2-227

2-227

Sénat de Belgique

Annales

VENDREDI 19 JUILLET 2002 - SÉANCE DU SOIR

(Suite)

Discussion des articles du projet de loi relatif aux droits du patient (Doc. 2-1250) (Procédure d'évocation)

(Le texte adopté par la commission des Affaires sociales est identique au texte du projet transmis par la Chambre des représentants. Voir le document Chambre 50-1642/15)

(Exceptionnellement, le texte des articles et des amendements est publié en annexe.)

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 59 wil het derde punt van artikel 2 doen vervallen. Het gebrek aan juridische coherentie begint daar. Er zou een nieuw aansprakelijkheidsrecht komen. Maar vandaag bestaat er al een aansprakelijkheidsrecht. Wanneer dit ontwerp wordt goedgekeurd, is het van toepassing binnen het bestaande aansprakelijkheidsrecht. De no fault-aanpak betekent trouwens niet dat het aansprakelijkheidsrecht fundamenteel wordt gewijzigd. Het doet nieuwe problemen rijzen.

In artikel 2, derde lid wordt de definitie van de beroepsbeoefenaar gegeven zonder dat een onderscheid wordt gemaakt naargelang de precieze beroepsinvulling. Het betreft zowel artsen, als paramedici, beoefenaars van de niet-conventionele praktijken als verpleegkundigen. Deze containerbenadering is niet wenselijk en zorgt voor juridisch onvoorzienbare gevolgen. De verschillende bepalingen van de wet kunnen van toepassing zijn op elk van de beoefenaars zonder dat deze verplichtingen in redelijkheid op elke specifieke beroepscategorie in dezelfde omstandigheden en met dezelfde intensiteit kunnen worden aangerekend. Het risico van een dergelijk verzamelbegrip wordt duidelijk bij toepassing van artikel 8, §5 van het ontwerp, volgens hetwelk bij spoedgeval iedere noodzakelijke tussenkomst van de beroepsbeoefenaar onmiddellijk gebeurt in het belang van de patiënt. Men kan zich de rechtsonzekerheid inbeelden wanneer de tussenkomst uitgaat van niet-artsen. De overeenkomstige bevoegdheid in artikel 4 lost het probleem niet op.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De heer Vandenberghe diende nu een aantal amendementen in plenaire vergadering in die niet in de commissie werden ingediend. Ik zal daarop antwoorden. Voor de overige amendementen verwijs ik naar het verslag.

Wat dit amendement betreft, antwoord ik dat de definitie van beroepsbeoefenaar een algemeen aanvaarde definitie is. Ze is niet onprecies. Het KB 78 bakent zeer gedetailleerd de verschillende categorieën af. Voor de niet-conventionele praktijken is de eerste stap van de wet-Colla ondertussen gerealiseerd. Ook daar gaat het niet om een containerbegrip en zijn de onderverdelingen duidelijk.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 12 wil aantonen dat wij bij de formulering van de patiëntenrechten liever uitgaan van een medisch zorgcontract. Het drukt beter de gewaardeerde verhouding ten opzichte van de beide partners uit en biedt een groter vertrouwen en een grotere rechtszekerheid. Wij willen dit medisch zorgcontract omschreven zien in artikel 2.

M. Michel Barbeaux (CDH). - Je défends mon amendement nº 2 relatif au champ d'application de la loi.

Il n'apparaît pas clairement que la loi s'applique à tous les rapports juridiques entre patients et prestataires de soins.

Il nous semble important d'inscrire dans la loi que les droits s'appliquent aux prestations entre patients et prestataires, à l'exception d'une série de procédures mises en place dans le cadre de la médecine d'assurance et légale, de l'exécution de missions de contrôle par les médecins conseils ou par les médecins du travail.

