2-157

2-157

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 8 NOVEMBRE 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Débat sur la faillite de la Sabena

M. le président. - L'ordre du jour appelle le débat d'actualité que nous avons décidé de mener aujourd'hui sur la situation créée par la mise en faillite de la compagnie aérienne Sabena.

Le Sénat ne se limitera évidemment pas au débat de ce jour. La commission des Finances et des Affaires économiques se penchera également sur cette question pour une étude plus approfondie et à plus long terme.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het parlement moet, als democratische instelling, de bezorgdheid van de burger vertolken. Het ligt dus voor de hand dat wij hier een bijzonder debat houden over Sabena.

Onze eerste gedachte gaat uiteraard naar al wie bij het faillissement betrokken is: de werknemers, hun families, de toeleveringsbedrijven. Ik vrees dat we de schade amper overzien. Het Planbureau zegt dat het ons 0,5% van het bruto binnenlands product zal kosten.

Het parlement is een politieke assemblee. Dat betekent dat we de verschillende keuzes die aan de orde zijn, moeten blootleggen. Gisteren heb ik de eerste minister tussen een of andere fotosessie door, horen zeggen dat we geen zondebokken moeten zoeken. Dat is ook onze bedoeling niet, want een zondebok zoeken is iemand verantwoordelijk stellen voor iets waar hij geen schuld aan heeft. Wij vragen niet dat een minister ontslag neemt. Wij reageren niet zoals de oppositie destijds bij de ontsnapping van Marc Dutroux. Die eiste toen meteen het ontslag van twee ministers.

Het faillissement van Sabena kan niet worden vergeleken met de ontsnapping van Marc Dutroux. Wij zoeken geen zondebok. Het gaat hier om de politieke verantwoordelijkheid en die ligt bij de regering. In een parlementaire democratie moet de regering zich in het parlement verantwoorden voor de gebeurtenissen die zich voordoen op het ogenblik dat zij aan de macht is. Het is in die context en in het licht van de initiatieven die de regering zopas heeft aangekondigd, dat ik aan het debat wens deel te nemen.

J'ai rendez-vous avec l'histoire, zei ooit een Belgisch politicus. De eerste minister zou kunnen zeggen J'ai rendez-vous avec les journalistes, maar niettegenstaande dat stellen we samen met de pers vast dat de eerste minister schromelijk tekort is geschoten op gebied van informatie en inlevingsvermogen. Dat heeft bij de getroffenen tot heftige reacties geleid.

Ik wil vandaag drie punten behandelen. Ten eerste, het sociaal akkoord dat de regering vannacht heeft voorgesteld, ten tweede, de uitspraak van de rechtbank van koophandel over het faillissement, en ten derde, de financiering en de juridische opbouw van de nieuwe luchtvaartmaatschappij.

De financiering van het sociaal plan zal voor grote problemen zorgen omdat de begroting daarin niet voorziet. Volgens minister Daems beschikt het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen niet over de nodige miljarden, maar hij verwacht dat het Fonds bij economische groei weer zal worden gespijsd. In een andere context hebben we dat nog van hem gehoord.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Op de vraag of het Fonds over voldoende middelen beschikt, heb ik om elk misverstand te vermijden vannacht gezegd dat het moeilijk is daarop nu een antwoord te geven. De uitbetaling van de vergoedingen zal pas in 2003 gebeuren. Omdat ik niet kan vooruitlopen op toekomstige budgetten, zeg ik vandaag dat veel afhangt van de economische groei. Als die er is, zal er geen probleem zijn om het Fonds te spijzen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dus de minister is het met mij eens dat het Fonds vandaag niet over de nodige financiële middelen beschikt. Een gewone werkgever kan het zich niet permitteren geen geld opzij te zetten voor slechte tijden, maar de regering kan haar financiële verplichtingen wel naar de toekomst doorschuiven.

De vroegere eerste minister Dehaene kreeg vaak het verwijt te horen dat hij de problemen pas oploste toen ze zich voordeden. Deze regering overtreft hem. Ze zal de huidige problemen in de toekomst oplossen op voorwaarde dat er economische groei is en de middelen voorhanden zijn.

Anderzijds zouden we ook willen vernemen hoe de overige tegemoetkomingen worden gefinancierd en hoe dat in de begroting wordt verrekend?

Een tweede probleem betreft het opstarten van de nieuwe luchtvaartmaatschappij. De juridische constructie en de financiering getuigen van improvisatie.

Het faillissement is op drijfzand gebouwd. De rechter, zonder daartoe verzocht te zijn, overweegt immers dat de concordaatprocedure werd misbruikt om het faillissement te organiseren. Volgens haar werd het gerechtelijk akkoord niet gevraagd om een leefbare oplossing voor het bedrijf uit te werken, maar om het faillissement te organiseren door het overdragen van immateriële activa onder voorwaarden die niet verzoenbaar zijn met de wet op het concordaat, noch met die op het faillissement.

De slots die een immateriële waarde zijn, hebben ook een belangrijke commerciële waarde. Ze zijn essentieel voor het hub-systeem dat Sabena elf jaar geleden in het leven heeft geroepen om de verbindingen vanuit Brussel te blijven verzekeren.

Volgens de wet kan een overdracht van activa slechts gebeuren met akkoord van de rechter-commissaris. Dat is hier niet het geval. Er is daarop geantwoord dat de overdracht van de slots tot het gewoon beheer behoort. Wie kan nu geloven dat de overdracht van slots zoiets is als de verkoop van het bureau van de heer Müller of het onderschrijven van een abonnement op een krant. Het gaat immers om de commerciële essentie van de structuur. Er wordt een geïmproviseerde sterfhuisconstructie opgezet met overdracht van activa zonder juridische waarborgen voor de toekomst. We gaan dus naar grote onzekerheid en processen. Er zijn meer dan 90 miljard schuldvorderingen. Voor de activa zal worden gevochten en sommige schuldeisers zullen de nietigheid van die overdracht aan de orde stellen.

Voor de financiering van de nieuwe maatschappij wordt acht miljard uitgetrokken. Eminente luchtvaartdeskundigen spreken van een onderkapitalisering. Er bestaat de grootste vaagheid over de manier waarop dat bedrag wordt bijeengebracht. Ook hier vrees ik een sterfhuisconstructie. Gaat het om vers geld? Werden er overheidswaarborgen verleend? Zijn er door de overheid achtergestelde leningen toegezegd? Zijn er schuldeisers van Sabena die vers geld geven aan de nieuwe firma in het licht van de aard en de honorering van hun schuldvordering tegenover Sabena? In het kader van een sterfhuisconstructie geeft dat een andere betekenis aan de concrete financiële afwerking.

Volgens een luchtvaartdeskundige zijn er maximaal 1.500 tot 2.000 personeelsleden nodig om de nieuwe maatschappij op te starten. Bestaat daarvoor een businessplan? Welk echt alternatief bestaat er? In Sabena zijn er aandeelhouders met een bijzondere bescherming. Keren die bevoorrechte aandeelhouders met hetzelfde statuut terug in de financiering van de nieuwe maatschappij? Zijn de aandeelhouders van BIAC erbij betrokken of BIAC zelf? Indien dat het geval is, bestaan er tegenstrijdige belangen. Er bestaan immers tegenstrijdige belangen tussen de aandeelhouders van BIAC, BIAC zelf en de aandeelhouders van een luchtvaartmaatschappij. Die cumulatie is trouwens strijdig met een Europese richtlijn. Kan de minister daarover duidelijkheid verschaffen?

In de Financial Times van vandaag lees ik dat de nieuwe maatschappij niet steunt op enige commerciële overweging, maar is ingegeven door nationale trots. De krant stelt dat de constructie op los zand is gebouwd en gedoemd is om te mislukken wegens het ontbreken van een coherent bedrijfsplan.

Het bedrijfsplan is een spookplan, een variante van het plan-Müller, maar dan in een totaal andere context naar voren gebracht.

Wij wensen uiteraard dat solide alternatieven worden uitgewerkt die het mogelijk maken aan de gerezen problemen het hoofd te bieden. We vrezen evenwel dat wat nu voorligt, de zoveelste communicatietruc is. Men reageert op de crisis, maar men heeft geen toekomstperspectief. Een totaal gebrek aan juridische en aan effectief toegezegde financiële onderbouw kenmerken het alternatief.

De toenmalige oppositie heeft in verband met de zaak-Dutroux het land in rep en roer gezet. De heer Godfroid heeft gisteren in een interview gezegd dat 35 miljard werd overgepompt van Sabena naar Swissair onder voorwaarden die wettelijk niet aanvaardbaar zijn. Hij vergeleek dit schandaal met de zaak-Dutroux. Dat is toch geen lichtzinnige bewering. We kunnen deze verklaring voegen bij alle andere punten waarop collega Jacques D'Hooghe eerder in talrijke interventies heeft gewezen, waaronder het hotelakkoord waar de minister gelukkig niet bij was.

Ik vraag het ontslag niet van de minister, want hij was er niet bij toen de essentiële beslissingen genomen moesten worden. We hadden in ons land een gravenkasteel. Graaf Davignon en graaf Lippens bouwen nu geen gravenkasteel, maar een luchtkasteel. Ze namen hun adresboekje, belden hun relaties op en zegden dan aan de eerste minister dat er een oplossing was. Spijtig genoeg - en ieder tegenbewijs aanvaard ik gaarne - is er geen oplossing en moeten we de mensen opnieuw teleurstellen. De regering heeft op meerdere ogenblikken het probleem onderschat en verklaard dat het faillissement was uitgesloten. Gedurende al deze maanden werd het parlement, dat meermaals om informatie heeft gevraagd, niet correct ingelicht. De eerste minister was niet bij machte dit belangrijke dossier te behandelen. Hij moet zijn verantwoordelijkheid opnemen en zijn ontslag aanbieden.

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Mes pensées iront tout d'abord aux victimes de ce drame, c'est-à-dire à l'ensemble du personnel qui, du jour au lendemain, se trouve confronté à une situation extrêmement dramatique sur le plan individuel, dont il ne voit pas nécessairement une issue heureuse. Bien entendu, l'homme politique ne peut se borner à compatir à une situation ; il doit examiner celle-ci, tirer les leçons du passé et tenter de définir un avenir.

Il s'agit en l'occurrence d'un problème extrêmement important, la presse s'en est fait largement l'écho. On a parlé non seulement de douze mille emplois directs supprimés pour l'ensemble de la Sabena et de ses filiales, mais aussi d'un grand nombre d'emplois dans des sociétés en contact avec la Sabena. L'impact est considérable.

Si rien n'est fait, il risque d'y avoir 2% de chômeurs en plus, selon La Libre Belgique, et il semble que les chiffres aient été vérifiés, et 0,5% de croissance en moins, soit près de 53 milliards au total sur un produit intérieur brut de 10.000 milliards.

Au-delà du drame individuel de chaque Sabénien et Sabénienne, l'évolution politique et économique de ce dossier est extrêmement importante : il s'agit probablement d'un des problèmes les plus graves que la Belgique économique ait eu à connaître, d'autant plus que les choses se sont produites violemment, brutalement, contrairement à ce qui s'est passé, par exemple, dans le domaine de la sidérurgie, bien connu des Wallons, où la mise au point a pris un certain temps, laissant des espoirs pour un certain nombre de travailleurs.

Le problème n'est pas nouveau. La Sabena connaît des difficultés depuis 1948. Il suffit de reprendre les éléments avancés ces derniers jours. En 1948 déjà, le gouvernement avait eu recours à des « rustines » : il avait commencé à donner sa garantie pour le financement.

En 1958 : dix mille emplois et une situation financière mauvaise.

En 1974, au cinquantième anniversaire de la Sabena, le déficit dépasse le milliard de francs.

En 1981, l'Inspection des Finances émet un certain nombre de remarques pointant la mauvaise situation de la société ; le déficit avoisine les dix milliards.

En 1991, l'État intervient pour la dernière fois car la Commission européenne avait décidé que la concurrence ne permettait pas les aides directes de l'État. De nouveau, la situation est catastrophique.

Ont suivi les mariages qui n'ont pas été ce qui se fait de mieux dans le secteur.

Le premier a quasiment été un mariage blanc avec British Airways et la KLM : 20% de la Sabena World Airline, à l'époque. Il a duré moins de six mois.

Le deuxième, avec Air France, a été un mariage à peine consommé : il n'a duré que deux ans, de 1992 à 1994.

Le troisième, avec Swissair, serait plutôt, pour continuer ma métaphore, un mariage de communauté universelle avec un des époux qui pique la caisse.

M. Philippe Moureaux (PS). - Un grand fleuron du privé !

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - J'y viendrai monsieur Moureaux. C'était un raccourci quelque peu téméraire.

Depuis le début de la Sabena, l'État conserve toujours la majorité du capital.

Il apparaît clairement que l'État n'est pas un gestionnaire économique. Nous assistons à la faillite d'un certain système où l'État est majoritaire dans une société.

M. Philippe Moureaux (PS). - Vous déformez la vérité, monsieur Monfils. L'erreur est d'avoir fait confiance aux gestionnaires du privé, aux grands amis...

