2-204

2-204

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 16 MAI 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au ministre de la Justice sur «l'évasion d'un meurtrier de la prison d'Anvers» (nº 2-973)

M. le président. - M. Charles Picqué, ministre de l'Économie et de la Recherche scientifique, chargé de la Politique des grandes villes, répondra au nom de M. Marc Verwilghen, ministre de la Justice.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Bij de mondelinge vragen lezen de aanwezige ministers heel vaak het antwoord van hun aangesproken collega voor. Nochtans zou het vragenuur - in het Engels question time - heilig moeten zijn, daar het de enige manier is waarop de parlementsleden de beleidsverantwoordelijken een directe vraag kunnen stellen. Deze handelwijze kan bijna als minachting voor onze opdracht als verkozene worden beschouwd. In deze maak ik de plaatsvervanger van de bevoegde minister geen verwijten, maar in Nederland heeft men gemerkt waartoe een dergelijke minachting kan leiden. Doe maar, doch wees niet verbaasd als onze kiezers op hun beurt hun minachting laten blijken en verklaar achteraf niet er niets van geweten te hebben.

Op 7 mei bracht ik een bezoek aan de Antwerpse gevangenis waar ik onder meer werd opgewacht door een vakbondsafvaardiging, die mij aansprak omdat ik de enige ben die deze instelling bezoekt. Ze deden hun beklag over onder meer de ontoereikende budgetten voor infrastructuur. Sta me toe een voorbeeld te geven. Omdat de douche op hun afdeling het laat afweten, moeten sommige gevangenen de halve gevangenis door naar een ander sanitair blok.

Bovendien vernam ik dat de cipiers vrezen voor hun veiligheid en deze van omwonenden. Twee dagen later werd dit dramatisch geïllustreerd door de ontsnapping van twee gevangenen, onder wie iemand verdacht van moord, die met een cipier de Antwerpse gevangenis via de achterdeur verlieten. De nabestaanden van het slachtoffer zijn in alle staten, omdat de verdachte van de moord op hun familielid nu vrij rondloopt.

Toen Dutroux enkele jaren geleden een boswandeling maakte, legden twee ministers hun ambt neer en verontschuldigde men zich onmiddellijk bij de ouders van de slachtoffers. De huidige minister heeft de nabestaanden van het slachtoffer geen enkel signaal gegeven, zelfs niet de weduwe.

Welke onmiddellijke maatregelen neemt de minister om het personeelstekort in de gevangenissen weg te werken? Het vormt immers een van de frustraties van de cipiers en brengt de veiligheid in het gedrang. Welke budgetten worden vrijgemaakt om de infrastructuur onmiddellijk te herstellen? Welke zijn de prioriteiten? Gelet op deze vraag, zal men mijn boosheid wel enigszins begrijpen. Ik zou die vraag immers aan de bevoegde minister moeten kunnen stellen.

Sta me toe in dit verband te verwijzen naar de Center-Parcsfolder, de vierkleurenfolder die door de gevangenis van Antwerpen wordt uitgegeven. In die instelling is een ontspanningszaal, men kan er aan tafelvoetbal doen en gebruik maken van een computer en een muziekinstallatie. Men kan er ook muziekoptredens, voordrachten, cabaretvoorstellingen en workshops bijwonen. Hoewel dit veeleer een opsomming is van de mogelijkheden van een pretpark, gaat het over de gevangenis van Antwerpen. Bezoek de Antwerpse stadsgevangenis! Neem daar uw vakantie!

Was het niet beter de prioriteiten anders te ordenen en dergelijke uitgaven te besteden in het kader van de veiligheid van de cipiers en de omwonenden? Wanneer zal de minister van Justitie contact opnemen met de weduwe van het slachtoffer om zich nadrukkelijk te verontschuldigen?

De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid. - Ik kan begrijpen dat de heer Verreycken teleurgesteld is dat de minister van Justitie niet zelf kan antwoorden, maar geloof me vrij: het is voor ministers niet zo eenvoudig hun aanwezigheid in de Kamer en die in de Senaat met elkaar te verzoenen.

De heer Verwilghen heeft er al bij herhaling op gewezen dat de personeelsformatie van de gevangenis in Antwerpen vorig jaar volledig was ingevuld. De combinatie van de normale personeelsuitstroom en een algemene wervingsstop heeft echter voor een nieuw tekort gezorgd. Op het ogenblik loopt er een wervingsprocedure, onder andere voor de regio Antwerpen, en in de loop van de maand juni zullen de nieuwe penitentiaire beambten bekend zijn.

Vragen over de infrastructuur moeten aan collega Daems worden gesteld.

Ter afronding wijst de minister van Justitie er nog op dat er op het ogenblik niet alleen een gerechtelijk onderzoek naar de ontsnapping loopt, maar dat hij ook de opdracht voor een intern administratief onderzoek heeft gegeven.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik apprecieer het antwoord van de minister echt, maar het enige wat het illustreert, is dat de kloof tussen het beleid en de toestand op het terrein alsmaar breder wordt. Niemand begrijpt dat er echt problemen zijn en ze worden niet opgelost door erop te wijzen dat het probleem vorig jaar was opgelost en dat er aanwervingen komen.

In de Antwerpse gevangenis, die een maximumcapaciteit van 370 heeft, zijn er nu maar liefst 690 gedetineerden. De normale personeelsformatie voor 370 gedetineerden bedraagt 210 cipiers, maar er zijn er maar 180! En dan geeft de minister zijn collega een spiekbriefje waarop staat dat het probleem vorig jaar al was opgelost en dat er nu tegen juni een oplossing komt! Bovendien verbaast hij zich erover dat de cipiers morgen in staking gaan, dat politieagenten die daarvoor niet zijn opgeleid, hen moeten vervangen en dat er misschien opnieuw onrust in de gevangenissen ontstaat.

Ik blijf erbij dat de minister niet weet wat er op het terrein gebeurt en de ernst van de situatie niet beseft. Een dezer dagen explodeert de toestand en dan zal de minister misschien de schuld leggen bij het feit dat minister Daems de douches niet liet repareren. Daar heeft het echter niets mee te maken. Het heeft er alles mee te maken dat de minister in een ivoren toren zit en niet weet wat er aan de basis gebeurt en zou moeten gebeuren.