En effet, il y a lieu de distinguer, dans la loi proprement dite, les situations où le patient entretient une relation thérapeutique avec le prestataire de soins et celles où il entretient une relation administrative avec ce dernier, l'ensemble des principes repris dans la loi n'étant, bien sûr, pas entièrement d'application, par exemple, quant à la liberté de choix d'un médecin s'agissant d'une relation de contrôle.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Amendement 13 stelt voor §1 van artikel 3 te vervangen. Artikel 3 biedt geen enkele zekerheid aan de patiënt en een duidelijkere omschrijving dringt zich op. De rechten en verantwoordelijkheden van de verschillende partners die betrokken zijn bij experimenten, moeten worden vastgelegd met het oog op een degelijk bescherming. Het raadgevend Comité voor Bio-ethiek dringt hier in zijn advies van 9 juli 2001 betreffende experimenten met mensen ook op aan.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 24 strekt ertoe §2 te doen vervallen omdat de tweede paragraaf van artikel 3 de draagwijdte van de eerste paragraaf volledig ontkracht.

Amendement 34 strekt ertoe artikel 4 te vervangen omdat de tekst van het huidige artikel 4 onbegrijpelijk is. Wat is de betekenis van de `medewerking' van de patiënt? In de commissie verwees men in dit verband naar de bijzondere regels over de toestemming. Daarover gaat het niet: toestemming is een juridische categorie, medewerking is een feitelijk gedrag. Hoe kan men de toepassing van een wet afhankelijk maken van het feitelijk gedrag van een patiënt? Daarom stellen we voor de tekst van artikel 4 te vervangen en subsidiair, wanneer dit niet zou gebeuren, artikel 4 te schrappen. De in het amendement voorgestelde bepaling verwijst naar bepaalde criteria die vandaag algemeen aanvaard zijn om de invulling van het medisch optreden te beoordelen. Het creëren van nieuwe criteria kan tot veel onzekerheid aanleiding geven, zeker wanneer de exceptie van medewerking wordt ingeroepen.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Het heeft weinig zin de bespreking van de amendementen met tien senatoren voort te zetten. Kunnen we niet stemmen over de verdaging van de bespreking?

M. le président. - M. D'Hooghe propose l'ajournement des débats. L'article 40 du Règlement dit que « si le président est d'avis qu'une demande d'ajournement ou de clôture ne tend qu'à entraver les travaux de l'assemblée, il peut la soumettre immédiatement et sans débat au vote par assis et levé ».

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De heer D'Hooghe vraagt of het zinvol is om op dit uur de bespreking voort te zetten. We zijn al sinds half negen bezig.

M. le président. - C'est une question philosophique ! Nous continuons.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 35 is een subsidiair amendement en strekt ertoe artikel 4 te doen vervallen.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Amendement 14 van mevrouw van Kessel stelt een nieuwe tekst voor artikel 4 voor. Het amendement maakt het mogelijk door te verwijzen naar een andere beroepsbeoefenaar en voert het medisch zorgcontract in.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 60 van de heer Vandenberghe stelt voor artikel 4 te vervolledigen omdat de voorgestelde bepaling ontoereikend is in geval een beroepsbeoefenaar een bepaald patiëntenrecht niet kan naleven omdat hij niet gekwalificeerd of onbevoegd is.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De wet is niet van toepassing op onbevoegden. De beroepsbeoefenaars die erkend zijn in het kader van KB 78 hebben een specifieke bevoegdheid. Er is duidelijk vastgelegd wat ze al dan niet mogen doen. Iemand die zijn been breekt, gaat niet naar een tandarts.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - De medewerkingsplicht in artikel 4 legt een verband met de plichten van de beroepsbeoefenaar om de patiëntenrechten na te leven. Omdat deze formulering een uitholling kan inhouden, stelt amendement 32 van de heer Vandenberghe voor de woorden "wanneer hij daartoe bekwaam is" toe te voegen.

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V). - Met amendement 15 wordt gepoogd een overeenstemming te bereiken tussen de tekst van de wet en de memorie van toelichting.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 36 is een essentiële wijziging van artikel 5. De kwalitatieve gezondheidszorg wordt geobjectiveerd met een verwijzing naar een andere norm zodat niet om het even wat onder de norm valt, zoals dat nu het geval is. Dit amendement is subsidiair op amendement 15.