Mme Magdeleine Willame-Boonen (PSC). - Voyez comme ils s'aiment...

M. le président. - Chacun a le droit d'exprimer son opinion... à la tribune.

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Chaque fois que l'État a voulu gérer un secteur économique, il s'est cassé la figure car ce n'est pas sa mission fondamentale. L'État n'a pas à se substituer au privé.

M. Josy Dubié (ECOLO). - Prendriez-vous pour référence les chemins de fer britanniques qui sont pourtant privatisés ?

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Je répète donc que nous assistons à la faillite d'un État qui veut jouer au gestionnaire économique. C'est comme cela depuis 1948.

Je ne me lancerai pas comme certains dans une recherche fastidieuse des responsabilités, en épinglant certaines déclarations prononcées par telle ou telle personne à différentes époques.

M. Hugo Vandenberghe (CD&V). - La faillite a été prononcée hier, monsieur Monfils.

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Mon cher collègue, je n'ai pas envie de reprendre en détails ce qui s'est fait au fil du temps, mais force est de constater que durant les années où vos amis étaient au pouvoir - sans interruption jusqu'en 1999, faut-il le rappeler - aucune décision à moyen ou long terme n'a été prise pour dessiner un destin à notre compagnie nationale.

Je suis persuadé qu'une commission d'enquête se chargera de ce dossier, soit à la Chambre, soit au Sénat. Elle aura pour mission d'analyser exactement ce qui s'est passé depuis une quarantaine d'années, pas nécessairement pour condamner moralement les responsables, mais pour tirer les conséquences afin qu'une telle situation ne se reproduise plus jamais.

Mais nous sommes surtout là pour parler d'avenir ; c'est sans doute ce qu'attendent les Sabéniens et les Sabéniennes.

Pour le PRL, deux éléments semblent fondamentaux.

Premièrement, un accord social convenable pour ceux qui, malheureusement, ne retrouveront pas d'emploi. J'espère que le ministre ici présent pourra nous informer à cet égard. Nous disposons d'un certain nombre de dépêches d'agence sur l'accord intervenu cette nuit. On parle de primes, d'une somme de 15 à 16 milliards. J'aimerais que le ministre nous précise le montant de l'accord social et les modalités arrêtées cette nuit. L'évaluation financière est forcément déterminée sur une base hypothétique ; on a parlé de 5.000 à 5.100 emplois perdus. Qu'en est-il exactement ?

Plutôt qu'un accord social, nous préférerions évidemment que tout le personnel soit repris ailleurs.

En effet, ce qui compte, ce n'est pas nécessairement et uniquement de donner quelques avantages, hélas limités, au personnel qui perd son emploi, mais d'essayer, comme dans tout État libéral qui se respecte, de donner du travail à chacun.

Donc, le deuxième élément est évidemment de réfléchir à la manière dont on peut constituer une nouvelle société aérienne en Belgique. Je ne suis pas un opérateur économique, contrairement semble-t-il à tous ceux qui considèrent que depuis plus de quarante ans, l'État a bien géré la Sabena. J'ignore donc s'il est possible, aujourd'hui, hic et nunc, compte tenu de la dérégulation, de la présence d'opérateurs européens sur le terrain ainsi que de toute une série d'éléments économiques, de recréer ou de maintenir - peu importe le système juridique - une activité aérienne et de créer une compagnie nationale sur notre sol. C'est évidement cela qu'il faut examiner. Sur le plan de l'image de la Belgique, sur le plan du développement économique de l'ensemble d'une série d'activités autour de la compagnie aérienne, il est certain que le maintien d'une compagnie aérienne paraît essentiel. Est-ce possible ?

Je souhaite poser plusieurs questions au ministre.

Premièrement, l'opération avec la DAT est-elle possible ? La DAT étant filiale à 100% de la Sabena, on peut se poser la question de savoir si les titres détenus par la Sabena dans la DAT ne risquent pas de retomber dans l'ensemble de l'actif restant en cas de faillite. Ne seront-ils pas réclamés par la curatelle ? Dans cette éventualité, les choses deviendront beaucoup plus difficiles parce qu'on ne bénéficiera plus alors de la situation actuelle de la DAT et on se retrouvera à zéro, avec peut-être la possibilité financière de créer une nouvelle compagnie mais tout restera à faire. Nous n'aurions plus la possibilité d'utiliser les 32 appareils de la DAT ni l'ensemble du système actuel et les mille emplois actuels de la DAT.

Deuxièmement, êtes-vous certain que le crédit-pont que le gouvernement avait consenti à la Sabena et qui lui permettait d'avoir un espoir de reprise dans le cas d'un concordat, pourra être utilisé au niveau de la nouvelle société ? J'ai lu que la nouvelle société représenterait huit milliards, plus éventuellement le crédit-pont de cinq milliards.

Troisièmement, qu'en est-il du problème des slots, des autorisations d'utilisation de l'espace aérien consenties à la Sabena ? Ces autorisations seront-elles reprises dans l'actif, la curatelle pouvant alors les réclamer, ou au contraire pourront-elles être utilisées par la DAT, à moins qu'elles ne soient redistribuées, à la demande d'autres compagnies aériennes, si d'aventure la nouvelle société n'était pas créée rapidement ? Les journaux annonçaient déjà ce matin que la Lufthansa et Air France comptaient développer une série d'activités européennes au départ de Bruxelles. C'est évidemment assez logique et cela peut être considéré comme positif par BIAC qui gère l'aéroport et qui perd entre 30 et 50% de ses rentrées. Dans ces conditions, la présence d'autres compagnies aériennes constitue un élément positif.

Quatrièmement, ces huit milliards suffiront-ils ? Certes, il s'agit d'une initiative totalement privée et nous ne pouvons évidemment que nous montrer satisfaits qu'une série de grandes entreprises de Belgique aient décidé, pour toute une série de raisons exposées à la RTBF par MM. Lippens et Davignon, de former un pool permettant d'envisager éventuellement un redémarrage avec un plan industriel. Les calculs ont-ils été faits ? La situation sera-t-elle tenable avec huit milliards ?

Avez-vous des renseignements concernant les éventuelles synergies ? On a parlé d'accords avec Virgin ou d'autres sociétés ? Qu'en est-il ?

Les filiales, quant à elles, sont très importantes en termes d'emploi. On parle de 12.000 Sabéniens et Sabéniennes, dont 6.000 sont directement affectés au fonctionnement des avions et les autres relèvent d'Atraxis, Sobelair, Sabena Hotels, Sabena Flight Academy, etc. Si la nouvelle société démarre à partir de la DAT, toutes ces filiales ont-elles des chances raisonnables d'être réintégrées dans le nouveau système ? N'y aura-t-il pas un grand nombre de pertes d'emplois ?

J'aimerais recevoir une réponse à toutes ces questions, étant entendu que nous n'allons pas vous interroger maintenant sur la composition du conseil d'administration de la nouvelle société puisque les négociations sont en cours. Il est intéressant que le Sénat puisse obtenir des informations sur le plan social et sur la faisabilité de l'opération.

Je suis heureux que, dans une situation aussi catastrophique, on dispose très rapidement d'un avant-projet. J'espère qu'il prendra corps car il serait dramatique, après l'annonce de la fin de l'existence de la compagnie nationale, que l'espoir ténu qu'entretient encore le personnel s'effondre dans les prochains jours parce que des obstacles déterminants auraient éventuellement été présentés à l'encontre de la nouvelle société.

Personnellement, je suis confiant et j'espère que le gouvernement fera tout ce qui est possible pour que cette nouvelle société voie le jour.

De heer André Geens (VLD). - Ik neem met enige schroom en voorzichtigheid het woord in dit actualiteitsdebat over Sabena. Mijn gedachten gaan uit naar de duizenden gezinnen die vandaag worden geconfronteerd met financiële onzekerheid, arbeidsonzekerheid en de daaruit voortvloeiende psychologische en sociale problemen.

Toch wens ik de geschiedenis van Sabena in herinnering brengen. De huidige situatie mag niet als een losstaand feit worden gezien. Onze luchtvaartmaatschappij heeft een lange geschiedenis met Afrikaanse wortels.

De grote problemen zijn in de jaren zeventig ontstaan. In 1973 en 1974 was er de oliecrisis die aanleiding heeft gegeven tot een grote prijzenslag inzake de transatlantische vluchten. In 1975 wordt een eerste, heel belangrijke herstructurering doorgevoerd, met een verlaging van de lonen en de invoering van brugpensioenen. De regering pompt 4,25 miljard in de luchtvaartmaatschappij. In 1978 blijken de miljarden opgesoupeerd en wordt de maatschappij geconfronteerd met gecumuleerde verliezen. In deze periode neemt de heer Van Rafelghem het roer in handen. In een vijfjarenplan stelt hij voor 1.500 banen te schrappen om het hoofd te kunnen bieden aan de moeilijkheden.

In 1979 krijgt Sabena nog eens 3 miljard. Ook deze financiële injectie volstaat niet. In 1980 komt er een nieuw herstructureringsplan. Eens te meer wordt voorgesteld het personeelsbestand tot 9.500 banen in te krimpen. In 1981 komt de klap op de vuurpijl als de inspectie van Financiën rapporteert dat Sabena zonder een nieuwe kapitaalinjectie voor het einde van het jaar virtueel failliet zou gaan. Sabena beschikte op dat ogenblik over een kapitaal van 8 miljard met een gecumuleerd verlies van 8,9 miljard. Bovendien heeft de maatschappij volgens de inspectie van Financiën 20% personeel te veel.

In 1982 is er een lichte verbetering. Er komen voorgesprekken tot stand met SAS. In 1983 is er zelfs hoop want Sabena kruipt uit de rode cijfers. In 1988 komt er onder Van Rafelghem een nieuw herstructureringsplan. Op dat moment volstaat de kapitaalsverhoging van de Belgische regering al niet meer. Sabena moet dus dringend op zoek naar een nieuwe partner. Vervolgens nemen British Airways en KLM elk een belang van 20% in Sabena, ter waarde van 2 miljard elk. De Europese Commissie protesteert hiertegen.

In 1990 wordt Pierre Godfroid de nieuwe topman. Het akkoord met British Airways en KLM wordt opgezegd, onder meer als gevolg van de problemen die de internationale luchtvaartsector ondervindt van de Golfcrisis.

Met een nieuw plan komt opnieuw geld op tafel, waarvan de helft afkomstig is van een schuldkwijtschelding door de Staat.

In 1992 tekent de heer Godfroid een akkoord met Air France, dat voor 37,5% participeert in Sabena, in ruil waarvoor de Belgen 6 miljard krijgen.

In 1993 is er een nieuwe besparingsronde, ditmaal van 5,5 miljard. Het personeel verzet zich hevig. Vakbonden en directie bereiken een akkoord, gebaseerd op loonmatiging en aanzienlijke besparingen. In die periode wordt Air France zelf geconfronteerd met zware moeilijkheden en kijkt Sabena aan tegen een verlies van 4,5 miljard.

1995 is het jaar van Swissair. Na goedkeuring door de Europese autoriteiten neemt het Zwitsers bedrijf 49,5% van het kapitaal voor een bedrag van 6 miljard. Bovendien neemt het een optie van 13%. De Belgische regering doet een geste van 9 miljard.

De sociale malaise groeit. De piloten staken en het boordpersoneel vraagt nieuwe voorwaarden, maar de heer Godfroid wil meer flexibiliteit van het personeel. In februari 1996 wordt er gestaakt. De heer Godfroid stapt op en wordt vervangen door de heer Reutlinger.

In 1996 lopen de verliezen op tot 8,8 miljard. In 1997 lijkt de situatie ietwat te verbeteren, niettegenstaande een verlies van 2,5 miljard.

De beslissing om ineens 34 Airbustoestellen te bestellen is naar mijn oordeel de doodsteek. De heer Reutlinger bevestigt evenwel dat er geen twijfel bestaat over de groei van de groep.

In het voorjaar 2000 wordt een akkoord getekend tussen de Belgische regering en de SAir Group, waarbij de Zwitserse aandeelhouder belooft 85% te nemen in het kapitaal van Sabena in ruil voor 3,3% van de aandelen van de SAir Group, toen 3,4 miljard waard. Om van kracht te worden moet alleen nog het transportverdrag tussen de Europese Unie en Zwitserland worden goedgekeurd.

In juli wordt de heer Reutlinger vervangen door de heer Müller. Bij zijn aantreden beslist hij onmiddellijk een nieuw herstructureringsplan in te voeren - het fameuze Blue Sky - omdat blijkt dat Sabena op dat ogenblik al aankijkt tegen een verlies van 3,3 miljard. Dat is evenwel niet gemakkelijk, met een verlies dat op het einde van het jaar is opgelopen tot 13 miljard. Na maanden onderhandelen over het verdwijnen van jobs, verklaren de aandeelhouders zich bereid om 10 miljard in te brengen. Inmiddels blijkt dat Swissair tegen het einde van het jaar zal aankijken tegen een verlies van 52 miljard.

In het voorjaar 2001 wordt de heer Corti de nieuwe grote baas van Swissair.

