2-168

2-168

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 20 DÉCEMBRE 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Wim Verreycken au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur «la plainte contre Umberto Bossi» (n° 2-801)

M. le président. - M. Didier Reynders, ministre des Finances, répondra au nom de M. Louis Michel, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Nadat de minister van Buitenlandse Zaken Umberto Bossi voor fascist meende te moeten uitschelden, kaatste deze de bal terug met een verwijzing naar de Belgische pedofiliedossiers. De minister van Buitenlandse Zaken nam deze weerbots blijkbaar op zijn kracht en overweegt nu een klacht tegen de verkozen Bossi.

Klopt het dat België pogingen ondernam om de lijst van misdaden waarvoor het internationaal aanhoudingsbevel moet gelden, te beperken?

Overweegt de minister van Buitenlandse Zaken ook klacht in te dienen tegen de journalisten van de Amerikaanse en Britse media, die hem als een onaangename verschijning bestempelden, hoewel ze daarvoor sterkere bewoordingen gebruikten?

In welk stadium bevindt het dossier in verband met de klacht tegen de heer Bossi zich? Namens wie zal de eventuele klacht worden ingediend: namens de regering, het land of de minister?

Welke Italiaanse advocaat werd aangezocht? Werd met hem een honorarium afgesproken en over welk bedrag gaat het in voorkomend geval? Op welke begrotingspost zullen de kosten van dit eventueel geding worden verrekend?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken luidt als volgt.

Zoals Italië het volste recht heeft om zijn regering te kiezen en zonder zich te willen mengen in de binnenlandse aangelegenheden van dat land, ben ik van oordeel dat het de plicht is van de andere leden van de Europese Unie om te reageren wanneer een partij die racistische, xenofobe en antidemocratische stellingen verdedigt, aan de macht komt in een van de lidstaten. Het Verdrag van Nice heeft trouwens in een mechanisme voorzien dat het de Raad mogelijk zal maken het risico van een zware schending van de mensenrechten door een lidstaat te laten vaststellen.

Daarentegen is het onaanvaardbaar dat een leider van een partij die tot de regering behoort van een land van de Europese Unie, een persoonlijke aanval richt tegen de minister van de regering van een andere lidstaat met bijzonder twijfelachtige en lasterlijke argumenten.

In dit verband kan ik meedelen dat het kaderbesluit voor een Europees aanhoudingsmandaat, zoals aanvaard op de Europese Raad te Laken nadat Italië zijn voorbehoud had opgegeven, uitdrukkelijk vermeldt dat ook feiten van seksuele uitbuiting van kinderen en van pedopornografie onder de inbreuken begrepen worden. Dit kaderbesluit werd aangenomen op basis van een voorstel van het Belgisch voorzitterschap.

De aantijgingen van de heer Bossi zijn niet alleen volkomen ongegrond, zij zijn ook bijzonder beledigend voor het voorzitterschap.

Dit is de reden waarom ik overweeg tegen de heer Bossi klacht in te dienen. Mijn diensten bestuderen onder meer deze mogelijkheid om te reageren tegen het onwaardig perspectief waarin de Europese Unie geplaatst wordt.

Derhalve kan ik vandaag geen precies antwoord geven met betrekking tot de details van een mogelijke klacht, maar zal hierover later meer informatie verstrekken.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik dank de minister die het antwoord van zijn collega heeft voorgelezen en betreur het dat de minister van Buitenlandse Zaken het zelf niet aandurft op deze vraag te antwoorden. Ik zal het evenwel niet nalaten hierop later terug te komen, te meer omdat ik in de media las dat een Italiaans advocaat zou zijn aangezocht. De verwijzing naar het onderzoek is dus al achterhaald. In de media vernemen we immers meer dan we uit het antwoord van de minister kunnen opmaken.

Dit lijkt de nieuwe politieke cultuur te zijn. Waarschijnlijk is het sneller en efficiënter de krant te lezen dan te luisteren naar een minister. Het zij zo.