Amendement 45 heeft ook betrekking op de draagwijdte van artikel 17. Artikel 5 bepaalt de draagwijdte en de schuldenaar van de algemene medische verbintenis waarop de patiënt aanspraak kan maken. De geneesheer heeft ofwel een bijzonder statuut in het ziekenhuis, ofwel is het een zelfstandige. Dit heeft verschillende rechtsgevolgen en dus moet dit onderscheid ook in artikel 5 tot uiting komen.

Amendement 46 hebben we ingediend omdat de woorden "die beantwoordt aan zijn behoeften" foutief kunnen worden geïnterpreteerd. Behoeften zijn immers onbeperkt. Wij vinden dat een therapeutische beperking moet worden ingelast. Om die reden vinden we deze formulering in artikel 5 nogal ongelukkig.

Amendement 38 gaat in op een nieuw aspect. In de wet op de rechten van de patiënt wordt een aantal rechten opgesomd zoals informatie, toegang tot het dossier enzovoort. Een van de fundamentele rechten van de patiënt is het recht op veiligheid. De zorgverlener moet de veiligheidsplicht naleven. Die veiligheidsplicht verschilt naargelang van de situatie waarin de patiënt zich bevindt. Hieraan is in het wetsontwerp geen aandacht besteed. Het antwoord is dat die plicht valt onder de kwaliteitsvolle zorgverlening. Welnu, de andere elementen vallen daar ook onder.

Amendement 44 is zeer belangrijk omdat in artikel 6 de vrije keuze van de patiënt wordt gewaarborgd. Terwijl er vroeger echter eventueel een wettelijke beperking mogelijk was, maakt men nu een beperking krachtens de wet mogelijk. Dit betekent dat de gewone begrotingswet kan samengaan met koninklijke of ministeriële besluiten die de vrije keuze om allerlei, bijvoorbeeld begrotingstechnische redenen, beperken. De wettelijke verankering van de keuze wordt dus in feite een mogelijkheid om veel meer uitzonderingen op die vrije keuze te maken. Het tweede deel van het artikel moet mijns inziens dus worden geschrapt.

Amendement 37 heeft tot doel het ontwerp in overeenstemming te brengen met de memorie van toelichting. Ik verwijs hiervoor verder naar mijn schriftelijke toelichting.

Amendement 25 formuleert gewoon de informatieplicht in het licht van de algemene opvatting dat de verplichting betrekking heeft op de informatie die relevant is voor de medische behandeling en niet op alle mogelijke andere, meer theoretische, relevante informatie.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 54 voegt niet alleen "pertinente informatie" maar ook "adequate informatie" toe.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ons amendement 61 stelt dat indien de beroepsbeoefenaar de informatie niet kan verschaffen wegens niet-kwalificatie of onbevoegdheid, hij zich houdt aan de bepaling van artikel 4 dat stipuleert dat de beroepsbeoefenaar de bepalingen van deze wet enkel naleeft "binnen de perken van de hem door of krachtens de wet toegewezen bevoegdheden".

Voor amendement 63 verwijs ik naar de schriftelijke verantwoording.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 64 strekt ertoe de in paragraaf 1 bepaalde woorden "alle hem betreffende informatie" te vervangen door de woorden "relevante hem betreffende informatie".

De arts wordt geacht alle informatie te verstrekken aan de patiënt. Dat is een irrealistisch uitgangspunt. De informatie zal immers nooit volledig zijn. Wat als de patiënt uit een andere informatiebron, bijvoorbeeld de populaire medische encyclopedie of via een website informatie verneemt die de arts niet vermeldde? Dit gebeurt dagelijks in de geneeskundige praktijk. Volgt er een klacht bij de ombudsdienst als de arts minder wist of als hij niet wenst in te gaan op alle vragen?

Amendement 8 strekt ertoe de woorden "de informatie moet worden gegeven in een duidelijke taal", te vervangen door de woorden "in een voor de patiënt begrijpelijke taal".