Na een recordverlies van 76 miljard frank voor Swissair in 2000 kondigt de nieuwe grote baas onmiddellijk aan dat hij het over een andere boeg wil gooien. In het najaar van 2001 maakt de SAir Group duidelijk dat hij van Sabena af wil, maar toch komt er "onder voorwaarde van een nieuw besparingsplan" een akkoord over een nieuwe kapitaalinjectie van 17 miljard frank om een einde te maken aan alle problemen. De heer Müller lanceert zijn nieuw "Businessplan", met een verkoop van dochterondernemingen enzovoort. Waarschijnlijk kent u de hele geschiedenis vanaf nu wel uit het hoofd na de vele overzichten in de pers. Voorzitter Chaffart waarschuwt in september reeds: "Zonder onmiddellijke en volledige uitvoering van het businessplan haalt Sabena het einde van het jaar niet, zelfs niet met herkapitalisering en bijkomende besparingen". Jammer genoeg had hij gelijk. Ik zal niet ingaan op de verschillende stakingen en hun oorzaken. Vandaag staan we hier omdat het faillissement van Sabena een feit is.

De regering heeft inderdaad een inspanning gedaan en onderhandelde over een sociaal plan. Zoals mijn vorige collega, zou ook ik graag weten hoe dat er precies uitziet, want het is niet onbelangrijk.

Natuurlijk kunnen we veel vragen stellen bij de nieuwe maatschappij, maar is het nu het juiste moment om daarover verklaringen af te leggen, terwijl we niet eens over de juiste gegevens over deze nieuwe maatschappij beschikken? Vooraf zeggen dat men vertrekt met een onderkapitalisatie, is niet helemaal correct. Natuurlijk was een groter budget beter geweest, daar ben ik het volmondig mee eens, maar zoals ik in mijn overzicht aanstipte, beschikt Sabena jaren geleden slechts over een kapitaal van 8 miljard en de nieuwe maatschappij heeft wel degelijk een andere omvang en minder ambities. De basis lijkt me dus voldoende om te starten, op voorwaarde natuurlijk dat een aantal bijkomende voorwaarden vervuld zijn, zoals de sprekers voor mij al hebben gezegd.

In alle bescheidenheid denk ik dat de les moet zijn dat de overheid niet de beste manager is. Een staatsonderneming is perfect mogelijk, op voorwaarde dat ze tegen marktconforme voorwaarden werkt - wat jammer genoeg meestal niet gebeurt - en dat de politiek zich afzijdig houdt en het beleid overlaat aan bekwame mensen die ze onder toezicht laat functioneren en natuurlijk afzet wanneer ze het niet goed doen. Op die manier kan het lukken, het is hoe dan ook moeilijk en ook uit voorbeelden uit het buitenland blijkt dat politiek moeilijk te verzoenen is met economische activiteiten. In ons land zijn er nog een aantal neveneffecten bij te vermelden, maar daar ga ik nu niet op in.

De situatie is vooral voor de Sabena-werknemers veel te dramatisch om ons bezig te houden met politieke spelletjes. Alle politieke partijen die vandaag en in het verleden beleidsverantwoordelijkheid hebben gedragen, zijn voor een deel verantwoordelijk voor wat er bij Sabena is misgegaan. Wij betreuren net als iedereen dat het op deze manier is moeten aflopen. Kon dit worden voorkomen? Misschien in een andere context wel, maar in de huidige situatie met Europese regels die de overheid met handen en voeten binden, heeft de regering gedaan wat ze kon, mocht en vermocht te doen. We hopen dat we morgen een nieuwe maatschappij met toekomstperspectieven zullen hebben. Ik ben me ervan bewust dat er eerst nog veel obstakels te overwinnen zijn, maar de eerste stap is in elk geval gezet en ik hoop dat het lukt.

M. René Thissen (PSC). - Comme les intervenants précédents, je voudrais m'associer à la tristesse de tous les membres du personnel de la Sabena qui se retrouvent aujourd'hui devant des difficultés énormes. Il faut être passé par là pour savoir quelle catastrophe non seulement économique mais aussi morale cela peut représenter.

Au rythme où les mauvaises nouvelles s'accumulent, la fin de 2001 risque fort de rester dans les mémoires comme le « semestrum horribilis ». Je ne reviendrai pas sur les attentats du 11 septembre auxquels le gouvernement et ses membres se réfèrent quasiment chaque jour pour justifier son impuissance, qu'il s'agisse de la présidence de l'Union européenne, du report de ses priorités budgétaires ou du risque d'échec du sommet de Laeken. Hier, ces attentats ont de nouveau été utilisés comme alibi pour justifier son absence de responsabilité dans les faillites en cascade de la Sabena, après Swissair et avant d'autres catastrophes économiques et sociales devenues malheureusement inévitables.

Jusqu'il y a deux mois, Messieurs Daems et Verhofstadt, vous étiez à peu près les seuls à ignorer les spoliations systématiques dont la Sabena faisait l'objet de la part de Swissair ainsi que les graves erreurs de gestion du management privé sous l'oeil peu vigilant du management public. Jusqu'à ce maudit 7 novembre 2001, jour noir pour la Belgique toute entière, vous vous êtes comportés comme si le scénario de la faillite pure et simple était fantaisiste. À l'instant même où sombrait corps et biens une des plus grandes entreprises publiques belges, vous annonciez, sans beaucoup de pudeur mais avec une grande science de la communication, la création miraculeuse d'une nouvelle société de transport aérien avec quelques actionnaires institutionnels mais sans plan d'affaires et avec des perspectives tout à fait aléatoires. Comme s'il suffisait de communiquer la recapitalisation et une extension des activités de DAT pour convaincre l'Union européenne, dédommager les créanciers, rassurer le personnel, stabiliser les fournisseurs, ramener les clients et compenser tous les préjudices subis. Surtout, comme s'il suffisait d'étaler ces voeux pieux pour que les curateurs les acceptent sans discussion.

Pour notre groupe, la responsabilité du gouvernement, actionnaire majoritaire de la Sabena, est pleinement engagée dans le sinistre. La déclaration de faillite par le tribunal de commerce nous apprend qu'il s'agirait d'une faillite organisée, le concordat n'ayant servi qu'à se protéger des créanciers. Ce scénario rappelle étrangement celui mis en place par les Suisses qui se sont repliés sur Crossair. Ce que le gouvernement belge prévoit de faire avec DAT, il le critiquait paradoxalement voici seulement quelques semaines, dans le comportement des Suisses. C'est pourquoi, avec d'autres, nous considérons qu'une enquête parlementaire, comme nos collègues de la Chambre des représentants la réclament, devra rapidement procéder aux auditions requises et établir dans le détail toutes les responsabilités des gestionnaires en droit et en fait depuis les derniers ministres des Communications jusqu'aux administrateurs et au management de l'entreprise. Elle devra surtout mettre en lumière les nombreux dysfonctionnements constatés ces dernières années. Il est très intéressant de refaire toute l'histoire de la Sabena. Je ne pense pas que ce soient les décisions prises en 1980 qui aient une influence directe et déterminante sur ce qui se passe aujourd'hui. Il faut savoir accepter les responsabilités.

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Les cent milliards de déficit, ils sont apparus en un an ?

M. René Thissen (PSC). - Ils ne sont pas apparus en un an, mais en quelques années. La Sabena a certes été en déficit, mais elle a été recapitalisée. Vous l'oubliez, monsieur Monfils. M. Geens vient d'en faire la démonstration : elle a été recapitalisée régulièrement.

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Cela n'a jamais suffi !

M. René Thissen (PSC). - C'est dans les dernières années que le trou s'est véritablement creusé, notamment parce que, pendant ces deux dernières années, on n'a pas fait suffisamment attention au fait que la Swissair était véritablement en train de cannibaliser la Sabena. Le moment est donc venu de poser des questions sur les responsabilités. Je ne doute pas que vous approuverez la décision d'instaurer une commission d'enquête qui les établira.

Je ne préjuge pas. On verra bien !

M. Philippe Monfils (PRL-FDF-MCC). - Les responsabilités du PSC et du CVP aussi, alors...

M. René Thissen (PSC). - Les responsabilités de tout le monde ! Le gouvernement doit assumer une responsabilité politique. Cela ne vous paraît peut-être plus tout à fait normal mais, pour nous, c'est évident. (Protestations sur les bancs du VLD)

Aujourd'hui, des questions se posent. Jusqu'à présent, je n'ai entendu aucune réponse et je souhaite interroger le ministre. Je vais d'ailleurs reprendre un certain nombre de questions importantes que M. Monfils a lui-même posées.

Premièrement, quelle sera la facture totale du volet social de la faillite ? Par qui cette facture sera-t-elle supportée ? Le contenu de votre accord nocturne nous est révélé au compte-gouttes. On nous dit que 10%, 20% voire 40% des membres du personnel de la Sabena pourraient être lésés dans leurs droits après avoir été dupés quant à la volonté réelle du gouvernement de tout tenter pour sauver leur compagnie. En outre, comme l'a dit le ministre voici quelques instants, ils ne verront pas le premier franc de cette indemnité avant 2003. Ce ne va certainement pas les rassurer. En attendant, ils devront quand même bien vivre !

Deuxièmement, la sollicitation du fonds de fermeture ne va-t-elle pas engendrer, comme le craint la FEB qui parle de 0,5%, un alourdissement général des cotisations sociales pour toutes les entreprises ? Ici, je m'adresse particulièrement au ministre responsable des PME ; il sait quel peut être l'impact d'une telle mesure. Un tel renchérissement du coût du travail, contraire à toutes les recommandations en matière de politique d'emploi, ne manquerait pas de handicaper la compétitivité dans d'autres secteurs et d'entraîner à son tour, par effet de contagion, de nouvelles destructions d'emplois aujourd'hui rentables.

Troisièmement, quelle est la destination du crédit-pont de 5 milliards promis voici quelques semaines à peine à l'ancienne Sabena, dans le cadre strict d'une aide au sauvetage ? Ce sont d'ailleurs les termes utilisés par la Commission européenne. S'agit-il d'un engagement écrit et définitif ? Avez-vous la certitude que cette somme ne vous sera pas réclamée par les curateurs puisque vous avez pris un engagement ? Sous quelle forme celui-ci a-t-il été pris ? Êtes-vous un créancier privilégié ou chirographaire ? Car, si vous êtes amené à payer ces 5 milliards que les curateurs pourraient vous réclamer et que vous êtes un créancier chirographaire, vous ne récupérerez jamais cette somme. Disposez-vous de garanties à propos du montage financier qui prévoit une autorisation de participation de 5 milliards complémentaires dans la nouvelle société ? Avez-vous éventuellement donné des garanties fortes en ce sens aux nouveau opérateurs pressentis ? En effet, je ne pense pas qu'ils s'engageront sans bénéficier d'un certain nombre d'assurances quant aux interventions éventuelles du gouvernement.

Quatrièmement, quel sera le business plan de la nouvelle entreprise, tenant compte d'une faible capitalisation de départ ? Nous considérons en effet, nous aussi, qu'une somme de 8 milliards est trop limitée pour réaliser les ambitions qui ont été annoncées. Il nous semble à ce propos que la nouvelle entreprise, bien que parrainée par des opérateurs privés réputés sérieux, risque de souffrir, dès sa naissance, des mêmes handicaps que sa défunte aïeule. C'est ce qui explique qu'il a fallu recapitaliser cette dernière d'année en année. En outre, les opérateurs pressentis se sont-ils engagés de manière certaine ? Ou ont-ils simplement exprimé de bonnes intentions sans donner la moindre garantie ?

Cinquièmement, de quelles garanties pouvez-vous faire état pour ce qui concerne la légitimité des opérations réalisées juste avant la faillite, telles que la cession de slots ou l'abandon de créances en faveur de Swissair, signé par M. Verhofstadt lui-même au mois d'août, sachant que toutes les opérations réalisées au cours des six derniers mois sont sujettes à contestation voire à annulation par les curateurs ?

Ma sixième question porte sur le montage en cours d'élaboration. Soyons prudents : le gouvernement compte-t-il réserver une place à un opérateur aéronautique privé et y a-t-il déjà des discussions à ce sujet ? Le gouvernement a-t-il déjà envisagé les modalités de cette association ?

Septièmement, une rumeur se répand : les entreprises qui participeraient à ce montage périlleux bénéficieraient, en échange de leur investissement patriotique, d'une certaine compréhension fiscale que la technique du ruling annoncée dans la déclaration de politique fédérale permettrait de matérialiser. Qu'en est-il vraiment ?

Jusqu'où ira la philanthropie des investisseurs institutionnels ?

Ce n'est pas en quelques minutes que l'on peut faire le tour de cette affaire.

J'ai essayé de poser des questions importantes. Elles sont claires, j'espère que les réponses le seront aussi. Les événements qui surviendront dans les prochains jours vous aideront et nous aideront à tirer les conclusions qui s'imposent.

