2-173

2-173

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 17 JANUARI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Sociale Zaken en Pensioenen en aan de minister van Financiën over «de grens voor vergoedingen voor mantelzorg» (nr. 2-823)

De voorzitter. - De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie, antwoordt namens de heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen.

Mevrouw Martine Taelman (VLD). - De bevolkingspiramide geeft een glashelder beeld van de toekomst. Er zullen steeds meer ouderen en bijgevolg steeds meer zorgbehoevenden zijn. Er wordt terecht een beleid gevoerd om de ouderen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te laten. Mantelzorg lijkt daarvoor de perfecte oplossing en zou dus moeten worden gepromoot.

Heel wat gemeenten zijn bereid een deel van hun budget aan dit sociale beleid te geven en kennen een mantelzorgtoelage toe. Sommige provincies, onder meer de provincie Limburg, geven een frank per frank die de gemeenten aan mantelzorgpremie toekennen. Ook de federale regering deed haar duit in het zakje en stelde in de omzendbrief van 5 maart 1999, de zogenaamde omzendbrief-Viseur, dat de mantelzorgtoelage tot 40.000 frank of 991,57 euro als een vrijgestelde vergoeding wordt beschouwd.

Heel wat gemeenten geven echter meer dan 4.000 frank of 100 euro per maand als mantelzorgtoelage. Op jaarbasis wordt aldus de grens van de 991,57 euro, de grens van het volgens de omzendbrief onbelastbare gedeelte, overschreden.

Druist het instellen van een plafond van 991,57 euro niet in tegen het promoten van mantelzorg? Gemeenten zullen moeilijker premies willen uitkeren die het plafond overschrijden, omdat zij dan administratief meer werk krijgen en omdat zij de begunstigden benadelen. Die zullen immers belast worden.

Kan de bestaande grens van 991,57 euro niet worden opgetrokken om het Vlaamse en het federale beleid beter op mekaar af te stemmen?

Vallen de uitkeringen van de recente zorgverzekering ook onder de omzendbrief-Viseur en zijn die inkomens bijgevolg ook belastbaar boven een bepaalde grens?

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik lees u het antwoord van collega Vandenbroucke.

Vergoedingen voor de terugbetaling van kosten in het raam van het vrijwilligerswerk worden in principe niet belast. Daartoe is vereist dat de prestaties op onbaatzuchtige wijze worden geleverd en dat de vergoedingen uitsluitend de terugbetaling van de werkelijke kosten vertegenwoordigen. Dat impliceert dat ze niet abnormaal hoog zijn en geen verdoken bezoldiging bevatten. Omdat het in de praktijk niet altijd gemakkelijk is om dit bewijs te leveren, aanvaardt de administratie in de omzendbrief van 5 maart 1999 dat die voorwaarden zonder meer vervuld zijn wanneer die vergoedingen per verkrijger niet meer bedragen dan 24,79 euro per dag en 991,57 euro per jaar. Deze regeling geldt onder meer voor de mantelzorgtoelage met inbegrip van de vergoedingen die in het raam van de zorgverstrekking aan mantelzorgers worden toegekend. Wanneer één van de vermelde bedragen in een belastbaar tijdperk wordt overschreden, wordt het totaal bedrag van die vergoedingen alleen van belasting vrijgesteld op grond van een dubbel bewijs: de vergoeding moet bestemd zijn voor het dekken van de kosten die eigen zijn aan de mantelzorg en de vergoeding moet daadwerkelijk aan dergelijke zorg zijn besteed. Bij ontstentenis van een dergelijk bewijs worden de volledige vergoedingen als belastbare inkomsten aangerekend.

Inzake belastingen moeten er geen wetgevende initiatieven worden genomen, gelet op het wetsvoorstel over de rechten van de vrijwilligers dat nu in de Kamer wordt behandeld.

Vooraleer tot de eigenlijke vragen te komen, formuleert minister Vandenbroucke een kleine rechtzetting.

In tegenstelling tot wat mevrouw Taelman doet uitschijnen, is in de omzendbrief van 5 maart 1999 geen sprake van mantelzorgers of mantelzorgtoelages. Die rondzendbrief regelt wel de fiscale behandeling van de vergoedingen die vrijwilligers in het algemeen kunnen ontvangen en is ook van toepassing op mantelzorgers die voldoen aan de grensbedragen en de criteria vermeld in de omzendbrief. De omzendbrief heeft trouwens, met het koninklijk besluit van 19 november 2001, een tegenhanger gekregen voor de regeling inzake de bijdrageplicht in de sociale zekerheid. De vrijgestelde bedragen zijn dezelfde. Essentieel is dat beide regelingen tot doel hebben rechtszekerheid te bieden aan de vrijwilligers en de organisaties die respectievelijk kosten maken en kostenvergoedingen geven, maar niet altijd de nodige formele bewijzen kunnen voorleggen. Daardoor lopen ze het risico dat die vergoedingen als loon of ander inkomen worden beschouwd. Die bedragen mogen niet abnormaal hoog zijn en mogen niet het karakter van een verdoken bezoldiging hebben. De grens van 24,79 euro per dag en 991,57 euro per jaar, dus meer dan het gewaarborgd minimummaandinkomen, lijkt trouwens een redelijke grens in deze context van kostenvergoeding.

Wat de vragen van mevrouw Taelman betreft, kan collega Vandenbroucke alleen ingaan op de aspecten inzake sociale zekerheid.

Het instellen van een plafond heeft tot doel rechtszekerheid te geven aan vrijwilligers in het algemeen en heeft als dusdanig niet meteen het promoten van de mantelzorg tot doel. Niettemin volstaat deze grens ruimschoots voor de mantelzorgers die de maandelijkse vergoeding in het raam van de zorgverzekering ontvangen.

Theoretisch kunnen alle grenzen worden opgetrokken. We kunnen ons evenwel afvragen of het opportuun is uitzonderingen te maken op de pas ingevoerde eenvormige regeling voor vrijwilligers, alleen omdat enkele gemeenten extra's willen betalen. Wat de overeenstemming van het federale met het Vlaamse beleid betreft, past de huidige regeling inzake zorgverstrekking en mantelzorgvergoedingen in de federale regeling inzake vrijwilligers.

De uitkeringen inzake zorgverzekering vallen onder de omzendbrief en onder het koninklijk besluit en zijn bijgevolg vrijgesteld als ze binnen de in de twee teksten bepaalde grensbedragen blijven.

Momenteel wordt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een voorstel betreffende de rechten van de vrijwilligers besproken. Dat heb ik zonet al gezegd, maar het is belangrijk om het hier te herhalen, aangezien die bespreking aanleiding zal geven tot wijzigingen.

Mevrouw Martine Taelman (VLD). - Ik dank de minister voor het zeer uitgebreide antwoord dat hij namens zijn collega Vandenbroucke heeft verstrekt.