Volgens de toelichting van de vertegenwoordiger van de minister betekent het begrip duidelijke taal dat de patiënt ze moet begrijpen. Dit amendement wil dan ook het begrip verduidelijken zodanig dat duidelijke taal ook begrijpelijke taal is.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 17 heeft dezelfde draagwijdte.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Een van de basisrechten van de patiënt is dat hij in zijn eigen taal klachten kan uiten en de nodige informatie kan krijgen. Amendement 58 benadrukt die evidentie door het respect voor de taalwet ook in het Brusselse af te dwingen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 39 op artikel 7 strekt ertoe te verduidelijken dat de patiënt ervoor kan opteren dat de informatie behalve aan hemzelf ook aan een vertrouwenspersoon wordt medegedeeld.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 65 strekt ertoe dat, om daadwerkelijk in de bescherming van de rechten van de patiënt te voorzien, minstens bepaald wordt dat de vertrouwenspersoon geen enkele rechtstreekse band van commerciële aard heeft met de patiënt, zoals onder meer verzekeraars en financiële bedrijven.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 52 werd in de commissie ingediend naar aanleiding van een vraag van de heer Colla om te bepalen dat de andere beoefenaar die men bij de besluitvorming zou betrekken, hetzelfde beroep zou hebben of dezelfde opleiding zou hebben gehad.

Amendement 66 strekt ertoe artikel 7, paragraaf 4, tweede lid, te doen vervallen. Deze bepaling moet worden herschreven, vermits ze tegenstrijdig is met de overige bepalingen van het ontwerp.

Amendement 67 op artikel 8 heeft tot doel in het derde lid van paragraaf 1 de woorden "en met instemming van de beroepbeoefenaar of van de patiënt" te doen vervallen. Wat als de arts of de patiënt de omschrijving zoals voorgesteld weigert? Dat leidt tot een patstelling. Het is wenselijk dat de toestemming schriftelijk wordt vastgelegd op verzoek van de patiënt of van de arts.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Wij willen met amendement 18 een verduidelijking over de toestemming. De toestemming van de patiënt moet schriftelijk gebeuren voor belangrijke medische handelingen, handelingen die een onomkeerbaar gevolg hebben en die gepaard gaan met ernstige risico's of met gering of geen therapeutisch nut en handelingen met een experimenteel karakter. In principe kan in de zorgrelatie de toestemming zowel impliciet als expliciet gegeven worden, maar voor een impliciete toestemming is vereist dat dit pas het geval kan zijn bij een omstandig stilzwijgen, waarbij de omstandigheden vooral bepaald worden door de aard van de medische handeling en de eventuele gevolgen ervan en door het gedrag van de patiënt zelf. Uit het louter stilzwijgen van de patiënt en zelfs na de nodige informatie kan voor belangwekkende handelingen die opgesomd zijn, niet zomaar een werkelijke toestemming worden afgeleid. Daarom moet in de vier specifieke situaties de toestemming schriftelijk worden vastgelegd.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 27 betreft een beperking van de mogelijke interpretatie omdat het onmogelijk is een volledige lijst te geven van de mogelijke nevenwerkingen en risico's verbonden aan een bepaald optreden. Als men geen grenzen afbakent is er ruimte voor eindeloze betwistingen. Er moet een objectief beperkende norm worden ingevoerd. Dat beantwoordt trouwens aan de jurisprudentie ter zake. Ik zie geen reden waarom dit nu zou moeten worden veranderd.

Ons amendement 54 is een andere formulering. De heer Destexhe heeft onder druk zijn amendement moeten intrekken, ik kom hem ter hulp door zijn amendement opnieuw op te nemen.

Amendement 68 heeft betrekking op artikel 8, paragraaf twee. Dit artikel legt een veel te grote administratieve last op de arts.

Met amendement 69 willen wij de formulering over de financiële gevolgen in artikel 8 paragraaf 2 wijzigen. Wat is de draagwijdte van financiële gevolgen? Een letterlijke inschatting is nooit mogelijk en zal zelfs tot betwistingen aanleiding geven.