M. Jean-François Istasse (PS). - Pour nous aussi le débat de ce jour, qui se tient à la suite de la faillite de la Sabena, se déroule sous le signe de la tristesse. Cet événement, qui n'était plus tout à fait une surprise, reste un choc énorme. C'est la plus importante faillite de notre histoire et un drame humain sans précédent avec plus de douze mille personnes concernées, sans compter les travailleurs employés par les fournisseurs et les sous-traitants. Nous partageons leurs inquiétudes à tous.

Ce ne fut pas tout à fait une surprise car depuis plusieurs mois la déconfiture, puis la faillite du groupe privé Swissair, laissait présager le pire. Certains, naïvement, après avoir donné un blanc seing à Swissair, attendaient que quelque chose se passe pour enrayer la catastrophe. Toutefois, même si les difficultés du secteur ne datent pas d'hier, les événements du 11 septembre l'ont frappé si durement qu'il ne restait que peu d'espoir d'empêcher ce qui est arrivé.

Il faut aussi rappeler que le secteur aéronautique a été un des premiers secteurs à faire l'objet d'une dérégulation. Il est aujourd'hui trop tard pour dire tous les malheurs que cette dérégulation a entraînés.

Je pense que ce n'est pas le lieu qui convienne pour faire le procès du passé. On peut le réécrire : il y aura des tribunaux et des curateurs pour le faire. Il est trop aisé de considérer après coup qu'il fallait faire ceci ou cela, que les bonnes décisions n'ont pas été prises. Autrement dit « Il n'y avait qu'à... » est encore plus facile à dire « Qu'il n'y a qu'à... »

Quoiqu'il en soit, on ne peut rester sans réaction face à une telle situation. Nous pensons qu'il faut regarder vers l'avenir, sauver ce qui peut encore l'être et préparer le redéveloppement de demain. Pour ma part, je me réjouis que nous puissions poursuivre ce débat en commission de l'Économie et des Finances parce que le Sénat manifestera ainsi sa spécificité.

Nous nous réjouissons des mesures énergiques que le gouvernement a d'ores et déjà prises afin de limiter les effets économiques et sociaux désastreux de cette faillite. Nous n'avons jamais été partisans de la politique du pire. Le groupe socialiste tient à saluer la détermination de la ministre de l'Emploi et du Travail, Laurette Onkelinx, qui s'est battue et se bat encore afin de trouver des solutions pour les travailleurs en désarroi. Nous voulons également saluer les efforts déployés par gouvernement tout entier et le premier ministre pour trouver des investisseurs tant publics que privés, afin de conserver un secteur aéronautique en Belgique.

Je voudrais rappeler la position et les exigences du PS dans ce dossier.

Le parti socialiste demande évidemment que tout soit mis en oeuvre pour le maintien de l'activité aérienne dans une compagnie basée à Bruxelles.

Si le sort de la Sabena est maintenant définitivement clos, il n'en est heureusement pas de même de ses filiales. C'est ainsi que DAT qui assure jusqu'à 40% du volume du trafic européen de la société-mère échappe à la tourmente. Elle pourrait, comme l'a indiqué le Premier ministre, servir de plate-forme pour une nouvelle structure, sans préjudice du nom que portera d'ailleurs cette dernière.

Nous pouvons certes nous réjouir qu'un accord soit intervenu à ce propos entre une quinzaine d'investisseurs pour réunir le fameux capital de 200 millions d'euros nécessaires. Nous saluons, à cette occasion, l'engagement du monde économique et des institutions publiques dans cette affaire.

Si ces montages se réalisent dans de bonnes conditions, ce sont plusieurs milliers d'emplois et une bonne part de l'activité de base qui seront préservés. Nous nous en réjouissons et nous appuyons pleinement le gouvernement en ce sens.

Je voudrais surtout revenir sur la question du personnel de la société.

Quelque douze mille travailleurs - un chiffre énorme - sont aujourd'hui dans l'incertitude et dans l'attente. Leurs témoignages émouvants nous rappellent le climat de désespoir et la meurtrissure profonde que porte en soi un drame social de cette ampleur. C'est donc à un véritable séisme que nous assistons. Beaucoup de Sabéniens se sentent jetés et ce sera pour nous toujours inacceptable.

Sans compter qu'à ce drame s'ajoute celui, prévisible, des nombreuses activités qui dépendaient, directement ou indirectement, en tout ou en partie, de la Sabena elle-même.

Quelle que soit la solution retenue, je me réjouis de constater qu'un accord s'est dessiné en vue d'un véritable plan social durant ces dernières heures. Nous appuyons le gouvernement en ce sens, en particulier la vice-première ministre pour tous les efforts déployés afin d'aboutir à une solution satisfaisante pour tous les travailleurs.

Nous nous réjouissons particulièrement des solutions trouvées comme l'allongement du préavis pour ceux qui font partie du personnel depuis moins de cinq ans ou le règlement spécial pour les travailleurs licenciés à 48 ans.

A ce point de vue, il est évident que les moyens financiers dont dispose le fonds de fermeture ne suffiront probablement pas pour financer les indemnités de départ et de préavis et les prépensions. Il faudra donc trouver les moyens nécessaires.

Il n'est, en effet, pas question que le personnel de la Sabena fasse les frais des insuffisances des mécanismes mis en place. Ils ne peuvent être deux fois victimes ou faire l'objet de marchandages. Il ne peut y avoir pour eux que des solutions solides et dignes. Il y va d'une question essentielle de solidarité.

A ce propos, il va de soi que les autorités publiques doivent prendre dans ce dossier une responsabilité toute particulière et, par conséquent, que le gouvernement dégage les moyens nécessaires pour financer correctement les mesures sociales d'accompagnement à mettre en oeuvre.

Les montants en jeu sont considérables. Nous savons que des difficultés budgétaires sont à prévoir, notamment en fonction de la conjoncture. Il faudra donc peut-être procéder à de nouveaux arbitrages budgétaires. Si tel est le cas, nous ne permettrons pas qu'ils soient faits au détriment de la Sécurité sociale. Il est d'autres postes dont nous ne contestons pas l'utilité dans des circonstances normales, mais qui ne peuvent être considérés comme prioritaires dans des circonstances exceptionnelles.

C'est là, me semble-t-il, que devrait porter l'arbitrage.

Toujours en ce qui concerne le point le plus important à nos yeux, à savoir le sort du personnel, toutes les solutions permettant au plus grand nombre possible de travailleurs de conserver un emploi doivent donc être envisagées, à commencer par les filiales saines de l'entreprise non concernées par la faillite. Il en va certainement ainsi de la Sobelair, de la filiale Technics qui jouit d'une réputation intacte de savoir-faire et de qualité et du catering qui devrait pouvoir trouver repreneur car, là non plus, la réputation de la qualité n'est plus à faire.

Il nous semble donc que de nombreux emplois pourraient encore être sauvés dans toutes ces activités.

Quant à la DAT, elle pourrait, comme on l'a évoqué, étendre ses activités européennes, voire développer certaines lignes internationales profitables au sein de la nouvelle structure.

Il ne faut pas perdre de vue, en effet, qu'un nombre encore important de lignes ex-Sabena ont des activités bénéficiaires, avec un marché solide et une demande importante au niveau économique. En outre, ces lignes sont stables, à défaut d'être en croissance, en fonction du contexte international.

Il serait donc inacceptable de perdre ces liaisons : les droits d'atterrissage et de décollage - les fameux slots - y sont attachés. Ils ont une valeur mais aussi une importance stratégique considérable et ne peuvent donc être délaissés. Ils doivent, de notre point de vue, permettre à une activité nouvelle de se déployer autour de la nouvelle structure, progressivement mais sûrement. La nouvelle structure, petite mais très performante, aura pour elle l'avantage d'une situation financière de départ saine et correctement capitalisée, ainsi qu'une souplesse et une rigueur de gestion tout à fait indispensables. Sur ce point, on l'a vu, les nouvelles semblent bonnes. Un tel plan se doit de réussir et d'offrir une solution immédiate pour une partie non négligeable du personnel. Il y va de l'avenir de l'ensemble du secteur aéronautique belge, secteur qui, dans notre pays, ne manque pas de qualifications techniques et technologiques de nature à permettre ce redéploiement.

Enfin, il nous semble que tout doit être mis en oeuvre pour que le personnel qui n'aura pu être repris dans la nouvelle structure puisse trouver de nouveaux emplois, si possible dans le secteur. L'expérience d'outplacement acquise ces dernières années devrait pleinement être mise à profit et bénéficier aux agents de la Sabena.

Avec les représentants du personnel, avec tous les acteurs du secteur, un modèle exceptionnel de reclassement devrait donc être mis en oeuvre.

Bruxelles, capitale de l'Europe, est devenue une plate-forme aérienne qui nous paraît essentielle. Elle doit le rester. L'activité autour de cette plate-forme peut reprendre, si la volonté de tous existe.

Le parti socialiste entend soutenir cette volonté. Nous pensons que nous le devons au personnel de la Sabena avec lequel nous sommes de tout coeur. Nous le devons également au pays tout entier.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - De vakbonden hebben gisteren, zoals zij het al jaren gewoon zijn bij Sabena, afscheid genomen met een staking. Voor de camera's kwam ook nog een bedroefde werkneemster verklaren dat de bevolking hen niet had gesteund. Wat niet te verbazen is. Stel u maar eens in de plaats van de tv-kijker die de regelmatig weerkerende chaos op de luchthaven ziet en zich in gedachten verplaatst naar de situatie van de getroffen reizigers. Die kijker ziet huilende kinderen, mensen die urenlang moeten wachten en die, hoewel zij dure tickets kochten, hun eigen bagage moeten slepen; hij ziet arbeiders die een jaar spaarden voor een droomvakantie en die vlakaf uitgelachen worden door stakers die met vakbondsvlaggen zwaaien.

Daarvoor kon de bevolking inderdaad geen begrip opbrengen.

Waren het de 50% hardwerkende personeelsleden die staakten? Neen, het waren steevast de vrienden van de vrienden van politici die de boel platlegden. Want Sabena was een hopeloos gepolitiseerde onderneming. Men moet maar de geschiedenis van Sabena in vogelvlucht overlopen om dit vast te stellen.

In de periode 1976-1977 werd de oprichting van Benelux-Air geblokkeerd door de PS omdat naast Sabena en Luxair ook KLM zou participeren. Na heibel met Spitaels creëerde Dehaene in 1990 duizenden jobs bij Sabena om de vrede in zijn coalitie te redden. De banen gingen, om bevestiging te krijgen moet men maar eens te rade gaan bij de echte "Sabéniens", hoofdzakelijk naar PS-militanten.

In 1993 werd een poging tenietgedaan om Sabena aan British Airways en KLM te koppelen. Minister van Verkeer was toen de PS'er Coëme.

In 1995 wilde de toenmalige verkeersminister Di Rupo enkel met Swissair praten. Hij verklaarde toen aan Humo: "Als vader van het samenwerkingsakkoord tussen Sabena en Swissair ken ik de situatie zeer goed. Sabena heeft eindelijk een sterke partner gevonden die de maatschappij van de ondergang redt en een nieuwe toekomst biedt. Laten we dat niet op het spel zetten. Anders zullen de betrokkenen de gevolgen moeten dragen". De gevolgen van deze volkomen leugenachtige verklaring zijn vandaag duidelijk. Zal de heer Di Rupo, naar zijn eigen woorden, nu ook daarvan de gevolgen willen dragen?

In 1996 tenslotte was het de PS'er Daerden die de akkoorden, voorbereid door de heer Di Rupo, afsloot. Het enige wapenfeit van Daerden was dat hij zijn persoonlijke vriend Detaille, opnieuw een PS-kopstuk, als extra-revisor opdrong aan Sabena en in de marge ook aan de RMT. Deze brutale machtsinmenging van Daerden stopte pas toen Detaille in de cel verdween op verdenking van medeweten in de zaak van de Dassault-miljoenen.

Precies omwille van dit laatste gegeven dring ik aan op een onderzoekscommissie. De totaal overbodige en onbetaalbare vervanging van de Sabenavloot door Airbussen moet worden onderzocht. Werden in deze PS-burcht commissielonen uitbetaald voor die aankoop? Ja, natuurlijk, want voor elke verkoop worden commissielonen uitbetaald. Maar de stroomrichting van die commissielonen moet onderzocht worden.

En het is niet omdat een klagerige Di Rupo eergisteren aan de pers verklaarde dat men blijkbaar meer zoekt naar schuldigen dan naar oplossingen, dat het onderzoek naar de schuldigen, de vaders van het politiek geklungel en de syndicale halsstarrigheid, zou moeten worden afgevoerd.

Deze zoveelste oekaze van de PS-voorzitter, dit feitelijk verbod op onderzoek, moet elk parlement dat zich onafhankelijk noemt, verwerpen. Zoniet gaan diegenen vrijuit die Sabena hebben gebracht waar het nu staat: aan de grond.

Een debat over het verleden heeft dus wel degelijk zin, wat de heer Istasse ook mag beweren. Het gaat om een debat over de vraag waarom de toenmalige raad van Bestuur de investeringen die nu noodlottig blijken, goedkeurde; een debat over de vraag waarom de aandeelhouders, de Belgische staat incluis, kwijting gaven aan de bestuurders.

