echte munitie, pop-up attacks, ...).