Amendement 28 is ook een amendement dat de heer Destexhe onder druk moest intrekken. Ik herneem het. "Resultaatsverplichting" wordt vervangen door "Inspanningsverplichting"

M. Michel Barbeaux (CDH). - L'amendement numéro 4 prévoit que les souhaits de refus de traitements médicaux qui ont été transcrits préalablement par un patient devenu inconscient n'ont qu'une valeur indicative et non pas obligatoire.

J'ai largement développé mon argumentation à sujet lors de la discussion générale. Il s'agit pour moi d'un amendement extrêmement important.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 9 is een amendement dat de heer Destexhe onder grote druk moest intrekken. Wij nemen het van hem over.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 16 wil het vierde lid van de vierde paragraaf van artikel 8 vervanger omdat een weigering van toestemming of de intrekking van een toestemming zowel op verzoek van de patiënt als van de beroepsbeoefenaar schriftelijk kan worden vastgelegd. Een schriftelijke wilsverklaring met betrekking tot een weigering van een welomschreven tussenkomst van de beroepsbeoefenaar moet worden gerespecteerd. In tegenstelling tot het voorstel waarin bepaald wordt dat de vroeger uitgedrukte wensen mee in overweging worden genomen, stelde de minister dat een weigering gedaan in een voorafgaande wilsverklaring, gelijk is aan een gewone weigering. De beroepsbeoefenaar moet de wil respecteren, ongeacht of de omstandigheden sinds het uiten van de wil zijn gewijzigd. Met deze redenering zijn we het echter niet eens. Ook de Nationale Raad van de Orde der geneesheren wijst de bindende kracht van een voorafgaande wilsverklaring af. Het is onaanvaardbaar dat de arts verplicht zou zijn een schriftelijke weigering te eerbiedigen in gewijzigde omstandigheden.

Amendement 22 is een subamendement op amendement 16 en beoogt een toevoeging om te specificeren dat het om een weigering van medische tussenkomst gaat.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 70 strekt ertoe in artikel 9, §1, tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid in te voegen "De Koning bepaalt welke documenten in het patiëntendossier worden bewaard."

Aangezien de term "patiëntendossier" niet in de wet wordt gedefinieerd, is het aangewezen deze definitie in een besluit te preciseren.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - In verband met amendement 22 dat zonet werd toegelicht, wil ik opmerken dat het in de Franse tekst staat geboekstaafd als een amendement van mevrouw Van Riet. Misschien gaat zij ermee akkoord, maar dat weten wij nog niet.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 71 op artikel 10 wijst andermaal op een van de vele juridische onvolkomenheden in dit ontwerp.

Artikel 3, §1 van het ontwerp zegt uitdrukkelijk dat de wet uitsluitend betrekking heeft op de rechtsverhoudingen inzake gezondheidszorg, verstrekt door een beroepsbeoefenaar aan een patiënt, die conform artikel 2 begrepen dient te worden als een natuurlijk persoon.

Artikel 17 van het ontwerp daarentegen stelt dat ieder ziekenhuis, "binnen zijn wettelijke mogelijkheden", de bepalingen naleeft van de wet...

Dit schept een ongehoorde gespletenheid in de gezondheidszorg zoals zij verstrekt wordt vanuit de verzorgingsinstellingen. De uiteindelijke verantwoordelijke ziekenhuisbeheerder, zoals bepaald in artikel 11 van de ziekenhuiswet, is per definitie een onverantwoordelijke buitenstaander in verband met de bij deze wet gedefinieerde rechten ten overstaan van zelfstandige beroepsbeoefenaar, in casu de artsen. De ziekenhuisbeheerder heeft wel het recht en zelfs de plicht een ombudsdienst te organiseren, terwijl deze zich niet in het minst mag mengen met deze privé-aangelegenheden tussen de patiënt en de beroepsoefenaar. Deze bepalingen zijn eens te meer contradictoir.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 19 op artikel 8 strekt ertoe voor medisch ingrijpende handelingen minstens een andere zorgverlener te doen consulteren, wanneer de patiënt geen toestemming kan geven.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 55 strekt ertoe in artikel 12 een paragraaf 3 in te voegen. De wet geeft een aantal nieuwe bevoegdheden aan de minderjarigen. Er kan een conflict ontstaan tussen de ouders of de ouders en de minderjarigen. We stellen voor de vrederechter over deze conflicten te laten beslissen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Met ons amendement 56 wensen wij een zin te schrappen in artikel 14. Als de patiënt opnieuw wilsbekwaam is geworden of opnieuw bij bewustzijn is, moet het mandaat ook mondeling kunnen worden herroepen. Het moet niet noodzakelijk gedagtekend of ondertekend zijn.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 72 wil het laatste lid van §2 doen vervallen. Ik verwijs naar de schriftelijke verantwoording van het amendement.