Een dergelijk debat mag niet alleen staan, het mag niet losgetrokken worden van het debat over de toekomst. Die kan voor mij niet langer Belgisch zijn, omdat ze niet langer gepolitiseerd mag zijn. De Waalse luchtvaartbelangstellenden hebben hun regionale faciliteiten al lang sterk uitgebouwd. Het is hun goed recht om hun eieren in de Waalse korf te leggen. Vlaanderen heeft het recht om hetzelfde te doen. De tijd ontbreekt om hier de argumentatie voor een Vlaamse luchtvaartpolitiek ten gronde te behandelen. De voormalige voorzitter van de Vlaamse Raad heeft mij al meermaals uiteenzettingen horen houden, onder meer naar aanleiding van het geval Deurne. Ook toen hebben we de Vlaamse luchtvaartpolitiek al grondig behandeld in het Vlaams Parlement. Daarom kan ik me vandaag beperken met te verwijzen naar de uiteenzetting die de heer Penris tijdens het recente actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement heeft gehouden. Hij toonde aan dat de gouden luchthavendriehoek Oostende - Antwerpen - Zaventem belangrijke groeikansen heeft, indien tenminste de Wallo-Belgische greep op de luchtvaart eindelijk wordt gelost.

Het Vlaams Blok gelooft niet in een opnieuw Belgisch gepolitiseerd DAT, maar wel in een regionale maatschappij die het Sabena-debacle toch nog een gedeeltelijk `happy end' kan bezorgen, door de kansen op tewerkstelling en op het verwerven van de belangrijke knowhow die de 50 procent werkende Sabéniens ontegensprekelijk bezat, veilig te stellen.

Sabena is niet meer. De bevoegde minister wordt, nu zijn departement compleet is uitgehold, minister van `spek en bonen'. Volgens ons moet dit departement zeker niet opnieuw opgevuld worden met een nieuwe gepolitiseerde maatschappij. We mogen de bevoegdheid niet meer terugschuiven naar de minister, maar naar de deelstalen. Die hebben wel de competentie om economische dossiers degelijk aan te pakken. Vlaanderen kan Oostende, Antwerpen en Zaventem rendabel maken, indien twee groepen hun betutteling stoppen, namelijk het Hof en de regering. Voor het Vlaams Blok is de keuze snel gemaakt: wij kiezen voor de werknemers, voor de belastingbetalers en voor de reizigers. Aan de regering om de betuttelaars de rug toe te keren en dezelfde keuze te maken.

M. Marc Hordies (ECOLO). - L'image qui me marquera le plus dans ce qui est avant tout un drame social est celle de cette employée de la Sabena qui, comme des milliers d'autres, fut prévenue par e-mail qu'elle était priée de vider son bureau, de prendre ses affaires... Quant au reste, elle pouvait toujours écouter la radio ou suivre le journal télévisé ! Pas d'assemblée d'information de la part des employeurs ni des staffs proches ! Rien ! Cette personne ne se sentait pas licenciée, certes pas remerciée. Elle a eu ce mot terrible : jetée ! Elle était jetée, priée de remettre son badge et se voyait désormais interdite de séjour, comme quelqu'un qui aurait commis une faute tellement grave, tellement impardonnable qu'il ne mériterait même plus qu'on lui parle. Que cela puisse se passer ne fût-ce que pour une seule personne est inadmissible !

A l'heure où l'on cherche des responsables, je me dis qu'en tout cas, l'État en tant qu'actionnaire historique et majoritaire dans cette entreprise se doit à tout le moins - puisque les gestionnaires privés ne l'ont pas fait - de rendre hommage au travail effectué par le personnel de la Sabena pendant toutes ces années et ce, sans essayer d'occulter la recherche de responsabilités éventuelles que ce soit de l'actionnaire État ou d'autres.

Que les négociations sociales se fassent à un rythme soutenu et semblent se diriger vers un accord est à mettre au crédit du gouvernement qui assure ainsi sa part dans la responsabilité de gestion. Quant à l'investissement de Swissair Group ou de ses actionnaires dans ce plan social, nous n'entendons rien. Concrètement sur le plan social, il ne s'agira pas d'oublier tout l'accompagnement et les mesures adéquates à prendre pour aider à la recherche de nouveaux emplois, car beaucoup de travailleurs ont des profils professionnels spécifiques amplifiés par l'appartenance à une grande entreprise. Se pose également l'aspect particulier relatif aux pilotes qui, faute de pratique, pourraient perdre leur licence et donc un accès futur à leur profession.

J'aimerais donc connaître les mesures proposées quant à l'accompagnement et au reclassement des travailleurs licenciés.

Venons-en aux aspects de gestion de ce dossier qu'ils soient passés, présents ou futurs. C'est de fait la plus importante faillite que la Belgique ait jamais connue. La Sabena étant restée sous contrôle majoritaire de l'État, c'est bien ce dernier qui en est l'actionnaire principal même si la gestion se voulait privée et était de fait cédée à un partenaire privé. Mais était-ce un partenaire ? Et a-t-il montré que la gestion privée était meilleure qu'une gestion publique ? De toute évidence, non seulement Swissair n'a pas respecté ses engagements quant à la capitalisation, mais des informations émanant des travailleurs nous indiquent également que le groupe Swissair se serait servi de la Sabena pour obtenir des recettes et des marges disproportionnées sur des activités en amont ainsi que pour conquérir des marchés au détriment de la société soeur belge. On parle aussi de pratiques consistant à faire décoller, pour des destinations identiques, les avions Swissair plus tôt que ceux de la Sabena. Ces éléments parmi d'autres demanderont une investigation détaillée. A ce stade, je voudrais savoir où en est l'action en justice menée par le gouvernement contre Swissair et si le gouvernement a décidé de porter également plainte en Suisse.

Par ailleurs, il ne m'apparaît pas que l'équipe de management ait eu un plan d'entreprise digne de ce nom. Je voudrais ainsi comprendre ce qui justifiait de rentrer dans un plan aussi ambitieux de leasing de nouveaux avions alors que l'on semblait s'orienter vers un resserrement de service sur la clientèle business, sur le territoire européen.

Enfin, cette même équipe de management n'a pu bénéficier de la confiance du personnel qui y a pourtant mis du sien. Ainsi, la productivité du personnel a progressé de façon indiscutable en doublant le nombre de passagers pour seulement 8% de hausse du nombre des travailleurs concernés. Ce personnel peut donc légitimement se demander en quoi les baisses salariales successives ont été assorties d'un avenir économique pour la compagnie.

Je voudrais relever ici le label de sécurité que connaissaient les vols Sabena et m'inquiéter de tout bradage ou concurrence effrénée que connaît le secteur aéronautique, bradage amplifié par la non-taxation du kérosène. La crise que connaît non seulement la Sabena mais également beaucoup d'autres compagnies ne doit néanmoins pas nous laisser glisser vers une dégradation des conditions sociales, de sécurité et d'environnement qui sont souvent conjuguées. L'administration aéronautique devra, je l'imagine et je l'espère, être attentive à ces questions avant tout accord pour une nouvelle société.

Pour cette partie de mon exposé relative aux responsabilités, je demande que dans l'analyse qui sera faite des événements, on tire des leçons en termes de rapports entre l'État et les entreprises autonomes, qu'elles soient publiques ou ex-publiques, que l'on revoie si nécessaire les bases et éléments contractuels d'une bonne gestion d'entreprise, autrement dit le corporate governance, dans l'intérêt public ou du plus grand nombre, et que l'on cesse de se laisser bercer systématiquement par les sirènes du « tout au privé ».

Venons-en au présent proche et au futur. Nous sommes tous bien conscients, du moins je l'espère, qu'il s'agira de monter un projet aéronautique pour plus que quelques mois. De nombreuses questions devraient donc trouver réponse rapidement, mais est-ce possible ? Le capital annoncé de près de dix milliards sera-t-il bien suffisant pour permettre un projet durable ? Les curateurs peuvent-ils, et dans quels délais, accepter certains transferts d'actifs vers de nouveaux projets, à savoir un DAT plus ? La Commission européenne ne va-t-elle pas refuser toute aide publique directe ou indirecte vers cette autre société et se poser entre autres des questions quant à la participation des sociétés régionales d'investissements ? Avez-vous, monsieur le ministre, toutes vos assurances quant à l'acceptation par la Commission du prêt de cinq milliards par l'État à la nouvelle société, contrairement aux échos relatifs à la position de Mme de Palacio ? Bien qu'à propos du principe sacro-saint de non-interventionnisme, la Commission devrait tenir compte du fait que des pays ne faisant pas partie de l'Union européenne, mais bien du marché, parmi lesquels la Suisse et les chantres du libéralisme que sont les États-Unis, octroient des aides publiques à leur secteur aéronautique.

Par ailleurs, les partenaires privés sollicités pour entrer dans le capital du nouveau projet me paraissent très prudents ce matin. Ils jugent le plan Muller convaincant, mais de quel plan s'agit-il ? Le personnel nous dit que si on se limite à l'espace européen et à de courtes distances, la compagnie sera toujours tributaire des concurrents bénéficiant de longs courriers et qu'il est indispensable de se réserver des lignes à longue distance. Je pense particulièrement à l'Afrique où la compétence, l'image, la sécurité et la rentabilité de la Sabena étaient des meilleures.

En outre, ne faut-il pas chercher à participer à la création d'une entreprise aéronautique à l'échelle et sous la bannière européenne, fondant sur un pied d'égalité certaines autres entreprises de pays de taille équivalant à la nôtre ?

Enfin, question délicate s'il en est : le projet de nouvelle entreprise reposerait sur le même management que l'ex-Sabena. J'en reviens dès lors à la question que je vous posais précédemment ici-même, monsieur le ministre, sur la double casquette, les intérêts contradictoires de ce management lié au Swissair Group ainsi qu'au problème de la confiance pour le moins ébranlée du personnel quant à ce management. Est-il vraiment envisageable de reprendre les mêmes sans avoir au préalable clarifié les nombreuses questions relatives aux responsabilités du crash social et économique de la Sabena ?

En résumé, monsieur le ministre, j'aimerais avoir votre réponse quant aux points suivants : quelles sont les mesures d'accompagnement et d'outplacement appropriées prises par le gouvernement ? L'État a-t-il déposé plainte contre Swissair sur le territoire suisse ? Quelles sont les garanties prises auprès de la Commission européenne quant au financement de la nouvelle société et au prêt ? Dans quelles conditions, selon quels critères et dans quels délais l'administration de l'aéronautique devra-t-elle se prononcer envers cette nouvelle société ? Enfin, cette dernière aura-t-elle encore quelque lien que ce soit avec le Swissair Group, son management, son service commercial ?

De heer Johan Malcorps (AGALEV). - Sabena is geen nieuw geval Renault, maar een veelvoud ervan. De toeleveringsbedrijven inbegrepen, betekent het faillissement van de nationale luchtvaartmaatschappij een persoonlijk drama voor ongeveer 20.000 gezinnen. Daarom moet alles in het werk worden gesteld om de sociale begeleiding en wedertewerkstelling op een menswaardige en rechtvaardige wijze te organiseren. Gisteren werd hierover ook in het Vlaams Parlement gedebatteerd. De gewestelijke, federale en gemeentelijke overheden hebben hier een gezamenlijke taak te vervullen. Het is niet het moment om elkaar vliegen af te vangen.

Wij dringen erop aan dat bij de oprichting van een nieuwe maatschappij de fouten uit het verleden angstvallig worden vermeden.

Het is natuurlijk gemakkelijk om nu een analyse te maken van alles wat er bij Sabena fout is gelopen. Er is onmiskenbaar de verantwoordelijkheid van de opeenvolgende federale regeringen, die als mede-eigenaar te weinig aandacht toonden voor het ondermaats management en het weinig alerte bestuur. Het kan niet meer dat het management hoofdzakelijk wordt samengesteld uit politiek benoemde individuen en dat de leden van de Raad van bestuur ongemoeid worden gelaten als ze beslissingen nemen die de naam goed rentmeesterschap onwaardig zijn. Het zijn immers altijd de werknemers die boeten.

Communautaire touwtrekkerij hebben in het verleden een samenwerking met KLM of British Airways onmogelijk gemaakt.

Ontegensprekelijk is de vuile rol van Swissair, een zoveelste voorbeeld van de zogenaamde weldadige effecten van de globalisering die, overal ter wereld, alle sociale lagen ten goede zouden komen. Sabena is geen geïsoleerd accident de parcours, maar het zoveelste resultaat van harde kapitalistische wetmatigheden waarin werknemers en hun gezinnen pionnen zijn op een mondiaal schaakbord, een kansspel waarbij sociale en ecologische spelregels ondergeschikt worden aan de winstbelangen van machtige, meestal buitenlandse concerns en multinationals. Hoe vaak zien we niet dat zij lokale bevolkingsgroepen en autoriteiten chanteren met delokalisatie of massale ontslagen, wanneer ze oordelen dat er te strenge nationale sociale beschermingsmaatregelen of milieunormen worden afgekondigd. Dat is nu precies de reden waarom duizenden mensen opkomen voor een andere globalisering, voor het versterken van de sociale en ecologische pijlers in Europa en in de wereld.

Het Belgische voorzitterschap draagt de sociale problematiek hoog in het vaandel. Het is dan ook evident dat het debacle bij Sabena op een sociaal rechtvaardige wijze wordt opgelost. Het sturen van ordetroepen als eerste antwoord aan de met ontslag bedreigde werknemers was natuurlijk een stommiteit.

De sociale impact beperkt zich niet tot de gezinnen van de ontslagen Sabenawerknemers. Volgens de Kamer van Handel en Nijverheid van Halle-Vilvoorde sneuvelt er voor elke job op de luchthaven een extra baan bij de toeleveringsbedrijven.

Wedertewerkstelling moet de inzet zijn van de sociale plannen die thans worden uitgewerkt, zowel op federaal als op gewestelijk niveau.

De Vlaamse regering heeft aangekondigd haar verantwoordelijkheid op zich te nemen inzake de opleiding en de begeleiding van werkzoekenden, outplacement en aanmoedigingspremies.

Er moet een tewerkstellingscel worden opgericht naar het voorbeeld van Renault. Op een recente jobbeurs in Zaventem is gebleken dat er heel wat vacatures zijn in de regio van de luchthaven.

Het sociaal plan moet de menselijke schade voor de getroffen gezinnen tot een minimum beperken. Vele Sabenawerknemers moeten nog vakantiedagen opnemen, met als gevolg dat hun werkloosheidsuitkering de eerste maand wel eens bijzonder laag kan zijn. Tevens moet worden voorzien in een integrale begeleiding inzake familiale- en relationele aspecten, juridische bijstand en zelfs medische- en psychosociale hulp.

Tot slot wil ik benadrukken dat bij de oprichting van een nieuwe luchtvaartmaatschappij, waarin de regionale overheden nog gedeeltelijk zullen participeren, de fouten uit het verleden in geen geval mogen worden herhaald. Agalev-kamerlid Lode Vanoost heeft samen met zijn collega Marie-Thérèse Coenen een voorstel ingediend om een onderzoekscommissie op te richten die een analyse zal maken van wat er in dit dossier is misgelopen en die daaruit de nodige conclusies zal trekken. Zonder op de resultaten van deze commissie vooruit te lopen, mogen we nu reeds zeggen dat bij de oprichting van een nieuwe afgeslankte luchtvaartmaatschappij moet worden gezocht naar partners met een minimum aan ethisch respect voor sociale rechten. De managerposten mogen niet meer worden ingevuld volgens de partijlidkaart, maar op grond van de reële behoeften en de bekwaamheid van de kandidaten. Aangezien de overheden niet meer rechtstreeks zullen participeren zal dit gevaar relatief klein zijn, maar het blijft dreigen vanuit de regionale investeringsmaatschappijen.

De megalomane visie inzake de ongebreidelde economische groeimogelijkheden van de luchtvaart in ons land moet dringend worden herbekeken. Het behoud van een belangrijke luchtvaartactiviteit in Zaventem is essentieel, maar het globaal plan met langetermijnvisie moet opnieuw worden geëvalueerd en de sociale en ecologische aspecten ervan moeten worden opgewaardeerd. De nieuwe luchtvaartmaatschappij mag niet de fout begaan zich enkel te concentreren op korteafstandsvluchten naar Europese hoofdsteden. Deze verplaatsingen zullen immers meer en meer worden overgenomen door het HST-verkeer. Enkele rendabele middellangeafstandslijnen blijven daarom noodzakelijk.

(M. Jean-Marie Happart, vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)

De plannen voor een nieuwe luchtvaartmaatschappij mogen niet op drijfzand worden gebouwd. De regering moet ervoor zorgen dat ze haar beloften kan nakomen. Het is in elk geval raadzaam niet te hoog van de toren te blazen.

Ik hoop dat de personeelsleden op een meer respectvolle manier zullen worden behandeld. Wat ze de jongste dagen hebben beleefd, is beneden alle peil. Ze hebben recht op een serene afhandeling van het dossier.

De heer Guy Moens (SP.A). - Ik ben zwaar onder de indruk van de kennis van degenen die voor mij hebben gesproken over de luchtvaarteconomie en over de manier waarop een luchtvaartmaatschappij moet worden beheerd. Ik kan daar alleen uit besluiten dat na de feiten iedereen gelijk heeft, verstandig is en weet wat er had moeten gebeuren, maar dat het heel wat moeilijker is om op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen. Daarom zou het niet waardig zijn indien de Senaat aan politieke exploitatie of recuperatie van het huidige drama zou doen. Ik roep iedereen op dat drama niet te misbruiken.

Maar had dit drama ook plaatsgegrepen als Sabena geen bedrijf was geweest waarvan de Belgische Staat meerderheidsaandeelhouder is? Wie daarover akten van geloof pleegt, moet zich eens bezinnen. Ik verwijs naar het grootste failliet dat wij in ons land ooit meemaakten en waar ik persoonlijk bij betrokken ben geweest, namelijk dat van de Kempense Steenkoolmijnen. Ook dat was een bedrijf waar de overheid een vinger in de pap had en dat niet glorieus ten onder is gegaan met een nog groter sociaal passief dan dat van Sabena. Ook bij KS ging het dus om een door de overheid gesubsidieerd bedrijf. Maar niet langer dan enkele maanden geleden was er Lernout & Hauspie. Hoewel er daar minder werknemers bij betrokken waren, was het financieel erger dan wat nu gebeurt. Dat was nochtans een privé-bedrijf.

In de gevallen van KS en Lernout & Hauspie is er echter een ander criterium dat ons moet doen inzien waarom een onverantwoord faillissement tot stand komt. Achteraf is in beide dossiers gebleken dat er massale fraude werd gepleegd ten voordele van private belangen. Dat maakt het verschil uit tussen goed en slecht beheer. Indien zou blijken dat er ook bij Sabena fraude is gepleegd, zal dat dus niet door de overheid zijn gebeurd. Er zijn andere belangen in het spel geweest. Daarom zijn we niet bang van een onderzoekscommissie die de zaken zonder vooringenomenheid en zonder angst onderzoekt.

De schuldvraag is hier uitvoerig aan bod gekomen. In de geschiedenis van Sabena zouden we aanwijzingen kunnen vinden dat alle individuele leden van onze assemblee die ooit verantwoordelijkheid in dat dossier droegen, en dus alle partijen "bloed" aan de handen hebben.

Tot slot nog twee vragen aan de minister. Ik verneem dat de potentiële privé-financiers voor de nieuwe maatschappij staan aan te schuiven voor de deur van de regering. Behalve degenen waarvan we reeds hoorden, zouden er heel wat andere zijn die geloof aan het project hechten en zich aanbieden om er in een akte van nationale solidariteit aan mee te werken. Dat toont aan, mijnheer Vandenberghe, dat zij daar brood in zien.

Kan de minister bevestigen dat er meerdere investeerders zijn en dat we zonder veel moeilijkheden in de richting van een nieuwe en geloofwaardige maatschappij kunnen gaan?

Last but not least. Kan de minister bevestigen dat de werknemers van Sabena instemmen met het sociaal plan? En hebben wij, als politici, dan het recht ons daartegen te verzetten? Kan de minister bovendien toezeggen dat dit plan van de Schatkist geen onmenselijke inspanning zal vergen, zodat de begroting 2002 er geen al te zwaar nadeel van ondervindt?

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Ik sluit me met mijn fractie aan bij mijn collega's die begaan zijn met het lot van de vele duizenden die getroffen worden door een nooit gezien economisch drama in ons land.

Tegelijkertijd verbaast het me dat de meerderheidspartijen zich beperken tot een chronologisch overzicht van de feiten zonder echte conclusies te trekken. Integendeel, als ik de PS en Ecolo hoor, vrees ik dat men opnieuw dezelfde fouten maakt. Eens te meer droomt men van een nationaal vlaggenschip.

Vele partijen hebben waarschijnlijk boter op het hoofd. Dat pleit de huidige regering evenwel niet vrij. Ik richt me in het bijzonder tot minister Daems. U bent een moe getergd man, maar u beseft toch dat Sabena geen accident de parcours is. Het is de trieste kroon op een falend beleid. Het is dan ook niet toevallig dat in verband met dat andere dossier waarover ikzelf en collega Destexhe geregeld vragen stelden, een gerechtelijke actie wordt opgestart door Berlaymont 2000. Ook dit dossier is volledig verziekt en u slaagt er niet in het schip recht te trekken. Ik vrees dat ook hier de Belgische belastingbetaler tientallen miljarden zal kunnen ophoesten.

De fouten die door deze regering werden gemaakt, kunnen worden ondergebracht in de nieuwe ideologie van het illusionisme. Aan de ene kant creëerde de regering de illusie dat de Staat en de regering het voortbestaan van de maatschappij konden waarborgen. Het Hotel-akkoord van 17 juli 2001 was de kroon op het werk. Tegelijkertijd is de minister ervan overtuigd dat de Staat en de overheid niets te zoeken hebben in de luchtvaartsector. De minister is tenslotte een Chicago boy. Door deze dubbelzinnigheid loopt de minister de feiten voortdurend achterna. Nu maakt hij opnieuw dezelfde fout. De top van het establishment met graaf Lippens en burggraaf Davignon op kop, zal omwille van 's lands belang een nieuwe maatschappij opstarten.

Ook de verantwoordelijkheid van het Hof in dit dossier moet worden onderzocht. Het Belgisch vlaggenschip moest koste wat het kost in de lucht worden gehouden.

De enige juiste conclusie is dat de overheid in de luchtvaartsector niet interveniërend en subsidiërend moet optreden, maar dat ze haar geld moet steken in scholing en omscholing van werknemers die hun job verliezen. De optie van professor Blanpain is dan ook de enige juiste.

Dit drama is veel groter dan het faillissement van Renault. De talrijke toeleveranciers van de luchtvaartmaatschappij zullen binnenkort ook ontslagen aankondigen. BIAC heeft zelfs een nieuwe terminal, pier A, klaar, die op 15 mei 2002 zal worden geopend. Toch zijn alle ex-werknemers van Renault inmiddels weer aan de slag. Dit is deels te verklaren door de inspanningen die werden gedaan inzake omscholing, en ook de goede economische conjunctuur speelde een rol.

In dit verband moet de regering worden gewaarschuwd. Ze creëert met de vooropgestelde groeicijfers van 1,3% voor dit jaar en 1,5% voor volgend jaar de illusie dat er geen vuiltje aan de lucht is. De regering moet haar verwachtingen bijstellen. Er is niet langer een economische groei en we moeten ons verwachten aan een nulgroei en zelfs een inkrimping van de economie.

Politici, en zelfs de minister van Overheidsbedrijven en economische micro-aangelegenheden, zijn geen goede managers. Nochtans blijven de politieke benoemingen elkaar opvolgen. Sabena is op dat vlak nooit echt levensvatbaar geweest. De maatschappij heeft altijd boven haar stand geleefd. In vergelijking met alle andere Europese luchtvaartmaatschappijen, die het beter doen, had Sabena 30% te veel personeel. Dit hebben het directiecomité en de politieke klasse nooit onder ogen durven zien. Vandaag is heel het personeel hiervan de dupe.

Niet de markt heeft het bedrijf in de eerste plaats kapot gemaakt, maar wel de onkundige overheidsbemoeienissen. Ik geef de minister dan ook de raad om het overbruggingskrediet van 5 miljard niet in een nieuwe maatschappij te steken. Als hij aan de lange termijn denkt, dan wendt hij het bedrag aan om het personeel om te scholen en voor nieuwe economische stimulansen. Enkel op deze wijze krijgt het personeel de nieuwe start die het verdient.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Vermits mijn aanwezigheid in de Kamer vereist is, zal ik beknopt zijn.

Dit dossier is in alle opzichten moeilijk en pijnlijk. Duizenden mensen verliezen hun job, gezinnen worden getroffen, een deel van de luchtvaartactiviteiten zal wegvallen en de klanten van Sabena vragen zich af wat er gebeurt met de tickets die ze hebben aangekocht. Ook voor de politici is dit een moment van machteloosheid en mislukking, zeker als we ervan uitgaan dat het doel was om het bestaande Sabena te behouden.

Het is echter te makkelijk om nu een zondebok en verantwoordelijken te zoeken. Natuurlijk zijn in het verleden fouten gemaakt.

(M. Armand De Decker, président, prend place au fauteuil présidentiel.)

De alliantie met Swissair was ongetwijfeld niet de beste keuze. Ik erken zelfs dat ook ik in het begin in die alliantie heb geloofd. Er waren nu eenmaal geen aanwijzingen voor het tegendeel. Niet toegeven dat dit maar één element is in het dossier, is echter unfair. Wie dat doet, weigert de waarheid onder ogen te zien.