Amendement 40 heeft betrekking op §2 van artikel 14. Het is niet duidelijk waarom dit binnen de "cascaderegeling", indien de betrokken beroepsbeoefenaar uiteindelijk de rechten van de patiënt dient uit te oefenen, enkel "in voorkomend geval" multidisciplinair moet gebeuren.

Amendement 48 sluit aan bij onze basisopvatting over de invulling van een dergelijke wet.

Amendement 57 stekt ertoe artikel 17 te doen vervallen. Ik heb in de algemene bespreking al duidelijk gemaakt waarom ik van oordeel ben dat dit artikel niet kan worden gehandhaafd. Er is nog een element dat ik in mijn algemene uiteenzetting niet heb vermeld, namelijk de vraag of het ontwerp voldoende tegemoet komt aan de kritiek van de Raad van State in verband met het bevoegdheidsprobleem. Ik heb daar grote problemen mee. Bovendien is de juridische onderbouwing en uitwerking van artikel 17 niet verdedigbaar. Het artikel is onlogisch en juridisch onleesbaar. Er is dus reden om het te schrappen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Amendement 20 bevat een ander voorstel in verband met de aansprakelijkheid van de gezondheidszorgvoorziening

De gezondheidszorgvoorziening is hoofdelijk aansprakelijk voor alle tekortkomingen die zich voordoen in verband met de eerbiediging van de in deze wet bepaalde rechten van de patiënt. Wij betreuren het dat de bepalingen omtrent de aansprakelijkheid van het ziekenhuis bijzonder onduidelijk zijn.

Als het ontwerp op één punt een belangrijk verschil zou kunnen maken ten opzichte van de huidige praktijk, is het wel in het vastleggen van de centrale aansprakelijkheid. Het is van groot belang dat er een degelijke oplossing komt voor het probleem van de onduidelijkheid over de contracterende partij bij een behandeling in het ziekenhuis. Het opleggen van de centrale aansprakelijkheid wijzigt niets aan de aansprakelijkheidsverhoudingen tussen de beroepsbeoefenaars en de instellingen, maar maakt het voor de patiënt wel veel eenvoudiger. Dit is meer dan gewoon een ombudsfunctie. Het ziekenhuis fungeert voortaan als centraal aanspreekpunt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Amendement 49 is een terminologische verbetering.

Ik trek amendement 50 in.

Amendement 51 strekt ertoe in het vijfde lid van het voorgestelde artikel 95 van de wet van 25 juni 1992 de woorden "wanneer er geen risico meer bestaat voor de verzekeraar" te vervangen door "bij het afsluiten van het verzekeringsdossier".

M. Michel Barbeaux (CDH). - Je défends mon amendement nº 6.

Celui-ci prévoit que la loi dont nous discutons entrera en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'autre loi annoncée concernant l'assurance en responsabilité, disposition légale qui concrétise un souhait exprimé par de nombreux intervenants.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De amendementen 33, 42 en 43 hebben betrekking op het ogenblik waarop de wet van kracht moet worden, namelijk bij de inwerkingtreding van de nieuwe aansprakelijkheidswet of bij de publicatie van het koninklijk besluit in uitvoering van artikel 3, paragraaf 2.

-Le vote sur les amendements est réservé.

-Il sera procédé ultérieurement aux votes réservés ainsi qu'au vote sur l'ensemble du projet de loi.