Sabena was al meer dan twintig jaar niet rendabel en dus ongezond. In die periode heeft de maatschappij deel uitgemaakt van zoveel allianties! In bepaalde periodes werden mensen aangeworven zonder enige noodzaak. Sommigen spraken over 3.000 aanwervingen. Ik leg een cijfer voor dat velen allicht niet kennen: tussen 1995 en 2000 werden meer dan 5.000 mensen extra aangeworven. Hoe kan die maatschappij dan rendabel zijn?

Er zijn nog andere feiten. Tientallen miljarden overheidsgeld werden in de maatschappij gepompt in een poging ze te laten voortbestaan. Er was een partner die op schandelijke en laffe wijze zijn contracten niet heeft nageleefd, nooit gezien in de internationale zakenwereld.

Vergeten we ook niet dat de toestand van de luchtvaartsector in het algemeen desastreus is. Er was recentelijk een verlies van 200.000 jobs, onder meer door de gebeurtenissen van september in de Verenigde Staten.

Bovendien werd het sociaal klimaat bij Sabena jarenlang gekenmerkt door "sociale acties", die uiteraard gevolgen hadden voor het bedrijf. Welke klant is geïnteresseerd in een luchtvaartmaatschappij die hem de zekerheid niet biedt te kunnen vertrekken en terug te keren?

Daarenboven werden de Europese regels gewijzigd, waardoor een staat - overigens terecht - geen middelen mag stoppen in een onrendabele maatschappij.

Ten slotte is er de onderkapitalisatie van het bedrijf. Nooit werd voldoende kapitaal geïnvesteerd en dus is Sabena nooit rendabel kunnen zijn. Nooit is echter iets ondernomen om hieraan iets te doen.

In die zin wil ik het beleid van de regering verdedigen. Wij hebben geprobeerd Sabena te redden. Ik heb er geen moeite mee toe te geven dat het ons niet gelukt is Sabena als grote luchtvaartmaatschappij te behouden. De regering plaatst het passief echter waar de verantwoordelijkheid ligt. Met andere woorden, Swissair had de meerderheid van de aandelen en draagt dus ook de verantwoordelijkheid, onder meer voor de aankoop in 1997 van 34 Airbussen. Voor een maatschappij met 70 tot 80 bestemmingen kan dat alleszins tellen!

Ik wil niet te lang blijven stilstaan bij het verleden. Bepaalde leden, ook in de Kamer, vragen naar transparantie in het dossier. Ik heb de contracten waarmee ik te maken had, die ik "geërfd" had of die ik mee had opgesteld, aan het Parlement voorgelegd. Ik ben er niet bang voor, ook niet als zou blijken dat daarbij fouten werden gemaakt. Een eerlijke analyse van het dossier is noodzakelijk, maar mag zich niet beperken tot de periode na 1995.

Het is gemakkelijk iemand met de vinger te wijzen en te beweren dat het op zeker ogenblik alleen hier of daar fout is gelopen. Ook in het verleden zijn fouten gebeurd, maar die omstandigheden ken ik niet. Gelet op die omstandigheden en het doel dat werd nagestreefd, waren de beslissingen misschien wel de beste keuze uit de alternatieven die toen voorhanden waren. Hoe zou ik dat weten? Hoe kunt u dat weten?

Wat de heer Moens heeft opgemerkt, is correct: de intelligentsia wordt gevormd na de feiten en beslissingen nemen is altijd risicovol. Dat ondervind ik aan den lijve, niet alleen in dit dossier, maar eveneens in het Berlaymont-dossier, dat vergelijkbaar is, want ook bij dat dossier erf ik een toestand uit het verleden.

Ik kom nu bij het heden en de toekomst. Ik heb er geen moeite mee alle gegevens waarover ik beschik, op tafel te leggen en u moet maar beslissen hoe dat het best gebeurt, maar ik zal me daarbij niet beperken tot de periode na 1995. Ik zal nu beperkt antwoorden op een aantal vragen en voeg er meteen de uitnodiging bij om in de commissie meer uitgebreid op deze materie in te gaan.

Ja, er is een sociaal akkoord, er is een sociaal plan. Ik weet dat de vraag is gesteld of we wel voorbereid waren. Welnu, als we 12 uur na het uitspreken van het faillissement met de vakbonden een sociaal akkoord kunnen sluiten, dan hebben we niet slecht gewerkt, als de inhoud van het plan goed is tenminste. Ik kom er zodadelijk op terug.

Er zijn inderdaad opmerkingen te maken bij het vonnis van mevrouw Dassesse. De heer Vandenberghe gaf het voorbeeld van de slots. U moet echter weten dat een slot een eigenaardig beestje is. Zodra een maatschappij failliet is, heeft ze haar slots niet meer. Slots zijn dus geen activa. Ik weet dat het raar klinkt, maar het is wel zo. Als een luchtvaartmaatschappij failliet is, verliest ze haar slots, die gewoon worden ingenomen door een andere maatschappij. Als een slot al iets waard is, dan is dat enkel wanneer de maatschappij activiteit heeft. Op het ogenblik dat mevrouw Dassesse het faillissement uitspreekt, zijn er dus geen slots meer. Dat is een technische realiteit.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het is niet omdat bepaalde zaken bij een faillissement verdwijnen, dat het geen activa zijn.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Ik haal dit aan omdat u de opmerking hebt gemaakt en ik geef u mijn visie.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Er is een wettelijke regeling voor het overdragen van de activa. U draagt de slots over op een ogenblik dat de vennootschap niet failliet is en dan is de vraag wat de wettelijke voorwaarden voor deze overdracht zijn. U kunt dan niet zeggen dat de slots niets zijn.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Ik geef u een cruciaal element: als het bedrijf failliet is, zijn de slots weg. De slots veilen wanneer het bedrijf failliet is, is dus onmogelijk. Dat is een belangrijk gegeven waarop we hoe dan ook nog terugkomen wanneer we de zaak meer technisch bekijken.

Er werd ook een opmerking gemaakt over de heer Godfroid. Ik wil daar één ding over zeggen. In 1995 was de heer Godfroid er ook bij en ik vind het onkies dat iemand die nog een jaar baas van het bedrijf is geweest, dergelijke opmerkingen over een contract maakt. Ik kan me niet indenken dat hij in dat contract geen inbreng heeft gehad. Nu zeggen hoe slecht het contract wel was, vind ik onkies en meer zeg ik daar niet over. Ik heb de heer Godfroid nooit ontmoet. De man heeft me nooit gecontacteerd. Ik hem ook niet, overigens, precies omdat hij vanaf het begin dit soort unfaire opmerkingen maakte.

Was dit faillissement in de huidige omstandigheden te voorkomen? Het eerlijke antwoord op deze vraag is: neen. Een staat mag geen geld stoppen in een bedrijf dat gebonden is aan de normale concurrentieregels en wie dacht dat hij voor Sabena, zoals het was, privé-investeringen kon vinden voor een bedrag dat een staatsinbreng kon evenaren, droomt. Laten we daarin eerlijk zijn en niet rond de pot draaien.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Weet u dat nu pas?

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Nee, mijnheer Van Quickenborne, maar er was een contract met een bedrijf dat in principe zeer veel geld had en dus de enige mogelijkheid was om de passiva van Sabena over te nemen en Sabena een toekomst te bieden. Dát is de realiteit. Laten we dat maar eens onder ogen zien in de plaats van post factum gemakkelijke opmerkingen te maken. De regering heeft haar verantwoordelijkheid genomen, hoe moeilijk en pijnlijk dat ook was.

In verband met een eventueel nieuw bedrijf wil ik enkel het volgende meegeven. Natuurlijk moeten de curatoren over het overbruggingskrediet kunnen beschikken en heeft de Europese Commissie een rol te spelen.

Nous avons essayé, dans les délais relativement limités qui nous étaient impartis, de créer une sorte de plate-forme et de convaincre une douzaine d'investisseurs privés, voire plus, que le marché belge est un marché dans lequel une entreprise peut être rentable. Outre cette rentabilité potentielle dépendant du business plan qu'il ne nous appartient pas, en tant que parlementaires, d'évaluer puisqu'il relève uniquement du secteur privé, il y a des aspects d'intérêt général.

Ceux qui nous disaient d'un ton rassurant que l'activité aérienne resterait en grande partie à Zaventem n'avaient pas tort. Aujourd'hui, le marché fonctionne sur la plate-forme de Zaventem, à la différence qu'il s'agit désormais de compagnies étrangères. Les passagers peuvent toujours se rendre de Bruxelles à Amsterdam ou à Londres. Si ne nous sommes pas attentifs, ils ne le feront cependant plus grâce à une compagnie belge qui emploie du personnel belge et crée une valeur ajoutée belge participant à notre produit national brut, mais par l'intermédiaire d'une compagnie française, néerlandaise ou britannique. Ceux qui, outre la rentabilité, accordent de l'importance à cette valeur ajoutée, décideront d'investir.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Heb ik u goed begrepen als u zegt dat in de huidige omstandigheden de markt werkt? Is dit de onderliggende reden of argumentatie voor de manier waarop u dit dossier vanuit politieke hoek benadert? Ik ben met verstomming geslagen. Als dit uw benadering is in dit dossier, dan is het ontluisterend voor de politieke verantwoordelijkheid die u niet hebt genomen. Ik hoop dat ik me vergis.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Kan u me eerst eens zeggen hoe u mijn uitspraak "de markt werkt" interpreteert? Wat bedoelt u daarmee?

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Ik probeer een samenhang in uw benadering te vinden.

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand. - Ik heb willen verduidelijken dat een economische activiteit die wegvalt, opgepikt wordt door derden. Dus de markt werkt. Indien de activiteit in het verleden vanuit een potentieel rendabele context was overgedragen, dan had ze rendabel kunnen zijn. Daarom heb ik twee jaar voor dit dossier gevochten. Investeerders proberen de luchtvaartactiviteit vandaag Belgisch te houden, zodat de toegevoegde waarde hier kan blijven. Dat is de grondslag van mijn opmerking.

Laat ons realistisch blijven. Kon men in de huidige context privé-investeerders vinden voor een onderneming met 100 miljard schuld?

Ik zal in de commissie bijkomende uitleg verstrekken over het sociaal plan. Twaalf uur na het faillissement hebben we met veel inspanningen van minister Onkelinx en mezelf en met de syndicaten een akkoord bereikt over het sociaal plan. Ik kan daar nu niet dieper op ingaan omdat ik het moet toelichten in de Kamer, maar ik zal een kopie aan de Senaat bezorgen.

Vooreerst is er de ontslagregeling. Als een bedrijf in faling gaat kan er een beroep worden gedaan op het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers. Voor dit jaar is dat al het geval voor 15.000 werknemers. De overheid moet proberen de normale, wettelijke ontslagregeling zo veel mogelijk te benaderen. Negentig procent van het Sabena personeel krijgt de normale ontslagregeling. Een ontslagregeling voor de overige tien procent van het personeel met hoge lonen zou ettelijke miljoenen kosten. Dit financieren zou niet correct zijn.

Er zal nu aan elke werknemer een premie van 150.000 frank worden uitgekeerd. Wie zijn baan verliest en op een werkloosheidsuitkering terugvalt, zal de eerste periode goed kunnen doorkomen.

Daarnaast kennen we een premie toe op basis van het aantal dienstjaren, die we over vijftien maanden spreiden. De premie is tijdens de eerste maanden hoger dan naar het einde toe en wie in de loop van die vijftien maanden een job vindt, krijgt het resterende gedeelte van de premie in een keer uitbetaald. Iedereen heeft er dus belang bij zo snel mogelijk een job te vinden.

Voor de mensen ouder dan 48 jaar is er het brugpensioen op 50 jaar. Het is geen activeringsmaatregel, maar we beseften dat het symbolisch belangrijk was.

Aan een honderdtal werknemers tussen 48 en 50 jaar kennen we een premie toe bovenop de werkloosheidsuitkering, die ze ook mogen behouden als ze een job vinden. Iets gelijkaardigs hebben we bij Belgacom voor de eerste keer in het Best-plan geïntroduceerd.

Het sociaal plan, dat door de vakbonden is goedgekeurd, is een weerspiegeling van de verschillende verantwoordelijkheden, in het bijzonder van de hoofdaandeelhouder die er - volgens mij door externe factoren - niet in geslaagd is om de maatschappij opnieuw op dreef te krijgen. Tegelijk vertolkt het plan onze ambitie om de werknemers zo snel mogelijk opnieuw aan een job te helpen. De filosofie van de regering is en blijft dat de beste sociale bescherming bestaat in het hebben van een job.

Hier wil ik het voorlopig bij houden. Ik moet me nu verontschuldigen, omdat ik het sociaal plan nog in de Kamer in detail moet toelichten. Collega Verwilghen blijft in de Senaat aanwezig om de replieken te aanhoren. Ik zal zo snel als ik kan terugkeren om desgevallend ook hier het sociaal plan in detail toe te lichten.

De heer Luc Van den Brande (CD&V). - Eens te meer blijft de minister van Justitie alleen achter met een zwaar dossier. Ik zie een vast patroon terugkeren bij de minister van Overheidsbedrijven, namelijk de vlucht voor de verantwoordelijkheid.

De afspraak was een beperkt en kort debat, maar dat moet niet betekenen dat we geen antwoord krijgen op essentiële vragen.

Ik wil zeker niet spreken vanuit het "grote gelijk". Daarvoor zijn we zelf te vaak geconfronteerd met ingrijpende herstructureringen, met honderden mensen die terecht voor hun boterham vochten. Wel willen we een duidelijk antwoord op essentiële vragen rond dit dossier. Zo is er de vraag hoe gaan we zorgvuldig om met het menselijke drama dat zich afspeelt bij Sabena, maar ook bij al de bedrijven die daar rechtstreeks of onrechtstreeks mee verbonden zijn.

De minister die zopas naar de Kamer is gegaan om uitleg te geven in een commissievergadering die volgens sommigen geschorst is, gebruikt vluchtroutes om te ontsnappen aan het democratisch debat, om niet te hoeven antwoorden op de vragen die tal van burgers zich stellen.

Ik wil me niet lichtzinnig keren tegen een politiek verantwoordelijke. De eerste zorg van de CD&V-fractie gaat trouwens naar de duizenden werknemers die hun illusies in Sabena kwijt zijn. Het Magritte-symbool van Sabena had iets onbestemds, maar ook iets van een droom. Die droom is nu verpulverd door de ondeskundigheid, de onzorgvuldigheid en de volstrekte lichtzinnigheid van minister Daems en de hele regering.

De minister heeft geen antwoord gegeven op verschillende vragen die hier vanmiddag zijn gesteld. De CD&V vraag niets liever dan het duurzaam heropstarten van een Belgische luchtvaartmaatschappij en de verzekering van de voorzetting van deze belangrijke economische activiteit.

Daarom zal ik deze vragen herhalen.

Er wordt voorzien in een nieuw kapitaal van 8 miljard. Iedere deskundige wijst erop dat een dergelijk bedrag zelfs voor een erg beperkte luchtvaartactiviteit volstrekt onvoldoende is. Premier Verhofstadt en de minister voor Overheidsbedrijven verklaren dat de overheid in dit dossier geen enkele rechtstreekse of onrechtstreekse participatie neemt. Ik hoorde in de wandelgangen echter - u zult mij tegenspreken of het antwoord schuldig blijven - dat heel de kapitalisatie en heropbouw is opgezet met uitdrukkelijke rechtstreekse en onrechtstreekse waarborgen vanwege de overheid. Er werden daar vragen over gesteld, maar er is geen enkel antwoord op gekomen.

Hoe staat het met de toegezegde lening die nog niet is opgebruikt? Op deze eenvoudige vraag kan een eenvoudig antwoord worden gegeven. Men moet echter duidelijk zeggen of deze operatie al dan niet met overheidsgeld wordt gefinancierd. Ik meen dat de leugen opnieuw de waarheid overwoekert.

Hoe staat het met de tegenstrijdige belangen van sommige partners in het nieuwe project, waaronder Biac en nog enkele privé-investeerders?

Is er een businessplan opgesteld? Wat is de commerciële doelstelling?

De zorgvuldigheid moet de politiek beheersen. Wij kunnen op een gegeven ogenblik allemaal geconfronteerd worden met de verantwoordelijkheid van een grote onderneming, maar ik moet vaststellen dat deze regering de verantwoordelijkheid voor Sabena op een onvoorstelbare onzorgvuldige en lichtzinnige manier heeft waargenomen. De uitspraak "le marché fonctionne" van de minister heeft mij danig geschokt. Hij vertelde ons leukweg dat de markt toch haar werk doet wanneer een economische activiteit zoals die van Sabena wegvalt.

Ik richt mij nu tot vice-eerste minister Vande Lanotte, zonder te willen polemiseren. Als dit de filosofie was voor de benadering van het Sabenadossier, getuigt dit niet alleen van een grote onzorgvuldigheid en lichtzinnigheid, maar ook van een ongehoord cynisme dat onaanvaardbaar is voor al wie er, te goeder trouw, van uitging dat deze regering haar verantwoordelijkheid op zich zou nemen. Voor de CD&V-fractie is alle vertrouwen hiermee onderuit gehaald. Er is een fundamentele vertrouwensbreuk ontstaan. Een groot deel van de bevolking ging er immers van uit dat de regering, toch nog altijd hoofdaandeelhouder, de werknemers van Sabena op een sociaal verantwoorde wijze zou inlichten over de evolutie van het dossier. Ze is echter slachtoffer geworden van haar hoogmoed en van de lichtzinnige overtuiging dat er niets kon gebeuren, parce que le marché fonctionne, omdat de markt werkt!

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - De heer Van den Brande heeft, zoals het zijn gewoonte is, op een overdreven manier verklaringen afgelegd die helemaal niets met de zaak te maken hebben. De vorige eerste minister, die tot zijn partij behoort, verklaarde destijds letterlijk dat het niet belangrijk is dat we een luchtvaartmaatschappij hebben, maar wel dat we een luchthaven hebben. In plaats van te overdrijven en onnozel te doen, zou de heer Van den Brande beter nadenken over een dergelijke verklaring en over de fouten die zijn regering in de loop van de jaren heeft opeengestapeld.

De heer Luc Van den Brande (CD&V) (persoonlijk feit). - Ik geef toe dat mevrouw Leduc in sommige dossiers die betrekking hebben op de ethische waarden en de waardigheid van het individu hard heeft gewerkt.

Laten we echter ernstig blijven. Als het erom gaat werkgelegenheid te creëren, de sociaal-economische toestand te verbeteren en een perspectief te bieden, hoef ik van haar geen lessen te krijgen. Zij heeft zich op dat gebied nooit echt geprofileerd en haar beschuldigingen komen daarom niet geloofwaardig over. Ik zou graag hebben dat ze enige gematigdheid en schroom aan de dag legt.

Mevrouw Jeannine Leduc (VLD). - Enige gematigdheid en schroom zouden de heer Van den Brande evenmin misstaan.

M. René Thissen (PSC). - Que dire après l'intervention du ministre ? Il fuit devant ses responsabilités. Il essaie de remonter au déluge pour diluer les responsabilités. Il nous dit qu'il n'a pas le temps de répondre parce qu'il doit se rendre dans une autre commission...

Mme Magdeleine Willame-Boonen (PSC). - ... qui ne se réunit en fait pas !

M. René Thissen (PSC). - De plus, lorsque je lui ai demandé s'il répondrait clairement à mes questions précises, il m'a adressé de grands signes approbateurs. Je n'ai pourtant obtenu aucune réponse.

Le ministre nous a bien fourni quelques éléments concernant le plan social mais, globalement, rien ! Quelle sera la facture totale du volet social ? Aucune idée. Sollicitation du fonds de fermeture ? Aucune idée. Qu'en est-il du crédit-pont de 5 milliards ? Aucune idée. Quel est le business plan ? On nous dit qu'il existe mais que contient-il ? Rien du tout. De quelles garanties peut-on faire état pour les opérations réalisées avant la faillite ? Pas de réponse. Compte-t-on réserver une place à un opérateur aéronautique ? Pas de réponse. Quelles garanties aurait-on donné aux opérateurs étrangers, puisqu'il semble qu'on ait eu le temps de se concerter avec un certain nombre d'entrepreneurs de haut niveau ? Pas de réponse non plus.

Nous ne pouvons donc pas tirer de conclusion. Nous verrons bien. En tout cas, la fuite devant les responsabilités est aveuglante. (Applaudissements sur les bancs du PSC et du CD&V)

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Ik zal mijn opmerkingen kort samenvatten omdat de minister niet meer aanwezig is.

Ik betreur het dat de minister weigert in te gaan op de visie van de regionalisering. De mislukking waartoe deze weigering zal leiden, is voorspelbaar. De echte ondernemers - VLM in Deurne en Ryanair in Charleroi - kiezen nu al voor de regionalisering. Zij zullen niet bankroet gaan. Een nieuw Belgisch vlaggenschip gaat ongetwijfeld bankroet omdat deze parlementen en ministers de vlaggenschepen blijven domineren en projecten die niet leefbaar zijn, blijven steunen.

De heer Vandenberghe heeft in zijn uiteenzetting verwezen naar de slots. De minister verklaarde in zijn antwoord dat de slots vervallen wanneer een bedrijf failliet gaat. Volgens Belga zou IATA hebben verklaard dat de nieuwe maatschappij de slots automatisch behoudt op voorwaarde dat ze de ticketverplichtingen volledig overneemt. Wie heeft er uiteindelijk gelijk?

Daarstraks sprak de heer Moens over het feit dat het debat post factum wordt gevoerd en dat de intelligentsia nu pas reageren. De vorige minister-president van de Vlaamse regering kan getuigen dat de Vlaamse Raad in 1992 een breed debat heeft gevoerd over VLM in Deurne en over Sabena. Toen reeds werd het failliet van Sabena voorspeld. Het was de VLD - toen in de oppositie - die het hevigst tegen Sabena van leer trok. Ik verwijs naar de uiteenzetting van de heer Beysen. De enige die toen voor het voortbestaan van Sabena pleitte, was de heer Schoeters, die u zeker niet onbekend is. Ik raad de heer Moens aan de handelingen van de Vlaamse Raad van 1992 te lezen alvorens ons te verwijten dat wij post factum reageren.

Ik had graag vernomen hoeveel het sociaal plan zal kosten. De minister is weggeroepen naar de kamercommissie omdat de Kamer het sociaal plan wil bespreken vóór er iets over aan de Senaat wordt meegedeeld. De heer Moens weet ongetwijfeld dat het kostenplaatje van het sociaal plan voor de steenkoolmijnen meer dan 100 miljard bedroeg. De media hebben de exacte bedragen vorige week nog vermeld. Ik betreur het dat de minister de eerste berichtgeving daarover aan de Kamer voorbehoudt.

M. Marc Hordies (ECOLO). - Je reste perplexe. J'avais posé en fin de mon exposé cinq questions précises auxquelles je n'ai reçu aucun élément de réponse. Il faut éclaircir cette affaire au plus vite. Je rappelle donc que j'avais interrogé le gouvernement sur les mesures d'accompagnement et d'outplacement, sur un éventuel dépôt d'une plainte en Suisse contre la Swissair, sur les garanties prises auprès de la Commission européenne, sur le rôle de l'administration aéronautique et les liens maintenus ou non avec le Swissair Group.

Ces sujets sont importants. Malgré cela, mes questions sont restées sans réponse. Je le regrette.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - Ik richt mij op een niet polemische wijze tot de Voorzitter omwille van de organisatie van de debatten. Ik begrijp dat bepaalde senatoren menen een onvoldoende antwoord te hebben gekregen. Op de agenda die de regering ontving stond eerst de inoverwegingneming van voorstellen, gevolgd door mondelinge vragen die zouden worden ingezet door een minidebat over de problematiek van Sabena. Dat debat is begonnen om 15.30 uur. Men kan dus moeilijk gewagen van een minidebat. Bovendien is collega Daems weggeroepen omdat hij aanwezig moet zijn in een commissie van de Kamer, waarvan de agenda ook was vastgelegd. Op die manier wordt een agendabeheersing onmogelijk. Ik zou de Voorzitter willen vragen daarmee in de toekomst rekening te houden om dergelijke kritieken te voorkomen. Ik begrijp een aantal collega's die zich erover beklagen dat de minister van Overheidsbedrijven hier niet meer aanwezig is op het ogenblik dat zij willen repliceren.

M. le président. - Le gouvernement doit comprendre que le Sénat a voulu organiser aujourd'hui un mini-débat sur le dossier Sabena. Il était impossible de faire autrement.

MM Van den Brande et Vandenberghe ont déposé une motion libellée comme suit :

« Le Sénat,

préoccupé par le licenciement du personnel de la Sabena et le drame social découlant de la faillite de la Sabena ;

convaincu de la nécessité de définir une base durable et réaliste pour une activité aérienne substantielle à Zaventem et de rendre possible la mise sur pied d'une compagnie aérienne sur la base d'un plan d'entreprise détaillé et d'une activité commerciale crédible ;

soucieux d'assurer l'encadrement social actif, le soutien et l'indemnisation auxquels ont droit les collaborateurs licenciés ;

constate ;

que le gouvernement s'est montré inapte à prendre ce problème en mains ;

que le gouvernement a fait preuve de négligence tant à l'égard du personnel que de la gestion saine d'une entreprise ;

que le plan de redémarrage témoigne de la plus grande imprécision en ce qui concerne la capitalisation, l'engagement du secteur privé, la contribution des pouvoirs publics, les intérêts contradictoires qui se manifestent, un plan d'entreprise et une finalité commerciale crédible ;

que le gouvernement s'abstient une fois de plus de rechercher une solution durable et échoue à nouveau sur tous les fronts ;

que le gouvernement oeuvre avec la plus grande légèreté, y compris après la déclaration de faillite ;

estime,

que le gouvernement manque totalement de crédibilité pour proposer encore la moindre solution durable ou mener à bonne fin la gestion du dossier de la Sabena ».

MM. Happart et Monfils ont déposé une motion pure et simple.

-Le vote sur ces motions aura lieu ultérieurement.